 |
 |
 |
 |
 |
 


 |
BioForum
Bioknipsels 2 - 21 januari 2010
"Bio en fair trade" is dit jaar het centrale thema op BioFach 2010. Dit bracht BioForum Vlaanderen en Wallonië, eigenaar van het keurmerk Biogarantie®, en Max Havelaar België, eigenaar van het keurmerk Fair Trade, op het idee om samen iets te organiseren naar de Belgische markt toe. De keuze voor catering was vlug gemaakt aangezien dit momenteel een snelgroeiende markt is voor bio en fair trade.
Lees er hier
meer over.
Veel leesplezier,
BioForum Vlaanderen
Ter info: Voortaan versturen wij de Bioknipsels om de twee
weken.
- Het doel van de Bioknipsels is weer te geven in welke mate en met betrekking tot welke thema's bio in de algemene en gespecialiseerde pers aan bod komt. De Bioknipsels vertolken dus niet het standpunt van BioForum
Vlaanderen -
ALGEMEEN
PRODUCENT
VERWERKER
VERKOOPPUNT

ALGEMEEN
Beha van boomschors en tomaten
Sexy stofjes, gemaakt uit dennenhout, tomaten en bessen. Dat is wat de lingerie van Watmooi belooft. Groene lingerie kent steeds meer succes.
Dennenhout
WatMooi heeft dit voorjaar de collectie duurzame lingerie flink uitgebreid met 4 internationale merken. Daarmee bezit het merk online de grootste collectie groene lingerie.
De lingerie van het Franse label g=9.8, bevat stofjes, gemaakt van dennenhout. Het hout wordt gewonnen door bomen te snoeien, zodat de bomen zelf kunnen doorgroeien. Met een speciaal biologisch proces wordt het hout omgezet in vezels die samen met elastan een bijzonder sterke en duurzame stof opleveren.
Eco-katoen
Het label Peau-Ethique is een jong Frans bedrijf dat de allerleukste lingerie wil maken op een manier die niet schadelijk is voor het milieu en met respect voor alle mensen. Biologisch katoen wordt verbouwd zonder chemicaliën en is een logische keuze voor Peau-Ethique: het is zachter, zit beter en is veel beter voor het milieu en voor je huid.
Tomaten
Eco Boudoir is een eco-sexy lingerielijn met ontwerpen van bamboe en 100% organic
(sic) zijde. Zij gebruiken watergedragen, niet vervuilende kleurstoffen met natuurlijke ingrediënten als tomaten en bessen. De lingerie wordt Fair Trade geproduceerd.
Meer info: www.watmooi.nl
Bron: Het Laatste Nieuws, 15/01/2010

Tussen "ecochic" en "ecolui"...
We gedragen ons al eens graag 'ecochic'. Maar soms zijn we ook 'ecomoe', 'ecohypocriet' of 'ecolui'. Daar zijn redenen voor. En oplossingen.
Waarom kopen we niet gewoon wat minder spullen ? Waarom vinden wij het 'ecochic' om ecologische wasmiddelen, hybride wagens en biokatoenen kleedjes te kopen en met de trein in plaats van met de auto naar het werk te gaan ? Waarom is ecochic minder belangrijk als het over verre reizen gaat ? Zijn we één keer per jaar ecomoe ? Of zijn we gewoon ecohypocriet ? Ecoluiheid of waarom veranderen nooit eenvoudig is. Dit kun je doen !
Goederen worden vandaag energie-efficiënter geproduceerd. Principes als cradle to cradle -waarbij afval opnieuw in de kringloop van consumentengoederen moet terechtkomen - worden in steeds meer fabrieken toegepast. Het aanbod aan eco-efficiënte producten groeit. Maar als we met energiezuinige douchekoppen driemaal meer douchen dan tien jaar geleden, verbruiken we nog altijd veel te veel water. Duurzaam consumeren blijkt in de praktijk niet altijd eenvoudig. Een stand van zaken.
"Omdat het niet noodzakelijk is voor een duurzamere wereld", zei Michael Braungart, een van de twee grondleggers van de cradle to cradle-filosofie, toen ik hem een dik jaar geleden interviewde. "We zijn niet met te veel op aarde. We zijn gewoon te stom", vervolgde hij. "We kunnen de problemen oplossen door producten op een andere manier te ontwerpen. Zou het niet geweldig zijn als we verpakkingen konden maken die je met plezier weggooit, omdat ze volledig biologisch afbreekbaar zijn of zeldzame zaden bevatten en de biodiversiteit stimuleren ? Ik vind begrippen als 'CO2-neutraal', zero waste, 'een kleinere ecologische voetafdruk'... niet goed. Ik houd niet van het schuldgevoel dat rond de ecologische beweging hangt. Ons doel kan niet zijn om naar nul te gaan. Minder consumeren helpt de planeet niet vooruit."
Er zijn ook andere redenen waarom 'consuminderen' niet aanslaat, schrijft trendwatcher Herman Konings. "Jongeren maken zich wel degelijk grote zorgen over een - vooralsnog - steeds minder groene en gezonde toekomst, maar ze kunnen zich niet verzoenen met het concept 'consuminderen' omdat het de vooruitgang belemmert, het ondernemerschap ontmoedigt, de solidariteit op de helling zet en - de allergrootste zonde - getuigt van creatieve armoede. Zoeken naar andere vormen van consumptie en een bredere invulling van het consumptiemodel, daar draait het om ! Niet 'consuminderen' dus, maar 'consumanderen'. We moeten anders gaan consumeren, waarbij niet het eigen gewin vooropstaat, maar waarbij ook aan het grotere geheel wordt gedacht."
(...)
In het boek Terra Reversa dat antropologe Vicky De Meyere schreef samen met Peter Tom Jones, stelt ze : "Er is overduidelijk een perceptiekloof : mensen zijn ervan overtuigd dat duurzame oplossingen per definitie duurder zijn, lastiger zijn en meer tijd vragen. Het klopt natuurlijk dat er structurele moeilijkheden zijn in sommige gevallen, maar meestal worden die zwaar overschat." Peter Tom Jones vult aan : "Dat komt omdat mensen de duurzame oplossingen niet goed genoeg kennen. Ze baseren zich op clichés of op een slechte ervaring van twintig jaar geleden. Daarom moet een ecologische levensstijl enthousiasmerend en aantrekkelijk worden. Geen straf. Nu worden mensen nog te veel geduwd richting 'duurzaam leven' en te weinig aangetrokken. Een pull-effect is veel leuker dan een push-effect."
Bovendien sussen we ons geweten door ecospullen aan te schaffen. In de novembereditie van het wetenschappelijke vakblad Nature werd een onderzoek van de Universiteit van Toronto besproken dat gebaseerd was op rollenspelen. Daaruit blijkt dat het kopen van 'groene' producten soms dienst doet als morele compensatie, waardoor mensen lakser zouden omgaan met andere ethische normen. Wie in een eerder experiment online 'groene' producten had gekocht, bleek in een later spel meer geneigd om te liegen dan mensen die 'gewone' producten hadden gekocht. Deelnemers die 'groene' producten hadden gezien maar niet gekocht, waren eerder geneigd om te delen.
(..)
Tussen 'willen, kunnen en doen' gaapt er soms een diepe kloof. In zijn boek Terra Reversa vergelijkt Peter Tom Jones de kloof tussen 'groene attitude' en 'groen gedrag' voor diverse levensdomeinen. "Voor wonen is de kloof het kleinst, voor toerisme het grootst. Hoe dat komt ? Bij wonen heeft het onder meer te maken met subsidies : we zien duidelijk dat ecologische winst en economische kortetermijnwinst, via subsidies en via groenestroomcertificaten, parallel lopen. Daar bereikt de overheid verschillende mensen mee : zij die geld willen halen uit hun zonnepanelen en zij die er vooral de symboliek van inzien."
"Zonnepanelen hebben echter een rebound-effect : mensen besparen door efficiënter met energie om te gaan. Daardoor komt geld vrij maar dat verschuift, zo zien we nu, naar andere consumptiedomeinen. Niet naar voeding of mobiliteit, maar naar luxegoederen. En naar toerisme. En daar ligt de draagwijdte meteen een pak hoger. Het is een absurde situatie : net die mensen die andere culturen willen ontdekken, hebben respect voor de natuur en gaan soms naar verre ongerepte gebieden op reis. Met een enorme impact. Maar dat is een taboe in progressieve kringen."
We werken een jaar lang hard, doen bovendien ons best om wat ecologischer te leven. Mogen we dan alsjeblief één keer per jaar even compleet onverantwoordelijk zijn, ja ? Het is een veelgehoorde mening. Vicky De Meyere zoekt de verklaring in de sociologie : "Vanwaar die kloof : mensen die de impact van verre reizen kennen en die impactreductie belangrijk vinden, maar die toch op reis gaan ? Dat is verklaarbaar door een fenomeen dat cognitieve dissonantie heet : elke mens heeft een aantal waarden die voor hem/haar belangrijk zijn. Soms botsen twee van die waarden en dan ga je een oplossing zoeken, want je wilt niet dat die in strijd zijn met elkaar. Mensen zoeken altijd harmonie. Als je dat toepast op ecologisch bewustzijn en drang om te reizen, heb je enkele mogelijke oplossingen. Of je kunt zeggen : "Ik weet dat vliegen een ongelooflijke impact heeft, dus ik ga minder, of niet meer vliegen." Maar je kunt ook je waarden aanpassen en zeggen "Oh, die duurzaamheid, eigenlijk vind ik dat toch niet zo belangrijk." Dan ga je de informatie die je in je hoofd hebt gedeeltelijk of tijdelijk negeren."
(..)
Peter Tom Jones benadrukt het belang van een totaalvisie, "zodat consumptie niet gewoon verschuift van het ene gebied naar het andere. In België is er geen overkoepelend klimaatbeleid dat alle levensdomeinen integreert. Bovendien is een mens veel complexer dan het 'nutmaximaliserend wezen' waarop veel maatregelen nu gebaseerd zijn. Een mens is ook emotioneel en sociaal. Vandaar dat wij uit het Verenigd Koninkrijk het schema met de vier E's voor sociale verandering overgenomen hebben. Dat geeft aan dat Enable, Encourage, Exemplify en Engage de verschillende manieren zijn om mensen te helpen veranderen. We hebben een beleid nodig dat uitgaat van die complexiteit. We moeten starten met fundamenteel onderzoek naar hoe de Vlaamse bevolking eruitziet om daar een beleid op te baseren. Vicky De Meyere vult aan : "Klimaatcijfers slaan mensen lam. Het werkt zo overweldigend dat er voor sommigen niets anders opzit dan die informatie af te blokken of te ontkennen. Die mensen hebben een specifieke aanpak nodig om hen aan te zetten tot verandering. Daarom is het zo belangrijk dat die segmenten duidelijk afgebakend worden en dat naar al die groepen gericht wordt gecommuniceerd : dit kun je doen."
Info : Terra Reversa, Peter Tom Jones en Vicky De Meyere, Epo, ISBN 978-906445 543-8.
Bron: Knack / Weekend Knack, 6/01/2010

