BioForum Bioknipsels 58 - 8 juli 2010

1 juli 2010 betekende niet alleen het begin van 2 maanden uitbundige vrijheid voor velen. Vanaf die datum dragen ook alle voorverpakte bioproducten die in de EU zijn geproduceerd, het Europees biologo. Voor wie het nog niet kent:

europeesbiologo
 
Op zoek dus in de supermarkt en/of natuurvoedingswinkel.

Droge zomergroeten,

Geertje Meire
BioForum Vlaanderen


Het doel van de Bioknipsels is weer te geven in welke mate en met betrekking tot welke thema's bio in de algemene en gespecialiseerde pers aan bod komt. De Bioknipsels vertolken dus niet het standpunt van BioForum Vlaanderen, tenzij zij worden aangeduid met dit logo:

ALGEMEEN PRODUCENT VERWERKER VERKOOPPUNT



ALGEMEEN

Bioproducten voortaan met nieuw Europees logo

Vanaf 1 juli moeten alle biologische producten in de Europese Unie het nieuwe biologo opgekleefd krijgen. Het logo bestaat uit de EU-sterren die in de vorm van een blad afsteken tegen een groene achtergrond. Voor ingevoerde producten is het logo facultatief. Naast het Europees logo mogen nog andere particuliere, regionale of nationale logo's worden aangebracht om de aanduiding 'biologisch' kracht bij te zetten.
Voortaan moeten alle voorverpakte bioproducten die in de EU zijn geproduceerd, het Europees biologo dragen. Het logo maakt deel uit van de nieuwe etiketteringsregels voor biologische voeding, die ook voorschrijven dat de plaats van teelt duidelijk vermeld moet zijn. Voor niet-voorverpakte biologische producten en producten van buiten de Unie blijft het logo facultatief. Naast het Europees logo mogen nog andere particuliere, regionale of nationale logo's worden aangebracht om de aanduiding biologisch kracht bij te zetten.

De lancering van het nieuwe Europese biologo werd al eens uitgesteld omdat de Europese Commissie op zoek moest naar een nieuw ontwerp nadat gebleken was dat het eerste ontwerp te zeer geleek op het label dat warenhuisketen Aldi in Duitsland gebruikt voor haar gamma bioproducten. Het ontwerp dat vanaf nu te zien is op alle bioproducten is van de hand van de Duitse student Dusan Milenkovic. Zijn ontwerp kreeg de meeste stemmen in een wedstrijd waaraan bijna 3.500 studenten uit Europa deelnamen. Ongeveer 130.000 mensen brachten online hun stem uit op één van de drie finalisten van de ontwerpwedstrijd.

Een overgangsperiode van twee jaar moet bedrijven de kans geven om zich aan de nieuwe etiketteringsregels aan te passen. Tevens zijn er nieuwe voorschriften die betrekking hebben op de biologische aquacultuurproductie van vis, schaal- en schelpdieren en zeewier. Het gaat onder meer om voorwaarden over de productieomgeving en dierenwelzijn. 

Bron: Vilt, 1/7/2010

D - Nieuw label in Duitsland: Naturland Fair-label: Niet alleen biologisch, maar ook fair

De bananen van Banafair behoren tot de eerste producten met een keurmerk 'Naturland Fair'. Naturland is hiermee de eerste die biologisch en fair in een zegel combineert.

Alleen bedrijven die zich zowel aan de strikte Naturland-richtlijnen en de criteria die de Fairtrade Labelling-organisaties (FLO) houden krijgen deze zegel. Voorafgaand aan de certificering, worden de bedrijven ook op hun strategie en transparantie beoordeeld.

Bron: www.agf.nl, 28/6/2010

Ecologische voetafdruk van Vlaanderen: we leven boven onze stand

Simpel gezegd: de voetafdruk van Vlaanderen is bijna 5 keer zo groot als het ecologisch draagvlak van Vlaanderen, en zelfs 29 keer zo groot als de fysieke oppervlakte van Vlaanderen. Of nog groter: als iedereen zou leven zoals wij, hebben we dus meer dan drie aardbollen nodig.

In opdracht van MIRA berekende Ecolife vzw voor het eerst de ecologische voetafdruk van Vlaanderen, voor het jaar 2004. Uit die berekeningen blijkt dat de gemiddelde Vlaming een ecologische voetafdruk heeft van 6,3 gha. De wereldgemiddelde biocapaciteit (de beschikbare oppervlakte landbouwgrond, bosgrond en visgrond) bedraagt 1,8 gha per capita, de Vlaamse biocapaciteit zelfs maar 1,3 gha. Als iedereen zou leven zoals wij, hebben we dus meer dan drie aardbollen nodig.
53 % van de Vlaamse voetafdruk bestaat uit zogenaamd energieland. Dit is de oppervlakte bos die nodig is om de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen op te vangen. Akkerland, bosland, graasland en visland – de oppervlaktes nodig voor de productie van hernieuwbare materialen – nemen samen 41 % van de voetafdruk voor hun rekening. De overige 6 % is bouwland, land gebruikt voor gebouwen, infrastructuur en recreatievoorzieningen.

