 



 |
BioForum Bioknipsels 47 - 4 februari 2010
Alle bioproducten BTW-vrij? De Nederlander Leo Dijkgraaf vindt het de logica zelf ... en al minstens 143 000 mensen met hem! Zij tekenden allemaal de nog immer groeiende petitielijst van deze burgeractie.
BioForum bewondert dit initiatief. Mocht iemand zich geroepen voelen om hieraan navolging te geven in Vlaanderen, bieden wij hem/haar graag onze kennis en ondersteuning. Misschien vinden we dit weekend wel iemand op de Ecopop-beurs!
BTWvrije groeten,
Geertje Meire
BioForum Vlaanderen
Het doel van de Bioknipsels is weer te geven in welke mate en met betrekking tot welke thema's bio in de algemene en gespecialiseerde pers aan bod komt. De Bioknipsels vertolken dus niet het standpunt van BioForum Vlaanderen.
CONSUMENT - Algemeen
PRODUCENT
VERWERKER
VERKOOPPUNT
en de Biokalender ...

CONSUMENT
Imago biologisch verbeterd
De tijd dat alleen idealistische wereldverbeteraars interesse toonden in biologische producten behoort definitief tot het verleden. Een groeiende groep consumenten ontdekt het biosegment. Ze zijn niet zozeer gedreven door ideologische motieven, maar door smaak, gezondheid en ook prijs.
Het imago van biologisch verbetert, daarom is een andere marktbenadering nodig, zo blijkt uit onderzoek van Blauw Research in opdracht van het Nederlandse ministerie van LNV.
Volgens Blauw verschuift de doelgroep van de zogenoemde geitenwollensokken-types naar een breder deel van de Nederlandse bevolking, de light-users. Die kopen zo’n één tot twaalf keer per maand biologische voedingsmiddelen. Ze doen dit voornamelijk in de supermarkt. Ongeveer 60 tot 70% van de bevolking behoort tot groeiende groep light-users.
Voor de light-users speelt uiterlijk, kwaliteit, gemak, houdbaarheid en prijs een belangrijke rol bij de nieuwe doelgroep. Verbreed daarom het begrip biologisch, raadt Blauw aan. Doe dit met emotionele aspecten als smaak en genieten of functionele onderdelen zoals gezondheid (geen pesticiden, hogere voedingswaarde), aldus het onderzoeksbureau. Dierenwelzijn valt als sociaal aspect goed aan vlees en eieren te koppelen.
Het onderzoeksbureau stelt in zijn conclusies dat biologisch de positionering van het A-merk ondersteunt. Ook passen de producten in de tijdsgeest en zijn ze een trend. Dit komt mede door de steeds bredere beschikbaarheid. Consumenten accepteren een hogere prijs als fabrikanten maar uitleggen waarom ze meer geld vragen.
Mensen die af en toe biologisch kopen, gaan hier niet speciaal naar op zoek. Ze moeten er ‘tegenaan lopen’, geeft Blauw aan. Zet bioproducten dus gewoon bij reguliere voedingsmiddelen in het schap. Doe ze regelmatig in de aanbieding, zodat klanten ze kunnen proberen. Verder kan een mooi verpakkingsdesign helpen om consumenten over de streep te trekken.
Blauw Research deed kwantitatief onderzoek onder 800 tot 900 consumenten. Het doel van de studie is inzicht krijgen hoe light-users meer biologische producten zullen gaan kopen.
Bron: VMT, 29/01/2010

Onderzoekers en A-merken: De consumentenmarkt is rijp voor biologisch
Biologisch is voor marktleiders in voeding een logische ontwikkeling die past in de huidige consumententrends zoals gezondheid en duurzaamheid. Afbreukrisico is er niet en het versterkt je merk of winkelmerk. Biologisch groeit, en vooral wanneer goed naar light users geluisterd wordt: niet alleen tamboereren op biologisch, maar ook op smaak, presentatie en verpakking, gemak en gezond letten om de meerprijs waar te maken.
Dat is de breed gedragen conclusie van een seminar waarin CBL, FNLI, VBP, Veneca en de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw de uitkomsten van een onderzoek naar de light user van biologische producten bekend maakten. In het onderzoek heeft Blauw Research de belangrijkste consumenten- en marktstudies van de afgelopen jaren gebundeld en gecompleteerd met nieuw kwalitatief en kwantitatief onderzoek in panels bij consumenten thuis, in de supermarkt en online. Albert Heijn, Unox, Delhaize en LaPlace, vier voorlopers in de markt, lieten op het seminar zien hoe zij succesvol de consument weten te verleiden met hun groeiend assortiment biologische voeding. Theorie en praktijk bleken opvallend goed in elkaars verlengde te liggen.
De markt voor biologische voeding heeft een enorm omzetpotentieel als de 60 a 70% af-en-toe-kopers, meer gaan kopen. Blauw constateert in deze doelgroep een volledige acceptatie voor biologische producten. "Een biologische lijn ondersteunt de A-merk positionering".
Maar ook werd duidelijk dat deze light user anders aangesproken moet worden dan de hardcore bio-koper. Biologisch associëren consumenten met gezond en een verantwoord, goed gecontroleerd product, maar is op zichzelf onvoldoende reden tot aankoop. Waar een hardcore koper wel door een niet-ronde appel of een amateuristische verpakking heen kijkt, wil de light user geen concessies doen aan zaken als smaak, kwaliteit, uiterlijk, gemak of prijs. Sociale elementen als dierenwelzijn kunnen voor de light user ook een vorm van verbreding van de relevantie zijn.
Voor Albert Heijn, Delhaize, Unox (Unilever) en La Place is duurzaamheid een wezenlijk onderdeel van de strategie van het bedrijf of het merk. In alle gevallen is een biologische lijn dan een logische stap. Delhaize noemde het een 'strategic fit'. In 2009 groeide de omzet in biologisch er met 18%. Bij AH is biologisch dominant vertegenwoordigd in het nieuwe huismerk Puur & Eerlijk waarin ook o.a. Fair Trade en MSC zijn opgenomen. Bij Unox is er keus toegevoegd aan het soepenaanbod. La Place kiest bij voorkeur voor biologisch op zoek naar smaak en in haar beleid om alle kunstmatige additieven buiten de deur te krijgen. Alle sprekers benadrukten het belang van goed geschoolde en gemotiveerde medewerkers en hebben daar speciale programma's voor ontwikkeld.
De onderzoekers hadden nog een advies voor marketeers die zouden kunnen denken dat de klant nu vanzelf komt. De light user gaat niet uit zichzelf op zoek naar bio. Hij moet er tegen aan lopen en heeft een duwtje nodig. Schapzichtbaarheid, verspreiden dor de winkel, prijsaanbiedingen om probeeraankopen te bevorderen en veel aandacht voor het verpakkingsontwerp zijn daarbij belangrijke aandachtspunten.
Bron: Task Force marktontwikkeling biologische landbouw, 1/02/2010