Restaurant Tan te Brussel: Het rauwe geloof
Cross Cultural Living Food, zegt het visitekaartje van Tan en dat vraagt om uitleg. Daar wil eigenaar Jo Van der Stichelen best wat tijd voor maken. Tan komt van tangram, de Chinese legpuzzel waar je oneindig veel kanten mee uit kunt. Het concept van het restaurant, dat inmiddels acht jaar bestaat, komt van culinair raadgever Pol Grégoire. De formule bestaat uit een drieluik : het eethuis op de eerste etage waar je kunt kennismaken met een andere manier om je te voeden, kookcursussen om geïnteresseerden op het 'goede' pad te helpen, en een winkel op de benedenverdieping waar je ingrediënten kunt kopen om thuis de richtlijnen toe te passen.
Pol Grégoire is kritisch op de moderne manier van voeden en presenteert een alternatief. Zijn voedingsfilosofie is gebaseerd op de drie V's : vegetarisch (de mens at oorspronkelijk wat uit de grond en van de bomen kwam), variatie (de mens is omnivoor, hij eet alles wat hij vindt) en vivant of levend. Volgens Grégoire zijn levende producten onontbeerlijk. Dood eten (zoals geraffineerde producten) is getransformeerd. Living Food is niet nieuw : het geloof ontstond in de jaren dertig, toen Ann Wigmore, een jonge vrouw uit Letland, het sap van kweekgras gebruikte om haar wonden te genezen. Vandaag zijn er in de VS tal van gezondheidsinstellingen die inspiratie halen uit Wigmores chlorofylsapje en die diëten aanbieden voor zuivering, voeding en verjonging. Grégoire gaat nog verder en vindt dat je een levend voedingsproduct zo veel mogelijk in zijn originele context moet plaatsen : een appel is evenwichtige voeding als de vrucht in zijn geheel wordt gegeten. Drink je alleen het sap, dan is het voor Grégoire een vraag hoe het lichaam dat gaat opnemen.
Om het restaurant toegankelijk te maken voor een breed publiek ontwikkelde hij een eigen versie van living food, gebaseerd op recepten waarin rauwe producten samenkomen met op lage temperatuur bereide producten. Zelfs vis, vlees en schaal- en schelpdieren staan op de spijskaart en er is een bescheiden keuze aan wijnen.
Pol Grégoire is enkele jaren geleden van het toneel verdwenen. Het uitgestippelde pad wordt verder gevolgd door eigenaar Jo Van der Stichelen en zijn team. De meeste producten zijn bio en er wordt ecologisch te werk gegaan, onder meer door op lage temperatuur te koken..
We zaten op harde houten stoelen, hadden het wat koud en luisterden naar yogamuziek, terwijl we proefden van het living food. Wij vonden het eten verzorgd, maar onsamenhangend van smaak en duur. Er was geen koffie of zoet nagerecht, want dat is tegen de geloofsregels.
Bron: Knack / Weekend Knack, 6/01/2010

Michelle Obama krijgt bio-etentje voor haar verjaardag
De Amerikaanse president Barack Obama heeft zijn vrouw Michelle getrakteerd op een verrassingsetentje in een bekend biorestaurant in Washington. Michelle Obama werd 46 jaar.
In het restaurant Nora waren ook vrienden en familieleden van de Obama's aanwezig. Hun twee dochters, Malia en Sasha, waren er niet bij.
Het restaurant gaat er prat op dat het als eerste in de Verenigde Staten het label van biorestaurant mocht dragen.
Bron: Het Laatste Nieuws, 17/01/2010

Hoe groen zijn groene cosmetica?
Groen is vandaag niet langer een trend maar een vaste waarde binnen de cosmeticamarkt. Maar wanneer is een verzorgingsproduct écht groen?
Natuurlijk, ecologisch, klimaatneutraal en biologisch. Heel wat producten claimen deze labels. Maar hoe weet jij als consument of je verzorgingsproduct wel het etiket 'groen' verdient? Want een wereldwijde definitie van wat natuurcosmetica precies zijn, bestaat er niet. De voorbije jaren werden heel wat nieuwe producten gelanceerd onder het mom van 'natuurlijk'. Want groen was en is nog steeds hip en trendy. Een goede verkooptruc of is het product ook daadwerkelijk natuurlijk -- of meer zelfs: biologisch? De consument kan zich vragen stellen, zeker als je weet dat een producent door het gebrek aan een duidelijke wetgeving al 'natuurlijkheid' kan claimen bij bijvoorbeeld één kopje kamille op duizend liter shampoo. De term 'natuurlijk' is bovendien niet beschermd, iedereen kan het dus zomaar vermelden op zijn product. De oplossing? Een duidelijk symbool of label om de consument erop te wijzen dat dit product wel degelijk natuurlijk én biologisch is.
Nationaal biolabel
Om voor de consument juist en vooral betrouwbaar over te komen, lanceerden heel wat Europese landen daarom in de loop der jaren een eigen biolabel. In Frankrijk zijn dat Ecocert en Cosmétique Bio, in Duitsland vind je het etiket BDIH op de potjes en tubes, in Italië ICEA en in Groot-Brittannië Soil Association. In eigen land creëerde Bioforum twee labels: het Biogarantielabel, dat vooral verschijnt op voedingsproducten, en het Ecogarantielabel, dat je onder andere terugvindt op cosmetica die biologisch zijn.
Wildgroei
Een goede zaak, maar elk land legt wel zelf zijn regels en voorwaarden op. En soms spreken ze elkaar zelfs tegen. Voor de consument is het bovendien best handig om slechts één en hetzelfde label op verpakkingen te zien staan. De vraag naar een standaard, een overkoepelend label met uniforme criteria, bleef bestaan. Zes jaar geleden was het eindelijk zover: BDIH, Bioforum, Cosmébio, Ecocert, ICEA en Soil Association sloegen de handen in elkaar en richtten de European Cosmetics Standards Working Group op met als doel een Europese biostandaard voor cosmetica.
Het wachten moe
Een moeilijke taak, want jarenlang kwam er niets uit de bus. Het Griekse merk Korres bijvoorbeeld, was het wachten moe en creëerde een eigen label. En een paar Europese belangengroepen voor producenten van natuurlijke en biologische cosmetica riepen een eigen internationale standaard in het leven: NaTrue. Zij willen een label lanceren 'dat consumenten kunnen vertrouwen'. Voor de consument is dit label alvast eenvoudig: één ster op de tube betekent natuurlijke cosmetica, twee sterren staan voor natuurlijke cosmetica met bio-ingrediënten en drie sterren staan voor biologische cosmetica.
Uniforme criteria
Schudde dit nieuwe Europese label de werkgroep wakker? Feit is dat eind mei van vorig jaar de laatste hand werd gelegd aan het opstellen van de zogenoemde COSMOS-standard. Sindsdien gelden er uniforme Europese richtlijnen voor natuur- en biologische cosmetica. Een overkoepelend logo bestaat nog niet en het label wordt pas daadwerkelijk toegekend sinds vorige week. De richtlijnen zullen er alleszins wel voor zorgen dat producten makkelijker vergeleken kunnen worden. Al blijven de nationale labels ook nog bestaan...
www.cosmos-standard.org,
www.ecogarantie.be,
www.natrue.org
Natuurlijk, biologisch en klimaatneutraal
* Een natuurlijk product bevat natuurlijke ingrediënten. Dit is geen beschermde term, dus elke producent kan dit vermelden op zijn product.
* Een product mag zich pas officieel biologisch of organisch noemen als er een erkend label op kleeft. Let wel op want in heel wat biologische producten zitten niet uitsluitend natuurlijke ingrediënten. Om een label te krijgen, moet het product voor 95 procent ingrediënten bevatten van organische
(sic) teelt. Dit betekent dat er geen genetisch gemanipuleerde organismen en petrochemische bestanddelen in zitten. De overige 5 procent kunnen synthetisch zijn. Die bestanddelen zorgen ervoor dat uw product langer houdbaar is en een dikkere textuur heeft. Krijg je zo'n label, dan is testen op dieren uit den boze. De verpakking moet milieuvriendelijk zijn en het productieproces moet zo milieuvriendelijk mogelijk verlopen. De producenten verbinden er zich bovendien toe een eerlijke prijs te betalen voor de grondstoffen en de mensenrechten te respecteren. De grens tussen biologisch, ecologisch en fair trade is dus dun.
* Een product kan ook klimaatneutraal bevonden worden. Bij een klimaatneutraal product wordt de CO{-2}-uitstoot van het proces van grondstof tot productie tot consument gecompenseerd.
* Tot slot: ook merken zonder een biolabel kunnen biologisch zijn. Aveda is hier een goed voorbeeld van. Zij werken met biologisch geteelde ingrediënten, milieuvriendelijke verpakkingen en hebben onder meer een ecologische fabriek die op windenergie draait. Maar: ze krijgen er niet de objectieve erkenning voor.
Ecologisch
In 1992 richtte de Europese Commissie het Ecolabel op, met als symbool een bloem met sterretjes en een euroteken. 'Dit label is toegekend aan producten en diensten die als ecologisch beschouwd worden, of met andere woorden de minste impact hebben op het milieu en gezondheid', zo lezen we op de website. Het (heel beperkte) overzicht van ecologische cosmetica verkrijgbaar in België, vind je op onderstaande website.
www.ecolabel.be
Bron: Het Nieuwsblad, 9/01/2010
BioForum reageert: het klopt dat ook niet gecertificeerde cosmeticaproducenten met biologische producten kunnen werken. Als hun producten geen label dragen, betekent dat dat zij zich daarop niet door een onafhankelijk instituut laten controleren en certificeren. Een cosmeticalabel geeft precies die onafhankelijke garantie dat het product is gemaakt volgens de criteria van het betreffende label.

