 


|
BioForum
Bioknipsels 51 - 3 april 2010
De bestedingen van de Belgische gezinnen aan biologische producten, bedroeg in 2009 350 miljoen euro of +12% ten opzichte van 2008. Meer Belgen kopen bio en ze kopen het vaker dan voorheen. Bovendien is het bio-assortiment uitgebreid.
Lees het volledige artikel en nog veel meer in deze Bioknipsels!
Veel leesplezier en een prettig paasfeest!
BioForum Vlaanderen
Het doel van de Bioknipsels is weer te geven in welke mate en met betrekking tot welke thema's bio in de algemene en gespecialiseerde pers aan bod komt. De Bioknipsels vertolken dus niet het standpunt van BioForum
Vlaanderen
ALGEMEEN
PRODUCENT
VERWERKER
VERKOOPPUNT

ALGEMEEN
Chocolade
paaseieren
Verantwoorde chocola is sterk in opkomst, maar hoe zit het met de chocolade paaseitjes? Aluminium is toch vrij onvermijdelijk.
Al weken worden we doodgegooid met paaseitjes, in allerlei smaken en kleurige folietjes. Echt duurzaam kun je ze niet noemen.
Tony's Chocolonely, het merk dat streeft naar slaafvrije chocolade, geeft deze
week twintigduizend eitjes weg. Mensen die zich aanbieden als hulphaas - en
met papieren hazentanden op de foto willen - mogen duizend eitjes uitdelen op
school, onder daklozen of in verzorgingshuizen.
"We krijgen veel aanvragen voor gratis chocola, maar kunnen daar natuurlijk niet steeds aan beginnen. Zo met Pasen vinden we het echter heel leuk", zegt
directeur Eveline Raijmans. "We hebben een hoop fans."
Tony's Factory heeft wat chocola betreft vooral een sociaal-economische
insteek. Raijmans: "Op weg naar 100 procent slaafvrije chocola is ons ding.
Mensen horen niet onder dwang te werken en hebben recht op een behoorlijk
loon. Dat garanderen is al moeilijk genoeg."
Volgens Raijmans worden cacao en chocola vervoerd per schip en vrachtwagen.
Ze geeft eerlijk toe dat ze qua verpakking niet veel verder is gekomen dan
gerecycled papier. "Milieuvriendelijke verpakkingen worden op een andere manier
geproduceerd, dat vergt flinke investeringen", zegt ze. "Op mijn bureau heb ik toevallig een
biologisch afbreekbaar doosje staan, heel mooi maar ook erg duur."
Aan een aluminium papiertje is volgens haar niet te ontkomen.
"Chocola reageert snel op temperatuurswisselingen, en door de vettige
cacaoboter neemt het al gauw andere smaken aan. Dat moet je goed beschermen. Ik heb me trouwens laten
vertellen dat het nieuwste aluminium al al niet meer zo belastend is als het vroeger
was."
Puur, een nieuwe winkel met biologische producten in Leiden, heeft een groot assortiment met hazen en eieren van verschillende merken, zoals Vivani uit
Duitsland en Green & Black uit Groot-Brittannië. Het laatste merk (alle
ingrediënten zijn biologisch) meldt op zijn verpakking keurig dat het FSC-karton uit goed beheerde
bossen komt en dat alle plastic is verwijderd. Helaas zit er nog wel aluminiumfolie
rond het ei zelf.
Eigenares Rina van der Stok weet zo gauw geen merk dat Fair Trade plus
biologisch is en milieuvriendelijk wordt verpakt en vervoerd. "Het is ook niet altijd te zien.
Producenten moeten voor elk keurmerk apart betalen. Soms kiezen ze
alleen voor Fair Trade, terwijl de inhoud ook biologisch is."
Toch ligt er in de betere natuurvoedingswinkels wel degelijk duurzame chocola in
een correcte wikkel: Ananda Chocolate. De cacaoboeren in Ecuador krijgen
fair-tradeprijzen en de chocola wordt ook in dat land verwerkt en verpakt.
De fabriek is nog niet Fair Trade-gecertificeerd, zegt een van de importeurs,
Bastiaan Bais uit Wageningen. "Dat is nogal een papiermolen, maar we hopen dat
dat komende zomer rond is."
Wel al maken ze het doosje van verantwoord geteeld hout, dat weer bedrukt is
met plantaardige inkt. Zelfs de binnenverpakking is bioafbreekbaar. "Gooi het in
de tuin en het wordt voedsel voor planten." Helaas heeft Bais niets speciaals
voor Pasen. "Mallen maken voor kleine chocolaatjes kost duizenden euro's. Tot nu toe hebben we dus alleen repen, geen eitjes."
Het zoeken naar duurzame chocolade paaseitjes is geen sinecure.
Bron: Trouw, 29/03/2010

NL - Ook biologische verpakking laat Moeder Natuur zweten - Een kritische blik op
duurzame producten & diensten
De hele week zijn mensen in het kader van De Week van Nederland Schoon bezig geweest zwerfvuil op te ruimen en vandaag is het zelfs Landelijke Opschoondag. Weg met alle rondslingerende boterhamzakjes, blikjes, chipszakjes, plastic tasjes en patatbakjes langs de kant van de weg.
Hoeveel afval er precies in Nederland rondzwerft, is niet bekend, maar uit onderzoek van het ministerie van Vrom bleek in 2001 dat jaarlijks zo'n vijftig miljoen blikjes en flesjes worden achtergelaten. Ook laat tachtig procent van de mensen wel eens een blikje of plastic zakje slingeren. Zonder te beseffen hoe lang dat blijft liggen. Zo doet een bananenschil er een jaar of drie over voordat die verdwenen is. En een plastic zak? Die doet er tien tot twintig jaar over. Een drankblikje is helemaal lastig: dat blijft gemiddeld anderhalf jaar (staal) tot eeuwig (aluminium) liggen. Inmiddels is er biologisch afbreekbaar verpakkingsmateriaal. Het gaat niet om afbreekbare boterhamzakjes in de supermarkt, maar vooral om folie en andere verpakkingen voor bedrijven. De verpakkingen zijn gemaakt van hernieuwbaar natuurlijk materiaal zoals
maïs, suikerriet en zetmeel, dat uiteindelijk vergaat.
Natuurlijk moet je je afval netjes weggooien. Maar mocht je dan toch je rotzooi laten slingeren, is het achterlaten van biologisch verpakkingsmateriaal dan minder erg omdat het vanzelf verdwijnt? Niet echt. De meeste composteerbare verpakkingen vergaan alleen bij een hoge tempratuur en een hoge luchtvochtigheid. Deze omstandigheden zijn alleen te vinden in een composteerinstallatie. Als verpakkingen in een tuin of berm terechtkomen, kan het dus nog jaren duren voor ze weg zijn. Volgens Hans van Dijk van Milieu Centraal kan dat wel vier jaar duren. "Het wordt dan dus een wedstrijd tussen de reinigingsdiensten en chemie", stelt ook Robbert van Duin van het Recycling Netwerk sceptisch.
Ook de honderd procent afbreekbare zakken van Havelaar BV, leverancier aan banketbakkerijen, lijken niet veel beter. Het bedrijf verkoopt zakken van
maïs die niet in een composteerinstallatie hoeven om te vergaan, maar die verdwijnen door oxidatie. Als de verpakkingen op straat belanden, zijn ze binnen vijf maanden verdwenen. Maar het blijven toch vijf maanden. Daarnaast komen de zakken niet van een plaatselijke producent, maar uit China, Thailand, India en Turkije.
Ook als je de verpakkingen niet laat rondslingeren, zit de milieuwinst volgens Hans van Dijk niet in het vergaan van het verpakkingsmateriaal. "Uiteindelijk levert het geen goede compost op. Er blijft water en koolstofdioxide (CO2) over." De winst zit volgens Van Dijk in het productieproces van de materialen. "Er worden hernieuwbare stoffen gebruikt en het scheelt twintig procent in CO2-uitstoot."
Robbert van Duin is minder overtuigd van die milieuwinst. "Het is zeer de vraag of biologisch afbreekbare verpakkingen beter zijn. Je moet kijken naar het hele productieproces. Zo moeten er vaak stoffen worden toegevoegd om het materiaal net zo goed te maken als gewoon plastic. De vraag is dan: is het nog groener? Dat is onduidelijk."
Bron: Trouw, 20/03/2010

NL - "We krijgen complimentjes over onze zachte sojalakens"
Dragen jullie geitenwollen sokken?
Klaas Verheyden: "Wij zijn allebei afkomstig van het platteland. Duurzaam omgaan met de natuur zat er al altijd in. Toen we een huis kochten in Mechelen, was er geen twijfel over dat we het op een verantwoorde manier zouden renoveren. Hoewel we blijkbaar erg jong zijn in de B&B-wereld, was het van meet af aan ons idee om het huis hiervoor te gebruiken."
Hoe groen is de omgeving?
"We wonen echt in het hartje van Mechelen, op 200 meter van de Grote Markt en 100 meter van de Veemarkt. Soms missen we wel die grote tuin van onze ouders, maar anderzijds maakt het leven in de stad het kiezen voor ecologie ook veel makkelijker. Wij hebben bijna nooit een auto nodig, alle winkels zijn vlakbij. Dat is op het platteland natuurlijk ondenkbaar."
Zijn er bio-eitjes van jullie kippen bij het ontbijt?
"Alle ingrediënten voor ons ontbijt zijn ecologisch. De meeste dingen kopen we in de biowinkel of op zijn minst in het biologisch assortiment uit de supermarkt. Omdat onze ouders nog steeds op het platteland wonen, kunnen we ook producten uit hun tuin gebruiken. Confituur van verse vruchten en soms ook eitjes van hun kippen."
Wordt er geslapen in groene lakens?
"Bijna alle meubels in ons huis en de B&B zijn afkomstig van rommelmarkten. Alleen de twee grote bedden hebben we nieuw gekocht. De handdoeken, washandjes en de lakens zijn wel gemaakt van soja. Dat is niet alleen ecologisch verantwoord, we krijgen er vaak complimenten over dat ze zo zacht zijn."
Open haard of zonne-energie?
"Toen we de woning kochten, dachten we dat ze instapklaar was, maar met alle ecologische aanpassingen zijn we uiteindelijk toch twee jaar bezig geweest. We hebben zonnepanelen, een condensatieketel, het dak is extra
geïsoleerd. Nu spelen we ook met de gedachte een pelletkachel te installeren. Dat is veel verantwoorder dan een open haard, maar heeft wel datzelfde knusse effect."
6Voor groene jongens of bewuste levensgenieters?
"We krijgen zowel mensen die specifiek op zoek zijn naar ecologische B&B's als toeristen die gewoon de stad Mechelen willen bezoeken. We voelen ons ook niet geroepen al onze gasten te overtuigen van de groene gedachte. Zolang ze bij ons een goede nacht doorbrengen, zijn we al heel tevreden."
Praktisch In een kamer met douche slaap je in De Groene Maan voor 70 euro, de kamer met bad kost 85 euro per nacht. Vanaf de derde nacht wordt tien procent korting verrekend. Rik Woutersstraat 19, 2800 Mechelen, 0497/67.22.16.
www.degroenemaan.be
Bron: De Morgen, 6/03/2010