Eco verovert de tuin
Hobbytuiniers schakelen massaal over op ecoproducten. Want biopotgrond, organische meststoffen en natuurlijke bestrijdingsmiddelen zijn goed voor het milieu, amper duurder en nét zo doeltreffend.
Bioproducten hadden lang de naam minder efficiënt en duurder te zijn. Dat gold voor nogal wat plantenbeschermingsmiddelen. Wie het onkruid van zijn paden wou weren, moest vaker behandelen en meer product gebruiken. Maar die tijd ligt definitief achter ons.
En als er vandaag al een meerprijs bestaat dan is die miniem; sommige producten zijn zelfs goedkoper. Het bio-assortiment groeit razendsnel - voor bijna elk regulier product vind je nu al een ecologisch alternatief. Want de chemische bedrijven zien zich verplicht op zoek te gaan naar milieuvriendelijke oplossingen; de lijst van toegelaten scheikundige bestanddelen wordt almaar korter. Ze blijken te vervuilend voor de bodem of schadelijk voor de gezondheid.
De bioproducten voor de tuin bestaan voor 100% uit natuurlijke grondstoffen. Wie zijn eigen groenten kweekt, grijpt dan ook automatisch naar biologische meststoffen, zonder scheikundige stikstof. Ze kosten doorgaans zo'n 10% meer, maar je oogst er wel je eigen biogroenten mee.
. Als basismeststof is er Moestuin-Extra (ECOstyle), met extra bacteriën en schimmels, Universele Tuinmest (Naturen), Bio-universele Tuinmest van BSI, de biomeststoffen van Osmo en de Organische Meststof voor Groenten (DCM). De meststof op basis van Guano del Peru (Naturen) is extra krachtig. Voor aardappelen, tomaten, klein fruit, kruiden, aardbeien of druiven bestaan er specifieke meststoffen.
. Wie een stads- of balkontuin heeft, is gebaat bij miniverpakkingen.
. Wie ook zijn siertuin graag biologisch houdt, vindt een ruim gamma gazonmeststoffen zoals Myco-Gazon (ECOstyle), Osmo Gazon Bio, Greenstar en Greentime (BSI). Daarin zitten extra bacteriën die je gazon gezond houden en onkruid remmen.
Hoewel potgrond puur natuur klinkt, zit er in de klassieke versies bijna altijd chemische meststof. Alleen biopotgronden zijn 100% natuurlijk en hebben een hoog gehalte micro-organismen die de weerbaarheid van de planten verhogen. Een reden om voortaan enkel nog biopotgrond te kopen.
Ze bevatten geen of amper turf of veen, waarvan de exploitatie als onecologisch wordt beschouwd.
Compost en kokosvezel vormen de voornaamste alternatieve ingrediënten, zoals in Cocopeat Universeel en Terras & Balkon van ECOstyle. Andere biopotgronden zijn Universele potgrond van Naturen en de Bio-potgrond van Osmo en Compo. Biologische bodemverbeteraars zijn ActiSol van ECOstyle en de Bodemverbeteraar voor tuin & groenten van Naturen. Je betaalt er zo'n 5 à 10% meer voor.
Een pak plagen en kwalen kan je biologisch bestrijden. De producten zijn bijna altijd goedkoper dan de klassieke varianten (soms tot 20%) en even goed.
. Waarom nog reguliere slakkenkorrels gebruiken als die leiden tot dode vogels, egels, kikkers en zieke huisdieren? Nu is er Escar-Go (ECOstyle), Limex (Naturen) of Bio Safe Stop (Bayer).
. Bladluizen kan je net zo efficiënt bestrijden met een natuurlijk product als pyrethrum of koolzaadolie: Pyrethro-Pur (ECOstyle), Jet-Tox (Compo), Bio-Pyretrex (Bayer) en de Plantaardige Insecticide en Luis-weg (Naturen).
. Ook tegen witziekte bestaan er biologische en heel efficiënte producten, onder meer op basis van zwavel.
Meer info over ecoproducten voor de tuin vind je bij VELT, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren: www.velt.be en 03/281 74 75
Bron: Het Laatste Nieuws, 30/01/2010

NL - Actie BioBtwVrij – nu al 143.000 ondertekenaars - krijgt onderdak bij Biologica
De actie BioBtwVrij, een burgerinitiatief, is een overweldigend succes. Ruim 143.000 mensen hebben de petitie inmiddels ondertekend en het aantal stijgt elke dag. Kennelijk vinden al deze mensen het onderwerp de moeite van het ondertekenen waard.
Biologica denkt dat het de meeste ondertekenaars niet alleen gaat om een betere prijsvorming voor biologische producten. Burgers willen ook begrijpen wat de overheid doet met het BTW-geld dat binnenkomt (zo’n 35 miljoen euro per jaar). Immers, de burger die bio koopt en een groene leefstijl heeft, ‘stemt’ met de vork.
De initiatiefnemer van BioBtwVrij, Leo Dijkgraaf, vindt de tijd nu rijp om de actie onder te brengen bij Biologica: “Het onverwacht grote succes heeft diepe indruk op me gemaakt. Zoveel burgers die bij bio betrokken zijn, daar moeten we mee aan de slag. Misschien wel Europees!”.
Peter Jens, directeur van Biologica, geeft gehoor aan dit idee: “Biologica heeft de ervaring, de structuur en de geloofwaardigheid om zorgvuldig met deze burgerwensen om te gaan en de daadwerkelijke indiening bij de Tweede Kamer eind maart te verzorgen.” De stap naar Europa lijkt hem kansrijk: “De ondertekenaars komen uit allerlei landen, het moet mogelijk zijn om het aantal ondertekenaars te verveelvoudigen.”
Bron: Biologica, Bio-update, februari 2010
Noot van BioForum: BioForum bewondert dit initiatief. Het mooie is dat de site gestart is door een burger. Precies die onafhankelijkheid maakt een grote respons van andere burgers mogelijk. Mocht iemand zich geroepen voelen om dit initiatief navolging te geven in Vlaanderen, bieden wij hem/haar graag onze kennis en ondersteuning.

Beter Leven-kenmerk maakt biologische product voor sommigen aantrekkelijker
Het biologische product wordt dankzij het Beter Leven-kenmerk vooral aantrekkelijker in de ogen van light users voor wie dierenwelzijn het belangrijkste motief is om te kiezen voor biologisch. Volgens deze light users is het namelijk niet duidelijk genoeg waar biologisch precies voor staat in relatie tot het aspect van dierenwelzijn, terwijl dit voor hen wel een zeer belangrijk motief is om voor biologisch te kiezen. Dat blijkt uit een onderzoek van het LEI, onderdeel van Wageningen.
Begin 2007 is de Dierenbescherming een nieuw initiatief gestart om de consument te informeren over diervriendelijk consumeren: het Beter Leven-kenmerk. Het kenmerk informeert de consument over de mate van diervriendelijkheid van een dierlijk product via een sterrensysteem waarbij een oplopend aantal sterren (van een tot drie) een toename van diervriendelijkheid symboliseert.
Beter Leven op alle dierlijke producten
De meeste light users vinden dat het Beter Leven-kenmerk vooral toegevoegde waarde heeft bij de productgroepen vlees en eieren. Veel respondenten zien echter het liefst dat het kenmerk voortaan op alle dierlijke producten staat, of deze nou wel of, zoals bij dierlijke producten afkomstig uit de gangbare veehouderij, geen kenmerk verdienen, zodat alle dierlijke producten qua niveau van dierenwelzijn voortaan met elkaar te vergelijken zijn. Deze respondenten zouden graag zien dat het Beter Leven-kenmerk op deze wijze voor overzicht zorgt.
Aanbeveling
De onderzoekers bevelen aan om het Beter Leven-kenmerk te benutten in het kader van communicatie over het dierenwelzijn bij biologisch en meer uitleg te geven over de basis van het verschil tussen 1, 2 en 3 sterren.
Zie voor meer informatie het rapport Het Beter Leven-kenmerk; De beleving van biologische consumenten op de site van het LEI.
bron: LEI - Wageningen UR, 02/02/10

