Menu b

 

ggo in het nieuws

> Kwekers vrezen octrooi op zaden
Rotterdam, 15/08/2009

> Egypt says no GM food exports or imports
12/08/2009

> Duits logo voor voedingswaren zonder gentechnologie
Vilt, 10/08/2009

> 3 soorten GGO-maïs van Monsanto leiden tot misoogst in Zuid-Afrika (zaadloze kolven)
Natural News, 27/07/2009

> GGO-telers moeten betalen, juli 2009
Het Departement Landbouw en Visserij heeft een studie afgerond over het zogeheten coëxistentiecompensatiefonds. Dat moet in werking treden wanneer in de toekomst op landbouwpercelen economische schade zou optreden door een contaminatie met genetisch gewijzigde organismen die afkomstig zijn van een naburige teler. In haar onderzoek formuleert de landbouwadministratie onder meer aanbevelingen over de hoogte van de hectarebijdrage die ggo-telers zullen moeten betalen.
Hier
vind je een eerste commentaar van Linn Dumez (BBL)

> Tweede mars voor een ggo-vrije wereld doet België aan.

Op maandag 27 juli ontvangt BioForum Vlaanderen Joseph Wilhelm van het Duitse biobedrijf Rapunzel en zijn stappend gezelschap op de Natlandhoeve van Jos De Clerck in Zepperen (Sint-Truiden). Na een gezamenlijke lunch vervolgt Joseph Wilhelm zijn tocht voor een ggo-vrije wereld naar Brussel, waar op 30 juli de slotmanifestatie plaatsvindt.
Joseph Wilhelm, stichter en voorzitter van het Duitse biobedrijf Rapunzel, vertrok op 18 juni in Berlijn voor een tocht van 1.000 kilometer om te pleiten voor een ggo-vrije wereld. Zijn tocht leidde hem door drie landen en eindigt op donderdag30 juli in Brussel, waar de slotmanifestatie plaats vindt.

Joseph Wilhelm is hiermee niet aan zijn proefstuk toe. In 2007 stapte hij al een eerste keer om zijn boodschap uit te dragen. Momenteel heeft Joseph Wilhelm er ongeveer 725 kilometer op zitten. Onderweg hielden bijna 2.700 wandelaars hem voor korte of langere periodes gezelschap gehouden. Op 26 juli bereikt Joseph België en op 27 juli is hij de gast van BioForum Vlaanderen op de Natlandhoeve van Jos De Clerck. Na de lunch stapt Joseph met verschillende delegaties, o.a. van BioForum, verder naar Brussel.

De tocht in België wordt mee georganiseerd door BioForum Vlaanderen. Iedereen kan meestappen, voor een of meerdere dagen, zelfs voor enkele kilometers. Wie 5 kilometer stapt, krijgt een certificaat. Iedere morgen verzamelt de groep om 8.30u. Het vertrek is om 9u voorzien. Het programma in België ziet er als volgt uit:

dinsdag 28 juli: Wange (verzamelen in het centrum) naar Korbeek-Lo

woensdag 29 juli: Korbeek-Lo (verzamelen aan de Bierbeekstraat) naar Tervuren

donderdag 30 juli: Tervuren (verzamelen aan het Afrika-museum) naar Brussel

Details over de tocht van Joseph Wilhelm vind je hier: www.genfrei-gehen.de

Journalisten zijn maandag 27 juli van harte welkom op de Natlandhoeve, Stokstraat 2 te 3800 Sint-Truiden (Zepperen). Joseph Wilhelm en zijn gezelschap worden er omstreeks 13u verwacht voor de lunch. U kan er terecht met vragen en mag uiteraard een hapje mee-eten.

> Wallonië blijft kritisch tegenover GGO’s
Het hemelsbrede verschil in houding ten opzichte van genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) tussen Vlaanderen en Wallonië was al langer duidelijk. Ook de kersverse regeerakkoorden bevestigen deze uiteenlopende houdingen. In het Waalse regeerakkoord lezen we tal van niet mis te verstane passages omtrent GGO’s. Zo wil men elke vorm van contaminatie van GGO-vrije ketens met GGO’s vermijden, zal men op federaal vlak ijveren voor het invoeren van een socio-economische en ethische evaluatie in de toelatingsprocedure van GGO’s, en verdedigt men een moratorium op alle nieuwe toelatingen zolang de korte en langetermijneffecten niet voldoende aangetoond zijn. Op Europees niveau pleit men voor het behoud van het recht van elke lidstaat om op basis van voorzorg een bepaald GGO op het eigen grondgebeid te verbieden. De detectielimiet moet voor Wallonië als drempelwaarde voor GGO’s in zaaizaad gelden. Vlees van dieren gevoederd met GGO-veevoeder moet als dusdanig gelabeld worden. Ten slotte wil Wallonië onderzoeken hoe men het aanbod aan GGO-vrij veevoeder in de regio kan garanderen. Dit uitgebreide pakket aan maatregelen en acties staat in schril contrast met het Vlaamse regeerakkoord waarin met geen woord wordt gerept over GGO’s, noch over co-existentie of biotechnologie. Ook het Brusselse Gewest zegt in haar regeerakkoord van plan te zijn om vóór midden 2010 aan te sluiten bij het Europese netwerk van GGO-vrije regio’s. Linn Dumez

> Studie How Subchronic and Chronic Health Effects can be Neglected for GMOs, Pesticides or Chemicals International Journal of Biological Science, 2009, 5
Studie verschenen van 8 internationale wetenschappers die de betrouwbaarheid va de testen van de EFSA (Europees Voedselveiligheid Agentschap) in twijfel trekken. Deze testen resulteren al dan niet in een erkenning voor de Europese markt van de GGO`s.

Het artikel is verschenen op de site van the International Journal of biological science.

“De firma`s die de GMOaanvragen indienen verwaarlozen systematisch de secundaire effecten van GGO`s en pesticiden.” Dit laatste werd duidelijk aangetoond door de controversiële erkenning van MON 863 ou MON 810, zowel door EFSA als door US-FDA. Dit is de conclusie van het Franse Crii-gen (Comité de recherche de d'information indépendantes sur le génie génétique) die al langer aanklaagt dat deze testen niet volledig zijn. Ze houden te weinig rekening met mogelijke effecten die verband houden met ziektes zoals kanker, hormonale aandoeningen en aantasten van het zenuw- en voortplantingstelsel.


> Voettocht voor GGO-vrije wereld, 27-30 juli 2009
Jospeh Wilhelm, stichter en voorzitter van Rapunzel vertrekt op 18 juni in Berlijn voor een voettocht van 43 dagen. Via Bonn en Maastricht zal hij op 30 juli Brussel bereiken. Details en reisroute vind je op www.genfrei-gehen.de.
Voor meer info kan je terecht bij leen.laenens[a]bioforum.be

> Co-existence & Traceability: internationale conferentie, 2-5 juni 20099
download hier het (pdf-)verslag

>
klik Vilt, 19 mei 2009
Verzet milieuorganisaties tegen verantwoorde soja

> Lees meer over de Duits verbod op teelt van MON810 inde laatste editie van de GMO Compass nieuwsbrief van 14 april 2009 (Engelstalig)
klik hier

> Belgisch Staatsblad, 3 april 2009
Decreet houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen
klik hier voor de volledige pdf.

