BioForum Bioknipsels 52 - 14 april 2010

Vandaag stelde Minister-president Kris Peeters het jaarrapport biologische landbouw aan de pers voor. Hij is verheugd met de groei van het Vlaamse bio-areaal. Toch is de achterstand tegenover het Europese gemiddelde groot en rekent BioForum op blijvende inspanningen om deze in te halen. Des te meer omdat de biologische landbouw erg veel troeven in handen heeft om een echt duurzame voedselproductie mogelijk te maken.

Ambiteuze groeten,

Geertje Meire
BioForum Vlaanderen

Het doel van de Bioknipsels is weer te geven in welke mate en met betrekking tot welke thema's bio in de algemene en gespecialiseerde pers aan bod komt. De Bioknipsels vertolken dus niet het standpunt van BioForum Vlaanderen.


CONSUMENT - Algemeen

PRODUCENT

VERWERKER
VERKOOPPUNT


en de Biokalender ...

CONSUMENT

"Beter voor milieu, niet voor gezondheid"

We worden alsmaar zotter van bio. De Belgische gezinnen hebben vorig jaar 350 miljoen euro besteed aan biologische producten. Een stijging met 12% ten opzichte van 2008. Hoewel bio gemiddeld een derde duurder is dan niet-bio, kocht liefst 85% van onze landgenoten in 2009 wel eens een bioproduct. Zelfs fastfood-keten Quick springt op de kar en pakt in september uit met de eerste biocheeseburger. "Bio is minder schadelijk voor het milieu, maar niet per se beter voor de gezondheid", stelt professor voedingsleer Remi De Schrijver.

Bio is hot en dat zie je aan de aardige groei-cijfers in de sector. Marktonderzoeksbureau GFK berekende voor het VLAM dat het biomarktaandeel voor 2009 uitkomt op 1,5 % tegenover 1,3 % het jaar ervoor. Vooral biozuivel en -vlees deden het vorig jaar erg goed en wisten hun aandeel in de biokorf te vergroten. Al ziet professor De Schrijver niet meteen redenen voor het plaatsen van een uitroepingsteken. "Het aandeel van de biolandbouw ten opzichte van de conventionele landbouw blijft verwaarloosbaar", zegt de voedingsdeskundige. "Bovendien blijft het bioverhaal er één van plussen én minnen."

Is bio platte commercie aan het worden?

Professor De Schrijver: "Ik ben geen tegenstander van bio. Die sector heeft alle reden van bestaan: er is namelijk veel vraag naar die producten. Dat de grote bedrijven, zoals ook Quick nu, hun verkoopcijfers willen opkrikken door gebruik te maken van alle opportuniteiten van de markt, mag geen verwijt zijn. Het is een vaststelling. Eerder zijn ze op dieetproducten gesprongen, nu zijn het bioproducten. Het bio-keurmerk wordt strikt gecontroleerd, dus reken maar dat die burger aan alle Europese vereisten zal beantwoorden. Net als de producten die je in de kleine natuurwinkels aantreft."

Is bio gezonder?

De Schrijver: "Ik merk dat mensen die bioproducten kopen vaak bewuster leven en meer over hun voeding nadenken. Dat is positief, maar ze hebben wel recht op correcte informatie. In theorie zoubiovoeding iets veiliger moeten zijn, omdat bij die teelten geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt mogen worden. Maar ook in de traditionele landbouw zijn de normen op dat vlak heel streng geworden. Het verschil is echt verwaarloosbaar. Bovendien zitten er in de lucht en in de grond sporen van chemicaliën die sowieso in alle gewassen of vlees terechtkomen, bio of geen bio. Het enige wat vaststaat, is dat bio niet ongezonder is. De vraag mag niet zijn: eet ik beter bio of geen bio. De vraag moet zijn: heb ik wel een gezond voedingspatroon?"

Heeft bio meer smaak?
De Schrijver: "Biovlees is gewoon lekkerder. Dat hoor je vaak en ergens houdt dat steek. Maar dat heeft niets te maken met het voeder. Biolandbouwers mogen trouwens tot 30% niet-biologisch veevoer gebruiken. Met andere woorden: 100% biologisch vlees bestaat niet. Die 100%-garantie bestaat trouwens bij geen enkel bioproduct. Gemanipuleerde grondstoffen zijn sowieso moeilijk op te sporen. Complexe bereidingen als biopizza's of biopastasauzen bevatten vaak meer dan 30 ingrediënten. Het lijkt me onmogelijk om die allemaal te controleren."
"De betere smaak van biovlees heeft wel te maken met de langere groeitijd. Een gewone vleeskip is na 6 weken slachtrijp. Een biokip doet daar zo'n 12 weken over. Zo'n kip krijgt dus meer tijd om vet aan te maken. Aangezien de smaakstoffen vooral in de vetfractie zitten en de stevigheid van het vlees toeneemt met de leeftijd, zal een biokip wellicht beter smaken."

Is bio beter voor het milieu?
De Schrijver: "Gezien er geen chemicaliën worden gebruikt en er minder intensief wordt bemest, is het logisch dat dit de kwaliteit van ons grondwater ten goede komt. De sector heeft ook onmiskenbaar meer aandacht voor het dierenwelzijn. Al moet je ook daar durven nuanceren. Neem nu de ganse discussie rond de scharreleieren. Uiteraard hebben kippen meer plaats nodig dan de oppervlakte van één A4-blaadje. Maar we mogen daar niet in overdrijven. Vrije uitloop voor legkippen klinkt idyllisch, maar als die dieren vrij rondscharrelen op een erf, is het gevaar voor vervuiling van de eieren toch wel groot. Vraag is of een kip daar nu gelukkiger van loopt. Het beste criterium om het welzijn van een dier te meten, blijft zijn productie. Een zieke of ongelukkige kip legt minder eieren."
Belgen kopen steeds vaker biologische voeding
De vraag mag niet zijn: eet ik beter bio of geen bio. De vraag moet zijn: heb ik wel een gezond voedingspatroon?
Professor De Schrijver

Bron: Het Laatste Nieuws, 3 april 2010

Reactie van BioForum Vlaanderen: BioForum betreurt het dat via het artikel foutieve informatie is verspreid. Zo zouden biolandbouwers tot 30% niet-biologisch veevoer mogen gebruiken, aldus het artikel. Dit is niet correct. Herkauwers moeten vandaag al minstens voor 95% biologische voeders krijgen. Maximaal 5%  van de ingrediënten mogen van niet-biologische afkomst zijn. Deze marge is noodzakelijk om ook  niet-herbivoren, die meestal gevoederd worden met mengvoeders, een evenwichtig en gezonde  voeding te kunnen geven. De biologische productie is immers nog volop in beweging en nog niet alle gewassen zijn in voldoende mate aanwezig op de markt. Eind 2011 zullen echter alle dieren 100% biologische voeders moeten krijgen, een regel die nu al het geval is voor de herkauwers die gevoederd worden met ruwvoeders. Maximaal 5%. Geen 30% dus! Voor de biologische producenten vergt dit een grote inspanning. Maar het is een uitdaging die ze effectief ook realiseren, en waar ze terecht trots op zijn.

Over sommige onderdelen van het artikel kan je nog discussiëren. Professor De Schrijver is niet de eerste, en wellicht niet de laatste, die zich afvraagt of bio wel gezonder is. Toch zijn er ook gewone feiten waar je niet naast kunt kijken. Antibiotica mogen bijvoorbeeld niet preventief worden toegediend aan biologisch gehouden dieren. Het aantal additieven bij de verwerking van biologische producten wordt tot een absoluut minimum beperkt. Dit zijn maar enkele voorbeelden. En als je de jaarlijkse rapporten over pesticidenresidu’s van de Europese Commissie – toch een betrouwbare en objectieve bron van informatie - erop naleest, is het toch wel wat kort door de bocht om te stellen dat het verschil op vlak van pesticidenresidu’s tussen bio en niet-bio te verwaarlozen zou zijn.

Complexe bereidingen zouden onmogelijk te controleren zijn. De Europese bioverordeningen eisen nochtans een uitgebreide en gedetailleerde controle. Geen enkele keten wordt zo gedetailleerd gecontroleerd als de bioketen: vanaf de boer tot in de winkel. Bio is de sector met de meeste ervaring op vlak van traceerbaarheid.

Moeten we het nu ook nog hebben over de verschillen op vlak van dierenwelzijn tussen een batterijkip en een biokip? Hangt dierenwelzijn samen met de economische productie van het dier, zoals hier wordt beweerd? Is het natuurlijk gedrag van een dier geen betere maatstaf om uitspraken te doen over dierenwelzijn? Batterijkippen hebben geen natuurlijk gedrag. Wel een hoge productie, maar verre van natuurlijk. Bioproducenten geven ruimte aan hun kippen.

