 



|
BioForum Bioknipsels 48 - 23 februari 2010
Het nieuwe Europese biologo is er. Vanaf 1 juli 2010 zal je dit nieuwe groene logo zien verschijnen op alle voorverpakte bioproducten uit de EU.
Maar ons eigen Belgische Biogarantielabel verdwijnt niet! Dit label wordt door heel veel consumenten herkend als hét logo voor bioproducten. Die kracht willen we behouden.
Kijk dus uit naar het EU-logo én het Biogarantielogo en wees zeker dat het lekker zal smaken...
Veel leesplezier!
BioForum Vlaanderen
Het doel van de Bioknipsels is weer te geven in welke mate en met betrekking tot welke thema's bio in de algemene en gespecialiseerde pers aan bod komt. De Bioknipsels vertolken dus niet het standpunt van BioForum Vlaanderen.
CONSUMENT - Algemeen
PRODUCENT
VERWERKER
VERKOOPPUNT

CONSUMENT
Op de biologische kippenboerderij
Het geheim van een goede kip zit 'm niet alleen in de kweekmethode en de voeding, maar ook in het kippenras zelf. Een traag groeiend ras levert de beste smaak op. Sedert meer dan twintig jaar kweekt Jean-Pierre Gabriel kippen, parelhoenders en eenden op volledig biologische wijze.
J ean-Pierre Gabriel werd geboren op een boerderij in een gehucht van Luik met de mooie naam Paradis. Zijn ouders waren boeren, die op de boerderij hun eigen kaas met halfharde, gewassen korst maakten. Deze kaas, verwant aan de munster, werd onder de merknaam 'kaas van Harzée' verkocht.
Jean-Pierre is een man van vele talenten. Zo is hij een expert op het gebied van pootaardappelen, waarvan het belang niet onderschat mag worden in het zuidelijke landsgedeelte. Jean-Pierre is ook actief lid van een vereniging voor biologische landbouw, Nature et Progrès. "Ik ben redelijk tevreden dat het aantal gecertificeerde producenten stijgt. In Wallonië zullen er volgend jaar 70 nieuwe bijkomen. Dat komt omdat de vraag vandaag het aanbod overstijgt", vertelt hij. De biologische zuivelsector ontwikkelt zich goed, maar er is nog heel wat werk aan de winkel wat de groenteteelt betreft. Jean-Pierre en zijn echtgenote Claire Gerson staan in Ferrières en omgeving bekend om hun winkel met bioproducten. In het seizoen kan men er zuurkool kopen, die Jean-Pierre elk seizoen met een paar honderd kilo tegelijk bereidt.
Sedert drieëntwintig jaar kweekt het echtpaar Gabriel-Gerson ook gevogelte met biocertificaat. Toen ze ermee begonnen, waren ze echte pioniers. Ze moesten niet alleen zelf op zoek gaan naar de beste voeding voor hun gevogelte maar ook een manier vinden om de dieren preventief te behandelen. "Vroeger waren de kweek- omstandigheden helemaal anders", legt Jean-Pierre uit. Twee à drie jaar lang voedde het koppel de kippen met een zelfgemaakte brij van melkwei, een bijproduct van de biologische kaasmakerij Gros Chêne in Méan. Vandaag wordt er gecertificeerde biovoeding voor pluimvee ontwikkeld door SCAR. Dit is een coöperatieve van landbouwers die in 1898 opgericht werd en vandaag 3400 leden telt.
Jean-Pierre en Claire respecteren het lastenboek voor biologisch gevogelte. Zo mogen de dieren niet geslacht worden voor ze 81 dagen oud zijn. Dit is ongeveer zes weken later dan 'industrieel' gekweekt gevogelte. Om dit te kunnen realiseren, was het belangrijk een traag groeiend ras te kiezen. Dit draagt de weinig poëtische naam JA 657. Het gewicht van de kippen varieert tussen 1,4 en 1,75 kilogram, want de dieren zijn hanen en dus zwaarder. De vleeskippen beschikken over een op natuurlijke wijze verlucht lokaal als overdekte ruimte. Ze hebben ook 4 vierkante meter buitenruimte met gras per dier. De voeding van het gevogelte bestaat uit granen en peulvruchten, waaronder soja en gedroogde erwten.
Op het hoogtepunt van de productie kweekt Jean-Pierre 3500 kippen samen met 500 parelhoenders, gevogelte waar tijdens de feestdagen meer vraag naar is. De 400 eenden op de boerderij beschikken over een afzonderlijke ren en buitenruimte. Het resultaat van al deze inspanningen is duidelijk merkbaar op het bord. Het vlees van de dieren is steviger, donkerder van kleur en heeft vooral veel meer smaak. Die kan men heel duidelijk proeven als men een stukje koude kip eet. De lange nasmaak en de zuiverheid van smaak zijn opmerkelijk.l
Info :
Als u het vooraf reserveert, kunt u het gevogelte van Jean-Pierre en Claire Gabriel-Gerson aankopen in hun biowinkel : Aux Délices du Terroir, route de la Vicomté 2, 4190 Ferrières, 086 40 02 57. Open do 10-18.30 u., vrij en za 9-18.30 u.
Het gevogelte van Jean-Pierre Gabriel wordt ook verkocht op de markt door Ignace Sepulchre : ignace.bio@gmail.com. Wo biomarkt op het Sint-Katelijneplein in Brussel ; do markt van Oudergem ; vrij markt van Borgworm ; za markt van Verviers.
Bron: Nest, 12/02/2010

Genieten van biokoks op Ecopop
8/02/2010 - De eerste edititie van Ecopop, een ecologische beurs in Xpo Kortrijk, zit erop. Duizenden mensen kwamen een kijkje nemen en genoten er van biologische hapjes, leerden duurzaam om te gaan met de planeet of luisterden naar een van de vele presentaties. Bijzonder succesvol waren de kooksessies van drie koks die demonstreerden hoe duurzaam, lekker en gezond biologisch koken kan zijn. Na afloop konden de bezoekers proeven van het lekkere eten dat bereid was door Maarten Loosveldt, Mieke Vervecken en Alain Indria.
Voor de degenen die er niet bij waren, geven we hier nog eens de recepten:
* Alain Indria
* Maarten Loosveldt
* Mieke Vervecken

Petra Tas van BioForum Vlaanderen legt op beurs Ecopop uit waarom ze bio kiest
8/02/2010 - Petra Tas (38) is moeder van Floor (3), Kamiel (7) en Barend (8,5) en verantwoordelijke kwaliteit bij BioForum Vlaanderen, de koepelorganisatie van de Vlaamse biosector. Op Ecopop, de eerste ecobeurs in de Benelux, vertelde ze dit weekend hoe ze het praktisch klaarspeelt om een werkende biomama te zijn. 'Het neemt niet meer tijd in beslag dan gewoon vers koken. En in de stad heb je tegenwoordig genoeg keuze aan biowinkels en -markten.'
'Ik wil yoghurt met echte aardbeien voor mijn kinderen. Geen smaak-, geur- en kleurstoffen die de illusie van aardbei creëren. Voeding hoeft niet per se een biogarantielabel te hebben. Maar als je hoge kwaliteitseisen stelt in de winkel, kom je vaak automatisch uit bij biovoeding.'
Pas sinds ze moeder is, koopt ze meer biologisch. Ze merkt dat haar kinderen via school een verouderd, romantisch beeld van de reguliere landbouw meekrijgen. 'Ze kunnen heel enthousiast vertellen over een varken op de kinderboerderij dat lekker in de modder lag te spelen. Ik leg hen dan uit dat varkens met veel samen in een stal zitten en niet zo'n leuk leven hebben. En ik maak ook duidelijk dat het vlees op hun bord van een dier komt dat werd gedood. Ik vind het belangrijk dat ze die link leren leggen.'
Op school zien haar kinderen dat klasgenootjes andere koeken en drankjes meekrijgen. 'Ze zeuren soms wel om een drankje in brik. Dan leg ik hen uit dat er al heel veel afval is en dat ze daarom beter uit een drinkfles drinken. Of ze willen ook wit brood in hun brooddoos, maar dan leg ik uit dat daar nog amper vitamientjes inzitten.'
Tas koopt nooit frisdrank voor haar kinderen. 'Ik maak voor hen “toverdrank,, water aangelengd met appeldiksap.' Ook snoep en koekjes die met witte geraffineerde suiker gemaakt zijn, komen haar karretje niet in.
'Witte suiker heeft nog amper voedingswaarde. Ik geef hen natuurlijk wel een koek mee naar school, maar dan één die gezoet werd met rietsuiker of appelstroop. En als we na school een keer naar de biobakker gaan, mogen ze taart of koek kiezen. Ik denk dus niet dat ik hen iets ontzeg.'
Elke avond serveert ze hen soep en verse groenten. 'Daar zeuren ze ook over. “Mama, moet die soep nu echt elke dag?, Ja, elke dag.' Vlees of vis is voor Tas vaak enkel een smaakmaker, in plaats van hoofdbestanddeel van de maaltijd. 'Er zijn veel redenen om wat minder vlees te eten, maar ik koop het omdat ze het graag lusten.'
Tas ziet biovoeding als een investering in de gezondheid van haar kinderen op lange termijn. 'Ik hoop ook dat hun smaakzin fijner afgestemd geraakt, doordat ze minder suiker, zout en additieven binnen krijgen. En dat ze langzaam bewust worden van zaken als dierenwelzijn en milieu. Maar alles op zijn tijd. En ze zijn later vrij om hun eetgewoontes aan te passen. Ik geef alleen de basis mee.'
En ja, ze geeft meer uit aan voeding dan andere moeders. 'Maar het prijsverschil is terecht. Iedereen weet dat onze boeren het moeilijk hebben, en toch willen we zo weinig mogelijk blijven betalen. Algemene voeding is echt te goedkoop. Bovendien moeten bioboeren aan meer kwaliteitseisen voldoen, dus ik ben bereid daar iets meer voor te betalen.'
'Ik heb niet het gevoel dat ik op andere vlakken moet inboeten, ook al hebben we geen flatscreen. Voeding is voor mij gewoon een essentieel onderdeel van kinderen opvoeden.'
Tas probeert de ecologische lijn ook door te trekken op andere vlakken. 'Plastic speelgoed vermijd ik liever. Ik probeer hun kapotte broeken te herstellen en babykleren worden onderling doorgegeven, maar ik koop natuurlijk ook wel nieuw. Ik ben een mens. Ik leef, dus ik vervuil. Daar kan niemand omheen.'
Bron: De Standaard, 8/02/2010