Bron: www.dewereldmorgen.be, 24/6/2010


PRODUCENT

NL - Welzijnsprestaties van biologische veehouderijsectoren kunnen nog beter

Wageningen UR Livestock Research geeft een actueel en bruikbaar overzicht van de welzijnsprestaties van de biologische veehouderijsectoren en welke ontwikkelingen op dat gebied gaande zijn. Het overzicht is gemaakt in opdracht van Bioconnect. Aan de hand van verbeteragenda's geven de onderzoekers aan waar en hoe nog welzijnswinst te behalen is.

In 2007 publiceerde Wageningen UR een rapport waarin wordt beschreven hoe het gesteld is met het dierenwelzijn in de biologische melkvee, varkens- en pluimveehouderij. De conclusie was dat op het vlak van comfort en het kunnen uitvoeren van natuurlijk gedrag de biologische veehouderij vaak beter presteert dan de gangbare. Maar op een aantal aspecten van dierenwelzijn scoort de biologische veehouderij minder goed. Een aanzienlijk aantal punten op de verbeteragenda 2007 is opgepakt in de afgelopen jaren. Desondanks vragen een aantal verbeterpunten om nadere kennisontwikkeling, monitoring van de feitelijke prestaties of een daadwerkelijke toepassing.

Kader
Het is niet altijd makkelijk om binnen de kaders van bestaande stallen goede biologische leefomstandigheden te creeren. Vaak worden ook gangbare rassen ingezet die door een eenzijdige fokkerij niet de juiste lichamelijke eigenschappen hebben om veel te bewegen en optimaal gebruik te maken van de biologische leefomgeving. Een gemiddeld hogere infectiedruk onder biologische leefcondities kan bij ziektegevoelige rassen tot gezondheidsproblemen leiden. Veel verbeterpunten zijn daarom te herleiden naar huisvesting en robuustheid. Daarnaast zijn er ook verbeterpunten die vragen om aanpassingen in de keten, bv. het uitbannen van castratie bij biggen.

Nieuwe ontwerpen
Het is belangrijk dat nieuwe concepten getest kunnen worden in de biologische praktijk. Voor een aantal sectoren ontwikkelt Wageningen UR Livestock Research nieuwe systemen in nauw overleg met de overheid en de sectoren. Niet alle verbeterpunten vragen meteen een herontwerp, maar kunnen wel meegenomen worden in nieuwe ontwerpen van stallen en buitenruimtes: bijvoorbeeld zitstokken bij vleeskuikens, schuurborstels bij melkvee, varkens en geiten, en klimmogelijkheden voor geiten.

Monitoring welzijnsprestaties en verbeterplannen
Het structureel bijhouden en monitoren van welzijnsprestaties geeft de biologische veehouderij de mogelijkheid om gericht te werken aan verdere verbetering van dierenwelzijn. Daarnaast kan met een structurele monitoring ook worden nagegaan of gestelde welzijnsdoelen via de regelgeving bereikt worden.

Verbeterpunten bij meerdere sectoren
Een aantal verbeterpunten speelt bij meerdere sectoren, zoals het kunnen omgaan met 100% biologisch voer, optimaliseren van de ruwvoergift, verbeteren van de weerstand tegen infecties, verlagen van de infectiedruk, optimaliseren van uitlopen, weidegang, en aanbod van daglicht. Andere verbeterpunten zijn juist sectorspecifiek. In de verbeteragenda 2010 is een uitsplitsing gemaakt van aandachtspunten die gelden voor zowel de biologische als de gangbare sectoren, en punten die specifiek van toepassing zijn op de biologische sectoren.

Sectorspecifieke verbeterpunten
Bij melkvee is het praktijkrijp maken van nieuwe concepten als familiekudde en kalveren bij de koe een belangrijk onderwerp. Voor de biologische sector zijn het zoeken naar alternatieven voor onthoornen en het bestrijden van mastitis en leverbot belangrijke aandachtspunten. Bij varkens is het uitbannen van castratie een belangrijk punt dat in de hele varkenssector speelt. Voor de biologische sector is het beperken van biggensterfte als gevolg van doodliggen in het kraamhok een belangrijk onderwerp. Voor pluimvee is verenpikken een probleem waarvoor oplossingen voorhanden zijn. Het is voor de biologische sector vooral van belang zich te richten op het overdragen en benutten van kennis. Voor de melkschapen- en geitenhouderij is het belangrijk te kijken naar mogelijkheden om lammeren bij de moeder te houden. Ook is het van belang alternatieven te vinden voor export van levende geitenbokjes.

Contact informatie: Marko Ruis, Wageningen UR Livestock Research

Rapport 317 ‘Update welzijnsprestaties biologische veehouderij’, Marko Ruis et al. 2010

Bron: agriholland.nl, 23/06/2010

Biologische sector reageert op LEI-rapport

Het rendement van biologische groentebedrijven ligt hoger dan van de gangbare bedrijven. Dit staat in het Landbouw-Economische bericht. De resultaten van biologische en gangbare groentebedrijven zijn door het LEI vergeleken. Er zijn verschillende personen uit de biologische sector om een reactie gevraagd.