Professor De Schrijver noemt bio een verhaal van plussen en minnen. Tussen de regels door geeft hij wat plussen toe. Duidelijke minpunten tov de gangbare sector somt hij niet op. Hij beperkt zich tot relativeringen. Uiteraard moet de eerste vraag zijn of je een gezond voedingspatroon hebt. Maar binnen een gezond voedingspatroon is de keuze voor bio nog steeds de meest duurzame beslissing.


Het consumentengedrag staat voor een kantelpunt

De eco-markt in België staat heel dicht bij kantelmoment: liefst 40% van de Belgen verklaart milieu-overwegingen frequent mee te nemen in hun aankoopgedrag. 1,8 miljoen Belgische huishoudens houden effectief rekening met het milieu (bijna) elke keer dat ze iets kopen. En alles wijst erop dat die groep snel zal uitbreiden. Want bijna 80% stelt zich zelf (mee) verantwoordelijk voor het milieu. Dat blijkt uit de resultaten van de eerste Belgische eco-barometer.

De Belgische eco-barometer geeft aan dat groen een topprioriteit is geworden bij consumenten. Liefst 95% van de Belgische bevolking vindt dat zij zelf, bedrijven en overheid milieu-overwegingen bovenaan de agenda moeten zetten en houden. De meerderheid van die consumenten verklaart vandaag al milieuvriendelijke maatregelen te nemen in hun dagdagelijkse gedrag. 79% van de Belgen voelt zich mee verantwoordelijk en bijna evenveel gelooft dat hun acties impact hebben. Ze verwachten daarbij ook inspanningen van bedrijven en overheid.
De consument is goed op de hoogte van de klimaatsopwarming en past zijn gedrag aan:
- 93% sorteert afval
- 73% zet de verwarming 1°C lager
- 71% heeft een andere rijstijl aangenomen
- 65% selecteert apparaten op hun energiescore
- 60% koopt seizoens-en streekproducten

Meer dan de helft van de ondervraagden zegt de milieukwestie heel serieus te nemen en zoekt actief naar manieren om meer milieuvriendelijk te zijn. 4 op 10 Belgen neemt het eco-denken zelfs bijna elke keer effectief mee in hun aankoopgedrag. In 57% van de gevallen doen ze dat omdat er een onmiddellijk voordeel in zit voor hen. Als ze het niet doen, dan is dat in 69% van de gevallen omdat het te duur is. Ook het gebrek aan informatie rond effectieve milieu impact (63%) of verwarrende informatie (42%) houdt de Belgen tegen. Een kleine minderheid (1 op 5) beweert nooit milieu-overwegingen mee te nemen in haar aankoopgedrag.

De eco-markt slaat het eerst aan in de wit- en bruingoed markt (toestellen) dankzij het succes van het A-G label, laatst in ICT en de financiële sector. Afwegingen tussen milieu, merk, prijs en kwaliteit verschillen uiteraard sterk per sector en segment.
Gezien de zeer vruchtbare voedingsbodem en het prioriteitsgevoel, kan het aankoopgedrag zeer snel versnellen: alle motivatoren en de-motivatoren zijn actioneerbaar. Een kloof tussen denken en doen is er vandaag niet echt meer.

Meer details uit het onderzoek en info? Mail Katrien Barrat - www.c-change.be

Over de eco-barometer
Het onderzoek gebeurt op initiatief en door C-Change, een marktonderzoeks- en marketing-bureau rond duurzame productinnovatie en -branding. De eerste eco-barometer is opgezet in december 2009. Het wordt een jaarlijks kwantitatief onderzoek om het draagvlak voor duurzaamheid in het aankoopgedrag bij de belgische consumenten te verstaan.

Het onderzoek bevraagt consumenten over hun aankoopgedrag en verwachtingen rond duurzame producten - de resultaten worden weergegeven per sector en socio-demo segment, representatief voor Vlaanderen en Wallonië. Respondenten zijn een representatieve doorsnee van de Belgische bevolking, 1100 mensen hebben geantwoord. Dit gebeurde in samenwerking met iVox en Prof G. Verleye van UGent.
Waarom? Er is een soort kip-en-ei probleem: de consument wil groene producten maar vindt er geen, de bedrijven zijn niet zeker of er een markt is die dit wil en is bang voor het cynisme van de consument hierrond. Bedoeling is om op basis van marktonderzoek deze cyclus te doorbreken door de bedrijven de nodige markt-inzichten te geven.

Bron: Netwerk Bewust Verbruiken, 07/04/2010

Gratis opleidingssessies over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Het kenniscentrum MVO Vlaanderen organiseert volgende opleidingssessies over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) vanaf eind april 2010:
-          MVO contactdagen
-          Seminaries MVO: iets voor u!
-          Lerend netwerk internationaal ketenmanagement
-          Leren netwerk Duurzaam Hoger Onderwijs
-          Masterclass MVO
-          Masterclass MVO in de Social Profit
 
Wilt u:
-          Meer weten over de mogelijkheden en voordelen van MVO voor uw bedrijf?
-          Ervaringen uitwisselen met pioniers in MVO en andere bedrijven?
-          Nuttige instrumenten om MVO te implementeren leren kennen en organisaties die u daarbij kunnen helpen?
-          Mee zijn met de nieuwste trends inzake MVO?
 
Kortom: wilt u uw duurzaamheidsambitie versterken, lees dan het aanbod van mvo-sessies in de bijgevoegde folder. U vindt er vast iets naar uw goesting!  
 
Inschrijven doet u via de inschrijvingslinks onder de respectievelijke sessies op de site.
 
Alle sessies zijn gratis.
 
Meer info: Céline De Waele, mvosessies@mvovlaanderen.be, 03/205.91.69
 
Bron: MVO, 13/04/2010


Het is groen en het kost geld

Duurzaam geproduceerde make-up, parfum en designjurken - ecolicious is de trend. Voor consumenten met goede bedoelingen en een dikke portemonnee.
Een moderne baby van rijke ouders draagt tegenwoordig onder zijn ecologische rompertje een biologisch afbreekbare bamboeluier. Hij slaapt in een bedje van hergebruikt steigerhout. Zijn moeder gaat gekleed in designjurken van biologisch geteeld katoen. En zijn vader voetbalt in de gerecyclede petflessenlijn van Nike.


Als paddenstoelen schieten groene luxeartikelen uit de grond. Duurzame kleding en gebruiksvoorwerpen lijken definitief van hun stoffige imago verlost: goodbye geitenwollen sok, hello door scharrelrupsen geweven ecozijde. De ecoproducten zijn niet alleen verantwoord, er hangt ook een zweem van luxe omheen: duurzaam geproduceerde kleding, make-up zonder schadelijke chemicaliën, milieuvriendelijk parfum, meubels van afvalhout, ecologische hondenjasjes. 'Ecolicious', noemen trendwatchers deze nieuwe leefstijl.
"De opmars van trendy duurzame producten past in deze tijd", zegt Hilde Roothart, trendwatcher en eigenaar van trendbureau Trendslator. "Steeds meer mensen zijn zich bewust van de schade die de productie van kleding en gebruiksvoorwerpen toebrengt aan de aarde. En nu er ecomake-up verkrijgbaar is en design biojurken, is zo'n duurzame aankoop nog hip ook."
In Amerika betuigen filmsterren openlijk hun steun aan ecokleding en ecosmetica. Je kunt je dan ook afvragen of een gemiddelde vrouw het 'Rich Hippie' parfum koopt omdat het duurzaam is, of omdat Julia Roberts het draagt en het een statussymbool is geworden.

"Inderdaad zijn ecologische producten nu nog luxe-aankopen", zegt Roothart. "Ze worden soms eerder vanwege de exclusiviteit gekocht, dan vanwege het milieu. Het is vooral de elite die zich deze spullen kan permitteren. Toch is het vaak ook een integere aanschaf. Er valt immers weinig te pronken met ecokatoen. Je kunt nauwelijks zien dat het ecologisch is. Net zo min als je het kunt ruiken aan parfum. Er zijn veel consumenten die, juist tijdens deze economische crisis, bewuster aankopen doen. Ze zijn kritischer geworden en kopen liever één duurzaam artikel dan drie flodders. Dat duurzame artikel mag dan best iets duurder zijn."

De consument heeft dan misschien goede bedoelingen, maar heeft de producent dat ook? "De druk op bedrijven om duurzaam te ondernemen is groot", zegt econoom Jeroen Derwall, gespecialiseerd in duurzaam ondernemen en universitair docent in Tilburg en Maastricht. "Die druk komt van de consument, de media en de overheid. Daarom zetten steeds meer bedrijven een 'groene' tak op, deels om hun imago verantwoord te houden, deels om de ecoconsument binnen te halen. Consumenten van luxe ecoproducten zijn doorgaans hoogopgeleid, rijk en loyaal: een aantrekkelijke doelgroep om als bedrijf te bedienen." Volgens Derwall nemen bedrijven nog niet veel risico in deze groene branche. "Vaak zorgen ze dat de productie van duurzame producten niet opgaat in hun core business", zegt hij. "Zo kunnen ze in tijden van economische malaise die tak makkelijk schrappen."