GGO - Over aardbeien met zalmgenen en insectendodende maïs
Tegenstanders wijzen erop dat ggo-maïs behalve de maïswortelboorder ook niet-schadelijke insecten en vlinders schade kan berokkenen.
Ggo's zullen altijd een moeilijk verhaal blijven. In Europa toch. Dat bewijst het dossier over Amflora, de ggo-aardappel van BASF. Die lag al 14 jaar op tafel alvorens de Europese Commissie vorige week dan toch groen licht gaf. Een ideaal moment om de big business van ggo's (10,5 miljard dollar omzet in 2009) te verkennen.
1 waarom loopt europa in ggo's zo ver achter op de vs?
De Amflora-aardappel en MON810, een ggo-maïs van Monsanto goedgekeurd door Europa in 1998. Dat zijn de enige ggo-gewassen die in Europa mogen worden geteeld. De invoer en de verwerking van ggo-gewassen zijn minder aan banden gelegd.
Voor alle duidelijkheid: Amflora en MON810 zijn in Europa niet goedgekeurd voor menselijke consumptie. De Amflora heeft een uitzonderlijk hoog zetmeelgehalte, een belangrijk bindmiddel voor de productie van papier en lijm. MON810 mag in Europa enkel dienen als dierenvoeder.
Het verschil met de VS, Argentinië en Brazilië is enorm. Daar zijn ggo's al lang geen taboe meer. In de VS is al 90 procent van de soja ggo-soja. 'De tests die ggo's moeten doorstaan, zijn dezelfde in Europa als in de VS. Alleen loopt het hier fout met de besluitvorming', zegt Johan Cardoen, de CEO van het Gentse zaadtechnologiebedrijf CropDesign. 'Amerikanen hebben het volste vertrouwen in hun Food and Drug Administration, terwijl Europese politici sinds de dioxinecrisis een zeker wantrouwen hebben tegenover de European Food and Safety Authority (EFSA ). Daardoor worden de adviezen van de EFSA vaak genegeerd of afgeschoten. En dus duurt het allemaal erg lang.'
'Of is er in Europa meer weerstand door de typische eetcultuur van Europeanen, waardoor we meer belang hechten aan authenticiteit', vraagt Geert Gommers van de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren (VELT) zich af.
2 Hoe zit het met de GGO-TEELT in belgië?
In tegenstelling tot landen als Oostenrijk, Frankrijk en Luxemburg geldt in
België geen moratorium op de teelt van MON810. Voor de Amflora-aardappel is er nog geen besluit genomen.
In principe mag hier dus MON810 worden geteeld, maar het gebeurt niet omdat het probleem van de
maïswortelboorder, waartegen MON810 resistent is, zich hier niet stelt. 'En er zijn geen veredelde rassen beschikbaar die aangepast zijn aan onze gronden', zegt Gommers.
Maar stel dat er toch een boer die ggo-maïs wil aanplanten, dan is er een groot verschil voor een Vlaamse en een Waalse boer. 'Vlaanderen legt op dat er 50 meter afstand moet zijn tussen een
ggo-maïsveld en een klassiek maisveld. Wallonië hanteert een isolatiezone van 600 meter, waardoor
ggo-maïs er in de praktijk onmogelijk is.'
3 wat merkt de belgische consument van ggo's?
Tomaten die niet rotten of sla-olie met een betere smaak zal je nog niet zo snel - of misschien zelfs nooit - kunnen kopen. Wat er wel zit aan te komen, zijn gezondheidsverbeterende
oliën. 'Maar pas na 2015', schat Cardoen. 'Op dit moment focussen zaadbedrijven op genwijzigingen die voordelen voor de boer opleveren, zoals meeropbrengst.'
In België zijn er geen ggo- producten in de supermarkt te vinden. 'Er zijn voorbeelden uit het verleden zoals een Kwatta-product en een frituurolie van Carrefour. Maar Greenpeace stond al snel voor de deur', zegt René Custers, ggo-expert van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). En echte voordelen voor de klant hadden ze niet. Voedingsmiddelenproducenten zijn voorzichtig geworden en mijden ggo's. Het is wachten tot er
één echt zijn nek uitsteekt.'
Onrechtstreeks komt iedereen wel eens in aanraking met ggo's. 'Heel veel kippen en varkens in ons land krijgen ggo-sojavoeder.'
4 Wat is het voordeel voor de boer?
'In de periode 1996-2008 hebben ggo-gewassen in de VS een economische waarde opgeleverd van 52 miljard dollar', citeert Cardoen uit een studie. Resistentie tegen allerlei beestjes, betere droogtebestendigheid, enzovoort leiden tot betere oogsten. En de boer bespaart op kosten voor het sproeien van insecticiden. Hij is dan ook bereid een meerprijs te betalen voor ggo-zaden.
5 Wat is de kritiek op ggo's?
'De Amflora-aardappel bevat een gen dat resisentie tegen antibiotica in de hand werkt. Dat kan ervoor zorgen dat op termijn bepaalde geneesmiddelen minder of niet werken. De World Health Organisation en de EMEA delen die bezorgdheid', zegt Gommers.
'En MON810 heeft een ingebouwd gen waardoor de plant een klein fabriekje wordt van giftige stoffen die bepaalde insecten zoals de
maïswortelboorder vernietigen. Er zijn bewijzen dat die stoffen ook andere, niet-schadelijke insecten of vlinders schade berokkenen. En nog
één: in de VS duiken herbicideresistente onkruiden op op sojavelden.'
Iedereen lijkt te zwaaien met bewijzen die hem het best uitkomen. 'Alles is uitvoerig getest en voorgelegd aan de autoriteiten', zeggen de voorstanders.
Maar de kritiek reikt verder. 'Eens je ggo-gewassen teelt in open veld, is de verspreiding ervan in de natuur oncontroleerbaar. Wat als de ggo's andere, wilde planten bestuiven? En het is bijna onmogelijk de logistiek van ggo-gewassen en niet-ggo-gewassen van elkaar te scheiden. Aparte verwerkingsmachines, aparte containers, aparte boten, aparte schepen, . Het resultaat is dat er nu en dan eens een ggo opduikt waar hij niet mag zijn. 'Zo doken in deegwaren van Soubry onlangs sporen op van een ggo-lijnzaad dat eigenlijk al jaren niet meer wordt geteeld', zegt Gommers
6 kunnen ggo's het voedselprobleem oplossen?
Elke zaadbedrijf houdt hetzelfde discours. 'De bevolking groeit. Tegen 2050 moeten we 50 procent meer
calorieën produceren om alle monden te voeden. Het landbouwarsenaal kan niet blijven toenemen. We moeten dus meer produceren op dezelfde oppervlakte. Meststoffen dragen hun steentje bij maar dat zal niet volstaan', zegt een woordvoerder van zaadbedrijf Syngenta. De repliek van Gommers is duidelijk: 'Waarom staan ggo's dan niet in de prioriteiten-top 5 van de Food and Agricultural Organisation van de VN?'
7 Hoe lang duurt het om een ggo te ontwikkelen?
'Een ggo-plant maken moet in een jaar kunnen. Maar er gaat meestal veel onderzoek aan vooraf. Daarna volgen talrijke en zeer dure tests, eerst in de serre daarna in het veld. Vergelijk het met klinische tests voor medicijnen.
Dat geldt trouwens ook voor hybride rassen op basis van conventionele kruisingen. 'We proberen duizenden kruisingen, maar slechts enkele leiden tot een superras. Het is zoeken naar een speld in een hooiberg', zegt Syngenta.
Bedrijven als Monsanto, Bayer, BASF, Syngenta en Dow, die samen meer dan 10 miljard dollar ggo-omzet halen, spenderen jaarlijks honderden miljoenen euro's aan onderzoek en ontwikkeling.
8 zijn er ook andere GGO- toepassingen?
Ggo's worden nog altijd gekoppeld aan voedsel, maar de toepassingen reiken veel verder.
'Er wordt op dit moment een hiv-vaccin getest in de derde klinische fase. Het werkzame
ingrediënt wordt geproduceerd door een genetisch gemanipuleerde
maïs', zegt René Custers van het VIB. 'Zo'n vaccin zal veel goedkoper zijn dan wanneer het gemaakt wordt met celcultuur. Denk ook aan de tests die we hier hebben opgestart met ggo-populieren, waarvan de houtvezels beter geschikt zijn voor de productie van biodiesel.'
9 Gent als GGO-bakermat.
In 1983 slaagde het team van Marc Van Montagu er in Gent als eerste in een vreemd gen in een plant, een tabaksplant nota bene, in te bouwen. 'Monsanto was tegelijk met hetzelfde bezig, maar Gent was iets eerder.' De techniek wordt nu door iedereen wereldwijd gebruikt, omdat het patent intussen is verlopen. Een bacterie die zijn genetisch materiaal overzet naar planten, is de kern van technologie.
10 Wordt binnen 20 jaar alles genetisch gewijzigd?
Nee. De ggo-technologie is zo duur dat hij enkel geschikt is voor wereldgewassen zoals soja,
maïs en koolzaad.
'Ik betwijfel of de toegevoegde waarde bij groenten zo groot zal zijn dat het commercieel interessant wordt', zegt Cardoen. 'Er is bijvoorbeeld een schurftresistente appel ontwikkeld. Schurft is een ziekte waartegen telers wel 15 keer per jaar moeten sproeien. Maar de kans is klein dat de appel op de markt komt gezien de miljoen euro's voor de veldtests.'
Of het voorbeeld van de aardbei en de zalm. Het klinkt mooi, maar is het rendabel?
Zet een aardbei en een zalm in een bokaal en er gebeurt niets. Zet er een biotechnoloog bij en er gebeurt een wonder: een aardbei met zalmgenen die beter bestand is tegen de kou. En is dat niet wat iedereen wil? Heerlijk zoete aardbeien, onafhankelijk van het weer. 'Niet als ze genetisch gemanipuleerd zijn', zeggen tegenstanders.
Bron: De Tijd, 9/03/2010

PRODUCENT
Marktstudies deelsectoren groenten, fruit en zuivel
23/03/2010 - De biologische markt is een kleine markt met relatief weinig spelers en met strikte productieregels. Om die redenen is deze markt zeer gevoelig voor ernstige schommelingen van vraag en/of aanbod. Afnemers worden hierdoor te vaak geconfronteerd in
discontinuïteit in het aanbod, terwijl landbouwers regelmatig met ondermaatse prijsvorming te kampen hebben. Eén van de sleutels om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen is het verhogen van de markttransparantie. BioForum Vlaanderen wil hieraan helpen door de markt voor biologische producten in kaart te brengen. Er werd een marktstudie uitgevoerd voor de deelsectoren van groenten, fruit en zuivel.
De marktstudies vindt u op onze pagina "marktstudies &
cijfers"
BioForum Vlaanderen, Paul Verbeke

Boer@work: Damien Depraetere Bio is hot!
In ons land overtroeft de vraag ruimschoots het aanbod. Damien Depraetere, zoon van ABS-woordvoerder Guy Depraetere, trok daarom vorig jaar de kaart van de biolandbouw. Wat de omschakeling inhoudt, en wat er allemaal bij komt kijken, wilden het VILT-magazine Landgenoten en Boerenstebuiten TV wel eens weten. Bioboer Damien Depraetere@work!Klik hier om Boer@work te bekijken
http://www.boerenstebuiten.be/#videolink
Bron: Boerenstebuiten.be, maart 2010

Biologisch areaal in Zweden neemt fors toe in 2009
In Zweden is vorig jaar 71 pct meer areaal omgeschakeld dan in 2008. Dat is de grootste toename in vijf jaar. Dat brengt het totaal areaal biolandbouw op 316.000 hectare. Daarvan is ongeveer 80 procent akkerland. Met 450 nieuwe biologische boeren komt het totale aantal biologische landbouwbedrijven op 3.600. Dat blijkt uit het jaarrapport 2009 van de certificerende Zweedse instantie KRAV.
De afzet van biologische producten is in Zweden in 2009 met 18 pct gestegen. Daarmee komt het aandeel biologische producten op 4,3 pct van het totaal. Ongeveer 80 pct wordt via de supermarkt verkocht. De belangrijkste productgroep is met 37 pct van het totaal melk en zuivelproducten, 29 pct betrof verpakte levensmiddelen, 12 pct drinkwaren en 10 pct eieren.
In 2010 zal volgens de doelstelling van de Zweedse regering een kwart van de inkoop van levensmiddelen van de overheid biologisch moeten zijn.
In eigen land nam de biolandbouw in 2008 36.000 hectare, of 2,4 procent van de totale landbouwoppervlakte, in beslag. De oppervlakte van de biolandbouw steeg tussen 2005 en 2008 met 57 procent. Het biologisch areaal in de EU bedroeg eind 2008 7,8 miljoen hectare en wereldwijd stond de teller op 35 miljoen hectare.
Bron: Agriholland, 24/03/2010