> Friends of The Earth (FOE) International heeft in februari 2009 een nieuw rapport uitgebracht waarin ze de stelling weerleggen dat ggo’s nodig zijn om de honger en de voedelcrisis wereldwijd op te lossen. Het volledige rapport (4,6 Mb!) en de samenvatting

> 16 februari spreekt het Standing Committee for the Safety of the Food Chain and Animal Health (EU-niveau) zich uit over de Griekse en Franse ban voor MON810, alsook over het voorstel van de Europese Commissie om de teelt van de genetische gewijzigde maïsvariëteiten Bt11 en 1507 (insectresistentie en herbicide tolerant voor glufosinaat) toe te laten. 0p 2 maart moet de Raad Leefmilieu zich uitspreken over de Hongaarse ban voor MON810. Daarom worden in alle EU-lidstaten brieven gestuurd naar de bevoegde ministers en naar de nationale experts in het Standing Committee. Voor België verstuurden verscheiden organisaties samen een brief (pdf) naar de ministers Crevits, Huytebroeck, Lutgen, Magnette en Onckelinx

>Op 10/02/2009 bracht Fedis volgend persbericht uit: "Fedis is verontwaardigd over de eenzijdige beslissing van Bemefa om zich niet langer te houden aan de zogenaamd ‘ggo-vrije’ norm voor diervoeders", zegt gedelegeerd bestuurder Dominique Michel. De federatie van de distributiesector onderzoekt "alle mogelijke middelen" om een einde te maken aan deze situatie. De mengvoedersector reageert verontwaardigd." Het persbericht.

>Tijdens de zittingen van 3 en 10 februari werd de bespreking van het ontwerpdecreet co-existentie verder gezet. Alle hiaten in de wetgeving zoals aangehaald door BioForum, Wervel en BBL zijn formeel onder de vorm van amendementen neergelegd door Vera Dua vanuit de oppositiepartij (Groen!) maar zijn op 10/02verworpen door de meerderheid. Twee amendementen van de meerderheid werden weerhouden. Voor elk besluit waarin de teeltmaatregelen voor een GGG worden vastgelegd, moet vooraf advies worden gevraagd van adviesraden SALV, Minaraad en SERV. Met de regeling zoals die nu voorligt, kan de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen (GGG’s) op geen enkele manier verhinderd worden, ook niet als aangetoond is dat naburige landbouwers economische schade zullen ondervinden. De bescherming van de biologische landbouw is dus niét gegarandeerd! Hier vind je het verslag.
Nav de bespreking van het ontwerpdecreet co-existentie hebben ook de imkers hun bezorgdheid geuit tav Minister Peeters en de betrokken parlementsleden. Hier vind je hun brief.

> Op dinsdag 27 januari 2009 hield de subcommissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid een hoorzitting over het ontwerp van Coëxistentiedecreet (ontwerp van decreet houdende de organisatie van coëxistentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen)

Je vindt hier een overzicht en alle relevante teksten.

De presentaties van de vertegenwoordigers van landbouw- en milieu-organisaties en van de wetenschappelijke wereld vind je hier:

- de heer Peter Van Bossuyt (Boerenbond)
- de heer Camiel Adriaens (Algemeen Boerensyndicaat)
- mevrouw Leen Laenens (BioForum)
- de heer Jan Turf (Bond Beter Leefmilieu)
- de heer Koen Dhoore (Vlaams Overlegplatform voor Duurzame Ontwikkeling)
- de heer René Custers (Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie)
- de heer Dirk Reheul (Universiteit Gent)
Een belangrijk achtergronddocument is het rapport van de groep wetenschappers IAASTD.

> Persbericht Fedis: Genetisch gemodificeerd of niet: garandeer de consument de keuze
Binnenkort debateert het Vlaams parlement over het zogenaamde coëxistentiedecreet, dat het naast elkaar bestaan van genetisch gemodificeerde en niet-genetisch gemodificeerde teelten zal regelen. Zonder zich voor of tegen genetisch gemodificeerde producten uit te spreken, hoopt Fedis dat voldoende garanties zullen worden ingebouwd om de consument zelf in de winkel de keuze te laten.
Voor de distributeurs is het essentieel dat de kans op contaminatie van niet-gemodificeerde teelten geminimaliseerd wordt. “Enkel dan kan de sector op een geloofwaardige manier de beide keuzes volwaardig in zijn aankoopbeleid opnemen”, aldus Dominique Michel, gedelegeerd bestuurder van Fedis. Fedis rekent er daarom op dat het coëxistentiedecreet deze garanties zal bieden. Bovendien verwacht Fedis dat in geval van mogelijke contaminatie niet alleen de telers, maar ook alle andere actoren in de voedselketen, waaronder de distributeurs, aanspraak kunnen maken op financiële compensaties voor de geleden schade.

> klik op het plaatje om de advertentie te bekijken die op 27 januari in De Standaard verschenen is.

 

> Televisiedebat van 8 januari over ggo's in "Boerenstebuiten".
Je kan het debat bekijken via deze volgende link (10 à 15 min)

> We vragen U allen als bewuste ggo-vrije consument en producent de nieuwjaarskaart maximaal te verspreiden.

> We willen de discussie opentrekken naar de maatschappij: boeren, consumenten en de voedingssector (zoals de supermarkten die ggo's weigeren in hun huismerken). Dit is één van de weinige manieren om het debat onder de aandacht te krijgen van zowel de pers als de overheid in aanloop naar de hoorzittingen. We publiceren met de verschillende betrokken organisaties een open brief waarin we een appel doen op verschillende actoren: bedrijfsleven (voedings- en distributiesector), consumenten en boeren, met als bottom-line: 'In tegenstelling tot de agro-industrie bent u geen vragende partij voor ggo's... We schreven ministers Peeters en Crevits aan met onze eisenbundel.

> Het Instituut Samenleving en technologie is een autonome instelling verbonden aan het Vlaams Parlement dat een constructieve bijdrage wil leveren aan het maatschappelijk debat over wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, en de bevolking een eigen stem geven in deze discussie. Ze schreven een beknopt document “Coëxistentie in de landbouw” > download het pdf-document hier.

> De conclusies van de milieuministers van de Europese raad van 12 december zijn gedeeltelijk positief. Ronduit een slechte zaak is het schrappen van de laagst mogelijke drempel voor etikettering van zaden. Je vindt het resultaat in pdf-draftverslagen hier en hier.

> Bijeenkomst GGO-technieken 10 december 2008 (Biologica): een verslag van Greet Lambrecht van de Werkgroep Eigen Zaaizaad > download het word-document hier.

> Op 28 november schreven we de Vlaamse volksvertegenwoordigers aan om onze bezorgdheid rond ontwerp decreet coëxistentie mee te delen > download het word-document hier.