PRODUCENT
SALV-SAR Minaraad advies over de co-existentie van ggo-gewassen met conventionele en biologische teelten unaniem goedgekeurd
Voor de uitvoering van het co-existentiedecreet voor genetische gemodificeerde gewassen met conventionele en biologische gewassen werkt de Vlaamse Regering momenteel aan twee uitvoeringsbesluiten. Het ene besluit moet vooral de werkbaarheid van de algemene co-existentieregeling garanderen, terwijl het tweede besluit de teeltspecifieke voorwaarden vastlegt voor de co-existentie van maïsgewassen. De teelt van maïsgewassen is namelijk de enige teelt van genetisch gewijzigde gewassen die voorlopig in Europa toegelaten wordt.
Bioforum Vlaanderen maakt zich al langer zorgen over de mogelijke komst van ggo-teelten in Vlaanderen. Zo is er de vrees voor de besmetting van biologische teelten met ggo’s, die haaks staan op de basisprincipes van biologische landbouw. Bioforum is dan ook steeds voorstander geweest van een voldoende vergaand co-existentiebeleid, waarbij de keuze voor bio strikt gevrijwaard blijft. Met het bestaande decreet en de ontwerp besluiten die vandaag voorliggen, is er echter nog steeds geen enkele garantie dat co-existentie mogelijk is. Met het versnipperde landbouwareaal in Vlaanderen valt overigens zeer sterk te betwijfelen of dit überhaupt wel kan, en of het niet beter zou zijn om heel Vlaanderen als GGO-vrije zone aan te duiden. Jammer genoeg is die mogelijkheid nieteens overwogen in de voorliggende besluiten.
Ook de adviesraden, SALV en SAR Minaraad stellen dat een 100% garantie op het vermijden van vermenging waarschijnlijk niet haalbaar is, en vragen continue aandacht, opvolging en evaluatie van de voorliggende regelgeving. Een belangrijke doelstelling van de ontwerpregeling is bijgevolg het regelen van economische schade indien vermenging toch voorvalt. De adviesraden uiten hun bezorgdheid over het feit dat enkel economische schade wordt vergoed en dat ook andere regelgeving onvoldoende garanties biedt om andere schade, waaronder milieuschade aan te pakken.
De ontwerp besluiten bevatten ook in de praktische uitvoering nog diverse hiaten. Zo is er wel een Fonds waar schadelijders beroep op kunnen doen bij besmetting met ggo’s, maar kunnen die schadelijders daar enkel bij aankloppen indien de ggo-producent niet op eigen risico teelt en dus z’n bijdrage heeft betaald. Een aanvraag tot schadevergoeding wordt eveneens geweigerd indien de ggo-teler niet alle teeltvoorwaarden gerespecteerd heeft. In dergelijke gevallen dienen de getroffen landbouwers zich te beroepen op de gangbare aansprakelijkheidsregels, een proces van lange adem.
Over de wijze waarop het bedrag van de schade wordt berekend, bestaat overigens ook nog veel onduidelijkheid. En indien de middelen van het Fonds ontoereikend zijn om alle schadevergoedingen uit de betalen, dienen de schadelijders ook te wachten tot er weer nieuwe middelen zijn. In de begeleidende nota van de Minister is dan wel sprake van een mogelijke dotatie voor dergelijke gevallen, maar daarover wordt verder in de besluiten met geen woorden gerept.
De co-existentieregels voorzien in een elektronisch register waarin informatie wordt opgenomen over de ggo-teelten. Door zich in te schrijven in het register krijgt de ggo-teler de zekerheid dat hij het gewas mag zaaien of planten met bescherming door het Fonds. De adviesraden stellen zich terecht de vraag in welk register de landbouwer die op eigen risico teelt, zal worden ingeschreven. Ook deze informatie is tenslotte essentieel om voldoende overzicht te krijgen en om de regelgeving te kunnen evalueren.
De informatie uit het register is slechts beperkt openbaar. Bioforum heeft er steeds voor gepleit om controleorganisaties voor biologische landbouw toegang te verlenen tot de gegevens. Dit is nu wel voorzien in de ontwerp besluiten, maar deze toegang hangt als het zwaard van Damocles boven de hoofden van de controle-organisaties, aangezien ze bij misbruiken hun erkenning als controleorganisatie kunnen kwijt geraken. Ook de adviesraden zijn van oordeel dat dit toch een al te strenge sanctie is.
Uit het besluit voor de co-existentie van maïsgewassen valt af te leiden dat percelen die verder dan 100 meter – de zgn. meldingsafstand - van de ggo-maïs verwijderd zijn geen vergoeding krijgen uit het Fonds indien zij schade lijden. De Raden vragen dan ook dat dergelijke schadegevallen – die dan ook moeten worden afgehandeld volgens de gangbare aansprakelijkheidsprocedures – zouden worden geregistreerd en deel zouden uitmaken van evaluatie.
De isolatie-afstand voor maïs zal 50 meter bedragen: dit betekent dat geen ggo-maïs mag worden geteeld binnen de vijftig meter van conventionele of bio-maïs. Isolatie- en meldingsafstand zijn echter gerelateerd aan een tolerantiedrempel van 0,9% besmetting. 0,9% besmetting is voor bio alvast onaanvaardbaar. De Raden merken daarnaast nog op dat bij het bepalen van de afstanden ook werd uitgegaan van een regelgeving over tolerantiedrempels in zaaizaden. Een regelgeving die naar alle waarschijnnlijkheid binnenkort zal worden gewijzigd.
De ontwerp besluiten kunnen worden ingekeken via de website van de Minaraad.
Het advies over de ontwerp besluiten werd unamiem goedgekeurd door de Minaraad op 28 januari, en door de SALV op 29 januari (en kan op dezelfde webpagina gedownload worden). Landbouw- en milieu-organisaties en vakbonden hebben hiermee een gezamenlijk en duidelijk signaal gegeven aan de Minister. Hopelijk volgt nu onverwijld een omzetting van hun bekommernissen in de definitieve regelgeving.
Voor meer info: esmeralda.borgo@bioforum.be
Bron: BioForum, 3/02/2010

Greenpeace vindt illegaal ggo-lijnzaad in België
Greenpeace heeft 18 producten die lijnzaad bevatten, laten analyseren door een gespecialiseerd lab. Uit de analyses blijkt dat een pak broodmix van het merk Soubry, eind december gekocht bij Delhaize, illegaal ggo-lijnzaad bevatte. Delhaize laat weten dat het product al een tijdje geleden uit de rekken gehaald werd.
Lijnzaad wordt onder meer gebruikt in broden, bakmengsels, koekjes en muesli. Omwille van de hoge concentratie aan onverzadigde vetten, omega-3 en proteïnen, wordt het vaak geassocieerd met welzijn en kwaliteitsvoeding. De teelt en invoer van ggo-lijnzaad zijn verboden in Europa.
"De aanwezigheid van illegaal ggo-lijnzaad in broodmix toont aan dat consumenten nog steeds worden behandeld als proefkonijnen", stelt Jonas Hulsens, verantwoordelijke voor de campagne duurzame landbouw bij Greenpeace: "Eens losgelaten in het milieu en in de voedselketen, is de verspreiding van ggo's oncontroleerbaar. Dit besmettingsgeval toont eens te meer aan dat een verbod op ggo-teelten de enige manier is om ggo-vrije voeding te vrijwaren".
Delhaize verduidelijkt dat het desbetreffende product van Soubry afkomstig is en dat het ook in andere winkelketens verkocht werd. Delhaize zelf heeft het hele lot geblokkeerd in de centrale en uit de rekken gehaald in de winkels.
"De andere loten werden getraceerd en na analyse negatief bevonden zodat we met zekerheid kunnen verklaren dat er geen andere loten bij betrokken zijn", meldde voedingsproducent Soubry in een reactie dinsdagavond.
De Roeselaarse producent van pasta, bloem en griesmeel deelde ook mee dat het gebruik van lijnzaad in zijn producten is beperkt tot enkele bloemmixen voor het bakken van brood, waar lijnzaad minder dan 4 procent van uitmaakt en waarbij het gebruik ervan steeds vermeld wordt op de verpakking. "Noch pasta, noch andere bloemproducten zijn hierin betrokken". Het bedrijf benadrukt ook dat er volgens het FAVV geen gevaar voor de volksgezondheid was.
Bron: Vilt, 03/02/2010