Duurzame gympakjes
Een goed imago en een rijk, trouw klantenbestand; merken die voorheen geen traan lieten om hun milieuvervuilende productie, lanceren nu bij de vleet ecologische collecties. Het Nederlands elftal speelt komende zomer in shirts gefabriceerd van gerecyclede petflessen, Adidas laat Stella McCartney (zelf al pionier met een ecocouture lijn) duurzame gympakjes ontwerpen en ook merken als Jackpot en Agnès B. hebben inmiddels een ecologische kledinglijn. Toch zijn er volgens Roothart genoeg designers die het niet alleen om het geld, maar ook om de schone aarde te doen is. "Nike is weliswaar vooral gezwicht onder druk van consumentenorganisaties, maar Stella McCartney, dochter van een verstokt vegetariër, ontwerpt haar ecocouture uit overtuiging", zegt ze. "Ook Nukuhiva, de winkelketen van Floortje Dessing, is opgericht met idealistische doeleinden."

De ecolicious of 'hiphonest' trend is nu nog voorbehouden aan de bovenlaag. Een bijstandsmoeder zal lak hebben aan een duurzaam gekapt houten hobbelpaard als ze voor een tiende van de prijs een plastic exemplaar kan kopen. Van concurrentie tussen ecoproducten en niet-ecoproducten is volgens Derwall daarom nog geen sprake. "Er zijn nog geen subsidies of richtlijnen die producenten en consumenten stimuleren om duurzamer te worden", zegt hij. "Tot dat wel het geval is, zullen ecologische artikelen luxeartikelen blijven."

Maar trendwatcher Roothart vermoedt dat het een kwestie van twintig, dertig jaar is voordat ook de massa ecoproducten zal omarmen. "Simpelweg omdat we geen andere keuze hebben. De brandstoffen raken op, de aarde raakt uitgeput." Roothart vindt het veelzeggend dat nu al bij de Hema duurzame kleren te koop zijn. "Het snobby imago van eco is aan het verdwijnen", zegt ze. "Op een gegeven moment zal ecologisch katoen regel zijn, geen uitzondering. Er is een revolutie aan de gang met minstens zoveel impact als internet en mobiele telefonie. Kinderen zullen hun ouders later verwonderd vragen waarom zij vroeger geen duurzame kleren droegen."

Als de trend doorzet, zullen de baby's van nu over dertig jaar geen vervuilend ondergoed meer aanschaffen, eten ze patat uit duurzame bakjes, rijden in ecologische auto's en tikken op biologisch afbreekbare laptops. Wat nu nog hip en groen is, is dan gewoon, groen. De baby anno 2040 zal zijn statusgevoel ergens anders vandaan moeten halen.
De ecolicious of 'hiphonest' trend is nu nog voor de elite.

Bron: NRChandelsblad, 10/04/2010

Kissed by the Grape op OenoVideo2010

De film Kissed By the Grape, gemaakt naar een idee van Derrick Neleman, zal op 14 mei a.s. getoond worden op het bekende Oenovideo Filmfestival in Frankrijk. Het festival wordt voor de 17e keer gehouden, dit jaar in Aigues Mortes in de Camargue, van 13 tot 16 mei. Aan het Festival is een wedstrijd verbonden. Een internationale jury beoordeelt de films, waarna de winnaars bekend gemaakt worden in september 2010 in het Palais du Luxembourg in Parijs. Kissed By the Grape werd gemaakt door Fred van Dijk en toont het verhaal van diverse biologische wijnmakers, waaronder Miguel Torres. De muziek wordt verzorgd door Candy Dulfer.


Cinema Delicatessen meldde over Kissed By the Grape: "Een zinnenprikkelende film, want je kunt de passie en liefde van de wijnmakers voor hun druiven en wijn voelen, proeven en ruiken. Als je je ogen dicht doet denk je echt dat deze mannen praten over adembenemend mooie vrouwen. En Candy Dulfer doet er nog een schepje bovenop met een buitengewoon sexy soundtrack."

Kissed By The Grape werd al vertoond over diverse andere filmfestival, onder andere in Zuid-Korea, Griekenland en Spanje. Meer info: www.oenovideo.oeno.tm.fr

Bron: BioFoodonline.nl, 12/04/2010


NL - Werknemer kiest vaker voor gezond, biologisch en verantwoord

Ruim de helft van werkend Nederland is de afgelopen twee jaar bewuster gaan kiezen voor gezonde alternatieven op het werk. Ook biologische en maatschappelijk verantwoorde producten blijken populairder te zijn geworden. Dat blijkt uit onderzoek van cateraar Eurest, onderdeel van Compass Group Nederland, in het najaar van 2009 onder meer dan 1100 werknemers die werkzaam zijn in bedrijfspanden met meer dan 100 werknemers.

Van de respondenten geeft 52,5% aan de afgelopen twee jaar hun eetgedrag te hebben aangepast en vaker te zijn gaan kiezen voor gezonde alternatieven. Ook biologische en verantwoorde producten worden steeds populairder. 17,8% van de Nederlandse werknemers geeft aan dat zij de afgelopen twee jaar ook vaker is gaan kiezen voor biologische of maatschappelijk verantwoorde alternatieven op het werk. Met name op dit gebied worden de komende jaren grote veranderingen verwacht.

bron: Eurest, geknipt uit FoodHolland.nl, 01/04/10


NL - 'Lekker fietsen, 1000 kilometer Piepers'

Het fietsseizoen is weer volop begonnen. Mooiweerfietsers, hardrijders, stille genieters, zondagsrijders en ... bio aardappel-eters bevolken de fietspaden. 
Als u van fietsen houdt én de biologische landbouw een warm hart toedraagt, dan is de gids 'Lekker fietsen, 1000 km Piepers' zeker iets voor u. (Ook leuk als kado voor familieleden en vrienden die op fietsafstand van deze fraaie route wonen.)
Langs de route vindt u tal van biologische boerderijen, horecagelegenheden en - voor de ware lange afstandsfietsers onder u - bed&breakfasts.

Het Pieperpad is een project van Biologica in samenwerking met Greenpeace. De gids 'Lekker fietsen, 1000 km Piepers' is uitgegeven door de ANWB.

Bron: Biologica, 06/04/2010U.K. - Britse biologische omzet daalt als gevolg van recessie

Omzet nu 50% hoger dan vijf jaar geleden - De verkoop van biologisch voedsel in het Verenigd Koninkrijk is met 12,9% gedaald, de grootste terugval in de omzet sinds 20 jaar. Prijsbewuste kopers keren biologische groenten, fruit, vlees en brood de rug toe wegens het van oudsher grote prijsverschil met traditioneel geproduceerde producten. Thuisbezorging van biologische groente en fruitpakketten daalde met 9,8%, in de supermarkt daalde de verkoop met 12,2% en de verkoop bij de boerderijwinkels etc. daalde zelfs met 17,7%. De cijfers werden gepubliceerd door het Organic Market Report 2010 op de Natural and Organic Products Europe Show in Londen, en is de meest actuele analyse van de biologische markt.

De daling van de groei komt na vele jaren met een dubbelcijferige procentuele groei, maar kopers geven nu minder geld uit in de recessie en retailers bezuinigen op aanbod en schapruimte. De supermarkten zijn ondanks een overvloed van gespecialiseerde verkooppunten goed voor 73,7% van de omzet. Bij de drie supermarkten met het grootste aandeel biologisch, Sainbury's, Tesco en Waitrose, is het de laatste waar de omzet slechts met 3,5% is gedaald en voorspellen ze voor dit jaar al weer een groei van 3 tot 5%. Ook bij Tesco is er weer een stijging in de verkopen van biologische groente en fruit.