> klik Vilt, 28 november 2008
"Onderzoek langetermijneffecten ggo's is goede zaak"

> klik Resultaten van de studie in opdracht van het Oostenrijks Agentschap voor gezondheid en voedselveiligheid, uitgevoerd door de Veterinaire Universiteit van Wenen, 24 november 2008
“Austrian ministry links GM corn to infertility”

> klik Werkgroep Eigen Zaadteelt, 20 november 2008
“Hoezo GGO? Info- en debatavond in Gent op 20 november 2008: een verslag”

> klik Greenpeace, 30 oktober 2008
“Greenpeace rapport 'OGM: Le Prix à Payer'”

> klik Biologica.nl, 13 november 2008
“Transgene mais lijkt muizen minder vruchtbaar te maken”

> klik Werkgroep Eigen Zaadteelt, november 2008
Hoezo GGO? Is genetische manipulatie onvermijdelijk bij plantenveredeling?

> klik Greenpeace, 26 september 2008
CAMPINA ZIET AF VAN GGO-VOEDER VOOR DUITS TOPMERK

> klik Vilt, 11 september 2008:
Goed nieuws uit Brazilië: Brazilianen garanderen productie ggo-vrije soja

> klik Ministerie van LNV, 10 september 2008
Verburg neemt maatregelen om risico op ggo`s in biologische diervoeders te verminderen

> klik De Tijd, 2 september 2008:
2,6 miljoen euro voor betere transgene gewassen

> klik Vilt, 18 augustus 2008:
"Transgene gewassen worden grootste milieuramp ooit"

> klik De Standaard, 2 augustus 2008:
GGO's zijn meer dan een communautaire rel

> klik De Morgen, 14 juli 2008:
Ggo's prioriteit voor Frans EU-voorzitterschap

___________________________________________

GGO-telers moeten betalen, juli 2009

De Afdeling Monitoring en Studie (AMS) van het Departement Landbouw en Visserij heeft berekend dat de bijdrage aan het co-existentiecompensatiefonds ongeveer 15 à 20 euro per hectare ggg-teelt moet bedragen. Die bijdragen, aangevuld met de eventuele boetes bij overtreding van de voorschriften voor ggg-teelt, zouden de schade die ontstaat door vermenging moeten kunnen compenseren. De inschatting van dit bedrag gebeurde op basis van bedragen die in andere Europese lidstaten worden gehanteerd, op basis van geschatte kosten en baten voor de ggg-boer, en uitgaande van een isolatieafstand van 50 meter. Bij de inschatting werden een aantal –soms bedenkelijke- aannames gedaan.

Met het co-existentiedecreet wil de Vlaamse regering het naast elkaar bestaan van biologische, gangbare en ggg (genetisch gewijzigde gewassen) te0elt verzekeren. Daarbij moet degene die het nieuwe productietype introduceert (in dit geval de ggg-teelt) de nodige maatregelen nemen om vermenging met de andere teelten te voorkomen. Er zullen daarom per genetisch gewijzigd gewas een aantal teeltvoorwaarden worden opgelegd om het risico op vermenging te beperken. Mocht er toch vermenging optreden, dan moet de schade die hieruit voortvloeit vergoed worden vanuit een compensatiefonds, dat gespijsd wordt door de bijdragen van de ggg-telers. De AMS-studie heeft nu dus becijferd dat die bijdrage 15 tot 20 euro per hectare moet bedragen.
Bij die berekening werden een aantal vooraannames gedaan. Zo gaat men ervan uit dat een isolatieafstand (afstand tussen het ggg-perceel en een biologische of gangbaar perceel met hetzelfde gewas) van 50 meter voldoende moet zijn om het maximaal toelaatbare vermengingspercentage (0,9 %) niet te overschrijden. Enerzijds veronderstelt men daarbij dat het zaaizaad zuiver is. In de Europese wandelgangen klinkt het echter dat men voor zaaizaad denkt aan een zuiverheidsnorm van 0,5 %. Verre van zuiver zaaizaad dus. Anderzijds bestaat er grote variatie in de afstanden die de verschillende Europese lidstaten aan hun boeren opleggen. Afstanden gaan van 25 meter in Nederland tot 200 meter in Portugal en zelfs 600 meter in Luxemburg en Wallonië. Er bestaat met andere woorden allerminst (wetenschappelijke) zekerheid over het feit of 50 meter afstand al dan niet voldoende is om besmetting te voorkomen.

Ten tweede werd bij de berekening vertrokken vanuit het standpunt van de ggg-teler. De onderzoekers stellen voorop dat de co-existentieregeling de ggg-teelt niet onmogelijk mag maken. De afstanden mogen met andere woorden niet te groot zijn, de overige teeltvoorwaarden niet te streng en de fondsbijdragen niet te hoog. Of nog, de kosten voor de ggg-boer mogen zijn baten niet overstijgen. Over de daaruit volgende kosten voor de gangbare of biologische boer en de gevolgen voor diens voortbestaan wordt niet gerept. De hoogte van de schade die mogelijks ontstaat wordt niet ingeschat (wegens te weinig Vlaamse gegevens, zo argumenteert men). Het blijft dus gissen of de bijdragen zullen volstaan.

Daarenboven pleit de studie voor “enige vorm van realisme”. Daarmee lijkt men te bedoelen dat genetisch gemodificeerde gewassen toch niet meer te voorkomen zijn, dat distributieketens en supermarkten het te moeilijk vinden om gg en niet-gg te scheiden. En dus moeten onze boeren ook niet liggen zeuren over wat vermenging hier en daar? Vreemd argument in een Europese Unie die de keuzevrijheid van consument en producent voorop stelt.

Om eventuele tekorten in het compensatiefonds op te vullen, is het mogelijk om de verplichte bijdragen te verhogen. Daarnaast stelt de studie voor om ook de zaaizaadsector een bijdrage te laten leveren.

Vilt, 28 november 2008
"Onderzoek langetermijneffecten ggo's is goede zaak"

Volgende week bespreken de Europese ministers van Leefmilieu de erkenningsprocedures van genetisch gemodificeerde organismen. "De conclusies zullen vrij genuanceerd zijn", heeft Vlaams minister Hilde Crevits geantwoord op een parlementaire vraag van Vera Dua. "Een element dat aan bod komt, is de versterking van de milieubeoordeling. Nu wordt een wetenschappelijke analyse gemaakt, maar men zou de langetermijneffecten van ggo's ook nog moeten onderzoeken. Voor mij is het geen probleem als dat wordt opgenomen".

Dua is bevreesd dat de Europese Commissie de vlucht vooruit wil nemen. "Waarschijnlijk wil ze onder druk van de industrie de procedures voor ggo's versoepelen. En dat terwijl er heel wat risico's verbonden zijn aan het gebruik van ggo's. Het gaat dan over risico's voor de volksgezondheid, voor de biodiversiteit en voor het leefmilieu in het algemeen". Volgens Crevits moet Dua zich niet al te veel zorgen maken over de uitkomst van de ministerraad. "Maandag heeft Greenpeace actie gevoerd voor het mee opnemen van langetermijneffecten. Ik heb stellig de indruk dat die in de conclusies van de ministerraad zullen opgenomen worden".