Biolandbouw onmisbaar in strijd voor meer biodiversiteit
Zopas werd in Madrid het Internationale Jaar van de Biodiversiteit gelanceerd. Victor Gonzalez, voorzitter van de Sociedad Española de Agricultura Ecológica (SEAE) en Spaans lid van de raad van bestuur van Ifoam, benadrukte de centrale plaats die is weggelegd voor de biolandbouw omdat zij biodiversiteit en commerciële activiteit combineert.
Origineel artikel:
IFOAM EU comments European launch of 2010 International Year of Biodiversity in Madrid
The Spanish Presidency launched the Year of Biodiversity on EU level at its conference "Post-2010 Biodiversity Vision and Target" (1) and discussed future EU strategies in Madrid. As the 2010 target to halt the loss of biodiversity has been clearly missed (2), the IFOAM EU Group urges the EU to take serious action before 2020 and integrate biodiversity protection into all major EU policies.
"Organic farming with its various assets for biodiversity enhancement is an indispensable tool in the necessary policy mix for biodiversity protection", comments Marco Schlüter, Director of the IFOAM EU Group (3), at the conference in Madrid. "Diversity of species and ecosystems is a value in itself, but it is also an essential resource for food security for future generations. The loss of biodiversity also leads to heavy economic and human welfare losses - ecosystem services like soil fertility, nutrient cycles and carbon sequestration are decreasing. The situation is dramatic. The EU must now come to serious commitments."
"Biodiversity is more than a matter of protected areas. Biodiversity also needs attention in the core zones of agricultural production", adds Victor Gonzalez, Director of the Sociedad Española de Agricultura Ecológica (SEAE) and Spanish member of the IFOAM EU board. "Organic farming should be a central element in the future CAP structure, as it combines biodiversity protection with an income opportunity. It contributes to both: diversity of wild species on farm land as well as of breeds and varieties used in farming. Thus it also enriches the diversity of our daily food plate."
"Diversity of soil organisms is crucial to preserve soil functions such as fertility, carbon sequestration, nutrient cycles and eventually food production. A diversity of wild species is necessary for managing pests sustainably, and only a wide range of agricultural varieties and breeds in use guarantees that we have a reserve of adapted varieties to fall back on in case of climate change and other environmental changes. The European Union must reflect this in its legislation", explains Antje Kölling, Policy Coordinator of the IFOAM EU Group.
More information:
IFOAM EU Group, Tel: + 32-2-280 12 23, Fax: +32-2-735 73 81, info@ifoam-eu.org , www.ifoam-eu.org
NOTES:
(1) European Conference ‚ Post-2010 Biodiversity Vision and Target:
http://www.fundacion-biodiversidad.es/europeanconference2010
(2) Commission Communication, Options for an EU vision and target for biodiversity beyond 2010, 19 January 2010: click here
(3) The IFOAM EU Group represents more than 300 member organisations of IFOAM (International Federation of Organic Agriculture Movements) in the EU-27, the EU accession countries and EFTA. Member organisations include: consumer, farmer and processor associations; research, education and advisory organisations; certification bodies and commercial organic companies.
Bron: IFOAM EU group, 27/01/2010

Biolandbouw biedt voedselzekerheid
Biologische landbouw heeft in ontwikkelingslanden tot drie keer hogere opbrengsten en levert in de rijke landen gemiddeld net zo veel op als gangbare landbouw.
Onze voedselvoorziening staat onder druk door de groeiende wereldbevolking en vleesconsumptie, biobrandstoffen, misoogsten door klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit. Biologische landbouw kan veel betekenen om dit probleem aan te pakken, betogen Edith Lammerts van Bueren en Bert van Ruitenbeek.
Tijdens een conferentie van de voedsel- en landbouworganisatie van de VN (FAO) in mei 2007 werd de opmerkelijke, maar in het publieke debat nauwelijks opgemerkte conclusie getrokken dat de wereldvoedselproductie bij volledige omschakeling naar biologisch met 132 procent zou toenemen. Onderzoekers van de universiteit van Michigan (VS) komen tot dezelfde constatering: biologische landbouw heeft in ontwikkelingslanden tot drie keer hogere opbrengsten geleid en levert in de rijke landen gemiddeld net zo veel op als gangbare landbouw. Alleen bij optimale groeiomstandigheden en een hoog gebruik van kunstmest en pesticiden is de gangbare landbouw vooral in Europa en de VS gemiddeld zo'n 25 procent productiever. Dit gaat wel ten koste van biodiversiteiten bodemvruchtbaarheid, met verminderde productiemogelijkheden op lange termijn als gevolg.
Waarom blijven dit soort berichten in Nederland ondergesneeuwd? Omdat Nederland een van de grootste voedselexporteurs ter wereld is en een enorme veestapel herbergt met alle bijbehorende belangen? Maar hoe groot is dat economische belang nu werkelijk als je alle maatschappelijke kosten daarin verdisconteert? De kosten van BSE, MKZ, varkenspest, vogelgriep en Q-koorts zijn torenhoog, zeker nu ook de gevaren voor de volksgezondheid meer en meer een rol spelen.
Bodem
Het Landbouw-Economisch Instituut (LEI) bracht onlangs in een onderzoek naar buiten dat de biologische landbouw in Nederland ‚Äìnu nog maar 2,5 procent van het areaal‚ zo'n 10 miljoen aan harde besparingen oplevert voor het schoon houden van water, bodem en lucht. Natuurlijk zijn biologische bedrijven niet perfect of onkwetsbaar voor allerlei dierziekten. Er zijn nog tal van ontwikkelingsvraagstukken, maar telkens blijkt dat met de systeembenadering die aan de biologische landbouw ten grondslag ligt, veel problemen kunnen worden voorkomen en opgelost.
Wat is het geheim van de biologische landbouw? Het is blijkbaar meer dan het weglaten van kunstmest en chemie. Uit alle onderzoeken blijkt de crux telkens weer de kwaliteit van de bodem: biologische bodems bevatten meer leven en organische stof. Daardoor hebben de bodems een betere structuur. Bij droogte wordt het schaarse water beter benut, bij overstromingen wordt het water beter opgenomen én er is minder erosie. Met name rond de tropen en in berggebieden, waar je van nature extreme weersomstandigheden hebt en kwetsbare bodems, scoort biologische landbouw dan ook veel beter. Met het oog op de klimaatsverandering ligt inzetten op biologische landbouw daarom ook meer voor de hand dan zoeken naar droogteresistentie via gentechnologie.
De goede bodemkwaliteit vloeit voort uit de systeemaanpak van de biologische landbouw. Door een combinatie van maatregelen wordt de natuurlijke weerstand van plant en dier verbeterd, zodat ze stressfactoren van buiten zoals plagen en ziektes– beter kunnen opvangen. Een ander belangrijk element in de biologische landbouw is de hogere soortenrijkdom (biodiversiteit), zoals het rijke bodemleven.
Bij een grote biodiversiteit is er minder kans op plantenziektes en zijn de opbrengst en stabiliteit van een ecosysteem groter. De FAO ziet het verminderen van de biodiversiteit als een van de grootste bedreigingen van de toekomstige voedselzekerheid. De biologische landbouw stimuleert ontwikkeling van zowel de agrobiodiversiteit als de algemene biodiversiteit en biedt dus een effectieve oplossing om de soortenrijkdom niet kwijt te raken.
Aanjager
Biologische landbouw draagt ook bij aan het beperken van de effecten van de klimaatverandering. Biologische landbouw kent een veel lager verbruik van fossiele brandstoffen en de emissie van broeikasgassen per hectare is een derde lager doordat geen kunstmest en pesticiden gebruikt worden, en minder krachtvoer. Biologische bodems bevorderen de opslag van CO2 in de vorm van organische stof.
In de zoektocht naar oplossingen voor dreigende voedseltekorten ligt het accent vooral op verdere schaalvergroting, intensivering en introducties van gengewassen. De biologische landbouw heeft bewezen dat er een alternatief is. Een landbouw waarbij niet alleen de productie van voedsel telt, maar de levering van een groot aantal groene en blauwe diensten gericht op het behoud van de groene ruimte voor de eigen regio, vaak gecombineerd met multifunctionele diensten zoals zorg, recreatie en natuurbeheer.
Landbouw kan daarmee een enorme aanjager zijn van de economie, waarbij werkgelegenheid en geldstromen dichter bij de boeren en de omgeving terechtkomen en minder bij multinationale bedrijven die vooral sturen op afhankelijkheid van de landbouw van (gentech)zaden en chemische bestrijdingsmiddelen. Volgens de Sociaal Economische Raad (SER) zijn dierenwelzijn, milieu en klimaat, natuur en landschap en waterbeheer meerwaarden die de landbouw kan leveren en die daarom marktconform vergoed moeten worden. Er ligt nu een historische kans voor de Nederlandse overheid om dit tot speerpunt te maken bij de hervorming van het Europese landbouwbeleid en zich te profileren als innovatieve landbouwnatie.
De auteurs zijn respectievelijk hoogleraar biologische plantenveredeling aan Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) en voorzitter van Stichting Zaadgoed.
Bron: Reformatorisch Dagblad, 25/01/2010