Volgens een woordvoerder van de biologische organisatie heeft de recessie de sector geconfronteerd met haar imago als 'duur en elitair' en is ook de vraag gesteld of biologisch eten echt lekkerder is of gezonder dan de niet biologische equivalenten. Volgens een vorig jaar gehouden controversiële studie van Food Standards Agency zijn "er geen belangrijke verschillen in de samenstelling van het voedsel of aanvullende voordelen voor de gezondheid in vergelijking met conventioneel geproduceerd voedsel".
Rachel Watson, directeur van Riverford, de grootste aanbieder van biologische groente en fruit, zei dat ze vol vertrouwen zijn en positief over de toekomst. "De markt is gerijpt, maar wij geloven dat er ruimte is voor groei van biologische producten van een goede kwaliteit, met een superieure smaak en versheid en een bekende herkomst". Zie ook: www.agf.nl

Bron: www.biofoodonline.nl, 13/04/2010
U.S.A. - Grandma Obama – Kenya’s best-known organic farmer

The German ZDF TV programme “Abenteuer Wissen” (Adventures in Knowledge) visited an organic project in Kenya together with Hans Rudolf Herren to source information about the immune systems of plants. During the visit, the President of the Swiss aid organization Biovision also met the best-known user of the so-called push-pull method: Sarah Obama, the grandmother of US President Barack Obama. She is delighted with the push-pull method. The new organic strategy repels dangerous pests or attracts them. Push stands for repelling, pull for attracting. Some 25,000 small farmers in Kenya and Uganda meanwhile farm their land in this way. The African farmers have been supported by agricultural scientist Dr. Hans Rudolf Herren for years. The Swiss has lived in Africa for 21 years and has developed the purely organic “push-pull” method, which eliminates the need for synthetic fertilizers and insect poisons.

www.biovision.ch
http://abenteuerwissen.zdf.de

Bron: Naturland, maart 2010
PRODUCENTEN

Vlaamse Overheid : De productie van biologische land- en tuinbouwproducten in Vlaanderen voor het eerst sinds lang opnieuw in de lift.

‘Ik ben zeer tevreden met het positieve elan dat het vernieuwd beleid in het kader van het ‘Strategisch Plan Biologische Landbouw’ in de sector heeft teweeg gebracht’, aldus minister-President Kris Peeters tijdens de voorstelling van het jaarrapport biologische landbouw.

Vandaag werd in de biosupermarkt Bio-Planet in Mechelen het eerste jaarrapport in verband met de biologische landbouwsector voorgesteld. Het is het eerste volledig overzicht van de biosector in Vlaanderen na het ‘historisch akkoord’ dat in juni 2008 onder impuls van de Vlaamse overheid werd bereikt tussen de algemene landbouworganisaties Boerenbond en ABS enerzijds en de koepelvereniging van de biologische sector Bioforum anderzijds. Deze organisaties engageerden zich toen om samen met de Vlaamse overheid het ‘Strategisch Plan Biologische Landbouw 2008 – 2012’ van minister-president Peeters uit te voeren.

Het vernieuwde beleid begint duidelijk zijn vruchten af te werpen.

De consumptie van biologische producten blijft toenemen en de biologische voedingsmarkt blijkt relatief goed bestand tegen de economische crisis.

Het probleem in de voorbije jaren was dat de productie van biologische land- en tuinbouwproducten deze toegenomen consumptie niet volgde. Integendeel, de voorbije jaren stagneerde of daalde de productie van biologische producten in Vlaanderen. Mede door de speciale aandacht die het Strategisch Plan Biologische Landbouw 2008 – 2012 schenkt aan de omschakeling van gangbare landbouwbedrijven naar biolandbouwbedrijven, is deze negatieve trend nu omgebogen.

Groei van de sector
Het areaal biologische land- en tuinbouw is in Vlaanderen met bijna 5% toegenomen in vergelijking met 2008. Het bedraagt nu 3.658,81 ha om precies te zijn.

De groei van het bio-areaal doet zich vooral voor bij het biofruit (+44%), dat vandaag goed is voor 389 ha. Zowel appelen en peren als kleinfruit gaan er op vooruit.
Ook het areaal biogroenten gaat er op vooruit (+9,3%).

Zeer hoopgevend is ook dat het aantal ha in omschakeling sterk toeneemt (+63,1%), wat wijst op een sterke groeimarge in de toekomst. (Areaal in omschakeling is areaal dat reeds volgens de principes van de biologische landbouw wordt beheerd, maar waarvan de producten nog niet als volwaardige bioproducten kunnen gecommercialiseerd worden. Dat kan pas na een wachttijd tot 2 jaar, naargelang het gewas dat er wordt op geteeld.)

In de dierlijke sector stijgt het aantal dieren dat via de biologische regels wordt gehouden van 217.986 naar 243.491. Deze toename is vooral toe te schrijven aan de toename van het aantal biologisch legkippen (+67%). Het aantal biologische geiten en schapen is er sterk op achteruit gegaan (-38%), omwille van de stopzetting van enkele belangrijke geitenhouderijen.

In 2009 kwamen er 21 nieuwe bioproducenten bij, wat het totaal aantal op 242 brengt. Dit is de eerste substantiële netto-stijging van het aantal bioproducenten sinds een tiental jaar.
Verheugend is ook dat een 150-tal geïnteresseerde landbouwers contact hebben gezocht met het project ‘Bio zoekt Boer’, dat in het kader van het strategisch plan werd uitgewerkt om gangbare boeren de stap te helpen zetten naar de bioproductie.

Stijgende consumptie
De biologische sector had relatief weinig te lijden onder de crisis. Stabiele prijzen en een trouw kwaliteitsbewust cliënteel droegen hier voornamelijk toe bij.

17% van de Belgen koopt minstens eenmaal om de 10 dagen biologische producten. Deze groep is goed voor 80% van de biobestedingen.

In absolute cijfers zijn vooral welgestelde gepensioneerden en welgestelde gezinnen met kinderen de belangrijkste kopers. Alleenstaanden onder de 40 jaar nemen met 2,6% het grootste marktaandeel in.

De consumentenbestedingen zijn in België met 15% toegenomen en bereiken 350 miljoen euro.
Deze groei is te verklaren door een uitgebreider bio-assortiment en een stijging van de penetratie en aankoopfrequentie.

Vooral biogroenten zijn in trek. De helft van de kopers van biologische producten koopt wel eens verse groenten, gevolgd door zuivelproducten (30%) en fruit (28%).

Stabiele overheidsuitgaven
Ondanks de moeilijke budgettaire periode bleven de overheidsuitgaven voor biolandbouw op peil. De Vlaamse landbouwadministratie gaat jaarlijks na hoeveel de Vlaamse overheid uitgeeft ten behoeve van de biologische sector. Het gaat hierbij om specifiek toewijsbare steun aan de biolandbouwsector. In totaal gaat het om een bedrag van net geen 3,5 miljoen euro. De ingezette overheidsmiddelen verschuiven vooral richting onderzoek, waaraan een kwart van de overheidsuitgaven wordt besteed.

‘De positieve resultaten die het voorbije jaar in de biologische sector werden bereikt, zijn een stimulans voor de Vlaamse overheid en de partners in de sector om de weg die is ingeslagen met de uitvoering van het ‘Strategisch Plan Biologische Landbouw 2008 -2012’met onverdroten ijver verder te bewandelen’; aldus minister-President Kris Peeters.

persinfo : Luc De Seranno, woordvoerder van
minister-president Peeters - e-mail : persdienst.peeters@vlaanderen.be

Bron: Vlaamse Overheid, 14/04/2010

reactie van BioForum Vlaanderen - Persbericht:
BioForum rekent op blijvende inspanningen voor biolandbouw

BioForum Vlaanderen is verheugd over de groei van het Vlaamse bio-areaal. Toch is de achterstand tegenover het Europese gemiddelde groot en rekent BioForum op blijvende inspanningen om deze achterstand in te halen. Biologische landbouw heeft namelijk veel troeven in handen om een echt duurzame voedselproductie mogelijk te maken.

De biologische productie in Vlaanderen kent voor het eerst in jaren een groei: het biologisch areaal groeide in 2009 met 4,8% tot een totaal van 3659 ha. Ook het areaal 'in omschakeling' nam toe met 63,1%. Dit laatste areaal wordt biologisch beheerd, maar kan pas na een omschakelingsperiode van twee jaar als biologisch gecertificeerd worden. Tot slot kwamen er in 2009 netto 12 nieuwe bedrijven bij. Na verschillende jaren van status quo is dit een positieve evolutie. Alles lijkt er op te wijzen dat de Vlaamse biosector haar aantrekkingskracht voor land- en tuinbouwers aanzienlijk heeft vergroot.

Deze groei is o.a. te danken aan de verenigde inspanningen van de landbouworganisaties Boerenbond, ABS en de koepelorganisatie BioForum Vlaanderen in het kader van het Strategisch Plan Biologische Landbouw 2008-2012 van de Vlaamse Overheid. BioForum Vlaanderen is opgetogen dat deze samenwerking tot snel resultaat heeft geleid. Bovendien is BioForum ook blij te horen dat minister Peeters de positieve resultaten beschouwt als een stimulans om het Strategisch Plan verder uit te voeren.
Want verdere groei is nodig: een sprong van 4,8% is erg mooi, maar het aandeel van de biolandbouw op het totale Vlaamse landbouwareaal blijft nog steeds steken op 0,6%. Daarmee blijven we ver onder het Europese gemiddelde van ruim 4%.