"En wat de Belgische standpuntname betreft, ziet het ernaar uit dat we elkaar zullen vinden", voegt de minister eraan toe. Traditioneel staat Wallonië veel behoudsgezinder tegenover ggo's dan Vlaanderen. Crevits vind echter dat een obligaat onderzoek naar de langetermijneffecten van ggo's ook voor ons land een goede zaak zou zijn. "Die analyse moet er zijn", klinkt het. De minister benadrukt wel dat sociaaleconomische criteria bij de risicobeoordeling van ggo's pas in een tweede fase aan bod kunnen komen.

"In de eerste fase moeten de effecten van ggo's louter wetenschappelijk beoordeeld worden. Voor het Efsa is het van groot belang dat de controle in alle lidstaten op dezelfde manier gebeurt. Er moet veel meer uniformiteit komen", stelt Crevits. De milieuministers zullen zich volgende week ook buigen over drempels en verhoudingen van zaaizaden en over de vraag of bij de erkenning van ggo's ook rekening dient gehouden te worden met beschermde of gevoelige gebieden.

Opmerkelijk is dat alle partijen zich in het Vlaams parlement op genuanceerde wijze uitgesproken hebben over dit dossier. "Ik ben er absoluut niet tegen dat er verder onderzoek wordt gevoerd, maar laat ons de kop niet in het zand steken en a priori zomaar innovaties weigeren", zegt Frans Wymeersch (Vlaams Belang). Bij Lijst Dedecker stelt men zich de vraag of het wel logisch is om tegelijkertijd het aantal pesticiden terug te dringen en erkenningen voor ggo's te weigeren. Tijdens het Festival van de Politiek heeft CD&V-parlementslid Jos De Meyer gemerkt dat de standpunten van consumenten, producenten en wetenschappers "eigenlijk heel dicht bij elkaar staan".

Vera Dua twijfelt daaraan. "Heel wat sectoren zijn absoluut niet tevreden met de tekst over het coëxistentiedecreet. Bij de bespreking in het parlement zal ik zeker de kritiek van het middenveld vertolken".

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

Austrian ministry links GM corn to infertility
"resultaten van de studie in opdracht van het Oostenrijks Agentschap voor gezondheid en voedselveiligheid, uitgevoerd door de Veterinaire Universiteit van Wenen, 24 november 2008"

Een ophefmakende studie die de Oostenrijkse overheid op 11 november 2008 publiceerde toont aan dat genetisch gemanipuleerde gewassen een ernstige
bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid. De vruchtbaarheid van muizen die ggo-maïs te eten kregen was fors afgenomen. De studie toont
hoe weinig er geweten is over de gevolgen die ggo's op lange termijn kunnen hebben op de gezondheid en het milieu. Ze brengt ook de enorme
hiaten in het huidige Europese evaluatieproces van ggo's aan het licht.

Volledige studie: link hier.

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

Werkgroep Eigen Zaadteelt, 20 november 2008
“Hoezo GGO? Info- en debatavond in Gent op 20 november 2008: een verslag”

Gezonde en smaakvolle voeding begint bij het zaad! Heeft de consument straks nog een vrije keuze voor GGO-vrij voedsel? Hebben boeren die kiezen voor GGO-vrije teelten straks nog grond om op te staan? Hoe kan in de toekomst de integriteit van onze voedingsgewassen bewaard blijven?

Dit was de inzet van het debat dat de Werkgroep Eigen Zaadteelt op 20 november in Gent organiseerde over genetische manipulatie en de toekomst van de open gewasveredeling. Aan dit debat werd meegewerkt door het Departement Biowetenschappen van de Hogeschool Gent, Bioforum, Wervel, Landwijzer en Velt.

Gezien de jarenlange oorverdovende (en beschamende!) media-stilte over dit onderwerp was het op zich al een merkwaardig resultaat dat meer dan honderd mensen een avond vrijmaakten voor dit debat. Maar bovendien viel op dat dit een prachtige staalkaart was van de bio-wereld : heel wat pioniers van de biolandbouw, een sterke delegatie jonge boeren (en met enige trots stellen we vast dat de meeste afgestudeerd of in opleiding zijn bij Landwijzer, en/of praktijkopleider in onze opleiding), mensen uit het wetenschappelijk onderzoek en de geneeskunde, handelaars in bio-voeding, consumenten, …

Michel Haring is professor plantenfysiologie aan de Universiteit van Amsterdam en kent de gentechnologie en haar technieken uit eigen ervaring. Hij kaderde in een ronduit schitterende uiteenzetting de gentechnologie in de geschiedenis van de plantenveredeling.

We kunnen zijn verhaal hier niet integraal uit de doeken doen, maar willen vooral wijzen op een paar markante conclusies uit de mond van iemand die zelf met deze technieken werkt. Hij stelde o.m. ronduit dat het resultaat van gentechnologische ingrepen totaal onvoorspelbaar is. En in het debat aan het einde van de avond maakte hij ons duidelijk dat de noodzaak van gentechnologie om het wereldhongerprobleem op te lossen, een mythe is.

Het tegendeel is waar : gentechnologie stuurt meer en meer aan op de productie van bio-energie, wat de voedselproductie nog meer bedreigt. Volgens Michel Haring zijn er steeds meer gentechnologen die om die reden het argument van een efficiëntere voedselproductie niet langer willen gebruiken.

Vervolgens kwamen een boerin en een boer aan het woord.

Greet Lambrechts van de Akelei legde uit wat er werkelijk op het spel staat, aan de hand van een bijna poëtische beschrijving van de plantenontwikkeling. Waar de “natuurlijke” ontwikkeling en zaadvorming bij cultuurgewassen een onuitputtelijke bron van vernieuwing is, legt genetische manipulatie een hypotheek op het leven.

Vanuit een sterk gereduceerde visie – leg er de brede waaier van zaadselectiecriteria van de Werkgroep Eigen Zaadteelt maar eens naast ! – grijpt gentechnologie in in de basis zelf van het leven : de levende cel. Daarom wil de Werkgroep de plantenveredeling opnieuw verbinden met het veld en de veldwerkers.

Mark Peters, vierde generatie groententeler op een Mechels tuinbouwbedrijf, bracht een ontnuchterend verhaal over hoe de hybride soorten, en de machtige firma’s die hiermee de landbouwwereld in hun greep krijgen, een generatieslang sterk verankerd bedrijf zoals het zijne op een haar na de afgrond dreigt in te duwen. En hoe hij daarmee meteen de sterke kanten van de bedrijfseigen zaadteelt van zijn prei weer in beeld krijgt, en deze met vernieuwde moed verderzet.