e-loket helpt biologische telers
Het invullen van de verzamelaanvraag via het e-loket biedt voor de biologische telers een goede reductie van de administratie. Normaal moet er naast het invullen van de verzamelaanvraag ook een aangifte gebeuren van alle percelen in bio bij de controle organisatie. Vorig jaar hebben reeds 25% van de biologische telers hier gebruik van gemaakt. Dit jaar wil men het percentage gevoelig verhogen.
Daarom voorziet ADLO vier infosessies gericht naar de biologische telers die nog geen aangifte gedaan hebben via het e-loket. De vier sessies zijn voorzien op volgende data en plaatsen :
- Maandag 22 februari in Zaal Karteria, Kluisbergstraat 21 te 3290 Diest
- Woensdag 24 februari in het PCLT, Zuidstraat 25 te 8800 Roeselare
- Vrijdag 26 februari in het Technisch Instituut Sint-Isidorus, Weverstraat 23 te 9100 Sint-Niklaas
- Woensdag 10 maart in de Gemeentelijke Tuinbouwschool, Molenbaan 54 te 1785 Merchtem.
Inschrijven voor één van deze sessies gebeurt telefonisch bij Wendy Chanet op nummer : 02/5527539 of via e-mail : Wendy.chanet@lv.vlaanderen.be en dit voor 5 februari 2010.
Tijdens deze infosessies zal iedereen op weg gezet worden hoe hij zijn aangifte kan doen via het e-loket. Wat niet voorzien is, is dat je de aangifte tijdens deze infosessie kan doen. De elektronische versie van de verzamelaanvraag is terug te vinden op de website : www.landbouwvlaanderen.be.
Biotelers die hun verzamelaanvraag in orde gebracht hebben via het e-loket zullen enkel nog hun nieuwe of gewijzigde percelen moeten aangeven aan de controle organisatie.
Om de aangifte via het e-loket te kunnen doen moet je beschikken over een elektronische identiteitskaart en de bijhorende code. Deze moeten in een kaartlezer ingebracht worden. Wie deelneemt aan de infosessies zal een kaartlezer krijgen die hij dan thuis verder kan gebruiken.
Omschakelen naar bio? Doe het voor 21 april!
Biologische Landbouw heeft nog serieus wat potentieel in Vlaanderen. Heb je interesse om met je bedrijf de stap naar bio te zetten? Dan kom je in aanmerking voor omschakelpremies van de Vlaamse Overheid. Om nog in 2010 deze premies te ontvangen, dien je je aan te melden bij de bio controleorganisatie voor 21 april (bij het indienen van de verzamelaanvraag). Dat betekent dus dat het hoog tijd is om je goed te informeren om hiervoor alles in orde te krijgen.
Meer informatie over omschakeling naar biologische landbouw: Bio zoekt Boer, Sofie Hoste, Tel. 0494 98 23 69 of info@biozoektboer.be.
Bron: Bio Zoekt Boer, 29/01/2010

Varkens kweken kan ook diervriendelijk
Uit een Europees onderzoek blijkt dat varkenskwekerijen in Europa massaal de wet op het dierenwelzijn overtreden en zich bezondigen aan staartknippen. Ook Belgische varkenkskwekerijen werken niet volgens het boekje, aldus Gaia. Dat het ook anders kan, bewijst René Verachtert, biovarkensboer uit Geel.
‘Mijn vader was een klassieke boer, maar ik wilde het anders doen', vertelt hij. ‘Ik hoefde geen varkens die opeengestapeld zaten.' ‘Ik geef mijn dieren de ruimte. Zowel zeugen als biggen lopen buiten rond in de wei. Alleen de laatste twee, drie maanden voor ze hun slachtgewicht hebben gaan ze naar binnen, omdat ik geen plaats genoeg heb. Maar ook de dieren die binnen zitten hebben zeker twee vierkante meter en ze kunnen op een omheind stuk de buitenlucht opzoeken. Bijten in elkaars staart of oren, dat zie ik hier niet.'
‘De biggen worden buiten geboren. Als een zeug voelt dat ze gaat werpen, zoekt ze in de wei een hok met stro – wat ik een piglo noem – op. Ze vertoont nestgedrag, voert takken en gras aan. Dat kan ze niet in een hok waarin ze zich niet kan verroeren. De varkens zijn echt wel gelukkiger. Ik vind dat belangrijk.'
Was stro geen probleem voor de mestafvoer? ‘Och, met een pomp, een mes en een halve dag werk per jaar los ik dat op.'
Op zijn hoogtepunt telde zijn bedrijf 300 varkens. René heeft 5,5hectare grond. Dat is weinig. Hij zou meer grond willen, 18hectare, om alle dieren de ruimte te geven. Maar die grond is er niet. ‘Vandaar dat de meeste boeren klassiek blijven werken. Ze hebben geen grond om het op mijn manier te doen. Grond is schaars in Vlaanderen.'
Door de betere prijs die voor biovlees betaald wordt (zowat een vijfde meer in de winkel) kan René er goed aan uit. ‘Ik verdien per varken meer dan een traditionele boer maar ik heb ook meer kosten en arbeid.'
In tests halen alle proefpersonen het biovlees er op het zicht uit. Het is roziger en heeft meer vet. In de smaaktest krijgt het de helft van de proevers achter zich.
Bron: De Standaard, 22/01/2010

Homeopathie helpt bij diarree biggen
Homeopathische middelen kunnen problemen met diarree bij pasgeboren biggen voorkomen. Dat blijkt uit onderzoek door Wageningen Universiteit. De onderzoekers onderzochten de mogelijkheden voor homeopathie als alternatief voor antibiotica. Op een gangbaar bedrijf zijn 52 zeugen in de laatste maand van de dracht twee maal per week behandeld met het homeo-pathische middel Coli 30K of een placebo. De biggen uit zeugen die met Coli 30K behandeld werden bleken significant minder diarree te hebben dan biggen uit de placebogroep. Daarnaast was de diarree minder ernstig, van kortere duur en waren er minder onderlinge besmettingen. Het middel werkte het beste bij de biggen van eersteworpszeugen.
Bron: Agrarisch Dagblad, 22/01/2010