Boek "Groene
stapjes" van Glenn Murphy
Met de milieutop van Kopenhagen nog vers in het geheugen heb je
misschien wel wat aan het boekje "Groene Stapjes" van
Glenn Murphy waarin je op verschillende manieren groene stapjes
leert te zetten.
Hoe kan biologisch voedsel bijdragen tot een minder vervuilde
aarde? Wat is 'sluimerverbruik'? Hoeveel drankblikjes heb je nodig
om een echte fiets te maken? Hoe werkt recycleren? Hoe groot is
jouw ecologische voetafdruk? Wie nog niet helemaal met het
milieuverhaal mee is, heeft na het lezen van dit boekje geen enkel
excuus meer!
Bron: Het Nieuwsblad, 26 december 2009

PRODUCENT
Bio zoekt Boer: biobedrijfsbezoeken
14/01/2010 - In het kader van de korte vormingscursussen voor omschakelende boeren biedt
"Bio Zoekt
Boer" bedrijfsbezoeken aan waarop iedereen kan inschrijven.
Bio zoekt Boer heeft nog 4 bezoeken aan biobedrijven gepland in januari en februari.
* Provincie Vlaams-Brabant
o Maandag 25 januari bij Benny Bleeser
Biologische appel- en perenteler
Locatie: Biesemstraat 97, 3454 Rummen
Tijdstip: 13 tot 16u
o Maandag 1 februari bij Philippe Sergooris
Biologische groenten- en kasteler
Locatie: Heerbaan 128, 1840 Steenhuffel
Tijdstip: 13 tot 16u
* Provincie West-Vlaanderen
o Donderdag 11 februari bij De Lochting (Dirk Lammertyn)
Biogroenten, klein- en grootfruit en aardappelen
Locatie: Oude Stadenstraat 15, 8800 Roeselare
Tijdstip: 13 tot 16u
o Donderdag 25 februari bij Bioplanet Brugge (Philip Sterck)
Locatie: Sint-Pieterskaai 53, 8000 Brugge
Tijdstip: 13 tot 16u
Bent u geïnteresseerd neem dan contact op met Sofie Hoste van Bio zoekt boer. Er wordt telkens afgesproken op het bedrijf zelf om 13u (uitz. bij Brava om 7u).
Kostprijs: 10 euro per bezoek te storten op 736-4031018-53 met vermelding ‘biobedrijfsbezoek’

GGO-vrije voeding: onmogelijk in 2010?
12/01/2010 - Nieuw Frans onderzoek naar effecten van ggo’s op de gezondheid beoordeelt ggo-toepassingen als onveilig. Recente steekproeven in winkelrekken tonen aan dat ggo’s ongemerkt de voedselketen binnensluipen. Velt vraagt garanties voor de keuze van de consument op ggo-vrije voeding.
Franse studie: ggo’s zijn unsafe
Eén van de verplichtte onderzoeken voor het op de markt toelaten van genetisch gewijzigde toepassingen zijn voedertesten waarbij ggo-voeders gedurende 90 dagen aan testdieren, meestal ratten, gegeven worden. Deze data zitten in elk toelatingsdossier. Onderzoekers van het CRIIGEN (Committee of Research and Information on Genetic Engineering) en de universiteiten van Caen en Rouen (Frankrijk) analyseerden in 2009 de resultaten in het dossier van genetisch gewijzigde insecticide-resistente MON 810 en MON 863-maïs, en van herbicide-tolerante NK 603-maïs. De onderzochte data zijn afkomstig van Monsanto, de patenthouder van deze drie ggo-toepassingen, en lagen mee aan de basis van de huidige toelating door de EFSA (European Food Safety Authority) tot commercialisering binnen de EU. De studie door de Franse onderzoekers van de Monsanto-data constateert echter duidelijke schadelijke effecten aan diverse organen (oa. lever, nieren, hart) van de testdieren tengevolge van de consumptie van ggo-voeder. De schade varieert in functie van de geconsumeerde hoeveelheid ggo-voeder en het geslacht van het testdier (1).
De onderzoekers vragen daarom het onmiddellijk verbod van de invoer en de teelt van deze ggo-toepassingen en bevelen bijkomende voedertesten gedurende een langere periode aan (tot 2 jaar) bij tenminste 3 verschillende diersoorten. Dat is volgens hen noodzakelijk om wetenschappelijk betrouwbare resultaten te bekomen over de acute en chronische effecten van ggo-toepassingen.
Sporen verboden ggo-lijnzaad wijd verspreid
In enkele maanden tijd in het najaar 2009 trad het Europese waarschuwingssysteem om niet-toegelaten ggo’s in voedingsmiddelen te melden meermaals in actie. In verschillende landen (Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden) betrof het de aanwezigheid van niet-toegelaten ggo-lijnzaad. Lijnzaad is een ingrediënt dat in heel wat verwerkte graanproducten zit. Zo werd er bv. ongewenst ggo-lijnzaad aangetroffen in meergranenbrood, in muesli, in afbakbroodjes, tot zelfs in vogelvoeders.
Bij een recente steekproef in Utrecht (Nederland) traceerde men in 3 op 15 lukraak gekochte voedingsmiddelen niet-toegelaten lijnzaad. In heel Europa zijn tot op heden meer dan 90 van dit soort contaminaties aangetroffen.
Etikettering ontoereikend voor dierlijke producten
De EU-wetgeving voor etikettering van voedingsmiddelen van ggo-oorsprong vertoont één grote lacune: vlees of dierlijke producten (melk, zuivel, vleeswaren) afkomstig van dieren gevoederd met ggo-voeder dienen nergens de ggo-afkomst van het voeder te vermelden op het etiket. Dit is het geval bij heel wat dierlijke producten in de Belgische supermarkt, vooral bij varkens- en kippenvlees(waren) waarbij in het voeder dikwijls ggo-soja zat. Niemand staat er echter bij stil. Als consument kan je enkel terecht bij bioproducten, de enige producten waarvan je zeker bent dat er geen ggo's in het voeder gebruikt worden.
Velt vraagt actie!
Franse onderzoekers duiden op schadelijke effecten bij testdieren na de consumptie van ggo-maïs. In heel wat graanproducten in de winkelrekken worden sporen van niet-toegelaten ggo-lijnzaad aangetroffen. Als consument weet je niet of vlees of andere dierlijke producten in het winkelrek afkomstig is van dieren die al dan niet ggo-voerders gekregen hebben.
Deze realiteit toont dat ggo's niet onbesproken zijn en dat de consumentenkeuze voor ggo-vrije voeding in het gedrag komt. Dat vindt Velt ontoelaatbaar.
Daarom vraagt Velt aan alle betrokkenen (overheden, veevoederbedrijven, voedingsbedrijven) om hun verantwoordelijkheid op te nemen. De consument moet kunnen blijven kiezen voor alternatieven. Dit recht moet gevrijwaard blijven.
(1) de Vendômois J.S., Roullier F., Cellier D., Séralini G.-E., december 2009
"A Comparison of the Effects of Three GM Corn Varieties on Mammalian Health"
International Journal of Biological Sciences 2009, 5(7), p.706-726
Contact: Geert Gommers, stafmedewerker voeding Velt vzw, geert.gommers@velt.be,
gsm 0498-59 16 52
Bron: VELT, 12/01/2010
Beeldvorming over 'biologisch' weerhoudt ‘gangbaar’ innovaties over te nemen
Ondernemers in de biologische akkerbouw en vollegrondsgroentesector hebben een sterk ‘drive’ en beschikken over competenties die leiden tot innovatief gedrag. De gangbare sector neemt biologische innovaties niet snel over.
De biologische akkerbouw is een kleine sector met veel onderlinge contacten. Hierdoor zijn innovaties snel bekend en dat heeft een positief effect op de kennisniveau in de hele sector. Ook speelt hierbij een rol dat de faciliteiten van Bioconnect (het innovatienetwerk voor de biologische agroketens in Nederland)goed benut worden.
De gangbare sector neemt innovaties uit de biologische sector echter niet snel over. Dit komt doordat deze vaak nogal radicale veranderingen in de bedrijfsvoering vergen. Bovendien hebben gangbare ondernemers vaak pas echt interesse als de innovatie bedrijfseconomisch bewezen is, of als wetgeving hen daartoe dwingt. Ook is er een hardnekkige negatieve beeldvorming ten aanzien van biologische productiewijzen. Kennismaking met de biologische sector kan helpen om het eerder gevormde negatieve beeld bij te stellen.
Onderwijs en onderzoek spelen hierbij een cruciale rol: studenten zou geleerd moeten worden dat biologisch ondernemen een te overwegen optie is bij de bedrijfsstrategie en onderzoekers zouden in hun onderzoeken bewust gangbare én biologische ondernemers moeten betrekken. Behalve bij kennismaking met de sector zijn (toekomstige) ondernemers ook gebaat bij de ontwikkeling van competenties die gericht zijn op het creëren en omzetten van wensbeelden en kansen in succesvolle strategieën.
Contact informatie: Rosemarie Slobbe, LEI van Wageningen UR rosemarie.slobbe@wur.nl
LEI-rapport 'Innovatief van nature: impact van kennis uit de biologische sector'
Bron: Biokennis, 15/01/2010