Als hybride soorten in sommige omstandigheden al tot een ernstige bedreiging verworden, en bedrijfseigen zaadvaste rassen meer en meer de gewenste toekomstgerichte ontwikkeling blijken te zijn, dan wordt het hoog tijd dat we ons zorgen maken over het ontwerp van coëxistentie-wetgeving dat in behandeling is bij het Vlaams Parlement.

Zelf mocht ik als laatste hierover het woord nemen. Er is bij het brede publiek verrassend weinig bekend over deze regelgeving, maar dat betekent nog niet dat Jan-met-de-pet niet in staat is om een eigen oordeel te vellen over de brutaliteit en de vijandigheid waarmee dit ontwerp van decreet de (bio)boeren bejegent die GGO’s afwijzen.

Het is zondermeer duidelijk dat de isolatie- en meldingsafstand volstrekt ontoereikend zijn om coëxistentie zonder vermenging mogelijk te maken, dat men de GGO-telers geen strobreed in de weg wil leggen, dat gedupeerde niet-GGO-telers juridisch en financieel totaal niet worden ingedekt door deze wetgeving, en dat het afbakenen van GGO-vrije gebieden doelbewust onmogelijk wordt gemaakt.

De verontwaardiging is groot, en terecht. In het huidige stadium van het wetgevend proces, moeten de Commissieleden van het Vlaams Parlement er zich bewust van zijn dat ze de Vlaamse Regering met dit ontwerp van decreet terug naar huis moet sturen om het huiswerk over te doen. Hopelijk kan dit debat ertoe bijdragen dat de Volksvertegenwoordigers op hun verantwoordelijkheid worden gewezen.

Ik wil dit verslag besluiten met een pluim voor enkele van onze Landwijzer-studenten die mee instonden voor de practische organisatie van dit debat. Zij mogen er trots op zijn dat zij het aandurven om in de vijandige sfeer van de gentechnologie recht te staan en daadwerkelijk op te komen voor de bio-logica die wij op onze boerderijen willen behouden.

Zij zijn het groene hout waaruit toekomst-boeren worden gebeeldhouwd !
Koen Dhoore, Landwijzer

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

Greenpeace, 30 oktober 2008
"Greenpeace rapport 'OGM: Le Prix à Payer'"

Een studie van het Centre de recherche et d'étude en gestion (CREG) van de universiteit van Pau heeft op 30 oktober bekend gemaakt dat de introductie van ggo's in de landbouw en de voedselproductie een zware economische last legt op de ggo-vrije ketens in Frankrijk.

Los van de risico's voor het leefmilieu, brengt de introductie van genetisch gewijzigde gewassen op de Franse markt - door import of teelt - een kost met zich mee voor de ggo-vrije ketens: scheidingskosten, controlekosten, bevoorradingskosten,...

Die kosten komen vandaag vreemd genoeg terecht op de schouders van degenen die ggo-vrij willen produceren. Ze werden nooit eerder bestudeerd.

Greenpeace heeft het CREG gevraagd om ze te ramen aan de hand van vier representatieve filières: conventionele maïs, zoete maïs en biologische maïs voor wat betreft de plantaardige productie. Kip van het Label Rouge-keurmerk voor de dierlijke productie.

De voornaamste besluiten van het CREG-rapport zijn:

- Producties met een strikt lastenboek inzake ggo's, zoals de biologische maïs, zijn gedoemd te verdwijnen in geval de teelt van genetisch gewijzigde maïs zich veralgemeent.

- Producties met een tolerantiedrempel tot 0,9 % zouden kunnen voortbestaan, maar enkel bij gratie van nieuwe en kostelijke voorzorgsmaatregelen.

- De bedrijven die investeren in GGO-vrije productieketens vrezen te verdwijnen indien hun inspanningen niet gevaloriseerd worden, bijvoorbeeld doormiddel van een 'negatieve' etikettering van het type 'geproduceerd zonder gentechnologie'.

- De expansie van genetisch gewijzigde soja in Brazilië kan worden afgeremd, op voorwaarde dat de Braziliaanse filière van niet-ggo soja bestemd voor de Europese markt wordt gevrijwaard en gevaloriseerd.

De volledige studie kan worden gedownload op: http://blog.greenpeace.fr/ogm

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

Biologica.nl, 13 november 2008
“Wallonië sluit aan bij het Europees netwerk van ggo-vrije regio’s”

Wenen - Transgene maïs van Monsanto, die in 2007 in Europa is toegelaten, maakt muizen mogelijk minder vruchtbaar. Dat blijkt uit voorlopige resultaten van een onderzoek aan de Universiteit van Wenen.

De proefdieren werden gedurende 20 weken met transgene maïsvariant NK603 X MON810 gevoerd. Deze soort is sinds 2007 in Europa toegelaten.

Bij alle muizenvrouwtjes nam het aantal worpen en nakomelingen met de tijd af. Bij de derde en vierde worp was het verschil met de controlegroep statistisch significant, aldus de onderzoekers.

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Milieu in Wenen. De hoofdauteur, professor in de veeartsenij Jürgen Zentek, stelt dat verder onderzoek naar aanleiding van deze voorlopige resultaten dringend noodzakelijk is.

Een compleet onderzoeksverslag kunt u hier lezen.

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

Werkgroep Eigen Zaadteelt, november 2008
Hoezo GGO? Is genetische manipulatie onvermijdelijk bij plantenveredeling?

Op donderdag 20 november organiseert de Werkgroep Eigen Zaadteelt een informatie- en debatavond over genetische manipulatie versus gewasveredeling in boerenhanden.
Gezonde en smaakvolle voeding begint bij het zaad. Heeft de consument straks nog een vrije keuze voor GGO-vrij voedsel? Hebben boeren die kiezen voor GGO-vrije teelten straks nog grond om op te staan? Zal er in de toekomst nog ruimte zijn voor vrije en open gewasveredeling, met een brede en levendige genetische basis? Hoever kan biotechnologie gaan in het sleutelen aan het leven?
Bovenstaande vragen komen aan bod op de debatavond die de Werkgroep Eigen Zaadteelt op donderdag 20 november in Gent organiseert. Centrale gast is Michel Haring. Als professor plantenfysiologie aan de Universiteit van Amsterdam past hij zelf genetische modificatie toe in zijn onderzoek. Terzelfdertijd kijkt hij met een verkleinglas naar gewasveredeling en de rol die de boer daarin kan opnemen. Moeten boeren bang zijn voor de komst van GGO's of kunnen ze desondanks werken aan een alternatief? Enkele boeren getuigen over de wijze waarop zij een stukje agrobiodiversiteit in stand houden en hun autonomie verzekeren, door zelf zaden te telen.
Ook de co-existentieregeling komt aan bod. De Vlaamse Regering keurde vorige maand een ontwerpdecreet terzake goed. Dat moet de introductie van GGO's in Vlaanderen regelen, terwijl ook de mogelijkheid van GGO-vrije landbouw gevrijwaard blijft. Maar is het samengaan deze twee vormen van landbouw wel mogelijk, gezien de kans op kruisbestuiving? Koen Dhoore, landbouwkenner en docent biologische landbouw, houdt de co-existentie tegen het licht.
De avond wil zowel informeren als het debat over genetische manipulatie aanwakkeren. De organisatie gaat uit van de Werkgroep Eigen Zaadteelt, een groep boeren en wetenschappers die sinds jaren werkt rond agrobiodiversiteit en zaadautonomie. De werkgroep beschouwt het debat over gentechnologie als broodnodig. De tegenstanders zien immers hun argumenten ook geclaimd worden door de voorstanders: het voeden van een aangroeiende wereldbevolking (waarvan de helft boeren) en zelfs milieuvriendelijkheid en behoud van biodiversiteit.
Landbouwers, die de aarde bewerken, zijn ook de hoeders van de gewassen en het vee die zij telen. De werkgroep wil de veredeling van gewassen loswrikken uit de laboratoria van zaad- en chemiereuzen en terugbrengen naar de handen van de boer.