Voor Jan Groen van Green Organics kwam het bericht niet als een verrassing. "Dit is een ontwikkeling die zich de afgelopen jaren al heeft afgetekend. Ik ben blij dat dit nu ook naar buiten wordt gebracht, biologisch telen vergt toch wat opofferingen en dit wordt nu uitbetaald." Jan zit al zo'n vijftien jaar in de biohoek en volgens hem spelen vooral de teeltafspraken een grote rol in het hogere rendement. "Door het maken van teeltafspraken, weten wij precies wat er in welke hoeveelheden geteeld moet worden. Dit levert automatisch betere rendement op." Het is volgens hem wel verstandig om je in de vrij fragiele markt op meerdere producten te richten.

Fons Verbeek, die op biologische wijze onder meer tomaten en komkommers teelt, vond het lastig om hier iets over te zeggen. "Vergeleken met de glastuinbouw rendeert de vollegrond over het algemeen beter. Vorig jaar was sowieso een moeilijk jaar en ik heb niet voldoende beeld om hier echt iets over te zeggen, het kan natuurlijk zo zijn dat sommige collega's het nog moeilijker hebben." Hij benadrukte dat je alleen maar voor jezelf kunt spreken. Volgens Fons heeft vooral de biologische glastuinbouw het op dit moment lastig, maar dit geldt ook voor de reguliere glastuinbouw. "Het voordeel is wel dat de biologische tuinders vaak minimaal twee en soms zelfs drie tot vier gewassen telen. Hierdoor zijn zij niet van één gewas afhankelijk." Fons verwacht dat dit jaar niet heel goed zal zijn, hiervoor zijn de prijzen te slecht.

Gert Kögeler van Eosta is van mening dat het rendement vooral afhangt van het soort gewas dat geteeld wordt. "Voor een aantal bioteelten bij diverse bedrijven is de opbrengst in 2006-2007 sterker gestegen ten opzichte van de gangbare opbrengst in de jaren 2002-2003." Dit kwam volgens hem voor vollegrondsproducten met name doordat de oogst in Engeland mislukt was en er dus een goede vraag was. En voor biologische glasgroenteproducten waren de meeste prijzen niet beter. "In 2008 en 2009 waren de opbrengsten voor de vele bioproducten ronduit slecht te noemen. Ik ben geen teler, maar ik geloof niet echt dat de stijging van het rendement in die jaren kwam door een beter rendement op personeel zoals in het rapport staat." Gert is van mening dat de markt in 2006 en 2007 gewoon redelijk was, zodat bij een aantal teelten een beter rendement gehaald kon worden. Dit is wel afhankelijk van de kwaliteit van de oogst. "Helaas was dit in 2008 en 2009 helemaal anders", besluit Gert.

Bron: www.agf.nl, 24/6/2010


NL - Wordt biologische plaagbestrijding gedwarsboomd?

"Biologische bestrijding is de meest milieuveilige en rendabele methode om plagen in de landbouw te bestrijden. De introductie van milieuvriendelijke plaagbestrijding verloopt echter moeizaam door de houding van de pesticidenindustrie, van lakse overheden en door een overvloed aan regels". Dat zegt prof.dr. Joop van Lenteren bij zijn afscheid als hoogleraar Entomologie aan Wageningen Universiteit.

Volgens Van Lenteren is de lobbyende pesticidenindustrie niet geïnteresseerd in biologische bestrijding omdat natuurlijke vijanden niet gepatenteerd kunnen worden, niet lang te bewaren zijn, specifiek werkzaam zijn en extra training eisen van verkopers en landbouwers. Bovendien zijn chemische middelen goedkoper voor de gebruiker omdat de indirecte kosten van gezondheid, milieuvervuiling en het doden van nuttige insecten niet worden verrekend.

Ook overheden komen er in de visie van hoogleraar Van Lenteren niet goed vanaf. "Het ontbreekt overheden aan een beleid voor duurzame oplossingen van plaagbestrijding. Omdat de industrie niet gebaat is bij een activiteit met een marginale winstmarge, moet de overheid een regulerende rol spelen". Die rol lijkt echter eerder door retailers en consumenten te worden vervuld. Steeds vaker vragen zij om producten die vrij zijn van pesticiden.
Een derde belemmering voor de introductie van biologische bestrijdingsmethoden zijn de groeiende massa regels en richtlijnen, bijvoorbeeld over import en loslaten van natuurlijke vijanden. "Deze regels kunnen en moeten sterk vereenvoudigd worden en op elkaar worden afgestemd", aldus professor van Lenteren.

Wereldwijd worden 170 natuurlijke vijanden op commerciële basis geproduceerd om meer dan 100 regelmatig terugkerende plagen te bestrijden. Het meest gebruikte organisme is het lieveheersbeestje Rodolia dat in meer dan 50 landen schildluisplagen onder de duim houdt. Biologische bestrijding levert als ecosysteemdienst jaarlijks een bedrag van 400 miljard dollar op.