IFOAM EU Group roept op tot moratorium op GGO-teelt
23/03/2010 - Vertegenwoordigers van de biosector uit 27 lidstaten, waaronder Leen Laenens als vertegenwoordiger van
België, deden zopas een oproep aan de Europese Commissie om te zorgen voor de handhaving van een GGO-vrije landbouw. Ze vroegen John Dalli, de Europese commissaris voor Gezondheid en Consumentenzaken die belast is met de uitspraak over genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) in Europa, om zich te binden aan een GGO moratorium. Dit zou bijdragen tot het garanderen van de keuzevrijheid voor de Europese consument en landbouwer
én de bescherming van de biodiversiteit. Het is daarnaast ook een economische noodzaak voor zowel de conventionele als de biologische landbouwer.
The IFOAM EU Group(1) held its board meeting on 18 and
19 March in Malta, the home country of the European Commissioner for Health
and Consumer affairs, John Dalli, who is in charge of ruling on Genetically
Modified Organisms (GMO) in Europe. The board meeting was organised on the
island of Gozo to coincide with the Malta Organic Agriculture Movement
conference: Organic agriculture and Eco-Gozo(2) held in collaboration with the
ministry of Gozo. Organic farming can play an important role in sustainable
development, a key priority for the achieving of a sustainable island Eco-Gozo(3).
The IFOAM EU Group calls on Commissioner Dalli to commit himself to a GMO
moratorium. This will protect the natural and cultural heritage of Malta, the
potential for Eco-Gozo and will serve the best interests of all EU member states.
This will help to guarantee the freedom of choice for European consumers and
farmers and protect biodiversity. This is also an economic necessity for the food
sector(4): Organic farmers as well as conventional farmers need to be sure that
their products are protected from GMO contamination in order to be able to sell
their products on the market.
The IFOAM EU Group calls on Commissioner Dalli to initiate the following:
- The implementation of a European wide moratorium on GMO approvals
and cultivation of GMOs in the EU. This moratorium must not end before the
Commission has met the demands of the Environmental Council of 4
December 2008(5):
- To appraise the socio-economic impacts of placing on the market and
the cultivation of GMOs: The impacts of GMOs in the whole food
production chain have to be considered, taking into account the different
regional structures of the farming and food system throughout Europe.
This must include the costs for the prevention of contamination and
mitigation measures in case of contamination in: seed production, on the
field; cleaning of commonly used machinery, transport and storage
facilities; as well as in keeping feed and food free from GMOs during
processing.
- To assess long-term effects of GM plants on the environment, especially
on non-target organisms.
- To set a framework for the consideration of the characteristics of
ecosystems/environments and of the specific geographical areas
where GMO might be grown in approval procedures.
- To study the potential consequences for the environment of changes in
the use of herbicides caused by herbicide-tolerant GM plants.
- To ensure coherence between risk assessments of GM plants that
produce active substances (pesticides) covered by directive
91/414/EEC and those of the corresponding plant protection products
- The revision of the EU legislation related to GMO that is currently under way
must result in an improved legislation, protecting the interest and economic existence of farmers and consumers that want to stay GMO
free.
- Being the authority in charge of risk management, the EU Commission must
base its decisions on the precautionary principle that is a basic principle in
EU environmental legislation(6).
- The EFSA as the risk management authority must be reformed.
Independence of EFSA scientists, transparency of risk assessment procedures
as well as the acknowledgement of uncertainties and differing scientific
opinions within these procedures must be guaranteed.
- A European wide framework for co-existence must be established that
ensures freedom of GMOs for all farmers as well as other food and feed
operators that want to stay free of GMOs. Within this framework, the
polluter-pays-principle must be implemented. Those companies who profit
from GMOs have to be fully liable for any environmental and economic
damage caused by the GMO crops. This includes costs for the prevention of
GMO contamination as well as analysis costs for testing GMO free
commodities.
- A labelling threshold for the adventitious presence of genetically engineered
organisms in conventional and organic seed has to be set at the limit of
detection, as demanded by the European Parliament in its declaration from
18 December 2003(7). As the seed is the beginning of the food chain, clean
seed is essential for maintaining GMO free food and feed production.
- Finally, the Commission should revise the approval of the GMO starch
potato Amflora which includes an antibiotic resistance gene. EU legislation(8)
requires by the end of 2004 the phasing out of all antibiotic resistance
marker genes (ARMG), which may have adverse effects on human health and
the environment.
The IFOAM EU Group is aware that the EU Commission is currently discussing
the possibility of a legal framework that facilitates national solutions regarding
the cultivation of certain GMOs. The IFOAM EU Group defends the right of
regions and Member states to stay GMO free, but at the same time we must not
forget that we have a common market in the EU. National solutions must not
lead to a situation where extra costs for precautionary measures to maintain
freedom of choice are induced.
The risk assessment and management must stay at European level, approval
procedures must be made transparent and be underpinned by strict rules.
Decisions must be based on the precautionary principle. Organic and
conventional farmers that want to produce GMO free products must be protected
in their right to stay GMO free if they are to remain financially viable throughout
the EU and not only in those member states that decide to ban the cultivation of
GMO at the national level.
More information:
IFOAM EU Group, phone + 32-2-280 12 23, Fax: +32-2-735 73 81,
info@ifoam-eu.org, www.ifoam-eu.org
NOTES:
(1) The IFOAM EU Group represents more than 300 member
organisations of IFOAM (International Federation of Organic Agriculture
Movements) in the EU-27, the EU accession countries and EFTA. Member
organisations include: consumer, farmer and processor associations;
research, education and advisory organisations; certification bodies and
commercial organic companies.
(2) International Conference: Organic Agriculture and Eco-Gozo, 17 March
2010
(3) Gozo is on the way to become an eco-island by 2020, supported by a
committed sustainable community: www.eco-gozo.com
(4) Co sts for food processors to keep their products free from GMOs are
rising with each GMO that is on the market; costs to prevent GMO
contamination arise for GMO free seed; isolation distances between fields to
avoid pollination; cleaning of shared sowing, harvesting , transport, storage
and milling facilities; segregation of processing and packaging; withdrawals
cost millions.
(5) Council Conclusions on Genetically Modified Organisms (GMOs),
2912nd Environment Council meeting, Brussels, 4 December 2008
(6) Treaty on the functioning of the European Union, Article 191 (2):
Union policy on the environment shall aim at a high level of protection taking
into account the diversity of situations in the various regions of the Union. It
shall be based on the precautionary principle and on the principles that
preventive action should be taken, that environmental damage should as a
priority be rectified at source and that the polluter should pay.
(7) European Parliament resolution on coexistence between genetically
modified crops and conventional and organic crops (2003/2098(INI)), 18
December 2003
(8) Directive 2001/18/EC on the deliberate release into the environment
of Genetically Modified Organisms, Article 4(2)
Bron: IFOAM EU group, 22/03/2010

GGO - Monsanto stevent af op nederlaag rond patentrecht
Monsanto moet binnenkort wellicht een nederlaag incasseren voor het Europees Hof van Justitie. Sojameel valt niet onder de bescherming van Monsanto's octrooi op genetisch veranderde gewassen. De bescherming van een afgeleid product is niet mogelijk, stelt de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie in een advies aan de rechters. De desbetreffende handel is jaarlijks goed voor 3 miljard euro.
De ggo-soja , die resistent is tegen de onkruidverdelger Roundup, geniet in
Argentinië niet van patentbescherming. Monsanto wou dat omzeilen door het meel, afkomstig van de soja uit
Argentinië te laten beschermen via de wetgeving op intellectueel eigendom in de Europese Unie.
Maar op dat punt dreigt de Amerikaanse biotechreus nu bakzeil te halen. 'Bescherming van een afgeleid product is niet mogelijk', poneert de Italiaanse advocaat-generaal van het Hof van Justitie in een advies.
De Europese rechters buigen zich over de kwestie omdat Monsanto Nederlandse importeurs van Argentijns sojameel heeft aangeklaagd. Monsanto wil via die weg
Argentinië onder druk zetten, dat in eigen land geen octrooi op genetisch veranderde soja toestaat.
De Europese rechters moeten binnenkort beslissen over de kwestie. Daarna zal de Haagse rechtbank aan de hand van de Luxemburgse uitspraak een oordeel vellen over het conflict tussen de Nederlandse importeurs en Monsanto.
Op het spel staat ongeveer 3 miljard euro aan handel in Argentijns sojameel dat elk jaar vanuit dat land naar Europa wordt
geëxporteerd. De Europese Unie is de belangrijkste afnemer van soja dat geproduceerd wordt in
Argentinië.
Bron: De Tijd/Agrarisch Dagblad, 25/03/2010

VERWERKER
NL - Biowijn is volwassen
Biologische wijn staat niet langer te boek als duur en zuur. Dankzij een gezondere bodem en meer natuurlijke gistcellen smaakt biologisch complexer dan 'gewone' wijn. Dat hebben toprestaurants inmiddels ook ontdekt.
De biowijn heeft een plek veroverd op de wijnkaarten van toprestaurants als De Librije in Zwolle (3 Michelinsterren) en De Leest in Vaassen (2 sterren). Niet omdat groen en duurzaam nu eenmaal de trend is, nee, het gaat om de smaak. Biowijn kan complexer smaken dan 'gewone' wijn. Daar is uitgebreid onderzoek naar gedaan, door oenoloog Georg Meissner en professor dr. Randolf Kauer van de universiteit van Geisenheim, een bekende wijnbouwopleiding in Duitsland. Tot nu toe zijn de resultaten bijzonder positief.
Tjitske Brouwer is het helemaal eens met de uitkomsten van dit onderzoek. Ze draagt de titel Magister Vini, de hoogste Nederlandse wijntitel. Brouwer doet zelf ook onderzoek, onder meer naar de biologische methodes voor wijnbouw en vinificatie - het maken van de wijn. "Goede biologische wijnen hebben vaak meer aroma's van bloemen en het fruit smaakt sappiger. Dit komt door de aanwezigheid van meer natuurlijke gistcellen. Ook kunnen ze een verfrissende mineraliteit hebben", legt ze uit. "Deze mineraliteit ontstaat door een gezondere, levende bodem waarop de wijnstok groeit. Een bodem die niet is verziekt door het gebruik van pesticiden, maar rijk aan
bacteriën en wormen."
Kim Veldman, eigenaresse en gastvrouw van sterrenrestaurant De Leest, omschrijft die mineraliteit als 'stenig met een bittertje, de zuren mooi in balans en een prettige sensatie van puur fruit'. "Dus niet overduidelijk perzikjes of aardbeitjes." Biowijnen zijn echt anders, legt Veldman uit. "Ze hebben al gauw een rijpe ondertoon omdat er slechts minimaal sulfiet in zit. Ze rijpen sneller en zijn minder lang houdbaar."
Deze smaak-conclusie staat haaks op het gedachte dat biowijnen een beetje tweederangs van kwaliteit zijn. Dit gold wel voor de wijnen die in de jaren tachtig werden verkocht in natuurvoedingswinkels. De druiven werden wel biologisch geteeld, zonder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen, maar de wijnmaker beheerste niet altijd de juiste techniek. Dit resulteerde in 'platte' wijnen met weinig expressie.
De laatste 25 jaar is dit totaal veranderd. Wijnbouwers ontdekken namelijk grote voordelen bij biologische wijnbouw. Ten eerste geeft een gezonde losse bodem met natuurlijke bodembedekkers een gezonde wijn met meer 'terroir-expressie' - een eigen gezicht zou je kunnen zeggen. Maar ook zijn er minder plantenziektes, minder rotte druiven en heeft het blad meer veerkracht, zodat het zich naar de zon keert. Op deze manier wordt het 'zwavelen' (het spuiten met zwavel tegen plantenziektes) van de wijngaard onnodig.
Hoe gezonder de wijngaard, hoe minder (chemische) hulpmiddelen er nodig zijn voor het maken van de wijn in de kelder, meent Nicky Moser, een biologisch wijnmaker in Oostenrijk. En hij niet alleen. Een aantal topdomeinen in Frankrijk, zoals Chateau Pontet Canet in de Bordeaux, Leflaive in de Bourgogne en Deiss in de Elzas, werken al lange tijd biologisch. Duitsland heeft een groeiend aantal biologische wijnboeren die al jaren goede wijnen maken. Restaurant De Librije heeft zelfs een Nederlandse biologische wijn van het druivenras Regent, van De Reestlandhoeve uit Balkbrug, op de kaart staan. Ook wijn uit Nederland is niet slechts een modegril - kwaliteit staat voorop.
Het doel van een biologische wijnboer is het creëren van een uitgebalanceerd ecosysteem in zijn wijngaard. De natuur moet haar werk doen, dus hij gebruikt geen kunstmest, maar compost of andere biologische voedingsstoffen. Hij zoekt naar een natuurlijke balans, waardoor zo min mogelijk schimmelremmers gebruikt hoeven te worden. Vaak zijn autochtone druivenrassen beter bestand tegen schimmels.
Sommige wijnboeren beperken niet alleen de chemie in de wijngaard, maar ook die in de kelder - vooral de hoeveelheid sulfiet wordt beperkt. Sulfiet wordt tijdens de wijnbereiding gebruikt als conserverend middel om de vorming van
bacteriën tegen te gaan en te zorgen dat er geen oxidatie (reactie met zuurstof) plaatsvindt. De wijn houdt zo zijn geur. Wijn zonder sulfiet kan snel in kwaliteit achteruit gaan en azijnachtig worden. Maar als de druiven tijdens de pluk goed worden geselecteerd, met zo min mogelijk blaadjes en steeltjes, is nagenoeg geen sulfiet nodig.
Sulfiet heeft een slechte naam, het zou verantwoordelijk zijn voor de bekende kater. Volgens Paul Kooijman van het Wijninformatiecentrum in Den Haag is dit een fabeltje. "De kater komt echt van de alcohol, maar sulfiet kan thiamine - vitamine B1- afbreken. En dat helpt nu juist bij de vertering van alcohol. Te veel sulfiet kan wél zorgen voor spijsverteringsproblemen met hoofdpijn als gevolg." De mededeling 'bevat sulfiet' op het etiket is sinds november 2005 wettelijk verplicht in de Europese Unie. "Helaas hoeft de exacte hoeveelheid niet te worden vermeld."
Maximaal mag rode wijn 150 miligram sulfiet per liter bevatten en wit of rosé 200 mg per liter. De meeste biologische wijnen komen niet boven de helft van deze hoeveelheid uit. Rode wijn mag trouwens minder sulfiet bevatten dan witte wijn, omdat hij tannines bevat, die al een conserverende werking hebben.
Het aantal wijnboeren dat biowijnen verbouwt stijgt jaarlijks in alle bekende wijnlanden, maar ze zijn nog steeds ruim in de minderheid. Koploper is
Italië. Van alle biowijngaarden in Europa vind je 40,4 procent in
Italië, (samen 36.300 hectare). Een goede tweede is Frankrijk met 24,8 procent en derde Spanje met 18,9 procent. Daarnaast wordt er in Oostenrijk, Duitsland en niet te vergeten in ons eigen land op steeds grotere schaal biologisch gewerkt.
Het aanbod van biowijn is voorlopig bij lange na niet groot genoeg om gewone wijnen te verdringen uit de schappen. Maar met de kwaliteitsverbetering van de afgelopen jaren zal de belangstelling bij de consument zeker toenemen. Kies je voor een biowijn, dan kies je bewust voor een mineralige wijn met minder zoet, maar met een mooie balans in zuren. En een wijn met een verhaal.
Ritmes van de natuur
Biodynamische wijnbouw gaat een stapje verder dan biologisch. De grondslag is gelegd door de antroposoof Rudolf Steiner. Volgens dit idee maakt wijnbouw deel uit van de kosmos, waarbij de grond niet alleen een voedingsbodem is voor de plant, maar een organisme op zichzelf. Vruchtbaarheid komt hieruit voort en kan ondersteund en versterkt worden door het gebruik van een aantal speciale preparaten op basis van onder meer kiezel, kruiden en compost. De stand van zon, maan, planeten en sterren speelt een rol bij de werkzaamheden in de wijngaard. Men leeft mee met de ritmes van de natuur, zoals eb en vloed, dag en nacht en past deze filosofie toe bij het werken in de wijngaard.
Groene wijnen
Meer weten over biowijnen? In september begint in Hilversum een cursus 'Met liefde voor de natuur, Groene Wijn'. Door kennis te maken met de diverse soorten 'groene wijnen' en de certificering en door vergelijkend te proeven kunt u ontdekken of er verschillen zijn tussen conventionele, biologische en biodynamische wijnen. Lesdata: september/oktober 2010. Locatie Hilversum.
www.groenewijn.eu.
Bron: Trouw, 27/03/2010
Nota van Bioforum: Bovenstaand
artikel beschrijft goed de complexiteit van het produceren van wijn van
biologische druiven, maar gaat voorbij aan de complexiteit van de
wetgeving. Tot voor kort waren wijnbouwers verplicht hun wijn te
omschrijven als 'wijn van biologische druiven' en niet als 'biologische
wijn'. Waarom deze vreemde omschrijving? De Europese wetgeving voor
biologische productie en verwerking staat nog niet helemaal op punt met
betrekking tot wijn. Geen regelgeving betekent ook geen controle en
geen certificering van het eindproduct. En certificering is nodig om
een product als biologisch, in dit geval als 'biologische wijn' op de
markt te brengen. Aan deze vreemde situatie komt binnenkort een einde:
de definitieve regelgeving voor wijn wordt nog dit jaar verwacht.