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

Nature& Progrès, oktober 2008
“Wallonië sluit aan bij het Europees netwerk van ggo-vrije regio’s”

De Waalse regio zal het Charter van Florence onderschrijven. Hiermee geven ze aan dat ze maximaal de ggo-vrije landbouw willen beschermen en op basis van milieu en socio-economische analyses ggo-vrije zones wil creëren. OP Europees niveau wil dit netwerk het voorzorgsprincipe valoriseren vooraleer er nieuwe ggo-s worden erkend en in geval van besmetting de aansprakelijkheid beter regelen;”
Andere relevante persartikels vind je op :http://lutgen.wallonie.be/spip/spip.php?article559 en
www.rtlinfo.be <http://www.rtlinfo.be> (”Une Wallonie sans OGM “)

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

Greenpeace, 26 september 2008
CAMPINA ZIET AF VAN GGO-VOEDER VOOR DUITS TOPMERK


Greenpeace is verheugd dat melk van het merk Landliebe voortaan het gloednieuwe label “zonder gentechnologie” zal dragen. Campina, met Belgische vestigingen in Aalter en Sleidinge, is het eerste grote zuivelbedrijf dat voor één van haar topmerken overschakelt op ggo-vrij veevoeder. Daarmee komt het bedrijf tegemoet aan de eis van Greenpeace om ggo's te weren uit de hele voedselketen. Greenpeace België vraagt aan de Belgische zuivelindustrie om het voorbeeld van Campina Duitsland te volgen.

In 2006 toonde Greenpeace aan dat Landliebe-boeren ingevoerde ggo-gewassen gebruikten als melkveevoeder. Daarop startte Greenpeace een informatiecampagne over 'gentechmelk' in de Duitse supermarkten. Duizenden consumenten hebben de eis van Greenpeace met kaarten, protestbrieven en e-mails ondersteund. Ook Greenpeace België voerde actie bij Campina, en publiceerde een studie die aantoont dat het mogelijk is om ggo's in het voeder van melkvee uit te sluiten.

Campina wil voor de Landliebe-producten niet alleen ggo-vrij, maar ook uitsluitend Europees voeder gebruiken. Het bedrijf wil ook het gebruik van soja voor Landliebe uitsluiten. De sojateelt in Zuid-Amerika is een van de hoofdoorzaken voor de alarmerende ontbossing. Door het gebruik van regionaal veevoer voor het merk Landliebe bespaart Campina jaarlijks zo'n 9.200 ton sojabonen, wat overeenkomt met een stuk land ter grootte van 4.600 voetbalvelden.
“Al jaren krijgt het merendeel van de Belgische melkkoeien genetisch gewijzigde gewassen te eten”, zegt Jonas Hulsens. “Voor vlees en eieren bestond er wel een ggo-vrije keten. Maar begin dit jaar schortte de beroepsvereniging van mengvoederfabrikanten Bemefa de productie van ggo-vrij voeder op. Kwaliteitslabels zoals Meritus en winkelketens zoals Colruyt en Carrefour staan sindsdien onder druk om de eis voor ggo-vrij voeder te laten vallen. Greenpeace vraagt Bemefa om de ggo-vrije veevoederketen te herstellen.”
Een label “zonder gentechnologie” bestaat op de Belgische markt alsnog niet. Greenpeace wil dat daarin snel verandering komt. De ontwikkeling van een etikettering die de consument duidelijk informeert en “ggo-vrije” initiatieven ondersteunt was één van de conclusies van de Lente van het Leefmilieu van Minister Paul Magnette.

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

Vilt, 11 september 2008:
Goed nieuws uit Brazilië: Brazilianen garanderen productie ggo-vrije soja

Braziliaanse producenten en verwerkers van soja hebben een vereniging opgericht die zich gaat specialiseren in de handel van ggo-vrije soja. Daarmee spelen ze in op de vraag naar deze grondstof in Europa. Abrange wil wereldwijd de belangrijkste aanbieder worden van ggo-vrije soja en vermijden dat er zoals vorig jaar te weinig aanbod is om de Europese markt te bevoorraden.

"Enkele jaren geleden hebben we vastgesteld dat er een markt is voor de productie van ggo-vrije soja. Met de oprichting van Abrange willen we duidelijk aangeven dat wij die grondstof zullen telen zolang er in de Europese Unie vraag naar is", zegt voorzitter Cesar Borges da Sousa. De bedrijven achter Abrange zijn Caramuru, Imcopa, Vanguarda, Brejeiro en Andre Maggi, 's werelds grootste sojaproducent.

De EU importeert op jaarbasis in totaal zo'n 36 miljoen ton soja. Meer dan de helft van deze grondstof is afkomstig uit Brazilië. Abrange schat dat de Europese vraag naar ggo-vrije soja ongeveer 20 procent vertegenwoordigt van de totale invoer, en dus gaat het om zeven à acht miljoen ton per jaar. De vijf firma's achter Abrange zijn vandaag al goed voor een volume van ongeveer zes miljoen ton.

Abrange zal niet kunnen ontsnappen aan de meerprijzen die op de markt aangerekend worden voor ggo-vrije soja. Die moeten de kosten dekken voor de gescheiden behandeling. Bovendien kan er slechts een aanbod gegarandeerd worden indien de boeren gemotiveerd kunnen worden om geen gemodificeerde soja aan te planten.

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

Ministerie van LNV, 10 september 2008
Verburg neemt maatregelen om risico op ggo`s in biologische diervoeders te verminderen

In een brief aan de Tweede Kamer kondigt minister Verburg van LNV een aantal maatregelen aan die bijdragen aan het verminderen van het risico van vermenging van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) in biologische mengvoeders en de handhaving op dit punt kunnen versterken. Aanleiding vormt een onderzoek van de Algemene Inspectiedienst (AID) waaruit blijkt dat er biologische mengvoeders in de handel zijn gebracht waarbij het ggo-gehalte op basis van de sojagrondstof hoger was dan 0,9%.