Het groene woordenboekje
Eco, natuurlijk, bio...' Klinkt allemaal heel milieubewust, maar waar staat welke term nu juist voor?
Natuurlijk: Een product waarop 'natuurlijk' staat bevat natuurlijke ingrediënten. Dat hoeft niet veel te zijn: een druppel kamille of rozenolie volstaat.
Biologisch: Bio wordt gebruikt om agrarische methoden en producten aan te duiden. Het legt de nadruk op het natuurlijke van dit proces en de ingrediënten. Een product mag zich pas officieel biologisch noemen als het een erkend label heeft. Daartoe dient het product voor 95% ingrediënten te bevatten van biologische teelt. Wie aanhanger is van deze bioproducten, mag zich overigens een biofiel noemen.
Ecologisch: Een product is ecologisch als het een minieme impact heeft op het milieu. Ook voor deze term zijn voorwaarden vastgelegd en er bestaat een officieel Europees Ecolabel: een bloem met sterretjes en een euroteken. Het voorvoegsel eco- heeft in onze taal de voorbije jaren een vlucht genomen. Van ecotaks tot ecolint (verbindingszone tussen natuurgebieden) tot ecodrug (drug op basis van paddenstoelen) tot ecodisco (waar je al dansend energie kan opwekken uit de dansvloer).
Klimaatneutraal: Bij een klimaatneutraal product wordt de CO2-uitstoot die nodig is voor de productie of transport gecompenseerd. Dit doet de producent bijvoorbeeld door groene-energieprojecten te steunen. Weleda is een voorbeeld van een klimaatneutraal bedrijf.
Greenwashing: Greenwashing is het groener of maatschappelijk meer verantwoord voorstellen van een product dan het daadwerkelijk is. Autoreclames waarbij bloemetjes uit de uitlaat komen, bijvoorbeeld. Onlangs was er nog kritiek op de reclame van Mentos in Amerika, waarbij een groene kleur de indruk geeft dat kauwgom een natuurproduct is.
Bron: Het Laatste Nieuws, 23/01/2010
Ecologische make-uplijn
De eerste ecologische make-up die op grote schaal verkocht wordt, is een feit. Het gamma heet Une, wordt gemaakt door Bourjois, en is te koop bij Di en Planet Parfum. Wat is er bijzonder aan? Zoals trendy is in de beauytwereld, benadrukt Une vooral wat de make-up níét bevat: parabenen, ftalaten, siliconen, petrochemische stoffen, genetisch gemanipuleerde ingrediënten enzovoort. Overigens is niet van ál deze stoffen bewezen dat ze schadelijk zijn voor mens en/of milieu, maar soit. Het gamma draagt ook het Ecocert-logo, wat o.a. betekent dat 95% van de ingrediënten biologisch is.
Voor wie is het gamma bestemd? Milieubewuste jonge vrouwen, en bij uitbreiding alle vrouwen die van een natuurlijke look houden. De tinten zijn immers allemaal naturel, je vindt een dozijn lippenstiften die slechts een tikje kleur geven, ook de mascara en de oogpotloden zorgen voor 'een vleugje', de blush komt in zachte poedertinten. Ideaal als je een kluns met make-up bent, want je kan amper iets fout doen. Op beautysites is de nieuwigheid goed onthaald, al worden enkele minpuntjes aangestipt: de lippenstift is bijvoorbeeld tamelijk grof en dik, waardoor je moeilijk in de hoekjes kan. Zelf waren we tevreden, al merkten we dat 'natuurlijk' niet hetzelfde is als hypo-allergeen: mijn ogen gingen toch wat tranen van de mascara. Ook op natuurlijke ingrediënten kan je reageren.
De prijzen variëren tussen 7 en 15 euro, wat slechts iets duurder is dan andere drogisterijmerken zoals Max Factor of Covergirl.
Bron: Het Laatste Nieuws, 23/01/2010
PRODUCENT
Een kijk op de biologische melkveehouderij in Vlaanderen
15/02/2010 - Onze biologische melkveehouders vinden dat de biologische productiewijze en de rantsoensamenstelling op hun bedrijven dermate afwijkend is van de gangbare landbouw dat een uitzondering op de in het mestdecreet vermelde forfaitaire uitscheidingsnormen verantwoord is. Om deze stelling te onderzoeken, kende ADLO een tweejarig onderzoeksproject toe aan ILVO Eenheid Dier en Eenheid Plant dat startte in het voorjaar van 2008. In het kader van dit project dat op vraag van de biologische sector door ILVO wordt uitgevoerd, werd een enquête bij de biologische melkveehouderij uitgevoerd.
Klik hier voor de volledige enquête
Klik hier voor meer info
Bron: ILVO, 15/02/2010