BioForum hoopt dat deze groei er kan komen zonder dat de markt verstoord wordt en engageert zich om deze marktontwikkeling waar mogelijk samen met de marktpartijen te ondersteunen. Meer dan in de gangbare sector kunnen bioboeren rekenen op relatief stabiele en correcte prijzen.

Tot slot benadrukt BioForum dat biologische landbouw niet uitsluitend draait om economische verbreding. De biologische landbouw stoelt op een sterk ontwikkelde visie over duurzame landbouw. De biolandbouw besteedt erg veel aandacht en zorg aan een levende, vruchtbare bodem van waaruit planten een sterke veerkracht ontwikkelen. Die vruchtbare bodem staat centraal in een systeem dat preventieve maatregelen inzet om ziekte en plagen te voorkomen en dat veel potentieel heeft om klimaatswijzigingen af te remmen en zich aan te passen aan voorspelde klimaatswijzigingen. Biologische veeteelt biedt een hoog welzijn voor landbouwdieren en biedt hen niet alleen biologische voeding, maar ook, onder meer, voldoende stalruimte en een vrije uitloop. Kortom, de biologische landbouw is een innovatieve landbouwmethode die aan de huidige maatschappelijke ecologische en ethische eisen beantwoordt. Het is een landbouwmethode die de steun van de Vlaamse Overheid meer dan verdient om verder te kunnen groeien.


GGO - Geen enkel voordeel kan op tegen de sociaaleconomische kosten van ggo-teelt

Genetisch gewijzigde soja met een lager rendement dan de klassieke variëteit kost landbouwers jaarlijks miljarden dollar. Amerikaanse boeren grijpen terug naar de schoffel nadat onkruid resistent werd voor herbicide. Beide voorbeelden komen uit een nieuw rapport van Greenpeace dat de sociaaleconomische kosten van ggo's belicht. Op de voorstelling kwamen ook twee vertegenwoordigers uit de Spaanse landbouw getuigen. In hun land wordt immers 80 % van de genetisch gewijzigde gewassen in de EU geteeld.

Recent stelde Greenpeace een nieuw rapport over de sociaaleconomische
impact van ggo's voor.  “Counting the costs of Genetic Engineering” bevat concrete voorbeelden van transgene gewassen die duur zijn zonder dat ze beduidende voordelen bieden voor de samenleving. Die kosten moeten doorwegen wanneer de EU zich buigt over de toelating voor nieuwe ggo's. Onder het Belgische voorzitterschap zal de problematiek op tafel belanden. Bovendien brengt de Europese Commissie in juni 2010 hierover een rapport uit.

“Het is essentieel dat deze sociaaleconomische impact in rekening wordt gebracht”, verklaart Jonas Hulsens van de campagne duurzame landbouw en ggo's bij Greenpeace België. “Overal ter wereld waar ggo's worden geteeld, horen we getuigenissen van benadeelde boeren. In België, waar geen enkele landbouwer directe ervaring heeft met genetisch gewijzigde gewassen, kan deze informatie van kapitaal belang zijn.”

De studie schetst flagrante mislukkingen bij de teelt van ggo's, maar ook de mislukkingen van economische aard die soms met deze teelt gepaard gaan. Het gaat om de belangrijkste ggo's zoals soja, maïs en katoen. Lagere opbrengst dan beloofd, genetische besmetting, supplementaire kosten die het gevolg zijn van gescheiden circuits of imagoschade voor producten die de consumenten associëren met kwalitatieve voeding: aan voorbeelden wereldwijd geen gebrek.

In de VS grijpen boeren noodgedwongen terug naar de schoffel nadat ze genetisch gewijzigde gewassen hebben geteeld die resistent zijn voor het werkende bestanddeel van onkruidverdelger. Door overmatig gebruik van herbicide is bepaald onkruid daar nu tegen bestand, en dus wieden ze opnieuw met de hand, een kost die naar schatting 240 dollar per hectare bedraagt. In Colombia hebben katoentelers die uitsluitend genetisch gewijzigd zaaigoed mogen gebruiken, ontdekt dat de genetische manipulatie geen bescherming biedt tegen het type rups dat hun velden aantast. Tot 12 % van hun oogst ging er verloren. De besmetting van Canadees lijnzijd maakte een einde aan de goede reputatie van dit ingrediënt, dat vooral met gezonde voeding werd geassocieerd. Sommige oogsten mochten de haven niet uit. 1)

Ook in Spanje, dat al sinds 1998 ggo's teelt, groeit het verzet. Vandaag zien vele Spanjaarden de biotechnologie als een bedreiging voor de duurzame landbouw, zo blijkt uit een manifest dat verscheidene prominenten ondertekenden. 2) “Verschillende leden van onze organisatie werden het slachtoffer van genetische besmetting, en wij vrezen dat de kleinschalige familiale landbouw lijdt onder hegemonie van de industriële landbouw”, getuigt Andoni Garcia van de Coordinadora de Agricultores y Ganaderos (COAG), de grootste Spaanse boerenbond. Samen met David Sánchez van Friends of the Earth in Spanje was hij aanwezig op de presentatie van het rapport.

In zijn studie heeft Greenpeace ook ruime aandacht voor alternatieven voor de industriële landbouw, zoals de manier waarop familiale landbouw zonder ggo's kan helpen om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen.
Ook biologische landbouw kiest voor ggo-vrije productie.

Gerelateerde rapport: "De kosten van ggo's", 24 maart 2010

Opmerkingen voor de redactie:
1) Uit het rapport “Counting the costs of Genetic Engeneering”
2)) Andoni Garcia (COAG) en David Sanchez (Amigos de la Tierra) stelden in Brussel een document voor met de bezwaren van het middenveld tegen ggo-teelt: "Declaración de personalidades y organizaciones de la sociedad civil sobre las aplicaciones de la biotecnología en la modificación genética de plantas, ante la amenaza que representan para la agricultura y la sostenibilidad".
Een ander document over de sociaaleconomische impact van ggo's in Spanje is eveneens beschikbaar: “Questionnaire about the socio-economic implications of the placing on the market of GMOs for cultivation. A diagnosis by Spanish organizations: COAG, Ecologistas en Acción, Friends of the Earth and Greenpeace”.


Bron: Greenpeace, 24/03/2010

Biobedrijfsnetwerken

Sinds geruime tijd leeft bij Landwijzer het verlangen om niet alleen (min of meer) nieuwe, (min of meer) jonge boeren voor te bereiden op hun instap in de biologische land- en tuinbouw, maar ook een bijdrage te leveren aan de permanente vorming van gevestigde, ervaren bioboeren.

Dat vergt natuurlijk een andere aanpak en inhoud dan wat we in de tweejarige landbouwopleiding aanbieden. Bij het Louis Bolk Instituut leerden we de aanpak van de bedrijfsnetwerken kennen. In de bedrijfsnetwerken komen boeren samen om ervaring uit te wisselen, op zoek te gaan naar bestaande kennisbronnen die nog onvoldoende bekend zijn, en vraagstukken naar voor te schuiven die nog (of nog verder) onderzocht moeten worden.

Vorig jaar dienden we met een samenwerkingsverband van drie organisaties – Bioforum, Louis Bolk Instituut en Landwijzer – een projectaanvraag in bij de Vlaamse Overheid om ook hier in Vlaanderen in enkele sectoren Biobedrijfsnetwerken op te starten. Dit project werd ondertussen goedgekeurd, en ging afgelopen najaar van start.
De werking met ervaren, gevestigde boeren past niet enkel in het kader van de voortdurende bijscholing van individuele boeren en tuinders, maar beantwoordt tevens aan een aantal uitdagingen waarmee onze biosector vandaag geconfronteerd wordt.

Na een zeer langzame groei, gespreid over enkele decennia, kenden we enkele jaren terug een korte  periode waarin het aantal biobedrijven sterk toenam. Ondertussen is die groei opnieuw gestagneerd, en zijn er nog zeer weinig omschakelingen.

Voor de meeste gangbare bedrijven is de drempel zeer hoog. Landbouwbedrijven staan immers niet zomaar op zichzelf. Ze maken deel uit van een keten, met leveranciers en afnemers. Daarnaast zijn er ook de omliggende landbouwbedrijven, de sectorvakgroep waarvan men deel uitmaakt, een voorlichtingsorganisatie, een syndicale groep, … Boeren hebben beroepshalve contact met vele tientallen mensen, waarmee men vaak al een jarenlange vertrouwde band (of vertrouwensband !) heeft. Potentiële omschakelaars vrezen dat zij de meeste, zoniet alle contacten zullen moeten verbreken die men in de loop der jaren heeft opgebouwd.
Daarnaast was het in het verleden ook zo dat de pioniers van de biolandbouw hun kennis en kunde meestal helemaal in hun eentje, uit eigen ervaringen (met vallen en opstaan) hebben opgebouwd. Er was ook geen andere weg, er waren weinig of geen collega’s, er waren geen voorlichters, er waren geen praktijkcentra of onderzoeksstations. Vaak gaan gangbare boeren ervan uit dat dit vandaag nog steeds het geval is.