In de biologische productieketen mogen geen ggo-producten worden gebruikt. Een beperkte vermenging in de keten van ggo-grondstoffen met non ggo-grondstoffen is echter technisch niet altijd te voorkomen. Daarom mogen biologische diervoeders op grond van de Europese Verordening inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten tot 0,9% ggo’s bevatten, op voorwaarde dat de aanwezigheid van deze ggo’s onvoorzien of technisch niet te vermijden is.

Onderzoek AID
De AID heeft in de jaren 2006 en 2007 62 monsters van mengvoeders op biologische veehouderijbedrijven genomen en deze onderzocht op de aanwezigheid van ggo’s. In circa 18% van de monsters werden sporen soja met een gehalte aan in de EU toegelaten ggo-soja aangetroffen. Het ggo-sojagehalte in het totale mengvoer lag in deze gevallen ver onder de 0,9%. Uit nader onderzoek bleek dat het in deze gevallen ging om een onvoorziene vermenging. De mengvoederbedrijven die het voer produceerden, hadden geen soja aan het voer toegevoegd. De soja is vermoedelijk door vermenging via andere grondstoffen in het mengvoer terechtgekomen.

Twee monsters waren afkomstig van mengvoer waar wel soja als grondstof was gebruikt en waarbij het ggo-gehalte op basis van de sojagrondstof hoger was dan 0,9%. Deze twee partijen mengvoeders hadden om deze reden niet als biologisch in de handel mogen worden gebracht. Ook in deze gevallen was de vermenging met ggo-soja onvoorzien. Uit nader onderzoek bleek dat het mengvoerbedrijf "ggo-vrije" soja had aangekocht. De mengvoeders zijn niet uit de biologische keten gehaald. Op het moment dat de analyseresultaten van de monsters beschikbaar kwamen, waren deze twee voeders reeds door het vee opgegeten.

Maatregelen
De uitkomsten vormen voor Verburg aanleiding om de volgende maatregelen te nemen, die bijdragen aan het verminderen van het risico van vermenging van ggo’s in biologische mengvoeders en de handhaving op dit punt kunnen versterken.

* De AID en de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) gaan dit najaar de risico’s op vermenging met ggo’s in de (biologische) mengvoederbedrijven en in de voorafgaande schakels van de keten in Nederland in kaart brengen en inventariseren de mogelijkheden om deze risico’s te beheersen. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek zal het risicogebaseerd toezicht verder worden ingevuld.

* Het is niet duidelijk hoe de Europese ggo-etiketteringregels moeten worden geïnterpreteerd in het geval dat er een ggo in een "grondstof" wordt aangetroffen, die de producent niet bewust heeft toegevoegd. Aangezien de geconstateerde problematiek van onbedoelde verontreiniging met ggo’s niet alleen in Nederland, maar ook in andere EU-lidstaten voorkomt, heft Verburg deze problematiek in Europees verband via het Permanent Comité voor de Levensmiddelen en Diervoeders aan de orde gesteld. De Europese Commissie heeft aangekondigd om dit najaar met een reactie hierover te komen.

* Het RIKILT start dit najaar met nader onderzoek naar de mogelijkheden om de aanwezigheid van sporen van soja (inclusief ggo-soja) in het totale mengvoer nauwkeuriger te kwantificeren. Uit het AID-onderzoek bleek dat dit technisch lastig is. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen bijdragen aan de verdere versterking van de handhaving van de ggo-etiketteringregels.

Deze maatregelen zullen de handhaving van het verbod op het gebruik van ggo’s in de biologische veehouderij versterken en daarmee de keuzevrijheid van producent en consument extra waarborgen. Daarnaast zal de uitkomst van het bovengenoemde onderzoek van de AID en VWA naar verwachting informatie opleveren waarmee het bedrijfsleven ook zijn verantwoordelijkheid kan nemen om risico’s van vermenging effectief te beperken, aldus Verburg.

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

De Tijd, 2 september 2008:
2,6 miljoen euro voor betere transgene gewassen

BASF Plant Science en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) gaan drie jaar intensief samenwerken om betere plantenrassen te ontwikkelen via nieuwe genetische mechanismen. De planten moeten meer opbrengen of beter bestand zijn tegen stressfactoren als droogte en koude. Met het project is 2,6 miljoen euro gemoeid. Het Instituut voor Wetenschap en Technologie (IWT) financiert de helft.

Bij het ambitieuze project zijn zestig onderzoekers van de VIB-afdeling van de Universiteit Gent betrokken. De samenwerking loopt met CropDesign uit Gent, de biotechdochter die in 2006 door BASF Plant Science werd overgenomen. Daar werken 75 mensen. "Ons bedrijf heeft de nauwe banden met de afdeling plantenbiotechnologie van het VIB steeds aangehouden", zegt Johan Cardoen, de algemeen directeur van CropDesign. Het is al de derde overeenkomst tussen BASF Plant Science en VIB-UGent dit jaar.

CropDesign test in Gent ggo's die meer opbrengen of beter resistent zijn tegen stressfactoren als droogte en koude. De BASF-dochter gaat op zoek naar unieke genen en werkt daarvoor nu samen met wetenschappers van het VIB. BASF Plant Science specialiseert zich in maïsrassen en rijstvariëteiten.

Monsanto zal alle nieuwe ggo-rassen voor maïs, katoen, sojabonen en koolzaad commercialiseren. De nieuwe rijstvariëteiten brengt BASF via eigen kanalen aan de man. Johan Cardoen van CropDesign verwacht dat vooral de opbrengst van rijst nog enorm kan toenemen. In haar ontwikkeling heeft de rijstplant nog een achterstand van dertig tot veertig jaar tegenover maïs. Maar ook voor maïs acht Cardoen via ggo's een verdubbeling van het rendement binnen twintig jaar goed mogelijk.

Het onderzoeksakkoord tussen BASF en het VIB leidt op zijn vroegst binnen tien jaar tot nieuwe commerciële plantenrassen. "Een nieuw ggo-ras door de autoriteiten goedgekeurd krijgen duurt even lang als voor een geneesmiddel", zegt Cardoen. "De kosten voor het ontwikkelen van een ras schommelen tussen 75 en 100 miljoen euro tegen 800 miljoen euro voor een geneesmiddel".