IFOAM wijst nieuwe EU commissie op prioriteiten
11/02/2010 - Naar aanleiding van de aanstelling van de nieuwe Europese Commissie, grijpt de Europese afdeling van IFOAM de kans aan om de nieuwe commissie te wijzen op de enorme uitdagingen waar zij mee zullen te maken krijgen. IFOAM verwacht veel van de nieuwe commissie: het tegengaan van klimaat verandering, verlies aan biodiversiteit en de economische crisis zijn er zo enkele van. IFOAM wijst er daarnaast op dat de biolandbouw hierin een zeer belangrijke rol kan spelen.
The new European Commission has been appointed recently by the European Parliament and took office on Wednesday. The IFOAM EU Group congratulates the new Commissioners on their appointment but highlights the tremendous challenges they have to face.
„The expectations of the new Commission are high: important challenges such as climate change, the loss of biodiversity and the economic crisis have to be tackled in the coming years and require ambitious action”, says Christopher Stopes, President of the IFOAM EU Group (1). “In fact, Commission President Barroso must use the current crisis to push for a new green deal. In appointing a Commissioner for Climate Action he showed his will to put some effort into climate change mitigation – but this is not enough: now concrete action has to follow. This means for agriculture to create a legislative situation that enables and motivates farmers to invest in sustainable farming practices and to contribute to prosperity in rural regions.”
„The Commissioners must not be tempted by single-issue approaches or one key-fits-all solutions“, warns Bavo van den Idsert, Vice- President of the IFOAM EU Group. „Complex problems require complex strategies to solve them. Organic farming with its multitasking approach offers a model for food systems that deliver effective approaches to reduce the carbon footprint of food production while leading to enhanced biodiversity on farm land; organic farmers are pioneers in improving long term soil fertility, while degradation of soils worldwide is a threat to future food security. Enhanced animal welfare is part of the organic concept, and organic farming and processing creates many jobs.”
„EU policies must strongly promote sustainable farming practices. The Common Agricultural Policy must be made an instrument to tailor farming to meet the environmental and socio-economic challenges”, adds Marco Schlüter, Director of the IFOAM EU Group. “Moreover, research policies must be re-shaped to support research on comprehensive sustainable farming approaches. The seed and GMO legislation, currently under revision, must enable farmers to deliver to GMO free markets and market the seed of traditional varieties. If these steps are taken seriously, organic farming can be an important part of the solution to the biodiversity, climate and economic crises“.
Info: IFOAM EU Group, phone + 32-2-280 12 23, Fax: +32-2-735 73 81, info@ifoam-eu.org, www.ifoam-eu.org 
Achim Steiner: Landbouw gevaar voor biodiversiteit
De landbouw vormt een steeds grotere bedreiging voor de natuurlijke rijkdom van onze planeet. Dat zegt Achim Steiner, directeur van het VN-milieuprogramma (UNEP) in een gesprek met IPS naar aanleiding van het Internationale Jaar van de Biodiversiteit. De grote uitdaging voor deze eeuw wordt een groeiend aantal mensen te voeden zonder de natuurlijke rijkdom verder aan te tasten, zegt hij.
"Door het groeiende belang van de landbouw als gevolg van de toename van de wereldbevolking wordt de levensruimte voor veel soorten steeds kleiner, zowel voor flora als voor fauna", zegt Achim Steiner. "Op die betekent de landbouw een gevaar voor de biodiversiteit.
Elk jaar gaan bijvoorbeeld miljarden dollars verloren door irrationele landbouw die de vruchtbaarheid van de bodem vernietigt. Het overmatig gebruik van chemische producten, zoals pesticiden en herbiciden, draagt bij tot de uitschakeling van veel nuttige organismen.
"We kunnen dit proces van erosie en vernietiging stoppen door andere modellen toe te passen en optimaal gebruik te maken van die 20 centimeter aardkorst om te produceren wat we nodig hebben. Met die alternatieve modellen zit er in de landbouw een groot potentieel om planten en dieren te beschermen.
"De landbouwers kunnen uitstekende beheerders zijn van de natuurlijke middelen en de verschillende ecosystemen. De uitdaging van deze eeuw is: hoe belonen we de landbouwers opdat ze enerzijds produceren wat de mensen nodig hebben en anderzijds bijdragen tot de conservering en bescherming van de ecosystemen die de mensen nodig hebben om te overleven?"
U verwijst naar de biologische landbouw?
"Het is een voorbeeld van hoe men de aarde kan bewerken in harmonie met de natuur. Door gebruik te maken van de wetenschap en door de beschikbare middelen duurzaam in te zetten doet men een inspanning om de vruchtbaarheid van de grond te benutten zonder de natuur te vernietigen.
"Maar ik wil niet de indruk wekken dat de uitdaging kan worden herleid tot de tegenstelling tussen biologische en traditionele landbouw. De grenzen tussen beide zijn poreus, de ene kan van de andere leren. Het gaat erom de voedselproductie voor een groeiend aantal bewoners van de planeet te garanderen en tegelijk de natuur en de biodiversiteit te beschermen."
De negatieve impact van de landbouw merk je op verschillende terreinen. Ze stoot bijvoorbeeld ook CO2 uit en draagt zo bij tot de klimaatverandering.
"Ja, vandaag is de landbouw verantwoordelijk voor 15 tot 18 procent van alle broeikasgassen die worden uitgestoten. Je hoeft maar naar een willekeurig veld te kijken. De tractoren komen en gaan, die verbruiken fossiele brandstoffen en stoten CO2 uit.
Hetzelfde voor het transport van groenten en andere landbouwproducten, voor de productie van meststoffen, pesticiden en herbiciden. En de dieren stoten methaan uit.
"Daarom moeten we, net zoals voor de hele economie, een balans opmaken van de CO2-uitstoot van de landbouw. Op basis van daarvan zullen we kunnen vergelijken welke landbouwmodellen de beste milieuresultaten geven.
We kunnen dan de producenten met een zeer hoog negatief saldo stimuleren om een op een alternatief systeem over te schakelen dat minder uitstoot en zelfs gassen opvangt via een ander bodemgebruik, zoals het planten van bossen."
Is het voldoende om landbouwers en beleidsmakers te overtuigen door hen op de noodzaak van de bescherming van fauna en flora te wijzen?
"Het is duidelijk dat concepten als biodiversiteit en ecosystemen zeer abstract zijn voor veel mensen. Maar ze zijn wel rechtstreeks verbonden met economische voordelen voor miljoenen mensen. Het veelvoud aan economische voordelen dat bijvoorbeeld de koralen genereren en de waaier aan dieren die er rechtstreeks van afhangt voor zijn voortbestaan, wordt onvoldoende gevaloriseerd door de economische overheden, zowel op nationaal als internationaal niveau.
De koralen brengen per jaar tot 189.000 dollar per hectare op, in de vorm van de bescherming van de kusten en de natuurlijke beheersing van risico's. Daar moet je nog de inkomsten van bijvoorbeeld het toerisme en de visvangst aan toevoegen, en dan kom je al makkelijk aan meer dan een miljoen dollar per hectare per jaar."
Bron: Duurzaamnieuws.nl, 9/02/2010