Phytofar, de Belgische vereniging van de industrie van plantenbeschermingsmiddelen, engageert zich naar eigen zeggen al jaren om ook voor het biologisch productiesysteem gewasbeschermingsmiddelen te ontwikkelen en op de markt te brengen. Phytofar respecteert op die manier de keuzes van individuele landbouwers en van consumenten.
Het is volgens de organisatie wel belangrijk om te beseffen dat gewasbescherming onmisbaar is en blijft in de hedendaagse, duurzame landbouw. Phytofar verwijst naar een recente studie van de universiteit van Berlijn die berekende dat we nu al 34,9 miljoen ha landbouwgrond nodig hebben buiten Europa, een oppervlakte vergelijkbaar met gans Duitsland, om aan onze voedsel‐ en grondstoffenbehoeften te voldoen.
Dezelfde studie heeft volgens Phytofar aangetoond dat een uitbreiding van biologische teeltsystemen in Europa naar 10 procent van het areaal equivalent staat aan nog eens 5,1 miljoen ha extra landbouwgrond die buiten Europa gezocht moet worden.

Bron: Vilt, 21/6/2010

:
BioForum is het niet eens met Phytofar die stelt dat gewasbescherming onmisbaar is en blijft in de hedendaagse, duurzame landbouw. De biologische landbouw bewijst jaar na jaar dat telen zonder chemisch-synthetische gewasbescherming mogelijk is. Meer nog, dat dat hét kenmerk is van een moderne, duurzame landbouw.
De cijfers waarmee Phytofar goochelt om aan te tonen dat we meer oppervlakte nodig hebben zonder gewasbescherming gaan kort door de bocht. Uit verschillende internationale studies blijkt dat een wereldwijde omschakeling naar bio geen voedseltekorten oplevert. Of anders gezegd: er is vandaag voldoende landbouwgrond om voldoende voedsel te verbouwen.
Maar de problematiek is te complex om met één cijfer over areaal af te doen. Eén cijfer zegt niets over economische belangen, over dierenwelzijn, over bescherming van het leefmilieu en ga zo maar door.
Dat ene cijfer klinkt net iets te veel als een excuus om niet in eigen boezem te moeten kijken en voort te mogen doen met het 'respecteren van de keuze van individuele landbouwers en consumenten'.

Duurzame materialen voor varkensstallen

Een biologische varkenstal is aan de buitenkant vaak niet te onderscheiden van een gangbare varkensstal. Biologische varkenshouders, stallenbouwers en adviseurs kunnen ideeën voor duurzaam bouwen en duurzame bouwmaterialen uit andere sectoren en landen gebruiken om biologische varkensstallen een duidelijk andere en meer duurzame uitstraling te geven, aldus een artikel in V-focus van juni 2010.

Een aantal biologische varkenshouders en onderzoekers van Wageningen UR Livestock Research bekeken of het mogelijk is om een biologisch varkensbedrijf aan de buitenkant een andere uitstraling te geven. Met een duidelijk herkenbare stal voor biologisch gehouden varkens, die gebouwd is met duurzame materialen en technieken, zou je de biologische staat van een bedrijf aan kunnen geven. Dit maakt het verschil met gangbaar ook duidelijk voor de consument, die vaak bewust voor biologisch kiest.

Bouwmaterialen
In Nederland zit het gebruik van andere materialen dan steen, beton en ijzer nog niet tussen de oren. Houten spanten zijn voordeliger en duurzamer dan verzinkte stalen spanten. Ook houten boogspanten zijn vaak goedkoper. Met zo’n stal kan je 9 tot 16 procent op bouwkosten besparen, volgens de onderzoekers Vermeer en Mul. Een boogstal heeft echter geen duurzame en biologische uitstraling en het is de vraag of zo’n stal een biologisch bedrijf voor de consument onderscheidbaar maakt van een gangbaar bedrijf. 

Cradle-to-cradle
Bouwen met materialen op basis van veilige en volledig herbruikbare grondstoffen (cradle-to-cradle) past prima bij het kringloopprincipe van biologisch. Bij de productie van beton, staal en plastics komt veel CO2-vrij. De meest duurzame alternatieven zijn hout, stro en leem. Deze producten hebben ook weer ook nadelen. Er zijn echter meer duurzame alternatieven mogelijk dan menigeen denkt, alleen zijn ze nog niet gemakkelijk verkrijgbaar. Volgens Mul wordt de stap naar grootschalige productie van duurzame bouwmaterialen op beperkte schaal wel gemaakt.