De Europese Unie blijft vooralsnog erg verdeeld over de goedkeuring van nieuwe ggo-rassen. BASF's aanvraag voor het aardappelras Amflora voor industrieel gebruik kreeg geen toestemming, ondanks een positief wetenschappelijk advies. BASF hoopt dat het tij snel keert.(KS)

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

Vilt, 18 augustus 2008:
"Transgene gewassen worden grootste milieuramp ooit"

De Britse kroonprins Charles gelooft dat het wijdverbreid gebruik van genetisch gemodificeerde organismen zal leiden tot de grootste milieuramp aller tijden. Dat de 59-jarige troonopvolger een vurig aanhanger is van biodynamische landbouw was reeds eerder geweten, maar nooit eerder is hij met zijn commentaar over ggo's zo ver gegaan als in een interview dat vorige week gepubliceerd werd in de Daily Telegraph. Net zoals elders in Europa is er in Groot-Britannië nogal wat oppositie tegen de doorbraak van transgene gewassen. Ook prins Charles heeft het niet begrepen op de industrialisering van de voedselproductie. "Multinationale voedingsbedrijven voeren al langer een gigantisch experiment uit met de natuur en de hele mensheid, en dat is nu al ontspoord", meent de kroonprins. Hij verwijst naar problemen met de waterbevoorrading door overvloedige irrigatie in het Indiase Punjab en naar de verzilting in het westen van Australië. Die milieuproblemen zijn volgens Charles het gevolg van "excessieve benaderingen van moderne vormen van landbouw". "We zouden meer moeten praten over voedselzekerheid en niet altijd over voedselproductie. Als de grote multinationals denken dat ggo's zullen werken omdat de ene uitvinding na de andere van de band zal rollen, dan stevenen we af op de grootste milieuramp aller tijden". De uitspraken van Charles komen op een ogenblik dat het debat over een verhoging van de voedselproductie weer actueel geworden is als gevolg van de wereldwijde voedselcrisis. Eerder dit jaar liet de leidinggevende Britse wetenschapper John Beddington verstaan dat men transgene gewassen niet links mag laten liggen in de zoektocht naar manieren waarop de landbouw de stijgende vraag naar voedsel kan beantwoorden.

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—



De Standaard, 2 augustus 2008:
GGO's zijn meer dan een communautaire relWie tegen een proef met genetisch gewijzigde populieren is, is daarom niet tegen innovatie, zegt KAREN JANSSENS . Een communautaire bril verhindert de Vlaamse politici die complexiteit te zien.

Na Vlaams Minister-president Kris Peeters en Vlaams minister van Economie Patricia Ceyssens voelt nu ook senator Lieve van Ermen (LDD) (DS 29 juli) zich geroepen om de genetisch gewijzigde populieren van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) in te zetten in het communautaire debat. De communautaire bril die onze Vlaamse politici aantrekken vertroebelt hun blik. Vlaanderen moet zonder twijfel innovatie en spitstechnologie stimuleren, maar wel op voorwaarde dat ze een bijdrage leveren aan duurzame ontwikkeling. Met deze genetisch gewijzigde populieren lijkt dat niet het geval.

Dat de federale PS-ministers Magnette (milieu) en Onckelinckx (gezondheid) de toestemming voor deze veldproef weigerden ondanks een positief advies van de Bioveiligheidsraad, getuigt van verantwoordelijkheidszin. Het debat is immers complexer dan een afweging van risico's versus innovatie.

Ten eerste zijn er aan de proeven wel risico's verbonden. Een aantal leden van de federale Bioveiligheidsraad immers wel op de aanzienlijke milieurisico's in geval van commercialisering van transgene bomen. En de proef, die van de raad groen licht kreeg, kadert in een commercialiseringslogica. Van Ermen verwijst zelfs naar een genteresseerde Chinese koper. Het is de taak van de ministers om dergelijke overwegingen op lange termijn mee in rekening te nemen.

Ook de bekommernissen over de negatieve impact van biobrandstoffen zouden best door de Vlaamse en federale regering eerst nader bestudeerd worden. Het VIB heeft de populier genetisch gewijzigd in de hoop de productie van biobrandstoffen te vergemakkelijken. Biobrandstoffen, en dus ook deze 'klimaatbomen', zijn echter geen oplossing voor het klimaatprobleem. De huidige generatie biobrandstoffen drijven voedselprijzen de hoogte in, verergeren het probleem van ontbossing en zo het klimaatprobleem. Met de tweede generatie is dat niet veel anders. Energie efficintie is een meer duurzame oplossing voor de klimaat- en energiecrisis. Lichtere en meer efficinte wagens zijn een snellere en goedkopere manier om de uitstoot van broeikasgassen in de tranpsortsector terug te dringen. De ontwikkeling daarvan is trouwens ook innovatieve spitstechnologie.

De uitdagingen waar we voor staan (klimaatverandering, ontwikkeling van een meer duurzame landbouw) zijn complex. Recht doen aan die complexiteit betekent de uitdaging aangaan om met alle betrokken partijen een echt debat aan te gaan over hoe technologie en innovatie een rol kunnen spelen in duurzame ontwikkeling. Al sinds de jaren negentig ijveren maatschappelijke organisaties voor het verbreden van de evaluatie van GGO's. De noodzaak, het (landbouwkundige) nut en de sociaal-economische impact van GGO's zouden mee in overweging genomen moeten worden tijdens de evaluatieprocedure. Vandaag bestaat er in Belgi nog altijd geen wetenschappelijk orgaan dat belast is met dergelijke bredere evaluatie. Frankrijk zal tijdens zijn voorzitterschap de uitbreiding van de evaluatieprocedure van GGO's op de Europese onderhandelingstafel leggen. Hopelijk zal de Belgische regering dan wel met n stem spreken, voor een uitbreiding van de te beperkte, louter op risico's gerichte toelatingsprocedures. Dat zou het begin zijn van degelijk democratisch bestuur dat recht doet aan de complexiteit van de relatie tussen maatschappij en technologische innovatie.

—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—|—

De Morgen, 14 juli 2008:
Ggo's prioriteit voor Frans EU-voorzitterschap
Het debat over genetisch gemodificeerd organismen (ggo's) krijgt van nieuwbakken EU-voorzitter Frankrijk hogere prioriteit binnen de EU. Parijs stelde voor om het thema op de top van de Milieuministers in oktober aan te kaarten. Duitsland vraagt een opt-out voor landen die geen ggo's willen toelaten.

Criteria
Eind dit jaar moeten de 27 Europese staats- en regeringsleiders een beslissing nemen en tot dan moeten werkgroepen de argumenten uiteenzetten, stelt Frans staatssecretaris van Milieu Nathalie Kosciusko-Morizet. "Een grote meerderheid van de lidstaten is van oordeel dat de toelatingsvoorwaarden en -criteria voor ggo's herbekeken moeten worden", stelt ze.
Het thema is een splijtzwam voor de EU, ook al zijn verbruikers-, dieren- en milieuwetten reeds lang van kracht. Volgens Kosciusko-Morizet draait alles om de vraag of een regio zelf ervoor kan kiezen om geen ggo's te telen. "Overal waar een rondvraag georganiseerd werd, sprak een meerderheid van de bevolking zich uit tegen de ggo's", vult ze aan.
Georganiseerde onverantwoordelijkheid
Sigmar Gabriel, Duits minister van Milieu, sprak zijn vrees uit voor "georganiseerde onverantwoordelijkheid" wanneer de ggo's toegelaten worden. Transparantie en geharmoniseerde procedures zijn nodig zodat "de verantwoordelijkheden duidelijk zijn". In het FSA (Food Standard Agency), het toezichtsorgaan dat zich ook buigt over de ggo's, moeten ook kritische specialisten gehoord worden. "Zoals het FSA nu functioneert, is het verre van perfect", stelt de Duitse minister. "Voor landen die geen ggo's willen, moeten er een opt-out-procedure zijn."