Bioveiligheidsraad negatief over proef gg-maïs

23 maart 2012

De geplande veldproef met genetisch gemanipuleerde maïs van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), krijgt de wind van voor. Uit het verplicht advies van de Bioveiligheidsraad blijkt een degelijke risicoanalyse van de milieu- en gezondheidseffecten erg moeilijk.

De geplande veldproef met genetisch gemanipuleerde maïs van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), krijgt de wind van voor. Uit het verplicht advies van de Bioveiligheidsraad blijkt een degelijke risicoanalyse van de milieu- en gezondheidseffecten erg moeilijk. Bovendien rijzen er ernstige twijfels over de wetenschappelijke en maatschappelijke meerwaarde van de proef. Milieu- en landbouworganisaties vragen dan ook dat de ministers Wathelet en Onkelinx geen toelating verlenen om de proef uit te voeren. 

De veldproef dient volgens het VIB om na te gaan of meer planten per hectare geteeld kunnen worden. Dit zou naar eigen zeggen interessant zijn om de opbrengst van energiemaïs te verhogen. Maar vooraleer een veldproef met ggo's uitgevoerd mag worden, moet de Bioveiligheidsraad de risico’s voor mens en milieu ervan inschatten. Deze risicoanalyse stelt de federale ministers voor Leefmilieu en Volksgezondheid in staat om de proef al dan niet toe te laten.

Raad verdeeld over veiligheid

De Bioveiligheidsraad is het duidelijk niet eens geraakt over de risico’s die met deze proef gepaard gaan; maar liefst vier leden van de raad vinden dat het dossier niet toelaat om de risico’s voor mens en milieu correct in te schatten.

Geen maatschappelijke of wetenschappelijke relevantie 

Het meest opvallende aan het advies van de Bioveiligheidsraad is de unanieme conclusie dat de veldproef in kwestie geen maatschappelijke of wetenschappelijke meerwaarde heeft. 

Op landbouwkundig vlak heeft de gg-maïs al op voorhand geen kans op slagen. De langere planten zijn gevoeliger voor windschade dan natuurlijke variëteiten, zeker bij een hoge plantdensiteit. Bovendien is de afstand tussen planten verkleinen enkel zinvol als de planten kleiner zijn, en dus niet groter zoals bij de gg-maïs. Bovendien is de variëteit die het VIB heeft gemanipuleerd niet aangepast aan ons klimaat, en dus niet in staat om hier goed te groeien.

Ook op wetenschappelijk vlak kan de raad geen verantwoorde meerwaarde vinden in het dossier. Ze komt tot de vaststelling dat de proef tot doel heeft een demonstratie te geven van de gentechnologie. Het gaat dus met andere woorden niet om een onderzoeksproef. Een demonstratieproef is normaal de laatste stap in een onderzoektraject met oog op commercialisering. Maar als dan blijkt dat de maïs in kwestie niet geschikt is om commercieel toe te passen, en dat de risico’s voor mens en milieu onvoldoende gekend zijn, is het niet verantwoord om zulke proef toe te laten.

De ministers Wathelet en Onkelinx hebben hiermee goeie argumenten om de toelating voor de proef weigeren. Ook minister van Leefmilieu Joke Schauvliege kan een belangrijk maatschappelijk signaal geven door een negatief advies te bezorgen.

Lees hier ons standpunt over ggo's.

Bron: BBL

Meer nieuws