"Veranderde zaden tasten natuurlijke rijkdom aan"
Niet alleen het veranderende klimaat en de intensieve landbouw tasten de rijkdom van de natuur aan. Ook de genetische wijziging van zaden vormt een bedreiging, zegt voormalig Europarlementslid Benedikt Haerlin. De Duitser coördineert de actie Red Onze Zaden, in samenwerking met driehonderd Europese milieuorganisaties.
Red Onze Zaden vestigt de aandacht op plannen van de Europese Commissie om "accidentele of technisch onvermijdelijke" besmetting van conventionele zaden met transgene (genetisch gewijzigde) variëteiten te tolereren.
In september 2004 probeerde de Commissie een richtlijn goed te keuren die toestaat dat tot 0,7 procent transgene organismen in zaaigoed van maïs en koolzaad mogen zitten zonder dat dit op het etiket staat. Na hevig protest van biologische landbouwers en milieuorganisaties trok de Commissie haar voorstel in.
Sindsdien kwam er geen nieuwe richtlijn. Sommige commissarissen, onder wie Stavros Dimas, die van 2004 tot 2009 voor milieu bevoegd was, vroegen zich zelfs af of zo'n maximumgrens wel nodig was. "Niettemin is de officiële houding van de Europese Commissie dat men aan een nieuw voorstel voor maximumwaarden van de genetische contaminatie van zaden werkt", zegt Haerlin.
Misleidend
Spreken over "accidentele of technisch onvermijdelijke" besmetting is misleidend, zegt Haerlin. "Bij veevoeder en zelfs bij voedingsproducten kan men nog aanvaarden dat genetische contaminatie onder 0,9 procent niet wordt aangegeven. Althans, men kan er zeker van zijn dat die contaminatie niet naar andere vitale domeinen verspreid wordt."
Dat is niet het geval met de zaaigoed. "De transgene zaden kunnen de gewassen van landbouwers die er niets van willen weten, besmetten. Landbouwers die denken dat ze zaden gebruiken die biologisch zijn maar die genetisch besmet zijn, zullen een deel van de besmette gewassen gebruiken als zaden voor het volgende seizoen, en zo zal de besmetting zich vermenigvuldigen en verspreid raken."
Handvol bedrijven
Benedikt Haerlin waarschuwt dat de landbouwontwikkeling zich "steeds meer in de chemische laboratoria afspeelt en niet op het veld, en dat die laboratoria geconcentreerd zijn in slechts een handvol bedrijven." Daarom zijn de traditionele zaden aan het verdwijnen, zegt hij. "De milieugevolgen zijn enorm en uitermate gevaarlijk. En als het eenmaal zover is, dan is het te laat om het tij te keren."
Volgens milieu- en landbouwexperts waren er een kwarteeuw geleden minstens zevenduizend zadenproducenten in de hele wereld; geen enkele producent controleerde meer dan 1 procent van de wereldmarkt.
Vandaag, als gevolg van een reeks overnames, controleren tien biochemische multinationals, als Monsanto, DuPont-Pioneer, Syngenta, Bayer Cropscience, BASF en Dow AgroSciences, meer dan 50 procent van de zadenmarkt. "Het doel van deze bedrijven is, uiteraard, winst te maken. Om hun winst op te voeren passen ze allemaal dezelfde strategie toe die hun controle op de markt verhoogt: ze leggen landbouwers in de hele wereld de zogeheten verticale integratie van producten op, van zaden tot meststoffen en pesticiden, allemaal van hetzelfde merk."
De VN hebben 2010 tot Internationaal Jaar van de Biodiversiteit uitgeroepen.
Bron: Duurzaamnieuws.nl, 2/02/2010
 Buren protesteren tegen bouwplannen van biologisch bedrijf
O'Bio uit Wakken, gespecialiseerd in de teelt van biologisch klein fruit, wil in de buurt van zijn nieuwe bessenboomgaard aan de Driekoningenstraat in Sint-Baafs-Vijve een loods annex woning bouwen. Die plannen komen verkeerd aan bij de buren, die vinden dat zo'n constructie het landschap grondig zal verstoren. Martin Tytgat
Hendrik Verbeure was dertig jaar geleden één van de pioniers op het vlak van de biologische landbouw in ons land. In 1983 startte hij in de Volderstraat in Wakken met De Bezegaard, een bedrijf gespecialiseerd in de teelt van biologisch houtig klein fruit met de blauwe bes als hoofdteelt.
'Het grootste gedeelde van de teelt is bestemd voor de verse consumptie en gaat vooral naar biowinkels. Een ander deel reserveren we voor de zelfpluk: iedereen kan hier zelf zijn bessen komen plukken. Een laatste deel van de oogst wordt verwerkt tot sappen, vruchtwijnen en in confituren', legt Verbeure uit.
'De biologische teelt houdt in dat wij geen gebruik maken van chemisch-synthetische mest- of sproeistoffen en onkruidbestrijders, maar betekent niet dat wij niet onderworpen zijn aan de economische wetmatigheden. Om ons bedrijf, dat wij intussen omvormden tot de nv O'Bio, rendabel te houden en de toenemende concurrentie het hoofd te kunnen bieden, zagen wij ons niet alleen verplicht om machines in te schakelen bij de pluk en de sortering van de bessen. Ook schaalvergroting drong zich op.'
'Loods hard nodig'
O'Bio kocht daarom in 2008 vierentwintig hectare grond aan de Driekoningenstraat in Sint-Baafs-Vijve, in de directe omgeving van het provinciaal domein De Baliekouter in Wakken, waar intussen al een grote boomgaard met allerlei bessenvariëteiten werd aangeplant.
En nu wil O'Bio daar ook een gebouw neerzetten.
'De nieuwbouw zal naast een gedeelte voor wonen vooral uit een loods bestaan. Die extra opslagruimte hebben we dringend nodig. Om diverse redenen. Nu staat ons machinepark bij gebrek aan loods verspreid op verschillende plaatsen of gewoon in de open lucht, wat onder meer al tot diefstallen leidde', zegt Verbeure. 'Tweede reden: binnen het kwartier na de pluk moeten wij de bessen kunnen koelen. De nieuwe loods zal naast een koel- ook een sorteerinstallatie herbergen. Het gebouw zal ook betere faciliteiten bieden aan ons personeel en aan de zelfplukkers met een sanitair blok en een eetzaal. Op die manier kunnen wij mensen die hier zelf bessen komen plukken beter ontvangen. Verder voorzien wij aan de Driekoningenstraat ook een arboretum met een educatief aspect. In het nieuwe gebouw kunnen wij klassen beter verwelkomen. En ten slotte is het van belang dat wij in de directe buurt van de nieuwe boomgaard kunnen wonen om bijvoorbeeld de irrigatie beter te kunnen controleren.'
Visuele hinder
'Klinkt allemaal heel mooi', vindt Jan Huysentruyt die in de Driekoningenstraat woont, 'maar een gebouw van 75 meter lang, 30 meter breed en 8 meter hoog hoort hier niet thuis. De visuele impact op het landschap verontrust ons. Dit gebied is één van de laatste open ruimtes van Wielsbeke en dat moet, zo vlakbij De Baliekouter en de Mandelvallei, zo blijven.'
Huysentruyt vreest ook voor een toename van het verkeer door het transport van en naar het bedrijf.
'De smalle asfaltweg is daar niet op berekend.' Hij wil dat de milieuraad van Wielsbeke zich vandaag over het dossier buigt.
'Ik kom zelf uit de milieubeweging en kan in zekere zin begrip opbrengen voor de ongerustheid van meneer Huysentruyt', reageert Verbeure. 'Maar onze teelt gedijt niet overal. Wij hebben nood aan lichte grond en die vonden wij toevallig in Sint-Baafs-Vijve. Toen wij de grond aankochten, hadden wij ook graag de gebouwen van de hoeve aangekocht, maar dat bleek niet mogelijk. Het probleem in België is dat veel oude hoeves of woningen in landbouwgebied worden opgekocht door privé-personen die buiten willen wonen, maar niet altijd bereid zijn om daar ook de consequenties bij te nemen. Bovendien zal de visuele impact van de nieuwe loods uiterst klein zijn. Wij gaven de architect de opdracht om het gebouw maximaal in te kapselen in het landschap en te integreren in de boomgaard. Zo zullen de buitenmuren begroeid worden met wintergroene klimplanten. Verder willen wij, in samenspraak met het provincie- en gemeentebestuur, de nieuwe bedrijfszetel en de boomgaard inschakelen in de recreatieve ontwikkeling van het gebied met onder meer een wandeling.'
Bron: Het Nieuwsblad, 17/02/2010

Nederland heeft eerste biologische KI-stier
Het Nederlands Netwerk Biologische-KI, dat werkt aan het opzetten van een biologisch melkveefokprogramma, is tevreden over de afzet van de eerste biologische KI-stier Opneij Wytze. Er zijn 800 rietjes verkocht, hoofdzakelijk aan biologische bedrijven, maar ook aan een vijftal gangbare melkveehouderijen.
Opneij Wytze is een roodbonte holsteinstier terwijl de meeste veehouders fokken met zwartbont of een buitenlands dubbeldoelras. Het Netwerk Bio-KI zoekt daarom de sector af naar andere interessante stieren, bij voorkeur uit moeders die op biologische bedrijven een hoge levensproductie behalen.
"Met deze eerste stier wilden we de interesse peilen onder de veehouders", klinkt het bij Bio-KI in Nederland. "We merkten dat heel wat veehouders graag een stier willen uit de eigen sector, gefokt en opgegroeid op een biologisch bedrijf". Bio-KI hoopt in 2010 met nog een aantal stieren op de markt te komen, en zeker in 2011 wanneer meer jonge stiertjes de dekrijpe leeftijd bereiken.
Bron: Wageningen Universiteit, 15/02/2010

Handreikingen voor een robuustere aardappelketen
De afgelopen twee jaar is gezocht naar mogelijkheden om de biologische aardappelketen robuster te maken. Denk aan consumenten- en smaakonderzoek, veredeling en teeltaspecten gericht op verbetering van de biologische aardappelteelt. bioKennisbericht 28 geeft een overzicht van de eerste uitkomsten van dit onderzoek onder de paraplu van Bioimpuls, de koepel voor onderzoek in de biologische aardappelketen.
Markt
De biologische aardappel heeft nog een imagoprobleem; te duur en meer gekocht door cullinair geïnteresseerde consumenten dan door de doorsnee consument. Smaak en gezond (onbespoten) mag met meer emotie worden benadrukt op de verpakking volgens ondervraagde aardappelkopers. Opvallend vaak kopen zij biologische aardappelen bij de boer of op de markt.
Veredeling en teelt
In een vierjarig aardappelveredelingsprogramma wordt gezocht naar geschikte rassen voor de biologische teelt; resistent tegen Phytophthora, schurft en Rhizoctonia, N- efficiënt en met goede smaak en schil. Veelbelovende rassen van zes kweekbedrijven worden onder begeleiding van twee veredelingsassistenten in de praktijk uitgetest bij acht boerenkwekers.
Wat blijkt? Latere rassen blijken meer stikstofefficiënt dan vroeger rassen, maar er zijn bij vroege rassen ook positieve uitzonderingen. Vroege rassen zijn juist voor biologische telers interessant in verband met Phytophthora. Er is ook onderzocht hoe je minder vroege rassen kan vervroegen, of er rasverschillen zijn in gevoeligheid voor ritnaalden en wat het effect is van het niet-keren van de grond.
Bij vergelijking van twee stikstofgiften (standaard en laag) bleek het ras Agria de hoogste opbrengst te geven en het beste te smaken. Het ras Mabel was een goede tweede. De verlaagde N-gift gaf soms een betere smaakwaardering dan de standaard gift.
Phytphthora
Phythophthora blijft een hardnekkig probleem in de biologische aardappelteelt. Zelfs dagelijkse belichting van het gewas door een nieuwe UV-C belichter biedt geen soelaas. Wellicht kan de rugbrander een aanvulling vormen om problemen met Phytothora in aardappelen te beheersen. Deze brander, vooral gebruikt voor onkruidbestrijding, is door telers ingezet om het onderste blad weg te branden; het gewas blijft meer open en de ziekte krijgt minder kans. Door het branden bleek er in de zijkant van de aardappelrug de helft minder vitale sporen over te blijven. Aanvullend onderzoek wees uit dat de Phytophthorasporen op het blad significant minder kiemden.
Klik hier voor het volledige bioKennisbericht nr. 28 Akkerbouw en Vollegrondsgroente van januari 2010.
Bron: Biokennis, 22/02/2010