Biobedrijfsnetwerken kunnen naast het concrete, praktische nut voor de gevestigde bioboer ook een antwoord bieden aan de koudwatervrees van gangbare boeren en tuinders die met hun hart al bij “de bio” zijn. Het is niet zo dat je vandaag alleen staat in de biosector, daar alleen je weg moet zoeken, en alleen uit eigen ervaring de nodige kennis kan opdoen.
Overigens is het ook zo dat er vandaag, in tegenstelling tot de pionierstijd, wel degelijk bio-voorlichters en praktijkonderzoekscentra zijn. Alleen loopt de “verbinding” nog niet altijd ideaal. Bioboeren vinden elkaar niet altijd om naar onderzoekscentra toe te stappen, en voor onderzoekscentra is het vaak heel moeilijk en tijdrovend uit te vissen wat nu prioritair zou moeten worden onderzocht om zoveel mogelijk bioboeren en – tuinders vooruit te helpen.

Ook daar kunnen biobedrijfsnetwerken het verschil maken, door vanuit overleg onderzoeksvragen te formuleren, en prioriteiten aan te geven.
Ondertussen zijn de eerste biobedrijfsnetwerken gestart. De biomelkveehouders kwamen de afgelopen winter al een paar keer bijeen, en gingen op bezoek in Nederland bij Jan-Dirk Vandevoordt, producent van de befaamde Remekerkaas. In mei organiseren we een praktijk-veehouderijdag op Boerderij De Zwaluw (Lovendegem) rond “Voeding en vruchtbaarheid”. Prioritaire thema’s voor de biomelkveehouders zijn : gezonde koeien, een goede melkprijs en een goed profiel van de biomelkveehouderij naar de consument toe.

Ondertussen ging ook een studiedag door met als thema “Hoe maak ik mijn thuisverkoop tot een succes”, vooral gericht naar de groententelers, en ging het bedrijfsnetwerk kleinfruit van start. De kleinfruittelers willen in het kader van de bedrijfsnetwerken graag bij elkaar korte bedrijfsbezoeken organiseren om letterlijk op het praktijkveld met elkaar ervaringen uit te wisselen.
Deze week komen ook de geitenhouders samen. Zij hebben al een soort “bedrijfsnetwerk”, maar ze willen de werking die nu nog vaak beperkt blijft tot het organiseren van voordrachten verbreden naar meer uitwisseling van eigen ervaringen en kennis.

Bron: Landwijzer, Koen Dhoore, nieuwsbrief april 2010

Trekpaardencursus

Landwijzer organiseert dit voorjaar opnieuw een 5-daagse cursus “Leren werken met trekpaarden” op vrijdagen en zaterdagen tussen 30 april en 14 mei in Dranouter. Dit in samenwerking met Hans Renders van ‘Den Blinker’.  De volledige basis van het werken met trekpaarden komt aan bod. Er is geen voorkennis vereist, maar enige vertrouwdheid met paarden (dieren) is wel van belang. Het aantal deelnemers is beperkt; snel aanmelden dus !
 
De belangstelling voor het werken met trekpaarden in de biologische land- en tuinbouw groeit internationaal.  Niet vanuit een romantische nostalgie naar de tijd van weleer, maar vanuit de zorg voor de bodem (minder structuurbederf), het streven naar minder afhankelijkheid van (fossiele) brandstoffen of de voorkeur voor de kwaliteit van het werken met dieren.  De nieuwe machines voor paardentractie die de afgelopen decennia zijn ontwikkeld, maken het mogelijk om ook op een modern land- of tuinbouwbedrijf werkzaamheden met paarden uit te voeren.  Dat biedt o.a. perspectieven voor niet al te grootschalige bedrijven.  Voorwaarde is uiteraard dat de boer of boerin zelf het werken met paarden aangenaam vindt en zich erin bekwaamt. 

Data :
Vrijdag 30 april - 09.00-16.30 u
Zaterdag 1 mei – 08.30-16.00 u
Vrijdag 7 mei - 09.00-16.30 u
Zaterdag 8 mei – 08.30-16.00 u
Vrijdag 14 mei – 09.00-16.00 u

Locatie :
Den Blinker, Hillestraat 2 8951 Dranouter
Tel.: 057 36 31 37 - 0479 799 472

Cursusbijdrage :
125 € / Huidige Landwijzer-cursisten genieten korting en betalen 65 €.
Maaltijden en overnachting zijn NIET inbegrepen.

Bron: Landwijzer
Wedstrijd Prima Plattelandsproject

het Vlaams Ruraal Netwerk lanceert de wedstrijd Prima Plattelandsproject. Hierbij gaan we op zoek naar de beste plattelandsprojecten en –activiteiten in Vlaanderen, gesubsidieerd via het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013 (PDPO II).
 
Iedereen die subsidies ontvangt vanuit dit programma, zowel individuele landbouwers (bvb. landbouwers die VLIF-steun ontvangen of agromilieumaatregelen of beheersovereenkomsten toepassen, steun voor bedrijfsadvisering ontvangen, …) als organisaties en groeperingen (bvb. uitvoerders van gebiedsgerichte projecten, Leaderprojecten, …), kan zich kandidaat stellen.
 
De kandidaturen moeten passen onder één van de vijf gekozen wedstrijdthema’s, nl.:
               - meerwaarde door samenwerking
               - slim omgaan met energie in landbouw en platteland
               - zorg voor natuur en biodiversiteit
               - communicatie en educatie als instrument
               - slimme afzetstrategieën.
 
Denkt u dat uw activiteit of project onder één van de vijf wedstrijdthema’s valt? Dien dan vóór maandag 31 mei 2010 (16 uur) uw correct ingevulde kandidatuur in. De vijf beste kandidaten per thema worden in de maand oktober bekend gemaakt via publicatie van een brochure en op de website van het Vlaams Ruraal Netwerk. Hierna kan het grote publiek tussen 1 november en 15 december 2010 haar favoriet per thema naar het hoofdpodium stemmen. De vijf winnaars worden bekend gemaakt op een prijsuitreiking tijdens de landbouwbeurs Agriflanders 2011 (13-16 januari, Gent).
 
Het wedstrijdreglement, de affiche, het persbericht en de in te vullen kandidatuursfiche (zowel in Word- als in pdf-versie). vindt u terug op de websiteof mail naar ruraalnetwerk@vlaanderen.be.
 
Bron: Vlaams Ruraal Netwerk, 13/04/2010
Natuurlijk middel biedt weer perspectief

Voor glastuinbouw vormen knobbelaaltjes en Verticilium lastig te beheersen bodemplagen. Na zeven jaar biologisch telen op de nieuwe locatie liep de ziektedruk uit de hand in de biologisch kas van Greenshield. Maar ook op andere biologische glastuinbouwbedrijven steekt Verticilium de kop op. Na het toepassen van biologische grondontsmetting was het probleem nog niet verholpen.
Het middel Herbie dat op verschillende locatie is toegepast geeft betere resultaten.

Verticilium dahliae komt in meerdere gewassen voor en veroorzaakt verwelkingsziekte. De ziekte begint met het geel worden en slap hangen van de onderste bladeren. Vervolgens gaan hele planten slap hangen bij warm weer of veel zonlicht. Omdat de schimmel parasiteert op de vaten, kan het zijn dat in eerste instantie maar één stengel of kant van de plant slap gaat. Bij paprika krullen de bladranden om, waarna de hele plant verwelkt, een groeiachterstand krijgt en doodgaat.

Om van de Verticilium-infectie af te komen, zochten ondernemers samen met onderzoeker Pim Paternotte naar oplossingen die binnen de biologische landbouw inpasbaar zijn. Na verschillende praktijktesten bleek het middel Herbie van Thatchtec een goede afdoding te bewerkstelligen van zowel knobbelaaltjes als Verticilium.

De eerste resultaten na toepassing voor het nieuwe seizoen zijn hoopgevend. De monsters tonen een lage besmettingen. Voor de ontsmetting waren op veel plaatsen in de kas tientallen tot honderden microsclerotiën per 10 gram grond en honderden tot duizenden wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp.) per 100 ml gevonden. Na de ontsmetting zijn de aantallen aaltjes drastisch gereduceerd en is nog maar op één van de elf bemonsteringsplaatsen een besmetting met Verticillium gevonden.

Mogelijk biedt deze aanpak ook perspectieven over andere teelten, zowel binnen als buiten.
Klik hier voor artikel G&F 'Laatste strohalm'.
Klik hier voor artikel Ekoland 'Natuurlijk middel ruimt ziekteverwekkers op'.  
Documentatie
Klik hier voor rapport 321 'Biologische beheersing van wortelknobbelaaltjes in de biologische teelt van groenten en bloemen onder glas'.