Biologisch voer beïnvloedt genexpressie in kip
Kippen die biologisch geteeld voer krijgen, hebben een andere genexpressie in hun dunne darm dan kippen die gangbaar geteeld voer krijgen. De biokippen hebben een hogere expressie van genen die betrokken zijn bij de aanmaak van cholesterol, maar hebben geen verhoogd cholesterolgehalte in het bloed. Deze verrassende conclusie trokken Wageningse dieronderzoekers eind vorig jaar in het British Journal of Nutrition.
‘Onze verwachting was dat er weinig verschil in genexpressie zou zijn tussen de twee kippengroepen, omdat het voer dezelfde ingrediënten bevatte en alleen verschilde in teeltwijze’, zegt onderzoeker Astrid de Greeff van het Centraal Veterinair Instituut in Lelystad. ‘Maar blijkbaar leidt die andere teeltwijze tot significante verschillen in expressieniveau. Tot onze stomme verbazing bleken 49 genen verschillend.’ Ze deed het onderzoek in opdracht van het Louis Bolk Instituut in Driebergen, als onderdeel van een groot onderzoek naar mogelijke gezondheidseffecten van voer van verschillende teeltwijzen.
Wat er biologisch gebeurt wanneer deze genen hoger tot expressie komen is nog onduidelijk. ‘Cholesterol is een bouwstof voor veel stoffen, zoals hormonen. Wat er in deze kippen met de cholesterol gebeurt, weten we nog niet.’
Contact informatie: Jac Niessen, Corporate Communicatie van Wageningen UR
Bron: Biokennis, 3/02/2010
Nederlandse interesse in Belgische veilingen stijgt
Nederlandse tuinbouwers hebben steeds meer interesse voor Belgische veilingen. Bij de Mechelse Veilingen willen heel wat Nederlandse komkommertelers toetreden en veiling Brava merkt vooral belangstelling van biotelers. De veilingen vrezen niet meteen voor aantasting van de prijzen. “Het zijn producten die toch bij onze klanten zouden terechtkomen, nu gaat het via onze organisatie”, klinkt het.
In 2010 breidt het areaal komkommers bij de Mechelse Veilingen met 46 pct uit. De stijging is vooral toe te schrijven aan de komst van Nederlandse telers. De veiling noteerde de 66 telers die hun samenwerking stopzetten en 15 nieuwkomers die zich bij de veiling inschreven. Het merendeel daarvan zijn Nederlanders. Door de areaalstijging zullen in 2010 50 miljoen komkommers via de Mechelse Veilingen verkocht worden. Vorig jaar waren er dat zo’n 36 miljoen.
Ook Brava erkent dat er toegenomen interesse is van Nederlandse telers. “Wanneer we hen benaderen, zeggen zij geen neen tegen een verkennend gesprek. We verwachten dat drie biologische telers uit Nederland onze biodivisie zullen versterken. Met één biologische glastuinbouwer zijn we nog in gesprek”, aldus een woordvoerder van de veiling.
De Nederlandse inbreng op de Belgische veilingen groeide de laatste tien jaar, maar leek tot voor kort eerder te stabiliseren. Volgens Brava is de crisis de oorzaak van de hernieuwde Nederlandse interesse in de Belgische verkoopscoöperaties. “Hoewel wij voor onze biologische afdeling wel actief op zoek zijn gegaan naar Nederlandse telers. Dit zijn vooral telers die hun eigen afzet verzorgen”, klinkt het.
Bron: Vilt, 01/02/2010

NL - Prijswinnende naam voor nieuw biologisch aardappelras: ‘Carolus’
Gisteren heeft minister Verburg van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit de naam bekend gemaakt van het jongste biologische aardappelras van Nederland: Carolus. Zij deed dit tijdens de BioVak-beurs in Zwolle. De naam van het aardappelras is gekozen uit honderden inzendingen voor de Pieperpad-prijsvraag, een initiatief van Biologica en Greenpeace.
De winnaars van de prijsvraag zijn Annet van Berg, Metjen van Nek en Lenie van der Ham. Zij ontvingen uit handen van de minister een geheel verzorgd weekend weg in een Pieperpad Bed & Breakfast, compleet met diner in een Pieperpad-restaurant. De naam van de nieuwe aardappel, Carolus, verwijst naar de Vlaamse botanicus Carolus Clusius die de aardappel rond 1600 introduceerde in Nederland. Van sierplant en medicijn werd de aardappel uiteindelijk ‘volksvoedsel nummer één’.
“De nieuwe Carolus is resistent tegen Phytophthora. Een slimme manier om geen gif te hoeven spuiten tegen deze ernstige schimmel. Deze nieuwe pieper toont de innovatiekracht van de biologische sector, door slim gebruik te maken van biodiversiteit”, zegt Herman van Bekkem, gentech en landbouwdeskundige bij Greenpeace.
Pieperpad
Met het Pieperpad, een fietsroute van ruim 1.000 kilometer langs biologische aardappeltelers, vragen Greenpeace en Biologica aandacht voor biodiversiteit in de landbouw. De aardappel staat bij het Pieperpad symbool voor diversiteit - de aardappel kent vele verschillende rassen in een palet aan kleuren. Peter Jens, directeur Biologica: “De bekendmaking door minister Verburg had niet beter getimed kunnen zijn, want vandaag is ook het internationale Jaar van de Biodiversiteit van start gegaan.”
Het Pieperpad is afgelopen zomer feestelijk geopend en laat mensen proefondervindelijk kennismaken met de biologische landbouw, met de aardappel in het middelpunt van de belangstelling. De route loopt van het Friese Lauwersmeer tot het Zeeuwse Heikant. De aardappelfietsroute is gepubliceerd in een speciale ANWB-gids en slingert langs biologische aardappeltelers, natuurgebieden, Pieperpad-restaurants, Bed & Breakfasts en andere leuke Pieperpad-pleisterplaatsen. Op de website www.pieperpad.nl konden bezoekers de rasnaam bedenken voor het jongste ras van Agrico’s Bioselect-telers.
Voor meer informatie over het Pieperpad kunt u bellen met Peter Jens, directeur Biologica, via 030-2339970. Voor vragen aan Greenpeace kunt u bellen met: Herman van Bekkem, 06-29001140
Bron: Biologica, Bio-update, februari 2010