Ontwerpen voor biologische varkens: Natuurzuiver - Dierenwelzijn - Kringlopen
De biologische varkenshouderij is een dynamische sector. Ze is volop bezig met duurzame ontwikkeling. En dat gaat door, want ook in de toekomst wil ze haar onderscheidende positie blijvend waarmaken. Binnen het project Varkansen is ook een ontwerp van een biologisch varkensbedrijf gemaakt dat dient ter inspiratie en discussie om zo een dynamische, frisse en gezonde biologische varkenshouderij in 2025 te blijven.
De biologische varkenshouderij is een relatief jonge sector. Eind jaren tachtig bestond de biologische varkenssector uit een klein aantal bedrijven met een bonte verzameling aan houderijsystemen. In de jaren negentig groeide het aantal bedrijven en werden de meeste varkens in aangepaste gangbare stallen gehouden. Afgelopen jaren zijn ook veel nieuwe biologische kraam- en vleesvarkensstallen gebouwd met een toenemende uniformiteit. De biologische sector beseft dat in het komende decennium weer een slag gemaakt moet worden met extra aandacht voor bijvoorbeeld welzijn, klimaat, milieu, arbeid en imago. Je zou dat de ‘derde generatie’ biologische stallen kunnen noemen. Deze ontwikkeling is onder andere nodig zodat de biologische sector zich duidelijk kan blijven onderscheiden van de gangbare varkenshouderij in de toekomst.
Het project Varkansen ontwerpt in interactie met varkenshouders en andere belanghebbenden, een integraal duurzame gangbare varkenshouderij die de behoeften dekt van alle partijen. Zo is
er ook een nieuw ontwerp van een biologisch varkensbedrijf gemaakt. Dit gebeurde zoveel mogelijk parallel aan het gangbare traject. Voor specifieke biologische aspecten werd er gebruik gemaakt van de kunde en ervaring uit de biologische sector. Terugkerende kernwoorden in de gesprekken waren natuurlijk uitstraling, goed dierenwelzijn, gesloten kringlopen, gezond voer en gezonde dieren, transparante productie en fair trade in de keten. Toelichting op deze kernwoorden kunt u lezen in de brochure.
Het ontwerp dient ter inspiratie en discussie voor toekomstige bouwplannen. Het kan als kapstok worden gebruikt voor het uitwerken van onderdelen in nieuw- en verbouw. Wilt u gaan ver- of nieuwbouwen, neem dan contact op met Herman Vermeer.
Brochure Ontwerpen voor biologische varkens. Natuurzuiver – Dierenwelzijn – Kringlopen, 2010
Brochure Wat wil het varken? Diergericht Ontwerpen voor varkens; Van behoeften naar stalontwerpen, Projectteam ‘Diergericht Ontwerpen voor varkens’, 2009
Bron: Biokennis, 22/02/2010
Geitenhouderij: Zinkgehalte geit niet altijd op peil
Gemiddeld zit er in de eigen voedermiddelen van biologische geiten voldoende zink. Een op de vijf geiten heeft te weinig zink in het bloed. Een mineralenbolus kan dat zinktekort aanvullen. Een artikel in V-focus van december 2009 gaat in op de zinkgehalten in het rantsoen, de zinkbehoefte en de zinkbenutting bij biologisch gehouden geiten.
Binnen het project Biogeit is op veertien biologische geitenbedrijven bloed onderzocht op gehalten aan mineralen en vitaminen. Zink is onmisbaar voor de werking van een groot aantal enzymen en voor het functioneren van verschillende weefsels. Zinkgebrek geeft verminderde groei en verminderdde vruchtbaarheid. Zinkgebrek is het dier vrij snel aan te zien.
Melk bevat veel zink. De behoefte aan zink is bij lacterende geiten dan ook veel hoger dan bij jonge of drachtige geiten. Is de huidige in Nederland gehanteerde behoeftenorm voor zink wel hoog genoeg?
De onderzoekers concluderen dat er in de eigen voedermiddelen voldoende zink zit. Hiervoor onderzochten zij het overschot of tekort aan zink voor een geit met een productie van 3 kg melk per dag per voerdermiddel. Krachtvoer, kruiden en struiken geven gemiddeld een overschot van 150 procent. Graskuil en snijmaïskuil bevatten gemiddeld ruim voldoende zink om de behoefte van de geit te dekken. Wilgen leveren veel zink, maar ook de kruiden cichorei en smalle weegbree.
Gemiddeld hebben alle onderzochte groepen voldoende zink in het bloed. In Nederland is de ondergrens 9 μmol/l, in Duitsland is dat 12 μmol/l. Van de onderzochte geiten heeft één op de vijf een te lage zinkwaarde. Dit zijn vooral de oude geiten en geiten in laagproductieve en schrale groepen. Oorzaken? Stress en koorts, maar ook het productieniveau en het ras. Nubische geiten staan bekend om hun efficiëntere zinkbenutting.
In de praktijk bestaat de indruk dat organisch gebonden zink wel beter werkt bij een zinktekort als gevolg van overmaat aan andere elementen. Een mineralenbolus kan bij oudere geiten een tekort aan zink wel aanvullen. Circa 75 procent van de dagelijkse behoefte van een drachtige geit kan hiermee worden gedekt. Bij te lage bloedwaarden blijkt het effect het grootst; bij het aflammeren hebben de geiten met een bolus een hoger zinkgehalte in het bloed dan de geiten zonder bolus. Bij die te lage bloedwaarden is de benutting van zink uit het rantsoen dus onvoldoende geweest. De lammeren hebben op alle bedrijven een duidelijk lager zinkgehalte in het bloed dan de geiten.
Klik hier voor het complete artikel ‘Zinkgehalte geit niet altijd op peil’ uit V-focus, dezember 2009.
Het complete Biogeitrapport 21 ‘Mineralenvoorziening van geiten’ is binnenkort digitaal beschikbaar op www.biogeit.nl.
Bron: Biokennis, 19/02/2010

VERWERKER
Het nieuwe Europese biologo is er
9/02/2010 - Het nieuwe Europese biologo is er. Zopas werd de winnaar van de logo-wedstrijd officieel bekendgemaakt. Logo nummer 1, het “EU-blad”, behaalde de meeste stemmen. Gedurende de voorbije twee maanden brachten ongeveer 130.000 mensen hun stem uit via de internet-voting. Het winnende ontwerp, dat 63% van de stemmen ontving, is van de hand van een Duitse student . Vanaf 1 juli 2010 is dit nieuwe logo verplicht op alle voorverpakte bioproducten uit de EU.
Er is wel een overgangsperiode voorzien gedurende twee jaar waarin het oude logo (of geen logo) mag gebruikt worden op de verpakkingen. Naast dit Europese logo kunnen uiteraard nog andere private labels geplaatst worden. Binnenkort wordt de Europese wetgeving aangepast en zal dit nieuwe logo opgenomen worden in één van de bijlagen. Eens de wetgeving is aangepast zal bioforum zo snel mogelijk een handleiding online zetten over het gebruik van het logo.
Indien u nu al vragen heeft, neem dan zeker contact op met elke.denys@bioforum.be.
Lees hier het volledig persbericht.
Lees ook het artikel van BioForum van 5 januari j.l.: "BioForum wil duidelijker Europees logo"
 Wat betekent de komst van het nieuwe Europese biologo voor het Biogarantielogo?
22/02/2010 - Het nieuwe Europese biologo is er, maar wat betekent dat voor het Biogarantielogo? Het Biogarantielogo blijft zeker bestaan en zal voortaan naast het Europese logo gebruikt worden op de verpakkingen. Biogarantie zal voor uw product een extra waarde betekenen, nog meer dan vroeger.
Niet alleen is het Biogarantielogo erg bekend bij de Belgische consument, het geeft ook een Belgisch imago. Biogarantie is ook altijd dat tikkeltje strenger geweest voor biologische producten, denk maar aan de striktere criteria voor additieven, of de strengere criteria voor verpakkingen…. Momenteel wordt het lastenboek van het Biogarantielogo volledig herzien en uitgebreid met duurzaamheidscriteria die niet te vinden zijn in de Europese wetgeving. Biogarantie wil de consument immers kunnen verzekeren dat wanneer hij voor een biologisch product kiest, dit product ook daadwerkelijk de beste keuze is, zowel op vlak van kwaliteit, ecologisch aspect, fairtrade, duurzaamheid enzovoort. Dit is nu niet altijd even logisch of duidelijk voor de consument.
Zeer belangrijk is ook dat op termijn het Ecogarantielabel verdwijnt en het Ecogarantielastenboek volledig geïntegreerd word in het Biogarantielastenboek. Zo bekomt met één sterk label.
Uiteraard zal er met dit nieuwe lastenboek ook een uitgebreide campagne naar de consument toe worden opgestart. Een privaat label heeft immers enkel zin als de consument ook werkelijk weet wat er achter dit label schuil gaat. Deze campagne is voorzien voor juni. Bij de herziening van het lastenboek zullen wij uiteraard rekening houden met jullie standpunten en haalbaarheidscriteria. Bij het opstellen van de richtlijnen gaan wij dan ook de sector op verschillende manieren raadplegen.
Indien u vragen of suggesties heeft met betrekking tot het Biogarantielogo, aarzel dan niet om contact op te nemen met martine.vanschoorisse@bioforum.be
BioForum Vlaanderen, 16/02/2010