Niet wiel opnieuw uitvinden
AFSG van Wageningen UR ontwikkelde platen van gelijmd stro en van bamboe. Deze bouwplaten zijn gebruikt in het duurzame huis Het Agrodome in Wageningen. Een duurzaam alternatief voor windbreekgaas uit Scandinavië is spaceboarding: houten plankjes met daartussen een ruimte. Door de plankjes schuin te trekken, worden ze tegen elkaar gelegd en wordt de wind tegengehouden.
De onderzoekers willen mensen aan het denken zetten over het gebruik van duurzame materialen. Ze raden biologische varkenshouders, stallenbouwers en adviseurs aan om meer naar andere sectoren en andere landen te kijken voor goede ideeën en materialen met een duurzame en biologische uitstraling; houten spanten, gelijmde houten spanten, houten wanden, sedum daken, grasdaken en bouwmaterialen van stro en bamboe. Voor varkensstallen moeten veel duurzame materialen nog wel worden getest.
Na de zomer verschijnt er een bioKennisbericht met meer informatie over duurzame bouwmaterialen voor varkensstallen.

Kijk ook op websites als www.cradletocradle.nl en www.vibavereniging.nl van de Vereniging Integrale Biologische Architectuur.
Klik hier voor het volledige artikel ‘Duurzame materialen voor varkensstallen’ uit V-focus 2010.

Contact informatie: Monique Mul en Herman Vermeer, Wageningen UR Livestock Research

Bron: www.biokennis.nl, 2/7/2010


CO2 product footprinting News Flash
 
Under new laws brought in by the previous Labour Government, the UK is committed to cutting greenhouse gas emissions by 34% on 1990 levels by 2020. The Committee on Climate Change (CCC), set up to advise ministers on poor progress against the target.
 
In order to carry on cutting carbon as the economy recovers, Lord Turner is recommending a number of new policies including plans to tax farmers for using fertiliser. The committee said that action was need on agriculture, which is responsible for around 7% of the UK's greenhouse gas emissions. Most of this is nitrous oxide produced from fertiliser. It recommends some form of tax to encourage more efficient use of fertiliser. Methane produced by cows and other livestock belching can be reduced by educating farmers to use different kinds of feed.

Bron: CO2logic., 2/07/2010
 

Toelaten van ggo-gewassen niet langer EU-bevoegdheid?

De Europese Commissie werkt aan een voorstel om de toelating van ggo-gewassen niet langer op Europees niveau te beslechten. Het dossier zou half juli worden voorgesteld tijdens het Belgisch EU-voorzitterschap. Uittredend minister van Landbouw Sabine Laruelle laat weten dat ze de hernationalisatie van de teelttoelating van ggo’s persoonlijk een goed idee vindt omdat de EU-lidstaten het er niet over eens geraken.

De 27 EU-lidstaten zijn al jaren hopeloos verdeeld over de toelating van genetisch gemodificeerde maïs, aardappelen, soja en andere gewassen. De ene lidstaat verwacht dankzij ggo’s een efficiëntere teelt, de ander vreest risico's voor gezondheid en natuur. Zo is de Nederlandse regering groot voorstander, maar is Oostenrijk fel tegenstander.
In België liggen het Vlaams en Waals standpunt niet op dezelfde lijn. Waar Vlaanderen ggo’s een eerlijke kans wil geven zonder risico’s te nemen op het vlak van leefmilieu en volksgezondheid, is Wallonië een stuk terughoudender. Zo sloot Wallonië zich aan bij het handvest van Firenze waarin regio’s uit verschillende EU-lidstaten aangeven de teelt van ggo’s te weren van hun grondgebied.

De grote verdeeldheid leidt tot ontevredenheid bij veel regeringen. "We hebben een nieuw systeem nodig. Want zoals het nu gaat, loopt het niet goed'', zei uittredend minister van Landbouw Sabine Laruelle bij de presentatie van het Belgisch EU-voorzitterschap.
Na de Europese goedkeuring van de ggo-maïs MON 810, baseerden enkele lidstaten zich op de vrijwaringsclausule om de teelt van deze ggo toch te weren van hun grondgebied. Die clausule bepaalt dat lidstaten aan de hand van nieuwe wetenschappelijke gegevens een tijdelijk verbod kunnen instellen tegen een reeds door de EU goedgekeurde ggo op voorwaarde dat het Europees Voedselagentschap EFSA en de Europese Commissie deze nieuwe informatie als correct evalueren.

De aangebrachte wetenschappelijke informatie moet aantonen dat de ggo-teelt in kwestie een gevaar oplevert voor de gezondheid van mens en dier of voor het leefmilieu. "De studies die door de lidstaten werden aangehaald, hebben EFSA tot hiertoe nooit aangezet tot intrekking van de Europese toelating van een ggo. Toch slaagt de Europese Commissie er moeilijk in om lidstaten te verplichten het teeltverbod van een ggo-gewas op te geven", verduidelijkt Cindy Boonen, beleidsmedewerker op de Afdeling Landbouw- en Visserijbeleid.