Année internationale de la biodiversité : Coop, Bio Suisse et le FiBL se mobilisent
Dans leur communiqué de presse commun, la chaîne de distribution suisse Coop, l’association Bio Suisse et l’Institut de recherche de l'agriculture biologique (FiBL) annoncent leur engagement commun en faveur de la biodiversité. L'ONU a déclaré l’année 2010 « Année internationale de la biodiversité », ce qui est l’occasion pour les trois partenaires de sensibiliser le public à la préservation de la faune et de la flore tout au long de l’année. Ainsi, ils mèneront des actions communes visant à promouvoir la diversité des espèces en concentrant leurs actions sur l’agriculture biologique. Un dossier élaboré par les trois partenaires met en évidence les corrélations existant entre agriculture bio et diversité des espèces. Les versions française et italienne sont mises en ligne demain 12 janvier 2010.
Coop, Bio Suisse et le FiBL unissent leurs efforts pour la promotion de l'agriculture bio en Suisse depuis plus de 15 ans. En constituant un vaste assortiment de produits bio, Coop et Bio Suisse, avec le soutien du FiBL, ont aidé l’agriculture bio suisse à percer et contribué à promouvoir la biodiversité.
Pour plus d’informations sur les sites de Coop,
Bio Suisse
et du FIBL.
Bron: FIBL, 11/01/2010

D - Le marché allemand de l'alimentation bio a marqué le pas en 2009
Le marché allemand de l'alimentation bio, de loin le plus gros d'Europe, a stagné en 2009 après plusieurs années de croissance remarquable, selon des chiffres publiés mercredi, mais cette évolution était imputable à une baisse des prix et non pas des volumes.
Le chiffre d'affaires de la branche s'est établi à 5,85 milliards d'euros, quasiment stable par rapport à l'année précédente, selon une première estimation diffusée par la fédération de l'alimentation bio.
Mais la demande est toujours là et les volumes ont continué à croître, selon la fédération, qui impute la stagnation du chiffre d'affaires à des baisses de prix et à la réduction de la palette de produits notamment chez les discounters, format dont les Allemands sont particulièrement friands. Les grandes chaînes de discount s'étaient toutes mises au bio ces dernières années.
Le secteur a connu depuis 2000 une croissance de plus de 10% par an en Allemagne, premier marché européen du bio, loin devant le numéro deux, le Royaume-Uni.
Bron: AFP, 13/01/2010

VERWERKER
BioFach 2010 : BioForum en Max Havelaar slaan handen in elkaar
14/01/2010 - Bio en fair trade is dit jaar het centrale thema op BioFach 2010. Dit bracht BioForum Vlaanderen en Wallonië, eigenaar van het keurmerk Biogarantie®, en Max Havelaar België, eigenaar van het keurmerk Fair Trade, op het idee om samen iets te organiseren naar de Belgische markt toe.
Bio en fair trade is dit jaar het centrale thema op BioFach
2010. Voor de organisatoren van BioFach was het een voor de hand liggende keuze nadat fair trade de afgelopen jaren aarzelend zijn intrede had gedaan in deze grote biobeurs. Zeker nu steeds meer consumenten bewuster aankopen en op een verantwoorde manier willen zorgen voor zichzelf en voor de wereld. In dat opzicht kunnen
bio en fair trade elkaar
versterken.
Dit bracht BioForum Vlaanderen en Wallonië, eigenaar van het keurmerk Biogarantie®, en Max Havelaar België, eigenaar van het keurmerk Fair Trade, op het idee om samen iets te organiseren naar de Belgische markt toe. De keuze voor catering was vlug gemaakt aangezien dit momenteel een snelgroeiende markt is voor bio en fair trade.
Enkele grote spelers op de Belgische cateringmarkt krijgen op BioFach een aangepast programma aangeboden. Bedoeling is hen op één dag tijd zoveel mogelijk informatie aan te bieden over de mogelijkheden om bio en fair trade te koken in hun bedrijf
(meer).
BioForum Vlaanderen

Samen tegen fraude
14/01/2010 - De markt met biologische producten kent een constante groei, zowel in Europa, Azië en Noord-Amerika. Maar met een groeiende markt gaat ook een grotere kans op fraude gepaard. Marktdeelnemers die het niet zo nauw nemen met de bioprincipes worden dan al snel verleid tot het gebruik van gangbare technieken of ingrediënten.
Hoewel de bio- voedselketen één van de best gecontroleerde is en garant staat voor uitstekende kwaliteit is het van groot belang dat er blijvend aandacht gegeven wordt aan mogelijke fraude. Het is immers in ieders belang dat de biomarkt een geloofwaardigheid uitstraalt maar deze geloofwaardigheid kan door unieke fraudegevallen volledig teniet gedaan worden. Dit was dan ook de reden waarom in oktober 2007 het eerste Anti Fraude Initiative werd georganiseerd. Bedoeling was om fraudegevallen te analyseren en de redenen van fraude te inventariseren, maar vooral om te komen tot preventieve maatregelen die dergelijke fraude in de toekomst zouden kunnen vermijden. Rond de tafel zaten zowel controle-organisaties, overheden als belangenorganisaties.
In december werd al het vierde Anti Fraude Initiative georganiseerd in Brussel. Opnieuw werden ervaringen uitgewisseld tussen verschillende partijen in de biologische sector. Deze uitwisselingen hebben ook al enkele concrete resultaten opgeleverd.
Eén van deze resultaten is de Code of Good Organic Practices voor verwerkers en verdelers van bioproducten. Via deze Code of Good Organic Practices kunnen verwerkers en verdelers zich engageren om 7 principes hoog in het vaandel te dragen. Deze 7 principes zijn: sociale verantwoordelijkheid, betrokkenheid, duurzaamheid, transparantie, open communicatie, harmonisatie in de sector en kwaliteitsmanagement. Heel wat koepelorganisaties maar ook heel wat individuele bedrijven ondersteunen deze code.
Momenteel zijn wij binnen BioForum bezig aan een vertaling van deze code zodat deze heel concreet afgestemd kan worden op onze bedrijven. Want de code ondertekenen is één ding, zorgen dat alle principes ook daadwerkelijk nagestreefd worden is iets anders. BioForum wil dan ook zorgen voor een soort handleiding bij de code die u tips geeft hoe u die engagementen kan waarmaken en waarop u hierbij moet focussen. Binnenkort meer hierover.
Een tweede Code of Conduct werd opgesteld voor de controle-organisaties. De zeven principes van de Code of Conduct zijn: billijkheid, harmonisatie in de sector, zorg voor klanten, bekwaming , informatie , kwaliteitsborging en bemiddeling. De code of conduct werd getekend door 21 controleorganisaties.
Meer info over deze anti-fraudeinitiatieven vindt u op www.organic-integrity.org
of contacteer elke.denys@bioforum.be
(tel: 03 286 922)
Elke Denys, BioForum Vlaanderen