Faillite de Viaka, la plus ancienne conserverie du pays
La plus ancienne conserverie belge est en faillite depuis lundi, a annoncé RTBF.be. Viaka est une société sérésienne qui existait depuis cent vingt ans et qui n'a pu faire face
à la crise: elle a dé déposer le bilan. Une quinzaine de travailleurs se retrouvent sur le carreau.
Viaka a été fondée en 1890 par un charcutier liégeois spécialisé dans le p‰té de foie, les vols aux vents et les carbonnades flamandes.
Elle a été reprise en 2007 par deux ingénieurs agronomes qui ont davantage positionné la firme dans du plus haut de gamme (plats certifiés "bio", des potages en bocaux, plats cuisinés en barquettes avec film transparent, etc.).
La société Viaka employait une quinzaine de travailleurs. Le groupe public de relance Meusinvest, qui détenait un quart du capital, n'a rien pu faire pour sauver l'entreprise.
Bron: Belga, 30/03/2010

NL - Bio-bedrijven voelen hun positie
verzwakken
Steeds meer gangbare bedrijven maken werk van duurzaamheid. Het kan de echte biologische producten in de verdrukking brengen. Consumenten vinden een beetje eko al goed genoeg.
Steeds meer consumenten houden zich bezig met duurzame voeding, geraakt als ze zijn door bijna leeggeviste
zeeën, op elkaar gepropte kippen en varkens en gesleep met eten over de hele wereld. Een kleine maar groeiende en zeer gemotiveerde groep is zelfs doende om een eigen moestuintje te beginnen. Anderen halen hun dagelijkse voeding steeds vaker bij een boer in de buurt of op een boerenmarkt. De meesten gaan echter nog steeds naar de supermarkt, maar letten daar meer dan voorheen op zaken als scharrelvlees, scharreleieren en regionaal geteelde groenten.
Er zijn zelfs supermarkten waar alleen de scharrelvariant van vlees of eieren te koop is. Ook de industrie is meer en meer bezig haar toeleveranciers te sorteren op basis van duurzame werkwijzen. Natuurlijk zien deze bedrijven vooral
commerciële kansen, maar die groengerande houding zet wel zoden aan de dijk richting duurzaamheid omdat het gaat om grote hoeveelheden.
Jarenlang heeft er een gat bestaan tussen de kiloknaller enerzijds, gekenmerkt door veel voor weinig, en de biologische sector anderzijds, met aandacht voor kwaliteit en de harmonie tussen productieproces en omgeving. De toenemende aandacht voor milieu en dierenwelzijn vult dat gat inmiddels behoorlijk op. De consument heeft nu een uitgebreide keuze als het gaat om milieu- en diervriendelijke voeding.
Daar komt nog een niet onbelangrijk kenmerk bij. Het grote tussensegment aan duurzame voedingsmiddelen is goedkoper dan levensmiddelen met het Eko-keurmerk. Ook blijkt uit steeds meer onderzoek dat biologisch niet te allen tijde synoniem is aan duurzaam. Een biologische kip bijvoorbeeld loopt vrij rond, verbrandt daardoor meer en eet daardoor meer dan haar gangbare zuster. Extra voer betekent extra bewerkingen en meer vervoer, want biologische
maïs komt deels van ver. Wordt de biologische sector hierdoor weer in de marge gedrukt waar deze ooit begon of moeten we zelfs vrezen voor zijn voortbestaan?
Martin Wiersema, voorzitter van de vakgroep biologische landbouw van boerenkoepel LTO, liet vorige maand op de Biovak-beurs in Zwolle weten er niet gerust op te zijn.
'De kans bestaat dat de opkomst van het duurzame tussensegment de biologische producten verdringt'', aldus Wiersema, die zelf ook biologische boer is.
'Het is echter niet alleen een bedreiging hoor'', zegt hij desgevraagd.
'De consument schuift op richting duurzaamheid. Er is een kans dat die middengroep van lichtgroene gebruikers door het groeiende aanbod weer een stap verder gaat en uiteindelijk toch bij biologisch uitkomt.'
Het feit dat de biologische sector moet vrezen voor zijn positie is eigenlijk een compliment, vindt Paul Ingenbleek, onderzoeker bij het Landbouw-economisch instituut.
'Dat grote bedrijven zich meer en meer gaan richten op duurzaamheid is mede de verdienste van de biologische sector. Maar het is zeker een bedreiging. De sector moet iets gaan doen, een duidelijke strategische beslissing nemen.' Volgens Ingenbleek moeten ze zich blijven richten op hun doelgroep.
'Het idee, deels door de politiek ingestoken, om in 2010 naar 10 procent marktaandeel te groeien heeft niet gewerkt. Zo'n 5 procent lijkt een natuurlijke grens. Daarmee blijft het een beperkte groep, maar die is wel lucratief. Het alternatief is de concurrentie aangaan met grote bedrijven.'
Die slag is bijna niet haalbaar. Ingenbleeks advies is regionaal te blijven en voortdurend te innoveren.
'Dat is toch de kracht van de Eko-sector. Die is het geweten van de voedingsbranche en vervult daarmee een voorbeeldfunctie. Hun kennis van milieuvriendelijkheid is de top. Blijf die kennis vermeerderen, zorg dat je de duurzaamste partij blijft, maar aarzel niet om dat uit te venten aan het tussensegment, door bij voorbeeld biologische
ingrediënten te verkopen aan bedrijven die willen verduurzamen. Er zijn vele kansen. Kijk eens naar bedrijven als Unilever. Die zijn doende om concernbreed te verduurzamen. Dat levert ook kansen op voor de biologische sector. Tel uit je winst.'
Udo Prins, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut voor biologische landbouw en voeding, voorziet een wedergeboorte van de biologische sector.
'Je ziet een verwatering optreden bij vooral de nieuwe instromers. Dat zijn bedrijven die kiezen voor biologisch vanwege de mogelijkheden om geld te verdienen. Economische vluchtelingen zeg maar. Die zetten in op grootschalige productie en voldoen net aan de biologische normen, maar niet veel meer. Dat kun je zien als een bedreiging doordat het gat met de duurzame, gangbare landbouw kleiner wordt. Toch blijft het winst omdat de hele agrarische sector richting duurzaam opschuift. Voor de biologische sector wordt het echter tijd om weer een volgende stap voorwaarts te maken. Zo ontstaat bio-plus.'
Prins ziet aan de randen van de IJsselmeerpolders, die grote hoeveelheden voor de wereldmarkt produceren, een regionaal gebonden voedselsector ontstaan met een meer slow-food-inslag. Het zijn boeren die naast de voeding met een verhaal tevens andere diensten aanbieden als een aantrekkelijk landschap, natuurontwikkeling en recreatie.
'Dat is bij uitstek geschikt voor innoverende biologische boeren. Dat geeft echt kansen, want een groep consumenten en topkoks gaan daarvoor. Consumenten worden almaar kritischer en prikken met behulp van organisaties als Wakker Dier de verhalen door van bedrijven die mooie sier maken met duurzaamheid maar echt aan de rand opereren.'
Een afscheiding van bio-plus ziet Prins nog niet. 'Voorlopig zijn de pogingen gericht op het binnenboord houden van bio-minimaal-bedrijven. De komende jaren moeten dat duidelijk maken. Als de bio-minimaal-bedrijven niet verder willen
- daarbij gesteund door het ministerie van landbouw want die vindt bio-minimaal wel genoeg
- dan gaat bio-plus zijn eigen weg.
Bron: Agripress, 23/03/2010