Contact informatie: Pim Paternotte, Wageningen UR Glastuinbouw


Bron: Biokennis, 13/04/2010
Meer zetmeel in rantsoen bij begin lactatie voor betere energievoorziening

Koeien krijgen met meer zetmeel in het voer tijdens de eerste fase van de lactatie een hogere energiebalans, maar geven minder melk. Een kort artikel in Ekoland van november 2010 beschrijft het resultaat van een onderzoek op Praktijkcentrum Aver Heino voor de biologische veehouderij.
In een fasevoederproef met zetmeel bij melkvee zijn de effecten van twee (kracht)voersoorten (gemalen korrelmais en mengvoer) onderzocht. Het begin van de lactatie is de meest kritische fase, waarin de energiebehoefte van de koe vaak groter is dan de opname met het voer. Zetmeel is een goede energiebron en kan op het eigen bedrijf als krachtvoervervanger worden geteeld in de vorm van korrelmais of een andere graansoort.
In de proef kregen de koeien in eerste fase van de lactatie (week 1-10) meer maismeel en in tweede fase (11-20 weken) meer mengvoer. Hierdoor hadden de koeien vrijwel direct na afkalven een gunstige energiebalans. Ze hadden een hogere voeropname, maar een lagere melkgift vergeleken met de controlekoeien, die snijmais en standaard mengvoer kregen. De tegenvallende melkgift van de maismeel-koeien is niet goed te verklaren. De energiebalans was weliswaar gunstig, maar dat zou niet ten koste moeten gaan van het saldo (melkgeld min voerkosten).

Een deel van de koeien is dynamisch gevoerd, volgens het Dynamisch Lineair Model. DLM is een rekenprogramma dat de krachtvoergift voor elke koe continu optimaliseert, waardoor een zo hoog mogelijk saldo wordt bereikt. De koeien die met DLM werden gevoerd, kregen minder krachtvoer en produceerden meer melk. Hierdoor werd vooral bij koeien die snijmais kregen op krachtvoer bespaard: ongeveer 1,5 kg per koe per dag. Het eiwitgehalte in de melk was wel iets lager.

Klik hiervoor het complete artikel ‘Fasevoederproef bij melkvee’ in Ekoland, november 2009

Contact informatie: Arie Klop, Wageningen UR Livestock Research

Bron: Biokennis, 09/04/2010

Biologische restproducten ook terug naar biologische boeren

Het praktijknetwerk EBIS van Verantwoorde Veehouderij maakt zich sterk om de reststromen van bijvoorbeeld granen- en aardappelverwerking ook terug te halen in de biologische sector. Hiervoor zullen ze het gesprek aangaan met de industrie die hun producten verwerkt.


In het netwerk hebben zowel biologische akkerbouwers en veehouders (met varkens, geiten en melkvee) zich verenigd. De aardappelen en granen die vanuit de boeren naar de industrie gaan, worden biologisch verwerkt en afgezet. Echter de restproducten zoals bijvoorbeeld aardappelpersvezel en bierbostel verdwijnen in de gangbare massa. “Terwijl dit prima producten zijn om te gebruiken voor de biologische veehouderij”, aldus netwerkbegeleider Harm Wientjes. “We gaan dus bespreken hoe we deze producten ook weer terug kunnen krijgen en wat de waarde daarvan is in de rantsoenen.”

Contact informatie: Harm Wientjes, DLV

Bron: Biokennis, 06/04/2010



Topigs introduceert EkoFok concept voor biologische varkenshouders

Varkensfokkerijorganisatie Topigs introduceert het eigen aanfok concept EkoFok voor de biologische varkenshouderij. Biologische varkenshouders kunnen met EkoFok zeugen fokken die optimaal geschikt zijn voor de biologische houderij. EkoFok is vergelijkbaar met InGene, het systeem van eigen aanfok voor de gangbare varkenshouderij.

Bij EkoFok wordt gewerkt met een speciale biologische fokkerij-index die in samenwerking met de biologische varkenshouders is ontwikkeld. Bij deze biologische fokkerij-index worden K.I. beren van de zeugenlijnen geselecteerd op geschiktheid voor de biologische varkenshouderij. Een voorbeeld hiervan is de extra focus op bigvitaliteit en moedereigenschappen. Biologische varkenshouders kunnen deze beren inzetten voor de eigen aanfok van vermeerderingszeugen.

Daarnaast biedt EkoFok de mogelijkheid om gebruik te maken van de specifieke kennis van Topigs specialisten op gebied van fokkerij in combinatie met biologische houderij. Met EkoFok biedt Topigs aan biologische varkenshouders de mogelijkheid vermeerderingszeugen te fokken en vleesvarkens te produceren die voldoen aan de eisen die op biologische bedrijven gelden terwijl toch geprofiteerd wordt van de genetische vooruitgang in de Topigs lijnen.

bron: Topigs, geknipt uit AgriHolland.nl, 09/04/10

VERWERKERS

Sodexo kiest resoluut voor meer Bio en Fairtrade

Een belangrijke stap in het internationaal ‘Better Tomorrow Plan’ is de omschakeling naar 100% bio bananen met Fairtrade Max Havelaar keurmerk, goed voor een volume van 200 ton per jaar.
Vanaf maart 2010 biedt Sodexo enkel bio en Fairtrade bananen aan, in de meer dan 1000 restaurants waar Sodexo de catering verzorgt in België. Dit is goed voor een jaarlijks volume van 200 ton bananen of bijna 5% van de volledige Belgische markt van Fairtrade bananen. Sodexo neemt de prijsverhoging voor haar rekening zodat de consument voor dezelfde prijs een bio Fairtrade product krijgt. De bananen zijn te herkennen aan de Fairtrade-sticker op de banaan. Naast Fairtrade zijn de bananen ook bio gecertifieerd. Dit betekent dat de teelt geheel in harmonie met de natuur verloopt, zonder gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen.

Keurmerk Max Havelaar maakt het verschil
De bananen zullen voortaan uitsluitend voldoen aan de strenge Max Havelaar Fairtrade-criteria. Aan de kwaliteit en vertrouwde smaak verandert er niets, maar een Fairtrade banaan hier maakt wel degelijk een verschil daar. Deze samenwerking is van uiterst belang voor de producenten in Peru en Ecuador die de bananen voor Sodexo leveren. “We zien het laatste jaar heel wat nieuwe producenten die hun hoop op Fairtrade stellen om hun producten aan een eerlijke prijs te exporteren. Ook voor 2010 verwachten we dat ongeveer 12% nieuwe boerenorganisaties via Fairtrade hun toekomst in eigen handen zullen kunnen nemen. De omschakeling van Sodexo biedt belangrijke nieuwe kansen voor kleinschalige bananenproducenten. De brede aanwezigheid van Sodexo zorgt er ook voor dat steeds meer mensen kennis maken met Fairtrade en zo de impact voor boeren in het Zuiden mee helpen verhogen.” verklaart Lily Deforce, directeur van Fairtrade Max Havelaar België.

Better Tomorrow Plan
Eind 2009 lanceerde Sodexo haar Better Tomorrow Plan. Met dit plan rond duurzaam onder-nemen wil Sodexo de toekomst van de volgende generaties garanderen door een evenwicht te vinden tussen sociale en economische aspecten enerzijds en het milieu anderzijds. Het plan is opgevat rond drie pijlers: een eerste project rond voeding, gezondheid en welzijn, een tweede in het kader van de ontwikkeling van lokale gemeenschappen en een derde rond het milieu.

De Benelux beslissing van Sodexo betekent dat er in België jaarlijks 200 ton en in Nederland 400 ton bananen met het keurmerk zullen verkocht worden. Vorig jaar was dat samen slechts 12 ton, wat neerkomt op een verhoging van maar liefst 50 maal op jaarbasis voor Sodexo in België en Nederland. De bananen voor Sodexo worden geleverd via coöperaties van bananenboeren in Peru en Ecuador. Voor hen betekent dit niet alleen zekerheid van een inkomen maar ook een extra Fairtrade-premie die gebruikt kan worden voor de meest noodzakelijke gemeenschappelijke behoeften, zoals gezondheid, scholing of ook productieve investeringen.

Dat het geen druppel op een hete plaat is bewijst de uitspraak van de boeren aangesloten bij APROBOVCHIRA die met zijn 285 producenten een groot deel van de Fairtrade biobananen aanleveren. In februari 2010 was de voorzitter van de Peruviaanse coöperatie op bezoek in België. Voorzitter Justo Ulises Niño Urbina verklaarde toen: “Wij hebben al heel wat kunnen realiseren dankzij Fairtrade en nu, met dit initiatief, zullen wij nog meer kunnen doen. De betere exportprijzen bieden ons meer zekerheid. Op de lokale markt waar we voordien verkochten, kregen we vaak lage prijzen. Onze kinderen hebben nu de reële keuze om verder te studeren. We willen ook de gezondheidsvoorzieningen verbeteren, en alle leden de kans geven hun huis beter uit te rusten en te restaureren met duurzame materialen.”