Innovatie in de biosector
11/01/2010 - De biosector groeit, alsmaar meer consumenten kiezen voor bio en alsmaar meer en nieuwe producten worden gelanceerd. Innovatie is dus ook in de biosector erg belangrijk, willen we onze marktpositie behouden en verbeteren. Innovatie kan op verschillende gebieden en in verschillende richtingen. Daarom is het belangrijk eens stil te staan bij enkele trends in de maatschappij en de voedingssector alvorens een innovatieve weg in te slaan.
Enkele voorbeelden van deze trends en vragen vind je hieronder:
* Gezond eten is een trend die de laatste jaren niet te negeren valt, hoe kunnen we op deze trend inspelen met onze bioproducten?
* Additieven zijn vaak niet toegelaten en willen we in de biosector ook zoveel mogelijk vermijden, hoe krijgen we ons product even lekker zonder dit additief?
* De maatschappij verandert, consumenten gaan vaker grijpen naar convenience-producten, hoe kunnen we zorgen dat bioproducten ook in deze categorie kunnen thuishoren?
* Iedereen heeft het over duurzaamheid, consumenten willen dus ook duurzame producten, moeten we meer focussen op duurzaamheid van onze producten?
Een eensluidend antwoord op deze vragen bestaat er echter niet maar toch willen we samen met jullie hierover eens brainstormen en debatteren. Doelstelling van deze workshop is tweevoudig, eerst willen we jullie de bioverwerker ideeën geven om ook binnen jullie bedrijf te innoveren, hoe kunnen jullie met kleine of grote inspanningen nog beter inspelen op de verschillende maatschappijtrends. Anderzijds willen we ook tot een gezamenlijk innovatie-idee. Een innovatie-idee dat van toepassing kan zijn voor alle deelnemers en dat we kunnen uitwerken in een concreet onderzoeksvoorstel. Onder leiding van Bioforum zal dan gezocht naar mogelijkheden om dit voorstel ook daadwerkelijk uit te voeren zodat er ook daadwerkelijk vruchten van geplukt kunnen worden.
Deze brainstorm gaat door op donderdag 18 maart vanaf 9h30. Meer info en een uitnodiging volgt nog maar noteer alvast deze datum in je agenda.
Elke Denys, BioForum Vlaanderen

Ecokledij: Vaarwel beige hippie
Voor wie nog gelooft dat groene mode een eufemisme is voor rastafari's in hennepkledij, wordt het betoog van Camilla Norrback een openbaring. Of hoe mode moet gaan over empathie, zonder in te boeten aan hipheid. "Maar noem eco vooral geen trend, dat maakt alles kapot."
De Britse krant The Guardian riep de Zweedse ontwerpster Norrback (35) uit tot Queen of ecoluxury, een titel die zoveel betekent als : deze designer heeft als geen ander begrepen hoe je luxueuze mode maakt met een lage impact op mens en natuur. Norrbacks uitgangspunt : organische en gerecycleerde materialen gebruiken, vrij van ellendige arbeidsomstandigheden - geen katoen plukkende kinderhandjes - en zonder dat er gifstoffen vrijkomen bij het kleuren van de collecties. Haar methode : zelfstudie, nauwe contacten met de lokale bron, en een engelengeduld aankweken.
Norrback ga je niet horen beweren dat ze honderd procent ecovriendelijke mode ontwerpt, dat zou resulteren in saaie, beige - want onbewerkte - hippiekleren. Deze Zweedse is in de eerste plaats een creatieve ziel, met een passie voor het maken van kleren en voor duurzaamheid.
Idem voor het voedsel dat op haar bord komt ("het liefst zo dicht mogelijk bij huis gekweekt"), of haar favoriete chill-outplek in thuisstad Stockholm ("een organische kruidentuin in het midden van de stad").
Haar label bestaat al tien jaar, waarvan het sinds 2002 toegewijd is aan duurzame vrouwenmode. Ze experimenteert met organisch
(sic) katoen, bamboe en gerecycleerd polyester, sinds twee seizoenen maakt ze schoenen (van natuurlijk gekleurd leer en met gerecycleerde rubberen zolen) en haar eerste herencollectie is op dit moment een wapenfeit. Terwijl de rest van de modewereld langzaam begint in te zien dat groene collecties best sexy en hot kunnen zijn, kan Norrback - net als Stella McCartney en Katharine Hamnett - gezien worden als een van de leading lady's van de groene kledingsmarkt. Hoog tijd om haar uit te horen over haar vooruitstrevende aanpak. Wat ze denkt van een interview boven een kom bio-logische soep, en ander moestuinlekkers, aan een gerecycleerde houten tafel bij Le Pain Quotidien ? "That's my favourite place when I'm in Paris or Belgium !"
"Voor ik op mijn twintigste naar Stockholm verhuisde, groeide ik op in een klein dorp in Finland, tussen heel veel water. Mijn vader is landbouwleraar, mijn oom al zijn hele leven visser. Bewustzijn voor de natuur was bij ons een doodgewone zaak. Tegelijk ontwikkelde ik al vroeg een politiek en strijdvaardig temperament. Rechtvaardigheid, feministische kwesties : al op jonge leeftijd had ik waarden waarvoor ik wilde opkomen. Tegen die achtergrond ben ik met mode begonnen."
"Ik studeerde voor hoeden- en accessoiremaker. Op een dag toonde onze leraar beelden van mensen die leer kleurden. Met hun blote benen stonden ze in grote tanken toxische kleurstoffen te stampen, waaraan ze op termijn natuurlijk doodgingen. Dat was een choquerende eyeopener. In de late jaren negentig verschenen ook rapporten over de jeansindustrie en de zware metalen die vrijkomen bij kleurprocessen. Ik besloot op zoek te gaan naar natuurlijke alternatieven. In 2002 liep ik op een stoffenbeurs in Göteborg te zoeken naar een stand die natuurlijke materialen van hoge kwaliteit verkocht. Maar ik vond niets, alles was polyester. Al die kunststoffen schreeuwden naar me, ik kon niet meer denken in die omgeving !"
"Toch vond ik één showroom waar ze mijn ding hadden, kwaliteit met een zachte textuur. Die producent werd mijn eerste contact naar andere bedrijven. Nu werk ik rechtstreeks met fabrieken over de hele wereld en heb ik geleerd welke vragen te stellen. Hoe dichter bij de bron, hoe makkelijker de werkomstandigheden te controleren zijn en hoe lager je prijskaartje blijft."
"Toen ik in 2002 begon met mijn duurzame aanpak, wilde ik de hele wereld erover vertellen. Ik was overenthousiast, maar de media begrepen het niet. Ze dachten dat mijn hele ecoverhaal een vervolg was op de 'ecotrend' die we in 1991-'92 gezien hadden. Toen was de regel dat je alles in het beige moest kopen, zelfs je sokken. Het maakte geen bal uit of iets organisch was. De trend was om eruit te zien als een hooiberg. Helaas hadden veel media dat beeld nog op hun netvlies toen er tien jaar later écht bewustwording opkwam rond duurzaam ontworpen kleren. Die mentaliteitswijziging is een constant gevecht. De rastafari's in hennepkleren lijken nog vaak het clichébeeld. Vaak heb ik het gevoel dat de feiten van vandaag mij niet kunnen bijhouden. Soms lijkt het of ik leef en werk in een sciencefictionwereld."
"Toegegeven, in de mode is het ecoverhaal soms een ironische kwestie, vooral als het op kleuren van stoffen aankomt. In landen als India en Bangladesh wordt dat nog altijd in open containers gedaan waar mensen op blote voeten in een bad vol zware metalen staan, zoals chroom, een typisch metaal om iets blauw te kleuren. Daarna spoelt dat toxische water weg in rivieren, zodat het drinkwater van een hele gemeenschap vervuild raakt. Als je daarentegen op een milieuvriendelijkere manier kleurt, doe je dat in gesloten tanks die je met zo weinig mogelijk water vult en je gebruikt kleuring die vrij is van gifstoffen."
"Maar vanaf het moment dat je aan het kleuren gaat, gebruik je hoe dan ook het milieu. Je verbruikt elektriciteit, water, energie. En organisch katoen is helaas ook veel taaier om te kleuren dan synthetische stoffen. Neem nu dé modekleur bij uitstek : zwart. Om iets zwart te krijgen heb je veel meer kleurstoffen nodig dan om iets lila te kleuren. Pastelkleuren zijn het 'gezondst' voor het milieu. De donkere indigotinten, rode en zwarte kleuren het schadelijkst. Je mag dan al een jurk uit organisch katoen hebben gemaakt, op het moment dat je hem zwart kleurt, haal je zijn groenwaarde sterk naar beneden. Ook al doe je dat op de best mogelijke manier."
"Gelukkig staan mensen steeds meer open voor het groene product. Maar als we groene mode echt op topniveau willen krijgen, moeten we hoge standaarden naleven. De stoffen, kleuren en snits moeten een hoog trendgehalte hebben, en tegelijk doordrongen van duurzame waarden. Compromissen horen erbij. Ik ga nooit beweren helemaal ecologisch te werk te gaan. Niemand kan dat. Vanaf het moment dat we uit bed stappen, consumeren we onze planeet."
"Het groene gedachtegoed wordt nog te vaak als een apart werkdomein gezien, terwijl het een filosofie zou moeten zijn die aan de basis ligt van elke actie die we ondernemen. Of je nu auto's maakt of een brood bakt, dat kan allemaal op een zo duurzaam mogelijke manier. Veel bedrijven proberen momenteel 'iets organisch' te maken, omdat het de trend van het moment lijkt te zijn. Dat is omgekeerde logica. Eerst moet je de regels begrijpen die je succesvol maken in de kledingsindustrie, de voedselindustrie, of woonindustrie. En dán, daarná, moet je dat op een zo duurzaam mogelijke manier doen. Noem eco dus zeker geen trend. Trends zijn vergankelijk en zo'n connotatie maakt het hele groene betoog kapot."
Camilla Norrback is in België onder meer verkrijgbaar bij Maaike Kleedt, Zuivelbrugstraat 8, Gent of Nouvelle Vague, Scheldestraat 98, Antwerpen. Meerdere verkooppunten in Amsterdam, Nederland. Info :
www.camillanorrback.com
Bron: Knack / Weekend Knack, 6/01/2010