NL - Patatje bionaise
Biologisch en snackbar lijken niet samen te kunnen gaan. Toch gebeurt dat bij Burgemeester en bij Natuurlijk Smullen. 'We willen heel erg rijk worden, maar niet over de rug van dieren.'Door Sara Berkeljon
Verantwoord is reuze belangrijk, maar bij hamburgerketen Burgermeester willen ze gewoon de beste hamburgers verkopen. Een van de drie oprichters, Justus de Nijs, zegt: 'Wij willen dat onze gasten komen omdat ze zin hebben in een lekkere hamburger, niet uit een soort misplaatst schuldgevoel. Wij schreeuwen niet van de daken hoe duurzaam we zijn. '
In 2007 begon Burgermeester in de Amsterdamse Albert Cuypstraat. Inmiddels is er het begin van een keten: drie filialen, allemaal in Amsterdam, en een productiekeuken. Het bedrijf heeft zestig man personeel.
Oprichters en eigenaars Vincent van Olphen (29), Justus de Nijs (30) en Dion Eggen (30) kennen elkaar van het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium, waar ze alle drie voortijdig afhaakten. Het idee voor een hamburgerrestaurant, maar dan met
écht goeie hamburgers, kwam van Van Olphen, die in Nieuw-Zeeland 'de beste hamburgers ooit' had gegeten. Zoiets had je nog niet in Nederland.
Dat het 'verantwoorde' hamburgers moesten worden, was snel duidelijk. 'We willen heel erg rijk worden, maar niet over de rug van anderen: mensen —f dieren', zegt Eggen. De Nijs: 'Wij willen het hamburgerstigma doorbreken. Daarvoor hebben we wel concessies moeten doen. We zijn veel meer kwijt aan inkoop, onze marges zijn klein. We gebruiken afbreekbaar schoonmaakmiddel, ons personeel werkt in verantwoorde T-shirts. Het enige
écht onverantwoorde wat wij verkopen, is Coca-Cola. Dat hoort er gewoon bij.'
Het rundvlees waarvan de hamburgers worden gemaakt, komt van boerderij Palmesteyn in de Betuwe. Grote foto's van die koeien hangen in alle Burgermeester-filialen. Ze leven in natuurlijk kuddeverband en worden niet kunstmatig
geïnsemineerd. En toch heeft het vlees niet het keurmerk biologisch.
Eggen: 'Zo'n EKO-keurmerk zegt ook niet alles. Die boer had het vroeger wel, maar nu niet meer, omdat hij geen zin meer heeft in de administratieve rompslomp. Terwijl hij nog steeds ruimschoots voldoet aan alle eisen. Biologisch is een overheidsstempel, en dat kost veel geld.'
Burgermeester gebruikt veel biologische producten, maar niet uitsluitend. Biologisch is niet per definitie beter, zegt Eggen. 'Als je naar de supermarkt gaat, kun je het beste producten kopen met een biologisch keurmerk. Dan weet je dat het min of meer goed is. Maar wij weten van al onze producten precies waar ze vandaan komen.'
Op één staat lekker, op twee verantwoord en op drie: gezond. Dat laatste is bij hamburgers relatief, erkent De Nijs: 'Maar we gebruiken verse producten zonder kunstmatige toevoegingen. We bakken onze burgers op een grillplaat, zonder boter of olie. Bij ons heb je niet dat verkrachte gevoel dat je wel hebt na het eten bij McDonald's.'
Op de menukaart van Burgermeester staat niets over de herkomst van de producten. De Nijs: 'Wij vinden het niet meer dan normaal om verantwoorde producten te gebruiken. Als er geen tonijn met MSC-keurmerk beschikbaar is, verkopen we geen tonijnburgers. De meeste klanten snappen dat.'
Als het aan de eigenaren van Burgermeester ligt, heeft straks elke stad in Nederland een eigen filiaal. De Nijs: 'Uitbreiden gaat langzaam. We kunnen niet te snel groeien, want we moeten de tijd hebben om ons personeel te trainen. Om de productiekeuken te kunnen betalen, zijn drie winkels geen luxe, maar noodzaak. Voor de opening van elk filiaal moeten we weer een nieuwe lening afsluiten. Sommige mensen vinden 6 euro 50 voor een hamburger veel geld, maar ze zouden eigenlijk nog veel duurder moeten zijn.'
In de snackbar van Helen Geul zijn wél alle producten biologisch. En dat is, in tegenstelling tot bij Burgermeester, ook het voornaamste verkoopargument. Geul (52) is sinds anderhalf jaar eigenaar van Natuurlijk Smullen, de eerste biologische snackbar in Nederland. Nu snackbarhouder, daarvoor assistent-manager bij een AC Restaurant en daarna jaren conducteur bij de NS: 'Ik had het vermoeden dat biologisch een enorme groeimarkt zou zijn. En verbazingwekkend genoeg was ik volgens de Kamer van Koophandel de eerste.'
Dus kreeg Natuurlijk Smullen veel aandacht. 'Zelfs minister Gerda Verburg is hier geweest. Aardig mens. Ze heeft een frikandel gegeten.'
Dat ze de eerste was, maakt het ook lastig. Geul verkoopt biologische patat, kroketten, frikandellen en hamburgers, met biologische sauzen. Het was zoeken naar leveranciers: biologische frikandellen kon je nergens kopen. Een slagerij in het oosten van het land was uiteindelijk bereid ze te leveren. 'Ik ben een pionier', zegt ze. ' Toch ben ik een ordinaire snackbar, bietensap verkoop ik niet.'
Geul eet al jaren alleen biologisch vlees, 'uit respect voor de dieren'. 'Ik heb die varkensstallen een keer van binnen gezien: verschrikkelijk. Dan hoef je echt niet meer .' Naar de snackbar zat er dus niet in, tot haar spijt. Dierenwelzijn is de voornaamste reden om biologische kroketten en frikandellen te verkopen, zegt Geul. Maar het is ook lekkerder, zegt ze. 'Je proeft gewoon dat die beesten geen stress hebben gehad.'
Klanten betalen bij Natuurlijk Smullen wel iets meer; een patatje met 'bionaise' kost 2,40 euro. Omdat Geul haar zaak zo nadrukkelijk 'biologische snackbar' noemt, moet niet alleen het vlees, maar ‡lles biologisch zijn. Dat blijkt niet makkelijk: na een rondje door de zaak blijkt dat de appelmoes, mosterd en ijsthee niet biologisch zijn. Geul zucht. 'Dat zijn tussenoplossingen. Voor de ijsthee zoek ik bijvoorbeeld nog een alternatief, want de biologische ijsthee die we eerst verkochten, was gewoon niet lekker. En ik gebruik af en toe chloor. Daar ontkom je niet aan, maar ik ben er niet blij mee.'
Geul staat zes dagen per week van 12 tot 11 achter de frituur. Ze heeft geen personeel, alleen oproepkrachten. Net als de Burgermeester begon ook Geul met geleend geld. Haar zaak heeft 'een knal' van de crisis gehad, maar is rendabel. 'Ik kan wel van een succesje spreken. Ik ben al anderhalf jaar niet langer dan
één dag vrij geweest, maar ik heb er nog geen seconde spijt van gehad. En ik kan weer een frikandel eten.'
Bron: de Volkskrant, 1/04/2010 
NL - Biologisch vlees in opmars in de horeca
Restaurantgasten kiezen nog vaak vlees in plaats van vegetarisch, maar letten er daarbij wel steeds meer op dat het g—ed vlees is.
Dat schrijft De Pers vandaag. Onder goed vlees wordt dan verstaan: biologisch of in ieder geval wetend waar het precies vandaan komt. "Men kiest heel zorvuldig", constateert chef-kok Marc Wunderik van het onlangs geopende vleesrestaurant Pompstation in Amsterdam dan ook.
"Vlees is dus nog steeds heel actueel", aldus Wunderik die al zijn kanttekeningen zette bij de vegatrend die heel erg in opgang was.
Minder constant
Wunderik gebruikt daarom alleen biologisch vlees. Een minpuntje hiervan is dat het minder constant is, zegt de chef-kok tegen De Pers. "Het is wat harder van structuur. Maar de smaak is gewoon beter. We doen nu bijvoorbeeld veel met dry aged vlees, dat een aantal weken in een kast is gedroogd waardoor het mooi zacht is en goed van structuur."
Ook benadrukt hij enkel rosé-kalfsvlees te serveren, waarvoor de dieren niet aan bloedarmoede hoeven te lijden. "Daar heb je geen kruiden bij nodig. Zelfs zonder zout en peper is het al lekker en smaakvol. Het past in de horecatrend van pure producten.'
Ecofields
Het biologische vlees halen veel restaurateurs al bij Ecofields, de eerste en naar eigen zeggen enige biologische kalfveehouderij van Nederland. Dat vlees heeft een biokeurmerk en drie sterren van de dierenbescherming, aldus De Pers.
Horeca die hier zijn waar al inslaat zijn bijvoorbeeld (sterren)restaurants De Kromme Dissel in Heelsum, de Basiliek in Harderwijk en De Kas in Amsterdam.
Bron: HorecaEntree.nl, 26/03/2010

Duurzaamheid wordt de norm
Er wacht een Derde Industriële Revolutie waarin duurzaamheid de nieuwe standaard zal zijn, blijkt uit een rapport van ING. Voedingsmiddelenbedrijven die de komende vijf jaar het beste in staat zijn om prijsschommelingen van voeding en energie te beperken zullen de winnaars zijn, aldus het rapport.
Ook dienen ondernemingen in de sector Fast Moving Consumer Goods (FMCG) zich aan te passen aan de explosieve bevolkingsgroei en democratische verschuivingen die zich de komende jaren zullen gaan voltrekken. Dit zal leiden tot ander koopgedrag en andere voorkeuren.
Duurzame leefstijl
Een groeiende groep consumenten kiest voor een duurzame leefstijl. Ze vragen van bedrijven de levering van verantwoord geproduceerde producten. De ING noemt dit in zijn rapport The Third Industrial Revolution
'consumer reset'. De veranderende consumentenvoorkeuren zorgen voor een revolutie in marketing.
Noodzakelijk kwaad
Duurzaamheid is ook gewoon een noodzakelijk kwaad, zo maakt het rapport duidelijk. Het is van belang dat ondernemingen hun waardeketen aanpassen aan de (toekomstige) schaarste van water, voeding en energie. Dit betekent het duurzaam inkopen van grondstoffen en productiemiddelen, wat weer van belang is voor de merkwaarde, kostenniveaus en marges.
Verschuiving macht
Schaarste van grondstoffen en economische en politieke crises maken dat er een verschuiving van macht plaatsvindt naar de opkomende markten. Van deze ontwikkeling zullen bedrijven profiteren die duurzaam produceren en hun kennis hierover overdragen aan de regio's waar ze actief zijn, de zogenoemde multi-committed companies (mcc's).
De mcc's zijn volgens het analistenrapport van ING beter in staat dan overheden om de Derde
Industriële Revolutie te starten, een van 'reële en duurzame groei'.
Voedingsmiddelenbedrijven
Duurzaamheid is al lang geen 'soft' onderwerp meer en biedt kostenvoordelen en omzetgroei. Voedingsmiddelenbedrijven zijn goed voorbereid op de veranderende consumentenvoorkeuren en de duurzame toekomst. ING noemt met name de voedingsreuzen Unilever en Nestlé.
Bron: VMT, 26/03/2010

"Extracten Stevia-plant gezond alternatief voor suiker"
Omdat ze nauwelijks calorieën bevatten, zijn de zoetstoffen uit de Stevia-plant niet alleen voor gezonde mensen maar ook voor diabetici en zwaarlijvigen een gezond alternatief voor suiker. Bij hoge concentraties treden zelfs gunstige gezondheidseffecten op. Dat stelt professor Jan Geuns (KUL) in zijn boek
'Stevia and steviol glycosides'. Toch weigert de EU de zoetstof toe te laten als voedingsadditief.
Stevia-blaadjes en de zoetstof steviolglycosiden zijn al in heel wat landen als
Brazilië en Paraguay toegelaten als lagecaloriezoetstof. In de Verenigde Staten zijn de blaadjes en extracten toegelaten als dieetsupplement. De Europese Commissie echter weigerde in 2000 de blaadjes en de zoetstof als voedingsadditief. De Europese Stevia Associatie diende in 2007 opnieuw dossiers in, maar nog steeds zijn de afgeleide producten van de steviaplant niet toegelaten.
Geuns is er voorstander van om het product toe te laten. Het is volgens hem immers een zeer geschikte suikervervanger. "De lage doses hebben alleen maar zoetende eigenschappen zonder farmacologische eigenschappen. Toegediend in hoge doses is er sprake van gunstige farmacologische effecten. Zo verlaagt het product de bloeddruk bij personen met hypertensie en de bloedsuikerspiegel bij personen met diabetes type 2. Het verhoogt ook de insulinegevoeligheid, remt huidkankers af en voorkomt aderverkalking. Bovendien zijn geen nevenwerkingen bekend", aldus Geuns.
De Stevia-plant komt oorspronkelijk uit subtropisch en tropisch Zuid- en Centraal-Amerika. Stevia komt nog in het wild voor in het hoogland op het grensgebied tussen
Brazilië en Paraguay. De plant wordt daar door de oorspronkelijke bewoners al eeuwenlang gebruikt als zoetmiddel voor thee, medicinale drankjes en kruidenextracten. In ons land is stevia wel als kruid, maar niet als zoetstof te verkrijgen in de winkel.
Bron: Belga/Vilt, 26/03/2010