De Europese Commissie werkt daarom al enige tijd, op aangeven van voorzitter Barroso in zijn 'guidelines' van september 2009, aan een voorstel dat moet vermijden dat de vrijwaringsclausule te pas en te onpas wordt ingeroepen door de lidstaten. Het voorstel dat half juli wordt verwacht, zou erin bestaan lidstaten op basis van het subsidiariteitsbeginsel -Europa mag maar regelen wat de lidstaten niet beter zelf kunnen- meer zeggenschap te geven in de toelating van de teelt van ggo’s op het eigen grondgebied.
"Persoonlijk vind ik dit een goede richting'', zei Laruelle. "De EU-lidstaten denken allemaal erg verschillend over ggo’s zodat de beslissingsbevoegdheid beter bij de lidstaten ligt. Voor de grensregio’s kan overleg komen om te vermijden dat bepaalde ggo-gewassen de grens overwaaien waar dat niet gewenst is''. Laruelle verwacht een pittig debat over het voorstel met het Europees Parlement en dan vooral met de groene fractie.

Voor de Europese Unie is het zeer zeldzaam dat bevoegdheden teruggaan naar de lidstaten. "Ggo-gewassen zijn een extreme bron van verdeeldheid tussen de EU-lidstaten. Maar als ze dat voor dit onderwerp doen, van welke andere zaken wordt de Europese regeling dan nog in twijfel getrokken?'', stelt onderzoeker Jo Swinnen van de denktank Centre for European Policy Studies.
Grote bedrijven in de biotechnologie staan niet te juichen om het voorstel. "De toelating van ggo’s zal verschillen tussen de EU-lidstaten. Dat zet de deur open voor rechtszaken. Advocaten zullen dit geweldig vinden'', zei een woordvoerder van het Duitse agrochemieconcern Bayer CropScience.

Bron: Vilt, 2/7/2010

:
BioForum Vlaanderen en IFOAM EU-group zijn geen voorstander van deze zgn. hernationalisering. Recent nog heeft BioForum Vlaanderen, samen met o.a BBL en Greenpeace, de bevoegde Ministers op de hoogte gebracht van haar bezwaren. Ook al lijkt het op het eerste zicht aantrekkelijk dat lidstaten ggo’s op hun grondgebied zouden kunnen verbieden, belangrijkste doelstelling van de Commissie is om het verzet van sommige kritische lidstaten bij de toelatingsprocedure te breken. Zo vraagt de Commissie letterlijk aan deze lidstaten om zich in ruil wat toegeeflijker op te stellen bij deze procedure.
Het voorstel van de Commissie biedt overigens geen antwoord op de inhoudelijke gebreken van deze toelatingsprocedure. In december 2008 waren de Leefmilieuministers het nochtans unaniem over eens dat de milieurisicobeoordeling in de toelatingsprocedure moest verbeterd worden. Vandaag wordt onvoldoende rekening gehouden met wetenschappelijke onzekerheid, lange termijn effecten op milieu en gezondheid, en diverse andere factoren. Ook drongen de Ministers toen aan op een evaluatie van de socio-economische impact van ggo’s, iets wat zeker ook voor onze sector cruciaal is! Het voorstel van de Commissie dat vandaag op tafel ligt, komt aan geen van deze vragen tegemoet. Integendeel, we verwachten dat het zal leiden tot een golf van nieuwe toelatingen voor de teelt van ggo’s, zonder dat werk gemaakt wordt van een degelijke risicobeoordeling.
Zelfs het mogelijke verbod op het eigen grondgebied moet met een korrel zout worden bekeken. Rekening houdende met alle randvoorwaarden, zal de beloofde vrijheid voor de lidstaten toch eerder beperkt zijn. Zo is het niet duidelijk welke motieven de lidstaten precies mogen gebruiken om een verbod in te voeren. Dit is alvast een garantie voor maandendurende juridische betwistingen. Lidstaten zullen nog steeds moeten bewijzen dat hun maatregel “aangepast” is, een bepaling die een blijvende struikelblok zal zijn.
De milieu- en biosector over heel Europa roept alle nationale beleidsvoerders op om dit voorstel van de commissie te verwerpen en er op toe te zien dat de huidige toelatingsprocedure op een ernstige manier wordt aangepakt en verbeterd.

U.S.A. - Amerikaanse bioboeren verliezen proces tegen Monsanto

Het hooggerechtshof van de Verenigde Staten heeft in het voordeel van het
agrochemische bedrijf Monsanto beslist om het verbod op de verkoop van
genetisch gemodificeerde alfalfazaden op te schorten. Amerikaanse bio-boeren vrezen dat het genetisch gemanipuleerde zaad hun gewassen zal aantasten.

Een Californische rechter gaf in mei 2007 het bevel om de verkoop van de
genetisch gemodificeerde Monsantozaden, die bestand zijn tegen herbiciden, te verbieden. Het bevel werd in beroep bevestigd.

De rechters van het Supreme Court oordeelden met zeven tegen een, een van de rechters verklaarde zich onbevoegd, dat de ondergeschikte rechtbanken "voorbarig" gehandeld hadden. Het Amerikaanse ministerie van Landbouw had nog geen onderzoek gevoerd naar de impact op het milieu van het ggg (genetisch gemanipuleerd gewas) van Monsanto.