Verslag Biovak 2010
Op 20 en 21 januari werd er in Nederland een biologische vakbeurs - kortweg Biovak - georganiseerd. De 3e editie vond plaats in Zwolle, een stad in midden-Nederland. Het project 'Bio zoekt boer' organiseerde op de 2e beursdag een busrit tussen Antwerpen en Zwolle. Op de bus zat een bont gezelschap van ongeveer 50 geïnteresseerden: bio- en gangbare boeren, studenten landbouw, Landwijzer-cursisten en vertegenwoordigers van verschillende organisaties in de (bio)-landbouwsector.
Bij aankomst in Zwolle werd de groep ontvangen met een hapje, een drankje en een toespraak van de voorzitter van BioForum Vlaanderen, Johan Devreese. Johan benadrukte in zijn welkomwoord het thema 'verbinding', tevens het thema van deze editie van Biovak: verbinding tussen boer en consument doorheen de keten, verbinding tussen landbouw en natuur, verbinding tussen gangbare en bioboeren en - last but not least - tussen de verschillende landbouworganisaties (ABS, Boerenbond en BioForum Vlaanderen) die deze reis mogelijk hadden gemaakt.
De beurs gaf een mooi beeld van de diversiteit van de biologische sector in de Lage Landen (er waren opvallend veel Belgen aanwezig). In totaal waren er zo'n 275 standen, bemand door mensen uit de hele sector, van producenten, over verwerkers tot handelaars. Ook overheidsinstanties, toeleverende en adviserende bedrijven, opleidingscentra en vele anderen waren van de partij. Om een overzicht te scheppen in deze massa hebben de organisatoren een aantal stands gegroepeerd op zogenaamde 'pleinen'. Zo was er een 'veredelingsplein', een 'klimaat- en energieplein' en een 'streekplein'.
Tijdens de beurs waren er doorlopend debatten en workshops. Deze werden onder verschillende thema's samengebracht, zoals 'Biokennis', 'Streekproducten', 'Dierhouderij en innovatie', 'Energie en klimaat' en 'Biodiversiteit'. Kortom, voor elk wat wils. Het is onmogelijk om alles hier uitgebreid te behandelen, maar als ik er iets mag uitpikken, dan is het dit: biologische verdeling. In Nederland wordt vollop aandacht besteed aan geschikt biologisch uitgangsmateriaal zoals zaad en pootgoed. Men wil er nu een stap verder zetten en is er bezig met onderzoek naar 'biologische rassen'. Dat zijn rassen die door veredeling optimaal zijn aangepast aan een biologische bedrijfsvoering. Dit betekent dat ze bijvoorbeeld goed om kunnen met natuurlijke bemesting en weerbaarder zijn tegen ziekten en plagen.
Ook de Nederlandse minister van Landbouw, Gerda Verburg, die in de namiddag aanwezig was op de beurs sprak haar morele en financiële steun uit voor 'Groene veredeling'. Helaas – naar mijn persoonlijke mening – viste ze ook het begrip 'duurzaamheid' weer op. De verduurzaming van de voedselketen is natuurlijk een mooi doel, maar uit het verleden is toch al duidelijk gebleken dat het begrip 'duurzaamheid' zeer rekbare vormen kan aannemen, terwijl bio voor iets concreets staat. Verder kondigde de minister in haar speech de intentie van een aantal organisaties in de biosector aan om in Nederland een biologische ketenorganisatie op poten te zetten. Vlaams Minister-president Kris Peeters, kon helaas niet aanwezig zijn, om hier iets aan toe te voegen. Hij werd vertegenwoordigd door het hoofd van de administratie Duurzame landbouwontwikkeling.
Zoals het een goede beurs betaamt, werden er ook een aantal prijzen uitgereikt. De Ekoland innovatieprijs ging naar het BD-bedrijf Boerderij Ruimzicht van Gerjo Koskamp. 'Het bedrijf van Gerjo Koskamp is het meest compleet in het streven naar verbreding en de reeds bereikte innovatie daarin. Alles wat je op het bedrijf ziet gebeuren, sluit heel goed op elkaar aan. Als hij de dirigent is, en het bedrijf is het orkest, dan laten ze samen een prachtige symfonie klinken', concludeerde de jury. Het is moeilijk om het mooier te formuleren.
Wat vonden de meegereisde cursisten van Landwijzer er tenslotte van ? Een kleine rondvraag leverde vooral enthousiaste antwoorden op, al mocht er voor sommigen toch iets meer aandacht besteed worden aan de primaire productie bij dit hele gebeuren. Zouden onze cursisten – zo “jong” nog in de sector – al last krijgen van vroegtijdige beroepsmisvorming ? Neen toch ? Dan is dit voor Biovak een aandachtspunt, om in de op zich positieve verbreding van de beurs de primaire sector niet te laten overwoekeren.
Bron: Landwijzer, Nieuwsbrief, februari 2010

VERWERKER
Marketeers waarschuwen voor 'eco-moeheid'
Sommige producenten willen hun ecologische inspanningen niet onopgemerkt laten voorbijgaan. Ze plaatsen hun producten vol met biologische en ecologische labels. De marketingwereld waarschuwt voor dit fenomeen, want er kan ‘eco-moeheid’ optreden bij de consument. Te vertalen als verzadiging die optreedt bij de consument qua informatie over alle weldaden van bio en eco.
Een goed voorbeeld is de biologische chocolade Ananda, die zichzelf “de meest milieuvriendelijke en duurzame chocoladereep ooit” noemt. De reep wordt volledig geproduceerd in het land van herkomst, Ecuador en draagt daarom het logo ‘100% Produced in Country of Origin’. Alle ingrediënten zijn bovendien biologisch en dus wordt het logo van Organic Farming op de verpakking geplaatst. De papieren wikkel komt van papier uit verantwoord geteeld hout (logo: PEFC) en de binnenfolie van de reep is 100 pct biologisch afbreekbaar (logo Foil 4 Soil).
Volgens marketeers zijn dit allemaal goede bedoelingen, maar ook op het vlak van ecologische labels kan trop te veel zijn. Doseren is volgens hen de boodschap. Ofwel moet er een uniform label in het leven worden geroepen dat duidelijk maakt welke goede eigenschappen het product juist bezit.
Bron: Vilt, 25/01/2010

Alpro sluit fabriek in Oostkamp
Alpro sluit de fabriek van Biofun, een fabrikant van biologische sojakaas, in Oostkamp. Negen medewerkers verliezen hun baan. Dat meldt De Tijd. Alpro is de grootste Europese producent van afgewerkte sojaproducten en een onderdeel van de beursgenoteerde groep Dean Foods.
Biofun verkocht zijn smeerbare sojakaas onder de merknaam Soya Garden of onder private label via het circuit van de biowinkels en biosupermarkten in heel Europa. In 2008 realiseerde de onderneming 440.000 euro omzet. Maar de inkomsten bleven achter op de enorme investeringen en kosten, en de firma dook zwaar in de rode cijfers.
Alpro nam het verlieslatende Biofun eind 2008 over, maar gaf daaraan geen ruchtbaarheid. Dat Alpro de fabriek van Biofun sluit is opmerkelijk omdat Alpro de jongste tien jaar een foutloos groeiparcours reed. Het concern probeerde in 2009 de smeerbare sojaproducten van Biofun in versneld tempo te lanceren via de retail, maar die operatie mislukte compleet.
Alpro is in enkele jaren uitgegroeid tot Europees marktleider in een breed gamma van sojadrinks (Provamel), margarines, desserts en yoghurts. Het West-Vlaamse groeibedrijf telt 750 medewerkers en realiseert een omzet van 260 miljoen euro. De familie Vandemoortele verkocht Alpro midden vorig jaar voor 325 miljoen euro aan de beursgenoteerde Amerikaanse voedingsreus Dean Foods.
Bron: Vilt, 23/01/2010

Ballon uit goed rubberbos
Pardon? FSC-goedgekeurde eco-ballonnen? Hoe kan dat nou? FSC is toch een keurmerk voor goed beheerde bossen? Dat gaat toch over planken of papier, niet over rubber? En toch is het zo, vernemen wij. Er is nu zelfs de mogelijkheid om elke ballon van eigen opdruk te laten voorzien.En waarom die ballonnen dan gecertificeerd zijn? “Omdat de rubberbomen in goed beheerde bossen staan natuurlijk”, krijgen wij te horen. Oh ja. Natuurlijk. Stom stom stom. “De leveranciers van de rubber krijgen ook nog een toeslag van 50 eurocent voor elke kilo eerlijke rubber. Het is dus ook nog een fair trade ballon.” Aldus de eigenaresse van webwinkel Lotika in Culemborg.
Waar staan die rubberbomen dan? In India, in Cochin. Jeannine Durwael-Mathy van Lotika was er, begin 2009. Ze schreef ons: "Het was een bijzondere reiservaring en indrukwekkend om de producenten aan het werk te zien. De fabriek is gestart in 2005 en heeft nu 35 mensen in dienst. De ballonnen worden machinaal gemaakt en de werkzaamheden van de werknemers bestaan vooral uit de controle van de kwaliteit en inpakwerk. Er wordt veel zorg besteed aan veiligheid op de werkvloer, de werknemers werken onder fair trade omstandigheden en krijgen een eerlijk loon. De fabriek biedt werkgelegenheid voor mensen van een armmoedig dorpje in de buurt. Martin Kunz, de oprichter van Fair Deal Trading in Engeland, heeft georganiseerd dat 2 fair trade bedrijven zijn gaan samenwerken. De fair trade plantage die ik ook bezocht heb levert het FSC rubber voor de ballonnen. Op deze manier zijn er in twee dorpen mensen aan het werk die een eerlijk loon voor hun werk verdienen."
Over de FSC-rubberplantage in Tamil Nadu: "De plantage besteedt erg veel aandacht aan de omgang met het eco systeem. Daardoor bloeit de natuurlijke vegetatie en zijn dieren die verdwenen waren weer teruggekeerd. Toen we de plantage opreden, werden we door aapjes verwelkomd! Eerder dit jaar waren er zelfs een aantal wilde olifanten te gast, wat minder gewenst was. Het is een prachtige streek en het lijkt wel een natuurgebied. Op de FSC-plantage en in de kleine fabriek zijn meer dan 200 mensen werkzaam. Met de fair trade premie voor het rubber worden studiebeurzen gegeven aan de kinderen van de werknemers. De plantage geeft niet alleen aan de eigen werknemers cursussen over hoe om te gaan met het milieu, maar betrekt hier ook de dorpsbewoners bij en deelt de opgedane ervaring. Respect en zorg voor het milieu is immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Het viel me erg op hoe netjes en schoon het er was. Voor India, waar milieuzorg vaak nog geen prioriteit is, is dit heel bijzonder." Bij Lotika.nl is het mogelijk de balonnen van afdruk te laten voorzien.
Bron: People, planet, profit, 25/01/2010