"Ecomanagement is onze leidraad"
Na een eerste job in de reclame- en communicatiesector besloot Christine Lefèvre in 2008 om te starten met een nieuw horecaconcept. Volgens haar ligt de toekomst van deze sector in eerbied voor de consument, de gezondheid en de planeet. Vandaag worden er in haar restaurant Tropbon gerechten geserveerd waarvan alle
ingrediënten biologisch zijn en lokaal worden geproduceerd. Zelfs de drankjes zijn biologisch: natuurlijke wijn, biologische bieren... Overigens kreeg Tropbon onlangs een ecolabel met drie sterren van Leefmilieu Brussel, een bevestiging dat het hier een 100 % verantwoorde onderneming betreft. "Ecomanagement is de leidraad bij alles wat we doen", benadrukt de 32-jarige onderneemster. "Al onze lampen zijn spaarlampen, alles wordt gerecycleerd, wij drukken ons menu niet op papier maar schrijven het op een lei enzovoort."
www.tropbon.be
Bron: Bizz Nederlands, 1/04/2010

VERKOOPPUNT
Bestedingen bioproducten groeien verder door in 2009
De bestedingen van de Belgische gezinnen aan biologische producten, opgemeten door GfK Panelservices Benelux in opdracht van VLAM, bedroeg in 2009 350 miljoen euro of +12% ten opzichte van 2008. Meer Belgen kopen bio en ze kopen het vaker dan voorheen. Bovendien is het bio-assortiment uitgebreid.
Het marktaandeel van bio kwam vorig jaar uit op 1,5% tegenover 1,3% het jaar ervoor. Het grootste marktaandeel hebben de biologische vleesvervangers (23%) en het kleinste de vleeswaren (0,4%). Biozuivel en biovlees deden het vorig jaar zeer goed en wisten hun aandeel in de biokorf te vergroten.
84,9% van de Belgische gezinnen kocht in 2009 wel eens een bioproduct. De meeste biokopers vinden we in de groente- en de zuivelrayon. 17% van de gezinnen zijn frequente biokopers, die instaan voor 80% van alle biobestedingen.
Het aandeel van 'speciaalzaak, natuurvoedingswinkel en overige' groeide in 2009 verder door, vooral onder impuls van Bioplanet, van 25,3% in 2007 naar 30%. De klassieke supermarkt (Dis 1) blijft het grootste kanaal met ruim 49% en wist vorig jaar marktaandeel te winnen.
De buurtsupermarkt en de rechtstreekse verkoop zagen hun aandeel vorig jaar krimpen.
Bio is gemiddeld een derde duurder dan niet-bio. Er zijn wel grote prijsverschillen tussen bio en gangbaar afhankelijk van product tot product.
Mooie groei van de bestedingen van biologische producten
De bestedingen van de Belgische gezinnen aan biologische producten*, opgemeten door GfK Panelservices Benelux, bedroeg in 2009 bijna 350 miljoen euro. De biobestedingen in 2009 lagen 12% hoger dan het jaar ervoor.
Deze stijging wordt verklaard door een uitgebreider bio-assortiment en een stijging van zowel het aantal kopende gezinnen (+6,9%) als de aankoopfrequentie (+6,4%). Het besteedde bedrag per aankoop daalde wel lichtjes (-2,4%). De daling van de biobesteding, tussen 2002 en 2006, is volledig toe te schrijven aan de teruglopende interesse voor biovlees en -gevogelte. Door de dioxinecrisis en allerlei schandalen in de vleessector onstond er eind 1999 een oververhitting van de markt die duurde tot 2002. Binnen het GfK-panel noteerde men een abnormale hoge aankoop van biovlees en
-gevogelte. Wellicht hebben de opkomst van een aantal labels zoals
'hormonenvrij' en 'natuurvlees' de biocijfers vertekend. Intussen is deze oververhitting
weggeëbd en is er meer duidelijkheid bij de consument over wat onder
'bio' valt. Nu tekent GfK voor de biomarkt, twee jaar na elkaar, een stevige groei op.
* Voor de totaal bio (voeding, drogmetica en non-food) bedroeg het marktaandeel in 2009 1,2%.
Een uitgebreider bioassortiment
Het aantal bioreferenties dat gemeten werd door GfK is vorig jaar sterker gestegen dan de jaren ervoor namelijk +24% tegenover 6
à 11% de jaren ervoor. In 2009 werden er 3.491 verschillende bioreferenties opgemeten via het GfK-consumentenpanel.
Verscategorieën groeiden verder door in 2009
VLAM volgt binnen de overeenkomst met GfK PanelServices Benelux de verse voeding (inclusief diepvries en enkele kruidenierswaren zoals ontbijtgranen, rijst, droge deegwaren en koekjes) op. De cijfers verder in deze tekst hebben enkel betrekking op deze uitgebreide verscategorie.
De sterkste stijger en tevens de grootste categorie, was de categorie van de plantaardige voeding
(+20%). De besteding kwam voor deze categorie uit op 163 miljoen euro. De besteding van biologische dierlijke voeding (inclusief vleesvervangers) steeg vorig jaar het minst namelijk +5% en kwam uit op 69 miljoen euro. In het laatste kwartaal van 2009 ging deze categorie zelfs licht achteruit. De zuivelcategorie groeide met 13% tot 45 miljoen euro.
Is bio vegetarisch?
De biobesteding bestaat voor bijna 59% uit plantaardige producten. Zuivel neemt 16,3% voor haar rekening en andere dierlijke producten 25%. Deze laatste categorie zag haar aandeel met 2 procentpunt krimpen in 2009.
Bij de gangbare producten zijn dierlijke producten relatief belangrijker dan bij bio. Bij het gangbare hebben de plantaardige en de dierlijke voeding bijna een gelijk aandeel in de gezinsbestedingen namelijk respectievelijk 43% en 41%. Zuivel neemt in het gangbare een gelijkaardig aandeel in als bij bio namelijk 16%.
Stijgend aantal biokopers
Het aantal kopers dat op jaarbasis minstens éénmaal een bioproduct kocht bedroeg vorig jaar 84,9% van de Belgische bevolking. Dit is een groei met meer dan 5 procentpunt ten opzichte van 2008. Zo'n 17% van de Belgische bevolking zijn frequente biokopers. De frequente biokoper koopt minstens
éénmaal om de 10 dagen bio. Deze groep staat in voor 80% van alle biobestedingen en is groeiend.
In Vlaanderen ligt het aantal biokopers met 85,1% iets hoger dan het nationale gemiddelde.
Binnen de productgroepen zijn er grote verschillen in kopersaantallen. De kopersgroep van biogroenten is met 50% veruit de belangrijkste en kende vorig jaar ook een enorme groei. De helft van de Belgen koopt wel eens biogroenten.
De tweede belangrijkste kopersgroep is zuivel met bijna 30%. De biofruitkopers komen met 28% op de derde plaats en zijn ook sterk groeiend. 18% van de Belgen kocht in 2009 wel eens biobrood.
Een licht groeiende kopersgroep is deze van bio-eieren (van 12 naar 13% in 2009).
Het aantal kopers van biovlees steeg van 11 naar 12 op 100. De kopers van biovleesvervangers, biogevogelte, biovleeswaren en aardappelen schommelen tussen de 5 en 8%.
Alle biocategorieën trokken vorig jaar meer kopers aan behalve vleeswaren en vleesvervangers die stabiel bleven.
Potentieel bij de welgestelde gezinnen met kinderen
In absolute cijfers zijn de welgestelde gezinnen met kinderen en de welgestelde gepensioneerden de belangrijkste groep biokopers. Samen zijn zij verantwoordelijk voor bijna de helft van de biobestedingen en dit aandeel is groeiend. Er is evenwel bij de de welgestelde gezinnen met kinderen nog potentieel omdat deze groep met een marktaandeel van 1,2% onder het gemiddelde zit.
Huishoudens met kinderen met een beperkt inkomen scoren met een marktaandeel van 0,9% ook onder het gemiddelde maar wellicht is de prijs voor hen een te grote drempel om meer bio te kopen. Deze groep heeft, door de crisis, zijn biobestedingen gevoelig teruggeschroefd.
Jonge alleenstaanden (<40j) zijn wat ondervertegenwoordigd bij het totaal aantal biokopers maar
éénmaal overtuigd zijn het wel intensieve biokopers. Zij halen met 2,6% zelfs het hoogste marktaandeel. Ook de oudere alleenstaanden (40j+) scoren qua bio-aandeel boven het gemiddelde.
Biobestedingen per capita: groenten koploper
Analoog met het aantal kopers is biogroenten voor de besteding per capita koploper en de sterkste groeier met een bedrag van rond de 5,20 euro. Zuivel komt met 4,20 euro per capita op de tweede plaats. Verder volgt fruit (3,50 euro) en brood (3,10 euro).
Aan biovlees wordt 2,50 euro per Belg besteed en het is de enige daler in het rijtje. Bio-eieren en biogevogelte volgen met 1,30 en 1,20 euro. Biovleeswaren, bioaardappelen en biovleesvervangers sluiten de rij met respectievelijk 80, 60 en 50 cent per capita.
Marktaandeel bio varieert sterk van product tot product
De biologische producten haalden in 2009 een marktaandeel van 1,5% binnen de totale gezinsbestedingen aan voedingsproducten in
België. Het marktaandeel van bio verschilt wel sterk van product tot product. De producten met het hoogste bio-aandeel zijn vleesvervangers met bijna 24%, eieren (7,5%), groenten (4,2%) en brood (2,6%). De vleeswaren sluiten de rij met 0,4%.
De bioklant houdt van het persoonlijk contact met de verkoper
Bijna één op twee bioaankopen gebeurt in de klassieke supermarkt (Dis 1: Carrefour hyper/GB, Delhaize De Leeuw, Colruyt, Cora, Match, Makro, Champion). Hiermee is dit kanaal het belangrijkste biokanaal. De andere helft van de biobestedingen gebeurt in de kanalen met rechtstreeks contact tussen klant en verkoper namelijk de speciaalzaak, de hoeve, de markt en de buurtsupermarkt. De speciaalzaak/natuurvoedingswinkels/overige algemene voeding (inclusief bioplanet) zijn met 30% het tweede belangrijkste kanaal na Dis 1 en de grootste groeier .
Een verschil met de gangbare producten is het lage aandeel van hard discount. Dit kanaal betekent voor bio minder dan 3% tegenover 17% voor de gangbare voeding. De buurtsupermarkt en de rechtstreekse verkoop zagen hun aandeel vorig jaar krimpen. De openbare markt bleef quasi stabiel.
Prijsverschil bio versus gangbaar
Bio is gemiddeld een derde duurder dan niet-bio. Er zijn wel grote prijsverschillen tussen bio en gangbaar afhankelijk van product tot product. Bio-eieren waren in 2009 76% duurder dan de gangbare variant (scharrelei). Dit prijsverschil blijft de laatste jaren wel stabiel. Het bioproduct met het kleinste prijsverschil is de groenteburger. Hier is het verschil met de gangbare variant slechts +19%.
Voor halfvolle melk steeg het prijsverschil vorig jaar tot driekwart. Voor yoghurt en geitenkaas is de meerprijs quasi stabiel op respectievelijk 30% en 37%. Biotomaten waren een derde duurder en bio-aardappelen, die sterk schommelen in prijs, waren 82% duurder dan de klassieke variant.
Biobraadkip werd vorig jaar goedkoper en viel terug tot op het niveau van 2007 (+71%). Het prijsverschil van biobrood is de laatste jaren vrij stabiel (+31%).
Bron: VLAM, 1/04/2010