Het was de eerste zaak over genetisch gemodificeerde organismen voor het
hoogste Amerikaanse hof.

Bron: AFP, 21/06/2010

:
BioForum stelt vast dat het voorzorgsbeginsel hier ernstig met de voeten wordt getreden. GGO's worden door het hooggerechtshof van de VS als veilig beschouwd zolang er geen harde wetenschappelijke feiten (die bovendien afkomstig moeten zijn van het Amerikaanse Ministerie van Landbouw) beschikbaar zijn die op het tegendeel wijzen. Het Amerikaanse Supreme Court vindt het blijkbaar vanzelfsprekend dat ggo's mogen worden verkocht, ondanks het feit dat al langer bekend is dat daar grote risico's aan zijn verbonden.


Internationaal naar een dynamische Demeter-certificering

Demeter-organisaties van over de hele wereld hebben elkaar van 16 tot en met 19 juni in Brazilië ontmoet op de Jaarvergadering van Demeter Internationaal. In totaal 26 waren er vertegenwoordigers van 15 landen, waaronder Rienk ter Braake vanuit Stichting Demeter.

Het meest opzienbarende besluit is de ontwikkeling van een dynamisch certificeringssysteem. Een vernieuwende systematiek op basis van richtlijnen, in plaats van generieke normen. Een dergelijk systeem vraagt een ander soort controle en certificering. Meer ruimte voor individuele oplossingen voor de boer. Heel biologisch-dynamisch. Nederland is op dit gebied al koploper met de Collegiale Toetsing.

Biodiversiteit als speerpunt
Biodiversiteit is één van de speerpunten van de Biodynamische landbouw. En dat wordt pijnlijk zichtbaar onder tropische omstandigheden. De eindeloze monocultuur op de suikerrietplantages, die een gebied bestrijken dat groter is dan Nederland. In Bairro Demeteria is echter een enorme variatie te vinden aan planten, dieren, vogels en insecten. Allemaal onderdeel van de geïntegreerde Biodynamische visie op landbouw en omgeving. De Jaarvergadering gebruikte dit als opmaat voor de samenhang tussen regelgeving en controle op een meer individuele basis. Ook ecologische en sociale aspecten maken deel uit van het geheel. De eerste stappen naar een vernieuwend systeem zijn gezet. Er is een werkgroep benoemd die dit verder gaat uitwerken. Stichting Demeter zal een belangrijke rol spelen. Demeter-certificering zal ontwikkeling gaan ondersteunen in plaats van het bestraffen van afwijkingen ten opzichte van steeds gedetailleerdere regels.

Klimaatverandering
Naast verschillende andere thema’s is de klimaatverandering aan bod gekomen. De Biodynamische landbouw biedt duidelijke voordelen door het vastleggen van CO2 bij het verhogen van humusgehalten in de bodem. Humusopbouw door de extensieve teelten en compostering behoort bij de Biodynamische uitgangspunten. Het is dan ook essentieel dat het areaal Biodynamische landbouw zo veel mogelijk toeneemt. Vergroting van het bewustzijn op dit vlak en vergroting van de omzet in Demeter-producten zijn noodzakelijk.

Bron: www.stichtingdemeter.nl, geknipt uit www.debeterewereld.nl, 25/6/2010

VERWERKER

NL - Heinz lanceert biologische tomatenketchup


Heinz komt met een 100% biologische, door Skal gecertificeerde, tomatenketchup op de markt. Heinz Tomato Ketchup Bio is gemaakt van biologisch geteelde tomaten en ook alle andere ingrediënten zijn biologisch geproduceerd. De biologische tomaat die wordt verwerkt komt van het open veld en is speciaal geselecteerd om onder conventionele teelt- en verwerkingscondities de juiste smaak en consistentie te geven. Heinz Tomato Ketchup Bio bevat geen kunstmatige ingrediënten en conserveermiddelen. Het product is vanaf juni verkrijgbaar in de supermarkten voor een consumentenadviesprijs van € 2,19.

bron: H.J. Heinz, geknipt uit FoodHolland.nl, 30/06/10


Biologische bakker mag alleen plantaardige smeermiddelen gebruiken

In de nieuwsbrief van juli gaat de toezichthouder op de biologische productie Skal in op enkele specifieke regels voor bereiders, importeurs, opslag- en handelsbedrijven. Dat betreft het gebruik van minerale olie als smeermiddel voor machines voor het bereiden van biologisch brood en het toepassen van een kaaskorstbedekkingsmiddel met daarin een schimmelwerend middel.

In bakkerijen gebruikt men smeermiddel voor deegafmeetmachines en broodsnijmachines. In de praktijk is dit vaak de traditionele minerale olie. De wetgeving voor biologische productie staat dit echter niet toe. Als technische hulpstof zijn alleen plantaardige oliën toegestaan als plaatsmeermiddel, losmiddel of anti-schuimmiddel. Wanneer bedrijven gebruik maken van een gangbare olie dan moeten zij tevens over een verklaring beschikken dat de olie vrij is van genetisch gemodificeerde organismen.