Doe mee aan de bioweek ! - update februari 2010
22/02/2010 - Een eindje geleden deed ik al een oproep om jullie op te trommelen voor deelname aan de Bioweek! Alvast bedankt voor de vele reacties. Dit bewijst dat jullie even gedreven zijn als wij om bio nog bekender te maken bij het grote publiek! Dit kunnen wij enkel met jullie hulp.
Om de verschillende activiteiten bekend te maken bij het grote publiek via de verschillende mediapartners en de kalender, hebben wij echter concrete informatie nodig over uw activiteit. Indien u dus een eigen activiteit organiseert, vragen wij u het volledige inschrijvingsformulier in te vullen via www.bioweek.be. Ook indien u dit al per email hebt laten weten.
Indien u niet zelf een activiteit organiseert, maar graag actief bent op een andere activiteit en daar uw producten wil voorstellen, een proeverij wil organiseren of een kookdemonstratie wil geven, volstaat het dit per email te laten weten aan elke.denys@bioforum.be. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op en gaan samen op zoek naar een geschikte locatie.
Elke Denys

Le Pain Quotidien: Alles voor een gezonde groei
Le Pain Quotidien houdtvan gezond. Van gezonde voeding, maar ook van gezonde groei. Het Belgische concept vindt versneld zijn weg naar het buitenland, maar dat is geen reden om de beproefde waarden overboord te gooien. Alleen het beste is goed genoeg.
Het is winters fris in Knokke. Op de Lippenslaan, waar de zeewind in het gezicht slaat, is het soms vervaarlijk glad. Maar in de Dumortierlaan wenkt het vertrouwde concept van de gezondevoedingketen Le Pain Quotidien. Een grootse, wijds uitgevallen winkel. Een muzikale omlijsting van zachte, zoete klanken. Een lange, ambachtelijke, karaktervolle gastentafel. Met kruimels op het tafelblad. Met gelezen, verfrommelde kranten. Een lange rij confituurpotten, met de lepel erin. Honing. Choco. En brood en gebak achter de toonbank. Alles biologisch. Ook ondergetekende strekt de benen onder de gastentafel. En laat zich een mok koffie welgevallen.
De Waalse keukengoochelaar Alain Coumont ontwikkelde het concept van Le Pain Quotidien vanaf 1990. De legende wil dat hij zijn eigen brood liet bakken - zuurdesembrood - nadat hij tevergeefs had gezocht naar het perfecte brood. Daaruit groeide de gezondevoedingketen Le Pain Quotidien. Langzaam maar zeker, naarmate de merknaam steeds meer weerklank kreeg. "Wij zijn een typisch Belgisch concept", benadrukt gedelegeerd bestuurder Vincent Herbert. "De eenvoud. Het tijdloze. De authenticiteit. De gastvrijheid. Belgen zijn vriendelijk voor andere mensen. Dat zijn typisch Belgische waarden. Die willen we exporteren. Met aandacht voor lokale subtiliteiten."
Het duurde weliswaar jaren vooraleer dat concept echt op kruissnelheid kwam. Want Alain Coumont is ongetwijfeld een talentvolle keukenprins, met een onverwoestbare werkkracht. Maar het model zat cijfermatig niet helemaal snor. Het leidde tot jaren van verliescijfers. Pas vanaf 2008 kwam er schwung in de zaak. "In 2009 hebben we 31 winkels geopend. In 2010 komen er nog eens 30 bij", meldt Vincent Herbert. De Kortrijkzaan was in de jaren negentig als bankier actief bij JP Morgan, Bank of Tokio en de BBL. "Onze verliescijfers worden verklaard omdat we ons zakenmodel nog nauw- gezet moesten definiëren. Die oefening is nu afgerond. In 2009 groeide onze omzet met 40 procent, de winstgevendheid zelfs met 76 procent. Met een bedrijfskasstroom van meer dan acht miljoen euro."
Het concept wordt sinds 2008 volop uitgerold. Het verklaart de snelle en opeenvolgende opening van nieuwe winkels. 2010 wordt het jaar van nieuwe vestigingen in Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, India, Japan, Nederland, Rusland, Spanje en de Verenigde Staten. "We zoeken steeds typische, prachtige locaties. In Madrid zitten we op Plaza Major. Onze jongste winkel in Londen opende in Covent Garden. Op 20 december startten we in New York in het Rockefeller Center."
De snelle expansie hangt ook samen met de recessie. Le Pain Quotidien rolt vandaag zijn winkelnetwerk uit, op een moment dat de huurprijzen een fikse deuk kregen. "Ze daalden met een kwart in de Verenigde Staten. In New York krijgen we nu tot twaalf maanden gratis huur. Dat is een opportuniteit. Maar ook wij hebben de recessie gevoeld. 2009 was een moeilijk jaar. Een storm. Maar we worden aangezien als een groeionderneming. Het is in stormweer dat goede stuurlui zich onderscheiden. De stijgende winstgevendheid zorgt voor extra cash. We kunnen de groei dus zelf financieren. En we hebben al vijftien jaar met KBC een heel lo-yale bank achter ons."
Toch loopt Vincent Herbert niet naast zijn schoenen. Het is een beredeneerde groei. Deels via eigen winkels, in Frankrijk, Engeland, en de Verenigde Staten. In de andere landen wordt met een franchisenemer gewerkt. Per land wordt voor één franchise geopteerd. Maar de verhouding mag nooit meer dan één eigen winkel, versus anderhalve winkel in franchise worden. "We willen sterke controle en leiderschap behouden. We zullen tot eind 2011 geen franchise meer verkopen aan een land. We focussen op wat we vandaag in handen hebben. We mogen ons karakter niet verliezen. Dat is het belangrijkste waarvan ik 's nachts wakker lig."
Het karakter, dat is het artisanale. Als er 162 winkels zijn op het einde van 2010, dan nog kan Le Pain Quotidien bezwaarlijk een reusachtige keten worden genoemd. Toch waakt de onderneming angstvallig over de voeding. Alain Coumont is in het directiecomité kwaliteitsdirecteur, en hij leidt een smaakcomité. De producten zijn goed voor een derde van de kosten per winkel. "Daarin kunnen we niet snoeien. We gaan voor de beste ingrediënten, en zoveel mogelijk biologisch." Het is ook logistiek een complexe operatie. Het zuurdesembrood moet overal identiek smaken, in Knokke, Moskou of Mumbai. Vanuit België worden de huismerken naar de diverse landen vervoerd. Alain Coumont vliegt voortdurend de wereld rond, wakend over de kwaliteit. Een probleem met een van de producten zou het imago van Le Pain Quotidien wellicht volledig naar de verdoemenis helpen.
Vincent Herbert toont zich tijdens het gesprek een gedreven ondernemer. Met een bijna even grote bezieling als stichter Alain Coumont spreekt hij over de keten. Een beursgang van Le Pain Quotidien ziet hij niet meteen zitten, al kreeg het management sinds 2007 warrants. "Is de beurs de juiste partner? Dat is een heel moeilijke vraag. Want de beurs dringt een zekere groei op. Maar onze belangrijkste uitdaging vandaag is een verantwoorde groei."
Een verkoop staat al evenmin op de agenda. "Laten we ervan genieten. We hebben er zo hard voor gewerkt. We hebben iets heel moois in handen. Ik zou het niet beter kunnen hebben. Ons concept zit optimaal in de wereld van vandaag. Er is een grote sy-nergie tussen Alain de visionair, en de zakenman die ik ben. Wij moeten profiteren van het moment, en goed luisteren naar de consument. Onze croissants moeten er elke ochtend zijn, en ze moeten nog warm zijn."
Bron: Trends, 28/01/2010 
Ecover supplies 26 countries with washing powder and cleaning materials
With growth rates of 20 % a year, Ecover’s footprint is covering more and more countries across the world. Concept manager Peter Malaise is anticipating turnover of more than 70 million euros by the end of 2008. The company was founded in 1980 to produce eco-washing powders and environmentally friendly cleaning agents, and from the outset it employed plant-based raw materials. This eco-pioneer is now bringing two new products to market: plant-based biotensides developed by the company itself and Ecocert-controlled cosmetic products with raw materials from organic agriculture.
Ecover now has a presence in four continents, and the number of countries (26) where you find its products is steadily increasing. The company’s wide product range consists of around 30 consumer articles plus the cosmetics line Wellments and almost 60 products for commercial use. It employs 155 people in the two eco-factories in Belgium and North West France and in its branches abroad. “We use 600 different raw materials, and every single one has been subjected to the most exacting tests,” comments Peter Malaise. Whether it’s cosmetics, washing powder or cleaning materials, everything is developed according to the same strict criteria in the company’s own laboratory. The main inputs are tensides based on coconut, palm and rape oil, sugar or glucose and mineral substances like zeolithe (sodium aluminium sulphate) or salts of citric acid (citrates). “We check in detail to make sure that every single raw material is ecologically beyond reproach,” explains Mr Malaise. Because sandelwood is endangered, for example, we use sandelwood which is from cultivated sources in Australia and not from harvesting in the wild, that is decimating natural stocks. “Since the end of October 2008, we have been the only representative of the alternative ecological industry at the “Roundtable on sustainable palm oil”. This is a forum constituted by producers who are developing strategies and alternatives in palm oil cultivation, and Malaise is proud of his close contact with them and the influence he can bring to bear on the production conditions.
“We recently introduced a natural cosmetics range - four products that are certified by Ecocert: shower gel, shampoo, hand wash and baby bath,” says Mr Malaise. Between 98.8 % and 99.3 % of all the contents are from natural sources, and at least 5 % of these are organic. He cannot foresee in the near future the complete conversion to organic. He says he would perhaps be in favour of total conversion, but Ecover rejects large-scale input of raw materials from organic agriculture for ethical reasons. “As long as people in other countries go hungry and don’t have assured access to clean water, we cannot reasonably justify those raw materials in ‘technical’ products,” explains Peter Malaise. Products from certified organic agriculture don’t belong in the washing machine. Given its production and sales volumes, if Ecover took this step it would rapidly sweep the market clean of organic oils. “We supply Great Britain with five lorry loads of finished products a day, which roughly equals 80 tons of raw materials. Britain, that accounts for 50% of sales, is the company’s biggest market, followed by the USA, Belgium, France and Germany.