Les patrons d'Exki, managers de l'année 2009
Frédéric Rouvez et Nicolas Steisel ont été désignés managers de l'année par les lecteurs de nos confrères Trends-Tendances et Canal Z (Roularta). Depuis l'ouverture de son premier snack le 9 janvier 2001, porte de Namur, à Bruxelles, l'entreprise a traversé quelques tempêtes mais s'est surtout muée en success-story. Sa recette : surfer sur la vague bio en offrant salades, tartes aux légumes artisanales, soupes et sandwichs originaux, le tout préparé sur la base de recettes conçues par le chef étoilé Frank Fol. Considéré comme « le leader de la restauration rapide de qualité », Exki accueille aujourd'hui 30 000 clients en moyenne par jour dans ses 43 points de vente situés en Belgique (25 restos), au Luxembourg (3), en Italie (7 sites, à Turin et à Milan) et en France (8 restos, à Paris et à Lille). En 2009, ses ventes devraient dépasser les 43 millions d'euros, dont 26 en Belgique. Soit 30 % de plus qu'en 2008 et 25 fois plus qu'en 2001 ! Les projets 2010 : l'ouverture de deux points de vente dans le quartier européen de la capitale en avril, ainsi que la recherche d'un partenaire franchisé pour la Flandre et de nouveaux sites à Paris. Exki lorgne aussi Amsterdam et Londres.
Bron: Le Vif Express / Le Vif/L'Express, 8/01/2010

FR - « Pur Aliment » : Augmentation des ventes grâce à une meilleure stratégie marketing
Pur Aliment, le grossiste français a décidé d'aider les 1740 magasins biologiques qu'il approvisionne avec une nouvelle campagne publicitaire, du matériel de décoration, des recettes de cuisine et un nouveau site internet. Les nouveaux flyers qui sont tirés à 100.000 exemplaires sont distribués deux fois par mois dans un certain nombre de magasins biologiques ou directement auprès des ménages. On espère cependant passer rapidement à la vitesse supérieure. En janvier 2010 il est prévu d'augmenter les activités de marketing avec la distribution de papillons, la création d'un nouveau site intitulé Ma Nature, une nouvelle page d'accueil en français pour Salus et une refonte du site internet de Pur Aliment.
Flyers et site internet ne sont qu'une partie d'un package marketing destinés à soutenir les détaillants. Il y a également des affiches au format A1 et A4, de la signalétique en rayons, des papillons et des bons de promotion. Le matériel est édité tous les deux mois par Pur Aliment en collaboration avec une agence de publicité et distribué aux détaillants qui participent à la campagne. Moyennant une petite participation, les flyers peuvent être personnalisés en y imprimant noms et adresses des magasins qui sont partie prenante dans l'opération et servent ainsi de support publicitaire idéal pour faire connaître le magasin aux alentours.
Dans le sud de l'Allemagne, la famille Claus utilise dans un magasin de produits diététiques et naturels, un dépliant similaire qu'elle tire à 250.000 exemplaires par mois. Alors que le marché croît en France, de l'ordre 10 à 15%, Marie-Claude Samson est très satisfaite, avec la croissance moyenne de 20% qu'elle a réalisée en 2009. Elle dirige l'équipe du personnel de vente, huit personnes, en France et sert de responsable comptes-clés aux grandes chaînes de magasins biologiques.
L'année dernière a été une année record avec un chiffre d'affaires de 30 millions d'euros. En 1992 par comparaison, celui-ci n'était que de 3 millions de FF (ce qui équivaut à près de 430.000€). A Natexpo en octobre 2009, la société s'est offert un stand de 60 m² bien placé près de l'entrée. Les sous-traitants distribuant les produits Pur Aliment sur le marché français, comme Natura, Andechs, Salus, Lima ou Vitam R faisaient également l'objet de toutes les attentions sur le stand. Les deux directrices commerciales Barbara Scheitz (Silésie) et Ulrike Schimunek (Vitam R) avaient tenu à remettre personnellement des échantillons de leurs produits pour femmes et hommes. Les clients ainsi que l'équipe de Pural, présente au salon, se sont vus choyés au plan culinaire par le chef étoilé Konrad Geiger, venu avec la brigade de dégustation Herbaria à Paris. D'autres producteurs allemands tels que Taifun, Isana, Weleda, Dr. Hauschka avaient également leur stand.
Pur Aliment rassemble quelques 100 marques différentes, principalement en France et en Allemagne. Il donne aux détaillants l'occasion de se distinguer avec des produits de marque spéciale. Certaines de ces marques telles que Dr. Schaer, Salus, Vitam R ou Herbiers et bien d'autres encore ne sont distribuées qu’exclusivement en France.
La gamme Pur Aliment comprend 4000 articles, notamment dans le domaine des plats « végétariens et sans gluten » et autres produits spécialisés commercialisés sous les marques Dr. Schaer, Soto, Lima, Taifun; Andechs pour les produits à base de lait de chèvre et Heirler pour ceux sans lactose. La marque propre à Pural qui en 2008 a fêté son 100ème anniversaire, tient une place importante dans la gamme.
Les spécialités des fabricants français de produits biologiques tels que Biofournil, Danival, Coteaux Fleurs Nantaix pain, Pivert, Anis de l'Abbaye, Emile Noël sont distribués à des magasins de produits diététiques et naturels dans le sud de Allemagne, par le grossiste Claus de Baden-Baden ainsi qu’à des magasins biologiques situés dans toute l'Allemagne par le biais de Pural.
La reprise début janvier 2009 de Lavera Cosmétiques a donné un nouveau souffle aux ventes en France. D'autres marques comme Herbaria avec sa variété d'épices bio ont eu du succès.
L'approvisionnement des magasins se fait sur l'ensemble de la France essentiellement une ou deux fois par semaine. L'Ile de France, l'Alsace et la région Rhône-Alpes représentent cependant des zones de desserte importantes. Dix grossistes tels que Bonneterre, Vitafrais, Naturdis, Biocash et Pronadis se voient également régulièrement approvisionnés, surtout en produits frais.
Avec la nouvelle stratégie publicitaire on espère aussi améliorer le système de commandes en interne. En Allemagne 70 % des commandes se font par voie électronique ; en France elles se font essentiellement par fax et par téléphone. C'est pourquoi la société cherche de nouveaux logiciels et d'autres solutions pour 2010. La possibilité de passer commander via une plateforme Internet est à l'étude avec le nouveau site.
En parallèle d'une variété de marques, Pur Aliment développe sa propre marque cosmétique sous le label Eubiona. Ce label comprend la ligne de soins certifiés Ecocert pour le visage, le corps, les cheveux. Cette année,trois déodorants à billes et deux baumes à lèvres sont sortis sur le marché.
En termes de conseils, Pur Aliment continue à investir de façon significative afin d’améliorer l'implantation des magasins, la disposition des produits ; une formation sur le terrain à destination des employés est également prévue. Actuellement, 40 à 50 séances de dégustation sont également en cours chez les détaillants.
Pour plus d'infos:
http://www.manature.fr,
http://www.puraliment.com
Bron: Organic-Market.info, 13/01/2010