Voor Michel Croisé, CEO van Sodexo, “is het ‘Better Tomorrow Plan’ een absolute prioriteit in 2010. Overal waar het mogelijk is, waar het beter is voor de natuur en de mensen, moeten wij ons aanbod van producten en diensten aanpassen. Bananen is een goed voorbeeld maar daar blijft het niet bij. Wij werken ook aan programma’s rond vis, fruit, afvalbeheer. Sodexo heeft wereldwijd resoluut voor bio en Fairtrade gekozen, België zal mee doen.”

Meer Fairtrade en bio
Fairtrade is niet nieuw bij Sodexo. Vorig jaar nog heeft het bedrijf in het kader van haar projecten rond duurzaam ondernemen één van de Fairtrade@Work awards in de wacht gesleept, wat onmiddellijk ook een groter gamma aan producten Fairtrade bij haar consumenten onder de aandacht bracht. Voor dit jaar staan er nog verschillende projecten rond duurzame vis, biologisch geteeld vlees, biogroenten en biofruit op de agenda.

Bron: Sodexo, 31/03/2010

Den Diepen Boomgaard lanceert nieuwe initiatieven

Grimbergen Het aanbod van bioboerderij Den Diepen Boomgaard wordt uitgebreid. Voortaan levert de boerderij ook groenten en fruit aan crèches en scholen.
Bioboerderij en sociale werkplaats Den Diepen Boomgaard pakt deze lente uit met twee nieuwe initiatieven. Vanaf nu biedt ze een kant-en-klare oplossing voor kinderdagverblijven die kiezen voor biologisch. Daarnaast lanceert Den Diepen Boomgaard ook de bio-beet: een fruitabonnement voor bedrijven en scholen.

Den Diepen Boomgaard levert voortaan de groenten en het fruit van het seizoen aan kinderdagverblijven. La Maison dans les Arbres uit Oudergem en Baby'Sphère uit Dilbeek zijn de eerste kinderdagverblijven die gebruik maken van deze dienst. De crèches moeten hun keuze uit het seizoensaanbod aanduiden, Den Diepen Boomgaard levert de groenten en het fruit dan in de crèche.
Ook scholen en bedrijven kunnen voortaan een beroep doen op Den Diepen Boomgaard. Met de bio-beet kunnen ze hun leerlingen of werknemers gezonde en biologische snacks aanbieden. Het fruit volgt het aanbod van het seizoen. Exotisch fruit, zoals bananen, draagt een fairtrade-label. De bestelwagen van Den Diepen Boomgaard komt dagelijks of wekelijks langs om het fruit te leveren.
Ook voor particulieren is er iets nieuws: de website van Den Diepen Boomgaard werd vernieuwd. Via een webshop op de site kun je voortaan producten uit de bakkerij of de winkel online bestellen.

Bron: Het Nieuwsblad, 01/04/2010
VERKOOPPUNTEN

NL - Quirijn Bolle opent tweede filiaal Marqt

Een nieuwe supermarkt die opent in de stad is geen nieuws. Maar oprichter Quirijn Bolle van Marqt is een man met een missie. Hij is de Jamie Oliver van de stad en wil dat we beter gaan eten. Deze week opende hij een nieuw filiaal van zijn keten op de hoek van de Herengracht en de Utrechtsestraat.
Marqt is een winkel voor biologisch en duurzaam voedsel. Da's nog niks nieuws. Maar Bolle heeft van de traditionele natuurwinkel een gewone supermarkt gemaakt. Nergens krijg je de indruk dat je in een alternatieve geitenwollensokkenwinkel rondloopt. Betalen kan alleen met een pinpas, chipknip of creditcard. "En we studeren op betalingen met een vingerafdruk", zegt de jonge ondernemer.

Quirijn Bolle is een gewone ondernemer, maar ziet zichzelf niet zo. Wat hij doet, ziet hij als passie. Hij heeft een drang om de wereld te veranderen. "Dingen moeten gewoon anders", vindt hij. Zijn Marqt verkoopt alleen maar duurzaam en biologisch voedsel. "Dat had altijd een geitenwollensokkenimago", erkent hij. "Maar het had alles te maken met de manier van presenteren. De biologische winkels waren niet modern en hadden maar een beperkt aanbod. Ik probeer er een volwaardige supermarkt van te maken. Zonder groot aanbod lukt dat niet. Met een aantrekkelijke en toegankelijke presentatie. Ik weet zeker dat ik veel klanten trek die nog nooit een Natuurwinkel binnen zijn gewandeld."
Zijn eerste filiaal opende hij twee jaar geleden op de Overtoom. Nu heeft hij zijn tweede vestiging van Marqt in de stad geopend. Maar het moeten er meer worden, beseft de jonge ondernemer. "Een Amsterdammer wil niet meer dan een paar honderd meter lopen voordat hij bij een supermarkt is. Maar ze willen tegenwoordig best beter eten, dus een supermarkt zal naar de consument moeten."

Om van een strijd tegen Albert Heijn te spreken is te veel van het goede, maar de expansiedrang van Bolle houdt niet op bij de Herengracht. Nog dit jaar wil hij weer twee winkels openen in de stad. Nog steeds is er een behoorlijk prijsverschil met de reguliere supermarkten in de stad. "Om een kip goed te laten leven, kost nu eenmaal meer geld", weerkaatst de jonge ondernemer.

Jarenlang werkte Bolle in New York voor Ahold. "Daar werd ik beloond naarmate ik meer slechte producten verkocht. Als je voor de dollars gaat, houdt het hele systeem stand. De industrie is puur geldgedreven. Maar we moeten ook streven naar sociaal rendement. Zo kreeg ik ooit een week een vertegenwoordiger in kipproducten mee op pad langs de vestigingen. Ik incasseerde vijf dollar voor elke doos chickenfingers die ik verkocht. Dus verkocht ik wel honderd extra dozen in een week. Ik duwde dat als het ware de markt in. Daar kun je nooit tegenop concurreren. Maar om nou te zeggen dat ik daarmee iets goed deed..."

In die jaren kwam de Amsterdammer erachter hoe slecht het voedsel is dat we eten. "Echt, het is ongelooflijk hoe enorm gemanipuleerd en inferieur voedsel we weten. Ook in Nederland. Je moet eens goed op potjes en pakken kijken. Je wil niet weten wat daar allemaal in zit. Je verdrinkt soms in de E-nummers op een etiket. Wat doen die stoffen allemaal op de lange termijn met je lichaam? Daarnaast komen koffie en chocolade nog steeds uit landen waar arbeidsomstandigheden niet zijn zoals jij en ik zouden willen. Ik betwijfel of we dat allemaal willen eten."

Na een paar jaar stopte Bolle met zijn werk in Amerika. "Op een gegeven moment ben ik ermee gekapt. Heb mijn appartement in New York verkocht. En van de winst daarvan kon ik het een tijdje uithouden. In de rust die ik toen vond, ben ik een nieuwe supermarkt op gaan zetten."
Helemaal gelukkig is de Amsterdammer nog niet met de plek van zijn tweede supermarkt, op de hoek van de Utrechtsestraat en de Herengracht. Niet omdat hij in de kelder zit van het voormalige ABN Amro-pand, maar omdat de Utrechtsestraat al maanden is afgesloten. "De brug over de Herengracht zou ondertussen begaanbaar zijn", zegt de ondernemer. "Maar helaas is dat niet het geval. Daar baal ik van. Ruim een jaar ligt de Utrechtsestraat al open. Dat kan eigenlijk niet in een stad."

Bron: De Telegraaf, 09/04/2010
Colofon
De BioForum Bioknipsels worden uitgegeven door Bioforum Vlaanderen, de koepelorganisatie voor de biologische landbouw en voeding. Deze knipselkrant verschijnt wekelijks met actuele informatie over de nationale en internationale biosector. De berichten worden zonder tekstwijziging (hooguit ingekort) geknipt en geplakt, met vermelding van hun bron. Samenstelling: Geertje Meire & Peggy Verheyden. Nieuwtjes en evenementen kunnen steeds voor opname doorgestuurd worden aan geertje.meire@bioforum.be of peggy.verheyden@bioforum.be. Momenteel wordt de knipselkrant verzonden naar ruim 2200 relaties binnen de sector, de overheid en sympathisanten van de bioweek.

In- / uitschrijven
kan via een eenvoudig mailtje aan info@bioforum.be.

Archief
Oude nummers kun je hier nalezen, onder 'archief'.