Nine people work in the laboratory in Malle, 25 km north east of Antwerp. Here the quality control of raw materials is carried out, and the processing and the final products are checked. This is also where Ecover products are developed and basic research is carried on. The company has been involved for five years in an international research project on biotensides with the universities of Aachen, Stuttgart, Brunswick, Vienna and Ghent. Tensides are active agents of major importance in the washing process, and usually they are produced in a synthetic process from mineral oil. “After intensive research we have succeeded in producing biotensides in an organic reactor from natural materials like rape oil and coconut oil. In this process we use the bacterium Candida Bombicula, that produces the desired result from sustainable raw materials in combination with glucose. This is a big breakthrough – at long last we can produce ecological tensides,” says Dirk Develter, head of research and development at Ecover. This biotenside, that has been patented by Ecover and produced in a small test plant, will go into full production and be used in four new Ecover products from 2009. The company invested 1.5 million euros in the research that was carried out at the five universities mentioned above.
Peter Malaise responds to criticism of the use of enzymes in washing powder by pointing out the ecological benefits. Not only do they produce a cleaner wash but they also save a lot of energy, because they are effective at low water temperatures. And enzymes have been used for ages in beer and wine production and cheese making. He says the crucial factor is that no enzymes are left in the clothes after they have been washed and adds that the enzymes used by Ecover are only 0.006 % of the washing powder and are natural and not genetically manipulated. “The aim of our product development is to achieve the lowest possible consumption of energy and water,” says Malaise. Ecover sells the washing powder Sensitive for customers who prefer a washing powder without enzymes or fragrance.
Whereas Ecover’s growth was largely attributable to sales to private households with an interest in ecology, now more and more cleaning companies in the public sector are coming forward to purchase its products. Town councils in, for example, Ghent, Antwerp and Leuven have stipulated that only eco-products may be used to clean their buildings, and Peter Malaise is pleased to report that the EU parliament building Berlaimont is cleaned with Ecover materials. A good quarter of towns and communities in Belgium already insist on cleaning agents produced by Ecover.
Ecover’s marketing strategy varies according to country. Whereas from the outset in Great Britain the main sales channel has been the conventional chains (Sainsbury, Tesco, Asda, Waitrose, Boot’s and Morrisons’s), in Germany, France and Holland, where there are more specialist shops, it is mainly wholefood stores that sell Ecover products. However, since the end of 2007 the situation has changed, because organic and eco- products are playing an increasingly important role in the conventional retail trade in these countries. Ecover now supplies selected chains like Carrefour, Auchan and Galerie Lafayette in France and Tegut, Rewe, Real, Globus, Tegelmann and others in Germany – something that certainly did not gladden the hearts of the specialist trade. Whereas the conventional retail trade limited itself in the main to a basic range of six to twelve articles, specialist stores usually do justice to the great variety of Ecover products by stocking up to 32 lines. But the fact is that only a small proportion of customers in organic stores buy their washing powder and cleaning materials there too. Most people, however, buy conventional products in the drug store round the corner. Peter Malaise: “In specialist wholefood stores, washing and cleaning products account for just 0.6 % of total turnover.” For this reason, Ecover sees considerable potential for both sales channels in Germany. He says it was surprising that only 8% of customers bought both their organic food and washing and cleaning items in the same shop. In his view, most customers had still not understood that clothes, and therefore the products used to wash them, were a ‘second skin’. And the ‘third skin’ too – the house itself – had to be cleaned with environmentally friendly agents to avoid any detrimental effects on our ‘first skin’. In the Ecover philosophy, our external personal hygiene – including cosmetics and skincare products – is one of the various layers with which we are surrounded. So hygiene is the overarching concept that binds together all Ecover products.
Ecover has created partner days for the specialist trade. Malaise explains: “The events are designed to provide wholesalers and the retail trade with information, and they have proved to be very popular. And the information and inspection tours we arranged in May and September this year eliminated a lot of prejudice and superficial knowledge. People were really interested, and we had lots of discussions with them during factory visits in Malle and Boulogne sur mer.” The concept manager went on to say that Ecover receives around 4000 visitors – individuals or groups – each year. In the middle of November 2008, a group from England visited Malle in Belgium.
The refill system for washing up liquid, hand wash, multi-purpose cleaner and liquid soap is only available to the specialist trade. This has so far saved millions of PE-containers. “Sometimes we get customers coming along with Ecover bottles that are ten years old to top up with washing and cleaning agents,” says Tom Domen. The retail trade in France, Belgium and Great Britain in particular has taken advantage of the chance to install 25 litre packs, so that customers can refill their own bottles. The empty bulk containers are sent back to Ecover. Now even this cost has been saved – since the end of September the company has gone over to the new Bag-in-Box system – a 15 litre plastic sack in a cardboard box. “Our new refill points were readily accepted by the retail trade, and they help to reinforce customer loyalty,” explains Tom Domen from the marketing department. This system saves customers 10 % of the purchase price. Ecover is still searching for a wholesaler interested in rolling out the attractive filling point system across the country.
Ecover is also a model in terms of recycling. Next to the production facility you see the various containers waiting to be re-used and the company’s own sewage disposal plant. The big cartons supplied to Ecover by the packaging manufacturer are taken back and re-used. This is an initiative encouraged by Ecover and now the packaging manufacturer operates the system on a large scale.
Growth is very pleasing in those countries in particular where Ecover has a large presence. In 2007, growth in Great Britain was 43 %. In Germany and France, Ecover expects growth in 2008 of 30 % - instead of the 20 % achieved so far – on account of its entry into the conventional retail trade. Total turnover for 2008 could be in excess of 70 million euros. The company is having to operate a three shift system to meet the production demands.
As a matter of principle and for ethical reasons, the company does not supply discounters, because it does not want to contribute to ruinous competition. It does not produce for other brands – total production is for the Ecover and Wellments labels only. In Switzerland the company is represented by its subsidiary Held. New export countries in 2008 were Greece, Cyprus and Slovakia.
The takeover of the Austrian natural cosmetics manufacturer Wellments in 2005 and conversion to a profitable product range clearly proved to be more difficult than expected. The number of lines was cut from 80 to 60, and then came redesigning and rebranding. The company reports that it is now on the way to success, even though the competition in the natural cosmetics sector in Germany and France is particularly tough. It is anticipating a growth rate of 5 % for 2008.
To keep abreast of the huge growth rates, Ecover established new facilities in the north of France in 2006. It created its second eco-factory in Boulogne sur mer on the English Channel coast, just a stone’s throw away from Ecover’s biggest customer Great Britain. The modern 10,000 m² production facility was opened on 10 May 2007 by Jørgen Philip Sørensen, the owner of Ecover.
Although Ecover is now almost thirty years old, Peter Malaise feels he is still working in a young pioneer business that is always developing new ideas and opening up new areas of activity. He thinks it is possible that in future household containers made from polyethylene will be replaced by organic plastic from renewable raw materials. In his view, there are still plenty of areas of activity where Ecover can engage.
They call themselves the “environmental realists from Malle” and they are ideally placed to provide the right answers to mankind’s increasingly pressing environmental problems – at least to some important issues.
www.ecover.com
Bron: Organic-Market.info, 26/01/2009
VERKOOPPUNT
Internationale prijzen voor Belgische bio-kazen
Drie Belgische biologische kaasmakers wonnen verschillende medailles tijdens de internationale kaaswedstrijd BioCaseus 2010. De officiële prijsuitreiking vond plaats op 17 februari tijdens de BioFach-beurs in het Duitse Nürnberg.
De 5e editie van BioCaseus vond plaats in Venetië. Meer dan 130 verschillende kaassoorten uit 9 verschillende landen werden geproefd en gekeurd door een internationale vakjury. Ook Belgische kaasmakers hadden diverse kaassoorten ingezonden. Uiteindelijk vielen 5 kazen van 3 Belgische biologische kaasmakers in de prijzen:
- De “Wavreumont” van Fromagerie des Ardennes kreeg een gouden medaille.
- Het “Keiems Bloempje” van ’t Dischhof en de “Dobbelkaas” en “Source de l’Oise” van Biolé ontvingen elk een zilveren medaille in hun respectievelijke categorie.
- Een bronzen medaille was er ook nog voor “Saint Servais” van Fromagerie des Ardennes.
De Fromagerie des Ardennes is een ambachtelijke kaasmakerij die de rauwe melk van 3 biologische melkveehouders uit het Ardense Werbomont verwerkt tot kaas en yoghurt.
Het Dischhof is een familiale kaasmakerij die gerund wordt door Walter en Magda Debergh-Rommelaere, samen met hun zoon Dries. De rauwe melk komt van het nabijgelegen melkveebedrijf van hun dochter en schoonzoon Lien en Philip Sinnaeve-Debergh.
De kazen van Biolé worden gemaakt in de kaasmakerij van de Trappisten in Chimay en in de kaasmakerij van Herve. De melk is afkomstig van de coöperatie BioMelk Vlaanderen, een samenwerkingsverband van 50 biologische melkveehouders.
Vóór de wedstrijd werden de kazen zorgvuldig anoniem gemaakt. Ze werden geëvalueerd op 6 verschillende punten: geur, aroma, structuur, vorm, kleur en consistentie. Esthetische kenmerken van de kazen werden bewust op het einde van de wedstrijd geëvalueerd om te vermijden dat deze te sterk zouden doorwegen op smaakkenmerken. Elke kaas werd bovendien door 6 verschillende juryleden geëvalueerd.
Voor de Belgische kaasmakers en de biologische melkveehouders zijn deze prijs een erkenning voor hun jarenlange inzet en toewijding.
Meer informatie over BioCaseus 2010 vind je op www.biocaseus.eu.
Wie de winnende kazen wil proeven kan het best terecht in de betere natuurvoedingswinkel of in gespecialiseerde kaaswinkels. Meer info vind je ook op www.dischhof.be en www.biole.be
Paul Verbeke, 23/02/2010