NL - Nieuwe topman Wessanen gaat Europese bedrijven in biologische voeding opkopen
Wessanen gaat Piet Hein Merckens benoemen als nieuwe bestuursvoorzitter en gaat zich voortaan volledig richten op biologische voeding in Europa. Daartoe zal Wessanen kleinere bedrijven overnemen. Dat maakte het voedingsbedrijf uit Utrecht gisteren bekend.
De nieuwe topman, die maandag het contract ondertekende, leidt nu de koffie- en theeactiviteiten van Sara Lee Europa. De 47-jarige Merckens draait vanaf 1 april warm bij de directie van Wessanen Europa en wordt twee maanden daarna topman. Hij volgt Ad Veenhof op, die na een conflict over de bedrijfskoers met slaande deuren en twee jaarsalarissen is vertrokken.
De benoeming viel goed bij analisten vanwege zijn ruime ervaring in de markten voor consumentenproducten bij Sara Lee en Procter & Gamble. Dat is iets wat Wessanen goed kan gebruiken. Het voedingsbedrijf heeft grote moeite met de verkoop en marketing van producten onder zijn veertig merken, waaronder Zonnatura, Beckers, Bjorg en Whole Earth. Ook zijn ervaring met het opzetten van koffiewinkels voor Douwe Egberts kan van pas komen als Wessanen zijn Natuurwinkels gaat exporteren naar andere markten.
Interim-ceo Frans Koffrie vertelde beleggers gisteren tijdens een bijzondere aandeelhoudersvergadering waar de nieuwe topman zijn tanden in kan zetten. In de nieuwste strategie wil Wessanen koploper worden in biologische voeding in een aantal Europese markten, waaronder Duitsland, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Middels autonome groei en acquisities wil het nieuwe kernbedrijf Wessanen Europa groeien van euro 0,5 mrd omzet naar meer dan euro 1 mrd.
De recente verkopen van distributieactiviteiten in Amerika en diepvriesproducenten in Europa moeten de financiële ruimte scheppen voor overnames. De omzet liep daardoor in de loop van vorig jaar terug van euro 1,6 mrd naar euro 700 mln. Dat is inclusief de diepvriesdivisie en het Amerikaanse Tree of Life, waarvan de verkoop gisteren werd goedgekeurd door aandeelhouders. Te koop staat alleen nog het Amerikaanse Panos. Het Amerikaanse sappenbedrijf ABC zal naar verwachting in 2011 worden afgestoten.
Op het verlanglijstje van Wessanen staan kleinere, veelal familiebedrijven ter grootte van euro 10 mln tot euro 50 mln. Voor de grote voedingsconcerns zijn die te klein, zei Koffrie. 'Die zoeken bedrijven met een omzet van euro 250 mln of meer. De concurrentie is klein en lokaal.' Die bedrijven moeten bovendien financieel gezond zijn: het bedrijf wil alleen investeren in overnames die direct bijdragen aan de winst per aandeel.
De verscherpte focus op biologische voeding biedt een aanzienlijk groeipotentieel, zei vicepresident Fred Alkemade. Al bijna zeven van de tien Europese consumenten kopen biologische producten. Ze doen dat alleen niet zo vaak: gemiddeld geven ze er euro 50 per jaar aan uit. Wessanen wil zich richten op de doorsneekoper, die nog niet altijd snapt wat biologisch is ,of die terugschrikt voor de prijs. Worden die drempels genomen, dan is de consument volgens Wessanen bereid 20% meer te betalen. Overigens daalde in 2009 de groei in biovoeding van zo'n 10% naar 0 tot 5%.
In 2010 zal Wessanen vooral moeten investeren, zei financieel topman Frans Eelkman Rooda. Dat moet in 2011 leiden tot winstgevende groei. Pas dan, als ook het geld van ABC vrijkomt, zal er genoeg geld zijn voor overnames, denkt analist Marco Gulpers van ING Securities. Hij wijst erop dat de opbrengst van Tree of Life lager dreigt uit te vallen dan eerder was gedacht.
De draai naar biologische voeding is de zoveelste strategiewijziging in de afgelopen jaren. Onder leiding van Mac Zondervan verwachtte Wessanen een grote groei van wellness-producten. Toen hij na ettelijke winstwaarschuwingen opstapte, richtte zijn opvolger Ad Veenhof zich op merkproducten in gezonde en luxevoeding. Nadat deze oud-Philipsman met ruzie vertrok, nam Frans Koffrie het stokje tijdelijk over. Zijn herziening van de focus op de Europese markt met natuurlijke en biovoeding wordt nu weer aangescherpt naar de biologische markt.
Het ontbrak aan focus, zei Koffrie gisteren. Hij erkende dat eerdere koerswendingen niet de verwachte groei gebracht hebben, maar denkt dat het dit keer wel zal lukken. Als redenen noemde hij de centralisatie van grondstoffeninkoop, de opbouw van landenorganisaties en de verbetering van marketing. Dat was lange tijd de achilleshiel, blijkt uit zijn woorden. 'In onze innovaties liepen we misschien wel eens wat te hard, maar verkopen en marketing bleef een probleem.'
Zo is de afgelopen jaren te weinig geïnvesteerd in het snackmerk Beckers. In 2010 zal dat merk nieuw leven worden ingeblazen. Het is de vraag of de kroketten en frikandellen nog wel passen bij een specialist in biologische voeding. De verwachting van de markt is dat de diepvriesartikelen, zodra ze voldoende zijn opgeknapt, ook verkocht zullen worden.
Bron: Het Financieele Dagblad, 14/01/2010

VERKOOPPUNT
Voor een betere wereld
Het milieu en fair trade blijven aandachtspunten in de supermarkten. Colruyt verwacht dat de verkoop van geconcentreerde en supergeconcentreerde wasmiddelen zich in stijgende lijn zal doorzetten. Minder verpakking, beter voor het milieu. "Ook in de papeterieafdeling wordt gekozen voor meer ecologische producten zoals producten op basis van FSC-papier en bamboe."
Bij Carrefour wordt binnen het kledingassortiment Tex een lijn herenondergoed in bio-katoen gelanceerd.
Er komt een uitgebreid gamma houten speelgoed, van blokken over legpuzzels tot treintjes. En met Pasen zullen er fairtrade-chocoladefiguurtjes en -eieren van het bekende merk Tonkeys beschikbaar zijn.
Bron: Het Laatste Nieuws, 2/01/2010

Voedselteams doen het ook in crisistijden goed
11/01/2010 - Voedselteams zitten in de lift. Kwalitatief hoogstaande (bio)voeding tegen een betaalbare prijs spreekt heel wat consumenten aan, zelfs in economisch moeilijke tijden. "We lijden hoegenaamd niet onder de crisis", zegt Anita Mariën van Voedselteam Stekene. "We moesten nieuwe leden zelfs even laten wachten tot we de capaciteit van ons depot konden verhogen".
De start van Voedselteam Stekene gaat terug tot 2002. "We zijn toen met 8 tot 10 gezinnen gestart. Momenteel zijn dat al 26 gezinnen, die algauw 100 consumenten vertegenwoordigen", vertelt voorzitter Anita Mariën. "De producenten zijn onder meer bedrijven uit Lokeren, Tielrode, Watervliet en Moerbeke".
"Wij werken ook samen met wereldwinkel De Olijf in Stekene. Zij steunen boeren uit de ontwikkelingslanden die een eerlijke prijs willen voor hun producten. Voedselteam Stekene wil hetzelfde voor lokale, Wase boeren", aldus Mariën. Elke vrijdagavond worden in het vernieuwde depot de bestelde goederen geleverd. Daar bewaart depotverantwoordelijke Eric Vandaele ze in de vrieskist of op schappen in afwachting van de ophaling door de besteller.
Gezamenlijk voedsel aankopen bij een producent blijkt een succesvolle zaak. Het voedselteam moest een aantal kandidaat-leden tijdelijk weigeren omdat het depot de toeloop niet aankon. Nu het uitgebeid en vernieuwd is, kan het aantal leden weer toenemen.
Voedselteams proberen zoveel mogelijk groenten, fruit, vlees en allerlei aanverwante zaken rechtstreeks bij de producent aan te schaffen. Een eerlijke prijs voor een biologisch verantwoord product maakt deelname aan het Voedselteam interessant, zowel op vlak van gezondheid als financiën."We ervaren dat bio niet onder de economische crisis lijdt. Het maakt Voedselteam Stekene integendeel zelfs aantrekkelijker, omdat mensen bewuster met voeding en prijzen omgaan", aldus nog voorzitter Mariën.
Bron Het Nieuwsblad, 9/01/2010