VERKOOPPUNT
NL - Omni-standaard: AH zet nieuwe etage op eco-Babel
De eco-toren van Babel heeft er weer een nieuwe etage bij: de eigen groene labels van supermarkten. Albert Heijn doet er ook aan mee met “Puur en Eerlijk”. Volgens MVO-directeur Roland Waardenburg bedoeld als “een logo voor alles. Om de klanten het makkelijker te maken, die niet alle labels kennen.” Wie echter goed kijkt, ziet de logootjes van Der Blauwe Engel, fair trade en MSC (vis) ook nog op de verpakking staan. Deze week klonk op de Nieuwjaarsreceptie van MVO Nederland en Initiatief Duurzame Handel (IDH) ook kritiek op de komst van deze “omni-standaarden”. Een vertegenwoordiger van Fair Food zei dat de claim van AH niet klopte. Een product zou niet zowel goed voor het milieu zijn als goed voor mensen. “Het zou niet moeten zijn “Puur EN Eerlijk”, maar “Puur OF Eerlijk”.” Op deze bijeenkomst werd echter duidelijk dat de macht van de supermarkten steeds groter wordt, door de groei van de eigen huismerken, die ten koste gaat van producten van producentenmerken. P+ geeft de PDF met de analyse van de Britse marketing deskundige Chris Anstey, die hij voor IDH maakte.
eco-babel
Het was een mooie cartoon die Roland Waardenburg liet zien, vice-president van Corporate Responsibility van Ahold. Gemaakt in 2007 door cartoonist Tom Fishburne, onder de titel: Tower of Eco Babel. We zien een hoge stapel van claims die aanduiden waarom een product duurzaam zou zijn. Dat kan zijn: vrije uitloop voor kippen. Fair trade voor producten waar de boertjes een extra premie krijgen. Biodegradable voor producten die je in de natuur kunt laten slingeren omdat ze gewoon oplossen. Het zijn er zoveel dat er uit de mensenmassa met winkelwagentjes alleen maar vraagtekens opstijgen. Niemand snapt het meer, volgens de Britse consultant Chris Anstey.
Het merkwaardige is dat eigen groene labels van retailers het wel goed doen. De eigen merken rukken op in de schappen en zullen in 2013 al 27 procent van de volledige ruimte in beslag nemen. Dat is slecht nieuws voor merken van Unilever of Verkade. Uit onderzoek van de OECD zou blijken dat consumenten bedrijven niet echt vertrouwen, maar wel geloven in hun supermarkt.
Bij deze trend past dat supermarkten ook een eigen label over duurzame labels heen plakken. De Duitse keten Lidl zet groot Fair Globe op de chocolade, die eigenlijk fair trade is. In combinatie met een goedkope prijs en een prima smaak gaan de consumenten er voor. In Groot-Brittannie doet de supermarktketen Tesco hetzelfde, met het label Nurture. In Nederland volgt Albert Heijn deze trend met Puur en Eerlijk, dat op 500 producten moet komen te staan. Het originele keurmerklabeltje staat nog wel op de verpakking, maar is naar de achtergrond verschoven.
Waardenburg vanb Ahold: Het marketen van schuldgevoelens werkt maar even. Daarna vallen consumenten toch weer terug op hun oude gewoonten. Wat over blijft is maar een klein percentage dat echt hardcore fair trade is.
Nog een vraag aan Waardenburg: Begon Ahold met een eigen groene omni-standaard‚ omdat dit goedkoper is? Waardenburg: Dat is niet het geval.
Bron: P+, 25/01/2010

D - Bio in Duitsland gestagneerd
De groei van de verkoop van biologische producten in Duitsland is na jaren van groei gestagneerd. 'Einde van de bio-boom', concludeert WitschaftsWoche zelfs. 'Ook bij de bio-branche is de crisis-tornado niet zonder verwoestingen voorbij getrokken.' De stagnatie van de omzet hangt onder meer samen met de prijzenslag die ook in de Duitse supermarkten geleverd wordt. Lagere prijzen betekent immers minder omzet. Bovendien hebben sommige discountsupermarkten hun assortiment biologische producten ingekrompen.
Dramatisch is het allemaal niet. Volgens cijfers van de Bund Ökologische Lebensmittelwirtschaft (BÖLW) werden er in Duitsland in 2009 2,4 procent minder reguliere producten omgezet dan een jaar eerder. Van biologische producten was de omzet gelijk aan 2008 of iets lager. Zie ook: www.evmi.nl
Bron: www.biofoodonline.nl, 4/02/2010
U.K. - Virtual farmers’ market offers online shopping with a twist
The entrepreneurs behind a new ‘virtual farmer’s market’ are promising online shopping with a twist.
Marcus Carter and Roger Staunt say that their new online farmers market (www.vfmuk.com) enables consumers to “stroll around 50 stalls from the convenience of their PCs or Macs”.
The site offers an extensive range of products — from breakfast foods and cheeses, to meat, fish and pasta. Shoppers can browse amongst the CGI stalls — click on a particular stall and you will be presented with a 90-second clip of the sellers pitching their products — or select from a standard navigation bar.
Carter told NP: “From a consumers’ point of view the Virtual Farmers Market offers people who don’t have a local farmers’ market, or maybe have mobility issues, the next best thing to the real market experience. The key is providing the opportunity for producers to talk directly — through the video clips — to customers. Our experience has shown that growers and makers sell 30-50% more when on the stall themselves. Virtual Farmers Market applies the same logic.”
Bron: www.naturalproductsonline.co.uk, 27/01/2010

Colofon
De BioForum Bioknipsels worden uitgegeven door Bioforum Vlaanderen, de koepelorganisatie voor de biologische landbouw en voeding.
Deze knipselkrant verschijnt om de twee weken met actuele informatie over de nationale en internationale biosector. De berichten worden zonder tekstwijziging (hooguit ingekort) geknipt en geplakt, met vermelding van hun bron. De artikels vermelden geenszins het standpunt van BioForum Vlaanderen, tenzij dit er duidelijk bij staat. Samenstelling: Geertje Meire & Peggy Verheyden. Nieuwtjes en evenementen kunnen steeds voor opname doorgestuurd worden aan geertje.meire@bioforum.be of peggy.verheyden@bioforum.be. Momenteel wordt de knipselkrant verzonden naar ruim 2200 relaties binnen de sector, de overheid en sympathisanten van de bioweek.
In- / uitschrijven
kan via een eenvoudig mailtje aan info@bioforum.be.
Archief
Oude nummers kun je hier nalezen, onder 'archief'.
|
|