Voedingsconsumptie in
België in 2009 in kaart gebracht
67% van de consumptiemomenten in 2009 vond thuis plaats en 33% dus elders. Dat blijkt uit een onderzoek van InSites Consulting in opdracht van VLAM. Als we niet thuis eten of drinken dan doen we dit in de eerste plaats op het werk of op school, bij familie of vrienden of in een horecazaak (restaurant, cafe, frituur, É). In vergelijking met 2007 consumeren we in 2009 in verhouding iets meer thuis.
Consumpties buitenshuis worden ook vaak aangekocht in de reguliere retailkanalen (bv. boterhammen van de bakker opeten op het werk), waardoor het aandeel van de retailmarkt (het zogenaamde thuisverbruik) nog een stuk hoger ligt, nl. 82% van de consumptiemomenten. Foodservices (het echte buitenshuisverbruik en de afhaalmaaltijden) zijn dus goed voor 18% van de consumptiemomenten.
Als we enkel de warme maaltijden in beschouwing nemen, dan zijn 74% van die maaltijden thuisbereid, terwijl 26% van de warme maaltijden buitenshuis gekocht en gegeten worden of worden afgehaald. De populairste warme thuisbereide maaltijd blijft de klassieke vlees-groenten-aardappelen-combinatie. Als we alle eetmomenten in beschouwing nemen, dan blijft brood wel het meest geconsumeerde product. Opvallende vaststelling is dat maar liefst 28% van de Belgen tussen 15 en 65 jaar verklaren dat ze de voorbije dag geen groenten of fruit gegeten hebben. Naast de lichte verschuiving van buitenshuisverbruik ten voordele van thuisverbruik merken we sinds de crisis ook een algemene daling van de consumptie.
Onderzoeksmethode
Gedurende 2009 hebben we elke dag 17 Belgen tussen 15 en 65 jaar online bevraagd over hun voedingsconsumptie de dag voordien. Zo kwamen we in 2009 in totaal uit op 6.264 personen die deelnamen aan het onderzoek. Tijdens het onderzoek werden de respondenten op basis van tijdsblokken doorheen de voorbije dag geloodst. Bij elk tijdsblok peilden we naar de plaats van consumptie, de geconsumeerde producten en, indien relevant, naar de aankoopplaats. Op deze wijze verzamelden we in 2009 informatie over maar liefst 27.738 momenten waarop er iets gegeten of gedronken werd. In 2007 voerden we een vergelijkbaar onderzoek zodat kortetermijnevoluties duidelijk worden. In 2007 kwamen we in totaal uit op 6.550 ondervraagde Belgen tussen 15 en 65 jaar en 32.276 effectieve consumptiemomenten.
Door de crisis consumeren we iets vaker thuis
We eten of drinken bijna met zijn allen uiteraard minstens 1 keer per dag thuis. Over de jaren heen zijn we meer elders gaan consumeren en dit o.a. door de gestegen mobiliteit, door de grotere welvaart, door de hectische samenleving of omdat we ervan genieten.
De school of het werk is, na thuis, de belangrijkste consumptieplaats. 30% van alle ondervraagden hebben de dag voordien (week- en weekenddagen samen) daar iets gegeten of gedronken. Dit is wel een daling in vergelijking met 2007 toen nog 37% van de ondervraagden op een gemiddelde dag iets op het werk of op school gegeten of gedronken hadden. Deze daling is waarschijnlijk voor een groot deel te wijten aan de grotere (tijdelijke) werkloosheid en aan de stijging van het deeltijds werken, thuiswerken, É. Bij 28% van de consumpties op het werk of op school werd er ook op het werk of de school gekocht, de andere consumpties werden dus elders gekocht (bv. van thuis meegebracht). Deze verhouding is gelijk gebleven ten opzichte van 2007.
19% van de ondervraagden aten of dronken de dag voordien bij familie of vrienden. Specifiek in het weekend loopt dit percentage op tot 26%. Een consumptie bij familie of vrienden is iets populairder geworden in 2009 in vergelijking met 2007.
Op een gemiddelde dag in 2009 aten of dronken 21% van de Belgen iets op restaurant, snackbar, café, frituur, É In 2007 was dit nog 23%. Het onderzoek bevestigt dus de berichten dat de Belg door de crisis minder op restaurant gaat. Ook bij het restaurantbezoek ligt het percentage hoger in het weekend (28% in 2007 en 26% in 2009). De restaurantbezoeker is eerder mannelijk, alleenstaand zonder kinderen, met een hoger inkomen, Vlaming en wonend in een grote agglomeratie.
Een ander fenomeen in de huidige, hectische samenleving is de consumptie on-the-go. Uit ons onderzoek blijkt dat 10% de dag voordien iets onderweg gegeten of gedronken heeft. Dit is evenveel als in 2007. Het gaat hierbij in de eerste plaats om 15 tot 34-jarigen en eerder om mannen dan om vrouwen. Meest typische on-the-go-producten zijn snoep en koekjes, koffiekoeken, brood(jes), fruit en droog gebak.
67% van de consumpties in 2009 vonden thuis plaats. In 2007 waren dat 65% van de consumpties. Net als de bovenstaande grafiek tonen deze percentages aan dat de Belg in vergelijking met 2007 (voor de crisis) nu opnieuw wat meer thuis is gaan consumeren of bij familie en vrienden en minder op andere plaatsen.
Belg kookt nog voornamelijk zijn eigen potje.
Op een gemiddelde dag in 2009 aten 90% van de Belgen tussen 15 en 65 jaar minstens
één keer een warme maaltijd. Dit is bijna evenveel als in 2007, toen 91% een warme maaltijd at. Net als in 2007 zijn 74% van de geconsumeerde warme maaltijden thuisbereid en 26% dus niet-thuisbereid. Er is duidelijk nog steeds een groot overwicht van thuisbereide maaltijden. Vooral de gezinnen met kinderen koken voornamelijk zelf. De alleenstaanden zonder kinderen staan het minst achter het fornuis. De warme thuisbereide maaltijden worden eerder
's avonds tussen 17 en 20 u gegeten dan 's middags tussen 12 en 14 u en eerder op maandag tot donderdag, dan op vrijdag of in het weekend. Een warme thuisbereide maaltijd bestaat in de eerste plaats uit vers vlees (bij 74% van de warme thuisbereide maaltijden), groenten (bij 73%) en aardappelen of aardappelproducten (bij 62%).
Foodservices goed voor 17,5% van het totaal aantal consumptiemomenten
82,5% van de consumptiemomenten behoren tot het traditionele retailkanaal (thuisverbruik), dus consumpties aangekocht in supermarkten, bakkers, slagers e.d. Het buitenshuisverbruik (consumpties aangekocht in restaurants, cafés, hotels, op het werk, É) is goed voor 12% van de consumptiemomenten en de afhaalmaaltijden voor 5,5%. In aandeel uitgedrukt zijn retail en foodservices (in momenten en niet in bestedingen) goed voor respectievelijk 82,5% en 17,5%. In 2007 was dit 82,2% versus 17,8%. De retailmarkt en de markt van de afhaalmaaltijden wonnen tussen 2007 en 2009 marktaandeel ten koste van de buitenshuismarkt. Opgelet, bij deze opdeling telt dus het aankoopkanaal en niet de consumptieplaats, ondanks de misschien verwarrende term
'thuisverbruik'.
Brood, vlees, groenten, aardappelen en zuivel zijn de toppers op het bord.
Op een gemiddelde dag aten 87% van de Belgen tussen 15 en 65 jaar brood (inclusief sandwiches, broodjes en stokbrood). Daarmee is het veruit de meest vermelde productgroep en scoort het aanzienlijk hoger dan ontbijtgranen, dat bij 15% van de Belgen de dag voordien op de menu stond. Koffiekoeken en taart en gebak werden door respectievelijk 11% en 8% van de ondervraagden genoemd.
De Belgen blijven in de eerste plaats vleeseters. 59% van de respondenten aten de vorige dag vers vlees, terwijl 12% verse vis (inclusief schaal- en weekdieren) at en 1% vleesvervangers.
Op een gemiddelde dag aten 62% van de Belgen groenten (inclusief groentebereidingen). Groenten zijn daarmee
één van de belangrijkste productgroepen op de menu van de Belg, maar anderzijds betekent dit ook dat 38% van de Belgen op een gemiddelde dag geen groenten eten. Voor fruit zijn de cijfers nog meer uitgesproken. Op een gemiddelde dag eten 35% van de Belgen fruit en 65% dus niet. Samengeteld, komen we uit op 28% van de Belgen die op een gemiddelde dag in 2009 geen groenten of fruit gegeten hebben. Tomaten, sla en wortelen zijn de drie meest gegeten groentesoorten, appelen, bananen en sinaasappels de meest gegeten fruitsoorten.
Binnen de maaltijdbegeleiders blijven aardappelen en aardappelproducten (inclusief frieten) koploper voor pasta en rijst. Op een gemiddelde dag aten 51% van de Belgen aardappelen of aardappelproducten, tegenover 22% pasta en 9% rijst.
Ook zuivel heeft duidelijk een plaats in de Belgische consumptie. 51% van de ondervraagden hebben de dag voordien zuivel gegeten (kaas, boter, yoghurt, É), 17% dronk witte melk en 11% andere zuiveldranken. Zowel sojadrinks als sojavoeding stonden daarentegen bij 3% van de Belgen op de menu. 11% van de Belgen gaven aan de dag voor de bevraging eieren te hebben gegeten.
29% van de ondervraagden verklaarden dat minstens 1 van de die dag door hen geconsumeerde producten een biologisch product was. Dit is een lichte stijging in vergelijking met 2007, toen de dagpenetratie van bio 27% bedroeg. De meest geconsumeerde geconsumeerde bioproducten zijn brood, koffie, fruit, groenten, zuivel en aardappelen.
Naast de gewone maaltijden nemen we ook regelmatig een tussendoortje. 59% Verklaarde de dag voor het onderzoek een tussendoortje gegeten te hebben. De topmomenten voor een tussendoortje zijn tussen 14 en 17 u en tussen 20 en 24 u. De meest genoemde tussendoortjes zijn fruit, zuivelproducten, snoep en chips, koekjes en choco(lade).
Het belang van fruit en groenten mag echter ook niet overschat worden. Slechts 11% van de Belgen neemt een stuk groente of een stuk fruit als tienuurtje, slechts 10 % als vieruurtje en als laatavondsnack.
Hier vindt u een wordversie van de perstekst met grafieken.
Bron: VLAM, 25/03/2010

Enorm potentieel voor ecoshoppen in
België
24/03/2010 - Ongeveer één op vier Belgen denk aan het milieu wanneer hij inkopen doet. Meer dan de helft neemt ook in het dagelijks leven groene maatregelen, zoals de verwarming een graadje lager zetten.
'Dat betekent dat er een grote markt is voor ecoshoppen en dat de economie wat dat betreft op een kantelmoment staat', beweren onderzoekers professor Gino Verleye en Katrien Barrat van de Gentse universiteit.
De bevindingen komen uit de eerste ecobarometer. In dat kader peilden de onderzoekers bij 1.100 respondenten naar
'groen' koopgedrag. De belangrijkste conclusie is dat 40 pct van de ondervraagden stelt dat hun aankoopgedrag
beïnvloed wordt door respect voor de natuur. Zo'n 5 pct grijpt nooit naar een
'groen' alternatief in de winkel. Zo'n 4 op 100 Belgen zegt dit elke keer te doen.
Dat betekent dat in totaal 1,8 miljoen Belgische huishoudens rekening houden met het milieu, telkens wanneer ze een aankoop doen. Volgens de onderzoekers zal die groep nog uitbreiden, want 80 pct van de Belgen blijkt zich verantwoordelijk te voelen voor het milieu.
'Er is duidelijk een groot draagvlak voor ecoshoppen in ons land. Ruim 70 pct van de Belgen weet wat duurzaam leven is en vindt het een prioriteit', aldus onderzoekster Barrat.
De belangrijkste reden voor consumenten om voor ecologisch verantwoorde producten te kiezen, is omdat ze er zelf onmiddellijk voordeel bij hebben. Wanneer men niet kiest voor het milieuvriendelijkere product, is in 69 pct van de gevallen de prijs van doorslaggevend belang. Ook door het gebrek aan duidelijk informatie over het groene product kan de consument afhaken.
Volgens de onderzoekers zijn dit problemen die dringend moeten opgelost worden. 'Nu kan je in de winkel staan en geconfronteerd worden met biobananen, fair tradebananen en ecologisch gekweekte bananen. De verwarring is soms groot. Er is nood aan veel duidelijkere labels', zegt Katrien Barrat.
De onderzoekers ontdekten dat er vier verschillende groepen consumenten zijn die elk op een andere manier naar milieuvriendelijke producten kijken. In de eerste groep zit ruim een kwart van de Belgen. Zij zijn overtuigd milieubewust en kopen milieuvriendelijke producten enkel en alleen omdat ze groen zijn. Zij kunnen beschouwd worden als
'voortrekkers' en ze hebben geen problemen met een hogere prijs.
De tweede groep is minder proactief groen. Die bevat ongeveer een derde van de Belgische bevolking. Voornaamste redenen om te twijfelen over groene aankopen zijn de
financiële crisis, verwarring over wat ecologisch is en wat niet en het gebrek aan duidelijke labels. Daarnaast is er nog een tussengroep van nog eens een derde van de consumenten. Zij willen meer directe voordelen zien vooraleer ze tot actie overgaan. Slechts een kleine groep van 9 pct geeft niets om ecologisch shoppen.
'Deze segmentering van de Belgische bevolking leert ons dat er een enorm potentieel is voor ecoshoppen. De twee meest milieubewuste groepen vormen samen meer dan de helft van de bevolking', beweren de onderzoekers. Volgens hen staat onze economie dan ook voor een kantelmoment.
'Om het potentieel beter te benutten, moeten de bezwaren van de tweede groep zoals de prijs en de onduidelijke labelling worden weggewerkt', besluit Barrat.
Bron: De Morgen, 23/03/2010