Belgique : Magasins d’un nouveau genre en projet
Les exploitants des deux supermarchés bio Sequoia finalisent de créer un nouveau concept qui puisse servir de modèle à une chaîne de magasins en Belgique. Les trois propriétaires Vincent Muylle, Corinne Dumont et Brigitte Bruyninckx en sont actuellement au stade de l’organisation du magasin, des maquettes en 3D, de l’aménagement intérieur et du choix des matériaux. Ils ont repris Sequoia il y a trois ans dans l’intention de développer un nouveau concept des supermarchés bio en Belgique. Le premier d’entre eux, sur une surface de 800 m² devrait ouvrir en mai 2010 à Waterloo, à 13 km au sud de Bruxelles.
Durant le deuxième semestre 2010 le supermarché bio qui se trouve actuellement à Uccle, au sud de Bruxelles devrait être complètement refait à neuf. Ouvert à Uccle en 1989, il est réparti sur deux étages de 300 m² chacun. Tandis qu’au rez-de-chaussée on y trouve des produits alimentaires, les compléments alimentaires, des peintures écologiques, à l’étage on y trouve de la literie, du linge de maison, des livres, des articles cadeaux, et quelques textiles naturels. Devant le supermarché il y a un grand parking, « ce qui est assez rare en Belgique » ne manque pas de souligner Vincent Muylle.
A Stockel une banlieue résidentielle à l’est de Bruxelles, on a ouvert en 2005 le deuxième supermarché Sequoia sur 600 m². Auparavant, en 1996, ce magasin avait été créé dans une localité voisine. Il doit également être rénové sous peu pour s’intégrer au nouveau concept.
Ce nouveau concept, sur lequel les propriétaires ne laissent quasiment transparaître aucune information, devrait s’étendre sur des surfaces comprises entre 350 et 1000 m² et disposer d’un assortiment pouvant aller jusqu’à 8000 articles. L’équipe actuelle comprend 22 collaborateurs et devrait s’étoffer au fur et à mesure de l’avancement des projets. Une nouvelle centrale d’achats pour l’approvisionnement en marchandises, et de nouveaux logiciels pour les supermarchés, devraient procurer de meilleures conditions aux fournisseurs.
Vincent Muylle a brossé la situation du commerce de détail lors de l’entretien qu’il a accordé à Bio-Marché.Info. Les magasins bio ne bénéficient pas d’une très bonne image en Belgique ; « les magasins sont exigus, et le service à la clientèle est peu aimablenous » a-t-il expliqué. Il faut que cela change du tout au tout ; la qualité de l’accueil doit s’améliorer de manière considérable ; il faut que les clients aient du plaisir à faire leurs achats dans ces magasins. La qualité des produits seule ne suffit pas, il faut aussi qu’ils soient bien présentés, bien emballés. C’est pourquoi, Sequoia a la ferme intention de développer sa marque propre qui ,soit à la hauteur des exigences de leur propriétaires.
Il y a à l’heure actuelle en Belgique, environ 50 supermarchés bio et magasins spécialisés ayant une surface commerciale de plus de 200 m², estime V. Muylle. Je suis obligé de constater que même en centre ville à Bruxelles, il n’y a aucun supermarché bio vraiment moderne qui puisse servir de modèle. Même pour les nombreux députés et parlementaires des différents pays de l’Union Européenne, les milliers d’employés de la Commission, ainsi que toute la cohorte de lobbyistes et divers fonctionnaires, il n’existe aucun endroit approprié, suffisamment moderne, qui puisse leur permettre d’acheter des produits bio.
Si ça ne tenait qu’à Vincent Muylle, Corinne Dumont et Brigitte Bruyninckx, le changement serait pour bientôt. Dans les 10 ans à venir, 30 nouveaux supermarchés Sequoia devraient s’ouvrir. Certains d’entre eux pourraient être exploités en franchise. Nouveau logo et nouvelle appellation sont pour l’instant tenus secrets. En mai 2010 cependant, nous devrions en savoir plus.
www.sequoiashop.com
Bron: organic-market.info, 23/02/2010

Colofon
De BioForum Bioknipsels worden uitgegeven door Bioforum Vlaanderen, de koepelorganisatie voor de biologische landbouw en voeding.
Deze knipselkrant verschijnt om de twee weken met actuele informatie over de nationale en internationale biosector. De berichten worden zonder tekstwijziging (hooguit ingekort) geknipt en geplakt, met vermelding van hun bron. De artikels vermelden geenszins het standpunt van BioForum Vlaanderen, tenzij dit er duidelijk bij staat. Samenstelling: Peggy Verheyden. Nieuwtjes en evenementen kunnen steeds voor opname doorgestuurd worden aan peggy.verheyden@bioforum.be. Momenteel wordt de knipselkrant verzonden naar ruim 2200 relaties binnen de sector, de overheid en sympathisanten van de bioweek.
In- / uitschrijven
kan via een eenvoudig mailtje aan info@bioforum.be.
Archief
Oude nummers kun je hier nalezen, onder 'archief'.
|
|