Buurtwinkels leven op door slechte weer
12/01/2010 - Buurtwinkels in Vlaanderen en Brussel leven opnieuw op. De omzet van de kleine supermarkten ligt zo’n 10% hoger dan vorig jaar, en daar heeft het slechte weer van de voorbije maand veel mee te maken.
Dat het slechte weer heel wat negatieve gevolgen heeft op heel wat economische sectoren is bekend. Maar toch zijn er ook handelszaken die het goed doen als het slecht weer is. "En daarbij horen zeker ook superettes en kleine supermarkten", zegt Luc Ardies van Unizo en buurtsuper.be, de organisatie die zowat 2.000 algemene voedingszaken, superettes en kleine zelfstandige supermarkten verenigt.
"De kleinere superettes en supermarkten hebben een heel goede bereikbaarheid. Het is logisch dat mensen bij slecht weer al eens sneller binnenstappen in een supermarkt dicht bij huis. Dat horen we ook van onze leden. Zij vertellen ons dat ze in de maand december heel wat klanten over de vloer kregen die ze normaal anders niet zien", zegt Ardies.
"Voor ons is de sneeuw een beetje een zegen. Ook voor de nog kleinere kruideniers. Ook zij kregen ongetwijfeld klanten over de vloer die ze anders nooit zien. De sneeuw en de koude waren voor ons dan ook een ideaal moment om aan klantenbinding te doen", besluit Andries.
Bron: Belga/De Zondag, 11/01/2010

D - New Rewe Concept: Temma
After a year of planning, the great day arrived: on 25.11.2009, via its subsidiary Bio-Konzept, Rewe opened an organic supermarket (800 m²) in the south of Cologne. It is intended to appeal to new customers who have hitherto not bought organics, and to impress with its high level of service. Presentation is, of course, attractive but it’s not meant to look expensive. 1,100 people came through the doors on the first day. Now Rewe is going to sit back and evaluate the store for a year and do some fine-tuning before planning more locations.
The potential for Rewe’s new concept is unlikely to be 2,000 stores countrywide, but 200-300 are certainly within the bounds of possibility. However, the managing directors of Bio-Konzept, Christiane Speck and Heinz-Jürgen Maziejewski won’t commit themselves to a number. “The customers recall the values we used to have in the past, and many of them no longer want cheap, cheap,” says Speck. Goods are displayed on simple metal shelves to create more impact. The ceiling is plain and the floor is cement-grey concrete.
“The idea is to create a market atmosphere with well filled shelves of fruit and vegetables in the middle of the store,” explains the 33-year-old Speck. Attractively arranged piles of tomatoes, stacked hokkaido pumpkins or fresh herbs encourage customers to buy. Mainly perishable vegetables like cauliflower and lettuce are kept in the chilled section, where a fine mist passes over them to keep them fresh. Various facilities, that have been placed round the central fruit and vegetable area and the dry goods shelves, invite customers to linger. The idea is to develop the store into a meeting point for people from the affluent residential areas Bayenthal and Marienburg. To let people know about the new store, students were hired to distribute 3,000 Temma bags with a pack of clementines, spices and tea, an info sheet “Hallo, we’re new here!” and a drink (Bionade or bios).
The walls in both the natural cosmetics and bakery departments are partly tiled with expensive natural stone. Next to cosmetics and body care is the tea department with a wide product range and measuring about 30 m². The wall at the back of the cheese counter and the bakery department is covered in brick-format white tiles. On the right side of the store are the bakery with two ovens, a dozen solid oak tables to seat 60 people and the cheese department, all covering an area of 170 m². Oak parquet flooring that matches the tables defines this area from the rest of the store. Soft background music puts the customers in a good mood.
The service areas are an outstanding feature in this new Temma organic supermarket: fresh rolls and bread baked in-store, 80 sorts of loose tea and the bistro, that at Temma is called “Deli” as in American stores. “If a customer wants to order something, we are, of course, happy to oblige and we meet special requests too,” says Mrs Speck.
Collaboration with the company My Muesli enables customers to put together their favourite combination from 80 different ingredients on the computer and to order by paying in advance with a 10 euro prepaid card or credit card. The Muesli is sent to Temma within five days and is ready for collection. The customer saves the cost of delivery. He is informed by email when his order has arrived. The customer can instruct his PC to store his personal muesli creation so that it can be retrieved at any time. Temma is also planning a delivery service from next February to supply midday meals to people working at the new harbour in Rheinau.
Incidentally, the name of the new store is an abbreviation of Tante Emma and is intended to remind us of the personal atmosphere and the service orientation of the little corner shops in earlier times. The slogan was: “Tante Emma meets urban lifestyle”.
The developer of the concept, Christiane Speck (she joined the company in June 2009 as the successor to Elke Rieckh) and Elke Wiegmann would like to see the new Temma store become a meeting place like corner shops used to be. Consequently, the opening times are especially long: from 7.00 in the morning to 22.00 at night. The bakery is open from 8.00 to 13.00 on Sundays. The store employs 25 people. The target is at least 1,000 customers a day and a spend per person of well over 15 euros.
So, with breakfast available from as early as 7 o’clock in the morning, you can choose from croissants and muesli and a wide variety of freshly baked products and hot drinks. There is special toast for children, and rounding off the menu is fresh fruit salad. For lunch there are soups of the day (2.90/3.50 €), quiche (2.90 €), side-dish salads (1.50 €) and puff pastry with cheese and a salad combination (3.90 €) (called “Traiteur”). Various snacks are to be had costing between 9.50 and 11.50 euros, Finnish toast with turkey breast and a selection of sandwiches (at Temma they call them “Klappbrot”). For dessert there’s a choice of baked apple (2.50 €), royal cupcake (3 €) and various quark crèmes (2.50 €).
Whilst they want to implement the Temma concept in stores with 500-800 m², the current Vierlinden organic supermarkets, that have been created since 2005, have between 400 and 600 m² of retail space (see our earlier report). They have suspended ceilings, and in some areas, such as fruit and vegetables, canopies hang from the ceiling. Orange-tone lighting, in for example Eching near Munich, is intended to create a feel-good ambience. There are currently four of these stores in Nordrhein-Westfalen, and two in Munich. For the time being, no more stores are to be opened. So far nothing has come of the original plan to create a nationwide chain within a few years. Parking is a further advantage of the new Temma store.120 ground-level parking spaces are available to customers of Temma and the adjacent Rewe store (over 2,000 m²).
Compared with Vierlinden stores, the product range at Temma has been reduced by 3,000 items, although it still stocks 5,000 articles. Rewe’s organic own brand products have been on sale at Vierlinden stores for the last six months, and they are now stocked by Temma. They would now like to go further and develop a full Temma own brand range. Currently the approximately 20 Temma own brand articles are the classics like tomato sauce, olive oil, noodles and wine, but the intention is to gradually expand the number of products. The main suppliers are Landlinie, Biogarten and Pural.
Comment: No, the new concept from the House of Rewe is not revolutionary, but it is a good try. We find the combination of organic supermarket and bistro or café elsewhere at, for example, Naturata, that is about 3 km to the north of the new Temma store. A well stocked tea department with service is not unique either (Biogate/Trier, Kaliss/Ludwigsburg). Nor are the white wall tiles in klinker brick style (The Natural Kitchen/London).
It is unlikely that Temma will tap into a new source of customers who have never bought organics and will now be converted. It may be that new customers will go there with no preconceptions, but then they’ll see unfamiliar brands and the higher prices, and a turning point will be reached if people are not willing to commit to organic consumption. Time will tell whether, with a lot of services and a high number of staff, they can convince people to stay with the new store and the Rewe organic supermarket concept. For the organic industry the concept is nothing new, but probably it is new for a big concern like Rewe, where for decades they’ve been trying to save on staff and to operate with as low costs as possible with the aim of more than just defying the discounters.
Bron: Organic-Market.info, 18/12/2009

Colofon
De BioForum Bioknipsels worden uitgegeven door Bioforum Vlaanderen, de koepelorganisatie voor de biologische landbouw en voeding.
Deze knipselkrant verschijnt om de twee weken met actuele informatie over de nationale en internationale biosector. De berichten worden zonder tekstwijziging (hooguit ingekort) geknipt en geplakt, met vermelding van hun bron.
De artikels vermelden geenszins het standpunt van BioForum
Vlaanderen, tenzij dit er duidelijk bij staat. Samenstelling: Geertje Meire & Peggy Verheyden. Nieuwtjes en evenementen kunnen steeds voor opname doorgestuurd worden aan geertje.meire@bioforum.be of peggy.verheyden@bioforum.be. Momenteel wordt de knipselkrant verzonden naar ruim 2200 relaties binnen de sector, de overheid en sympathisanten van de bioweek.
In- / uitschrijven
kan via een eenvoudig mailtje aan info@bioforum.be.
Archief
Oude nummers kun je hier nalezen, onder 'archief'.
|
|
|
 |
|
 |