Biofan: webwinkel met bioproducten voor huisdieren
Véronique Marichal (36) en Franois Darmstaedter (35) gaan als partners door het leven en werkten allebei in een grote multinational. Maar op een dag beslisten ze om hun leven radicaal om te gooien. Ze lanceerden Biofan.com, een webwinkel voor huisdieren. "Ik had mijn buik vol van mijn werk en speelde met de gedachte om mijn studies diergeneeskunde, die ik na
één jaar al had opgegeven, af te maken", vertelt Marichal. "Om die studies te betalen, begon ik een kleine handel rond dieren."
Darmstaedter was iets minder gebeten door dieren, maar dacht er wel vaak aan met een internetbusiness te beginnen. In juni 2009 besloten ze samen de sprong te wagen. In augustus - net toen de arbeidsovereenkomst van Marichal afliep - richtten ze hun eigen bedrijf op. Enkele maanden later begon Darmstaedter ook voltijds voor de zaak te werken. "Eerst was het niet zozeer de bedoeling om de klemtoon te leggen op duurzame producten, wel om alle eigenaars van huisdieren te bereiken en een breed productengamma aan te bieden, tegen correcte prijzen
én leverbaar aan huis", legt Marichal uit. "De ecologische klemtoon - 80 % van de producten is biologisch en 20 % natuurlijk - vloeide eerder voort uit het feit dat we allebei wilden breken met de grote multinationals die tot dan toe ons leven hadden beheerst." Marichal en Darmstaedter besteden niet alleen veel aandacht aan hun producten, ze checken ook systematisch de ecologische voetafdruk van
potentiële leveranciers en kiezen voor opslagplaatsen die uitgerust zijn met zonnepanelen. "Wij willen de consument de kans geven om iets anders te kiezen dan de producten die in de supermarkt te vinden zijn." Wist u overigens dat een middelgrote hond even vervuilend is als een terreinwagen? "Het baasje kan die impact beperken door zijn huisdier biologische voeding te geven."
Om zo efficiënt en performant mogelijk te werken, omringen Marichal en Darmstaedter zich met vertrouwenspartners. "We konden Philippe Woitrin, de baas van een groot bedrijf dat gespecialiseerd is in biologische voeding, overhalen om bestuurder te worden. We besloten ook om de logistiek - het klaarmaken en leveren van de pakjes - volledig uit te besteden aan Katoen Natie." Op die manier kan het duo focussen op de kernactiviteit: producten selecteren, de website updaten, de marketing verzorgen.
Daarvoor moesten ze hulp inroepen, erkent Darmstaedter. Want zoals dat vaak gaat, bleken de prognoses van beide ondernemers iets te optimistisch. "De bouw van de website duurde drie maanden langer dan gepland, ons marketingbudget viel veel te laag uit en e-commerce bleek een pak ingewikkelder dan gedacht", geven ze toe. Een expert in communicatie via Google, Facebook en andere onlineplatforms word je niet in een handomdraai. "We hebben bijvoorbeeld de fout gemaakt om een Facebook-groep aan te maken en geen fanpage , terwijl die veel makkelijker te promoten valt", legt Marichal uit.
Ander probleem: het aantal bezoeken aan de website mag dan al behoorlijk zijn (meer dan 12.000 sinds de lancering), die bezoeken omzetten in aankopen (tot nu toe 220) blijkt een ander paar mouwen. "We kwamen tot het besef dat we
potentiële kopers pas over de streep kunnen trekken als ze de producten kunnen uitproberen. Daarom bleek een campagne waarbij we staaltjes gingen uitdelen, absoluut noodzakelijk." Darmstaedter en Marichal kijken nog tot september de kat uit de boom. Dan beslissen ze of een van hen opnieuw een job als werknemer moet zoeken. Tot dan luidt de doelstelling: tien bestellingen per dag binnenhalen.
www.biofan.com
Bron: Bizz Nederland, 1/04/2010

NL - Duurzame supermarktketen Marqt heeft derde filiaal geopend in Amsterdam
Oprichter Quirijn Bolle zegde zijn baan bij Ahold ervoor op. Hij vond dat het anders moest.
'ƒcht eten' staat er in grote bruine letters op de witte muur onderaan de roltrap. Daar draait het om bij Marqt: producten die op een eerlijke manier zijn gemaakt. Gisteren opende de duurzame supermarktformule zijn derde filiaal in een voormalig bankgebouw aan de Utrechtsestraat in Amsterdam, vlakbij het Rembrandtplein. De winkel, met een oppervlakte van 1.000 vierkante meter het grootste filiaal van Marqt, verkoopt veel verse producten.
Marqt is opgericht door Quirijn Bolle (1975), die in 2004 zijn baan bij Ahold opzegde omdat hij vond dat het anders moest. "Als je de markt wilt doorbreken, dan moet de producent weer direct in contact komen met de consument", vertelt hij. "Hoe kan dat beter dan op de aloude marktplaats?"
Bolle bedacht een bedrijfsmodel waarbij leveranciers direct een plaats in zijn winkel kunnen krijgen. Hij levert de ruimte, het personeel en de kassa's, de leveranciers hun producten in ruil voor een percentage van de omzet. Voor alle grote versgroepen - vis, vlees, kaas en brood - heeft Marqt vaste partners die de voedingswaren zelf produceren. Door het uitschakelen van tussenhandel kan de prijs redelijk blijven.
De duurzame supermarkt met 'authentieke' voedingsmiddelen slaat aan bij het grootstedelijke publiek. Met de derde vestiging erbij denkt Bolle een maandomzet van 1 miljoen euro te halen. Tegelijk met de opening van het nieuwe filiaal heeft hij het assortiment met duizend artikelen uitgebreid. Hij wijst op het schap met olijfolie. "We hebben een fles van 11,99 euro, maar er is er ook een voor 1,69. Er is nu meer keuze, maar de basis blijft altijd echt eten. Daaraan hebben we geen concessies gedaan."
Bolle hoopt nu dat klanten al hun dagelijkse boodschappen bij Marqt gaan doen, en zijn winkel niet meer zien als speciaalzaak. Echt voordelig is het nog niet. De vraag hoeveel duurder een consument nu uit is bij Marqt in vergelijking met een reguliere supermarkt kan Bolle niet beantwoorden. "De producten die je hier koopt, zijn niet te vergelijken met het aanbod van een gewone supermarkt." En dan fel: "Het gaat er bovendien niet om de goedkoopste te zijn. Het is d’é manier van denken die de hele markt verziekt."
"Negentig procent van ons dagelijks voedsel komt uit supermarkten", zegt Bolle. "En die verkopen allemaal hetzelfde. Het gaat er alleen nog maar om wie het goedkoopste is. Geen wonder dat veel van het aanbod gemanipuleerd is met geur-, kleur- en smaakstoffen. Er worden veel stoffen aan toegevoegd om de houdbaarheid te verlengen, of substituten gebruikt als
ingrediënten om het product nog goedkoper te maken. We moeten ophouden troep toe te staan."
Opmerkelijke woorden voor iemand die zes jaar geleden nog bij Ahold werkte. "Ik kwam van school en ging bij een bedrijf werken. Daar zag ik pas hoe het er werkelijk aan toe ging. Ik had bij Ahold een glansrijke carrière en een goed salaris, maar ik stapte eruit."
Binnen Ahold zou hij het nooit voor elkaar krijgen iets te veranderen, dacht hij. Na twee jaar van voorbereiding en contacten leggen opende Bolle begin 2008 de eerste Marqt. In de zomer van dat jaar volgde een filiaal in Haarlem. Het bedrijf zit voorlopig vast aan Amsterdam en omgeving, vanwege "de logistieke puzzel" die het werken met voornamelijk streekproducten oplevert. Bolle wil daar dit jaar nog enkele winkels openen. Vanaf volgend jaar wil hij verder het land in. Volgens Bolle is er in heel Nederland uiteindelijk ruimte voor zestig vestigingen.
Voor de expansie heeft Marqt een lening gekregen van de Triodos Bank. Ook de investeerders van het eerste uur, vermogende particulieren die Bolle in 2006 wist te interesseren en die hij niet bij naam wil noemen, wilden meegroeien. Zij wilden behalve en financieel rendement ook een sociaal rendement op hun investeringen, aldus Bolle.
Marqt is niet per se een natuurvoedingswinkel. "Wij vinden dat het gaat om lekker, biologisch is daarbij een gegeven, maar niet een noodzakelijke voorwaarde." Hij vertelt dat hij een blinde boer en zijn zoon uit Drenthe op zijn kantoor op bezoek kreeg. Ze hadden gehoord van Marqt en wilden dolgraag meedoen. "Ze teelden prachtige groenten volgens oude methoden, maar hadden geen geld voor het EKO-keurmerk. Maar het gaat mij niet om het keurmerk. Ik heb de producten van deze boeren liever dan producten van iemand die tegen de grenzen van het toelaatbare van het keurmerk werkt. Hun groenten liggen nu hier in de winkel."
De ondernemer haalt zijn schouders op bij de opmerking dat reguliere supermarkten ook steeds duurzamer worden. "Dat zijn niet meer dan speldenprikjes. Ik vind het niet geloofwaardig als je
één ding doet, maar het andere laat liggen." Ethiek kost geld, zegt hij, en daarom kost het bedrijven zoveel moeite echt duurzaam te worden. "We hebben nu diverse zeepbellen gehad, moeten we nu lijdzaam wachten tot de volgende uiteenspat? We moeten elkaar aanspreken op verduurzaming, en kritisch naar onszelf zijn."
Tweederde van alle consumenten koopt regelmatig biologische producten. Heavy users, 2 tot 5 procent, kopen om
altruïstische redenen. Light users, het grootste deel, associëren biologisch vooral met gezondheid en dierenwelzijn.
De omzetgroei van biologisch is in de supermarkt het grootst: jaarlijks 10 procent. Het aanbod
creëert in dit geval de vraag, zegt André Brouwer van Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw. Je kunt er in de supermarkt simpelweg niet meer omheen.
De consument die bij Marqt zijn boodschappen doet valt volgens Brouwer in de categorie cultural creatives: mensen met een brede maatschappelijke belangstelling,
geïnteresseerd in cultuur en natuur, een groep die liever een boek leest dan tv kijkt.
Het gaat deze groep niet per se om biologisch. Belangrijker, zegt Brouwer, is dat cultural creatives meedoen aan de gezondheidstrend. Mensen willen weten waar hun eten vandaan komt. Marqt sluit daar handig bij aan.
Bron: nrc.next, 25/03/2010

NL - Limburgse strijd om Duurzaam Winkelcentrum
Winkelcentrum Brusselse Poort in Maastricht, het Retailpark Roermond, de Woonboulevard in Heerlen en het winkelcentrum in Venray strijden komend jaar om de titel Duurzaam Winkelcentrum.
De vier winkelcentra worden gescand op de kansen die maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) te bieden heeft. MVO richt zich op het
creëren van meerwaarde (profit) door bewust om te gaan met de wensen van klanten en werknemers (people) en rekening te houden met het milieu (planet).
Na de scan krijgt het winkelgebied een advies op maat en worden in samenspraak met de winkeliers de meest belangrijke projecten geselecteerd en uitgevoerd. Het winkelgebied met de meest aansprekende resultaten mag zich Duurzaam Winkelcentrum noemen en wint Û 5.000,-.
Bron: Duurzaamnieuws.nl, 30/03/2010

Colofon
De BioForum Bioknipsels worden uitgegeven door Bioforum Vlaanderen, de koepelorganisatie voor de biologische landbouw en voeding.
Deze knipselkrant verschijnt om de twee weken met actuele informatie over de nationale en internationale biosector. De berichten worden zonder tekstwijziging (hooguit ingekort) geknipt en geplakt, met vermelding van hun bron.
De artikels vermelden geenszins het standpunt van BioForum
Vlaanderen, tenzij dit er duidelijk bij staat. Samenstelling: Peggy Verheyden. Nieuwtjes en evenementen kunnen steeds voor opname doorgestuurd worden aan peggy.verheyden@bioforum.be. Momenteel wordt de knipselkrant verzonden naar ruim 2200 relaties binnen de sector, de overheid en sympathisanten van de bioweek.
In- / uitschrijven
kan via een eenvoudig mailtje aan info@bioforum.be.
Archief
Oude nummers kun je hier nalezen, onder 'archief'.
|
|