Onlangs deed zich tevens de vraag voor of kaaskorstbedekkingsmiddel met daarin het schimmelwerende middel natamycine is toegestaan bij de productie van biologische kaas. Dit bedekkingsmiddel wordt in meerdere lagen op de kaas aangebracht. Skal heeft na overleg met het NIZO en het COKZ bepaald dat alleen plastic zonder natamycine is toegestaan.

bron: Skal, Nieuwsbrief juli 2010, geknipt uit FoodHolland.nl, 6/7/2010

Bio Futura verpakkingen

Bio Futura levert milieuvriendelijke verpakkingen zoals duurzame draagtassen, composteerbare zakken en biologisch afbreekbare borden, bekers en bestek. De verpakkingen en disposables van Bio Futura zijn gemaakt van natuurlijk materiaal, EN - 13432 gecertificeerd, 100% composteerbaar, snel leverbaar en ideaal voor feesten, evenementen, cateraars en winkels.

Meer info: www.BioFutura.nl

Bron: Biofoodonline.nl, 24/6/2010

VERKOOPPUNT

NL - Wessanen wil werken aan bekendheid van de biologische merken


Wessanen moet de merkbekendheid van haar biologische voedingsmiddelen vergroten. Daar wil de nieuwe topman Piet Hein Merckens de komende periode prioriteit aan geven. Er zal daarom extra in marketing worden geïnvesteerd. Overnames kunnen ook een mogelijkheid zijn om meer 'marktkracht' te verwerven. Omdat de verkoop van biologische voeding als gevolg van de economische crisis wat achterblijft bij de verwachting zal Wessanen de snackdivisie voorlopig nog niet afstoten.

Merckens vindt het van groot belang dat het percentage succesvolle introducties bij Wessanen wordt verbeterd. Om dat te bereiken moet er nauwer worden samengewerkt tussen sales, marketing, de voedseltechnologen en de verantwoordelijken in de verschillende landen waarin het bedrijf actief is. Ook moeten de producten van Wessanen niet alleen bij de eigen ketens beschikbaar zijn maar ook een prominente plek in het schap van supermarkten krijgen.

Bedrijven overnemen om meer marktkracht te krijgen, ziet de nieuwe Wessanen-topman ook als een mogelijkheid. Het kapitaal voor die aankopen wordt vergaard uit de verkoop van de Amerikaanse activiteiten Panos, dat te koop staat, en ABC, dat in 2010 te koop komt. De verkoop van de snackdivisie Beckers ligt nog niet in de planning.

bron: Financieele Dagblad, 07/07/10

NL - Recordomzet voor La Place

La Place, de restaurantketen van V&D, heeft in de eerste helft van dit jaar een recordomzet behaald. In de eerste helft van 2009 presteerde La Place ook al boven het marktgemiddelde.

Dat meldt V&D. De warenhuisketen zegt niets over de exacte omzetcijfers. Volgens directeur Paul Bringmann van La Place zijn de goede cijfers met name te danken aan de introductie van nieuwe producten en de uitbreiding in België. ‘Uit onderzoek van TNS/NIPO blijkt tevens een stijgende loyaliteit en tevredenheid over het gezond en biologisch assortiment van La Place. We zien ook een stijging in herhaalbezoek en gemiddeld bonbedrag’, aldus Bringmann.

Webshop
V&D zelf noteerde in de maanden mei en juni de sterkste omzetgroei in de afgelopen tien jaar. Volgens de warenhuisketen is dit te danken aan vernieuwing van de warenhuizen en een succesvolle tv-campagne in de maanden mei en juni. Ook de webshop doet het volgens V&D goed. Dit jaar is de omzetgroei ruim verdubbeld vergeleken met vorig jaar. De website is op koers om de te verwachten 100 miljoen omzet binnen vier jaar na lancering te halen. Dit jaar verwacht de formule dat er bijna 10 miljoen bezoekers vd.nl zullen bekijken.

Bron: www.distrifood.nl, 30/6/2010



Colofon
De BioForum Bioknipsels worden uitgegeven door Bioforum Vlaanderen, de koepelorganisatie voor de biologische landbouw en voeding. Deze knipselkrant verschijnt om de twee weken met actuele informatie over de nationale en internationale biosector. De berichten worden zonder tekstwijziging (hooguit ingekort) geknipt en geplakt, met vermelding van hun bron. De artikels vermelden geenszins het standpunt van BioForum Vlaanderen, tenzij dit er duidelijk bij staat. Samenstelling: Peggy Verheyden & Geertje Meire. Nieuwtjes en evenementen kunnen steeds voor opname doorgestuurd worden aan geertje.meire@bioforum.be. Momenteel wordt de knipselkrant verzonden naar ruim 2200 relaties binnen de sector, de overheid en sympathisanten van de bioweek.

In- / uitschrijven
kan via een eenvoudig mailtje aan info@bioforum.be.

Archief
Oude nummers kun je hier nalezen, onder 'archief'.








 
263