Werd landbouw meer duurzaam in afgelopen decennium?

7 mei 2012

Hoe gangbaar het begrip 'duurzaamheid' binnen de landbouw ook is, over de concrete inhoud is er veel minder eensgezindheid. In hun visietekst namen Reheul, Relaes en Mathijs in 2001 de stelling in dat de duurzaamheidsgedachte evolueert met de maatschappelijke ontwikkelingen. Of er de voorbije tien jaar een positieve evolutie viel waar te nemen, is volgens hen niet eenduidig te beantwoorden.

Hoe gangbaar het begrip 'duurzaamheid' binnen de landbouw ook is, over de concrete inhoud is er veel minder eensgezindheid. In hun visietekst namen Reheul, Relaes en Mathijs in 2001 de stelling in dat de duurzaamheidsgedachte evolueert met de maatschappelijke ontwikkelingen. Of er de voorbije tien jaar een positieve evolutie viel waar te nemen, is volgens hen niet eenduidig te beantwoorden.

Onderzoekers van de afdeling Monitoring en Studie (AMS) van het Departement Landbouw en Visserij voerden een exploratieve studie uit naar het concept duurzame ontwikkeling in de landbouw. Zij komen tot de vaststelling dat wat duurzaam is, afhangt van de gehanteerde normatieve beginselen, die veranderen in de tijd en afhankelijk zijn van de context. Zij houden een aantal concepten tegen het licht en stellen duidelijke theoretische verschillen vast.

Duurzame ontwikkeling stelt verdere economische groei en consumptie voorop vanuit een geloof dat het individuele streven naar winst maatschappelijk tot optimale resultaten leidt. Zonder fundamentele en plotse veranderingen wil het aan de noden van huidige en toekomstige generaties blijven voldoen. Door technologische en sociale innovatie kan de mens economische, sociale en milieuproblemen oplossen en grondstoffen efficiënter inzetten.

Duurzaamheid daarentegen focust op waarden en fundamentele wijzigingen in de houding van de mens ten opzichte van de natuur en het milieu. Het oplossingspotentieel van innovaties wordt gering geacht zolang ze niet zijn ingebed in een bredere verandering van het systeem en van de waarden waarop het is gebaseerd. De duurzaamheidsbenadering promoot vooral een genoeg-strategie waarbij welzijn primeert op welvaart. Dat betekent de samenleving zo organiseren dat ze zich binnen de draagkracht van het ecologisch systeem beweegt en dat de economie het sociale weefsel tussen mensen versterkt.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen en groene economie zijn twee voorbeelden van concrete manieren waarop bedrijven en het beleid duurzamer proberen te handelen. Het zijn stappen in de richting van een meer duurzame landbouw, maar of ze afdoende zijn, is nu nog niet aan te tonen. Binnen de land- en tuinbouw zijn het de sectoren die een voor de consument herkenbaar product afleveren, die het meest bezig zijn met maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Het rapport bevat, naast een klassieke literatuurstudie, ook gesprekken met professor Dirk Reheul (UGent), professor Erik Mathijs (K.U.Leuven) en professor Joris Relaes (kabinetschef Landbouw & K.U.Leuven). In 2001 publiceerden zij het document 'Elementen voor een toekomstvisie met betrekking tot duurzame land- en tuinbouw in Vlaanderen.' Daarin namen ze een aantal duidelijke standpunten in over de wegen die de Vlaamse landbouw kon bewandelen richting duurzaamheid. Als bevoorrechte landbouwgetuigen zijn de auteurs tien jaar later opnieuw bevraagd.

De duurzaamheidsgedachte was volgens hen dynamisch en evolueert met de maatschappelijke ontwikkelingen. De vraag is dan ook niet of de Vlaamse landbouw tien jaar later 100 procent duurzaam geworden is, maar of er een positieve evolutie valt waar te nemen. Dat is volgens hen niet eenduidig te beantwoorden. Ze zijn het er wel over eens dat de Vlaamse landbouw op ecologisch vlak belangrijke stappen heeft vooruitgezet. Zo is er een toename van biolandbouw en is er vooruitgang geboekt op het vlak van vermesting. Tien jaar is bovendien relatief kort om fundamentele systeemkenmerken te zien veranderen.

De wegen naar een duurzamere landbouw zijn gedeeltelijk anders gelopen dan toen verwacht. Een aantal actuele trends hebben volgens Reheul, Mathijs en Relaes extra druk gezet op het duurzame karakter van de landbouw: het klimaatprobleem, de schaarste aan natuurlijke hulpbronnen, de evolutie van de wereldmarktprijzen en het verschrompelen van de marges van individuele landbouwers. Dat alles maakt dat de Vlaamse landbouwsector in plaats van gestadig aan bekende problemen te kunnen sleutelen, zich nu bijna constant in één of andere crisis bevindt.

De vier meerwaardestrategieën, met name horizontale verruiming of schaalvergroting, verticale verruiming of despecialisatie, laterale verruiming of functieverbreding en verruiming in de tijd of versnelde innovatie, die in 2001 naar voren geschoven zijn, kennen een verschillend succes. Schaalvergroting en versnelde innovatie gaan als economische meerwaardestrategie zeer goed samen en zijn aan elkaar gekoppeld. De nieuwe (technologische) innovaties zijn zo duur dat ze op een kleine schaal niet meer te implementeren zijn. De groei naar verbreding is er nog wel, maar lijkt in snelheid afgenomen.

Hoewel het imago van de landbouw verbeterd is, is er nog steeds geen sociaal gedragen begrijpen van wat duurzame landbouw en voeding is. De paradox waarbij de samenleving aan de ene kant pleit voor een duurzame landbouw, maar aan de andere kant als consument niet bereid is daarvoor te betalen, is blijven bestaan. De toekomst zal uitwijzen of bedrijven hun schaal verder zullen blijven vergroten om hun eco-efficiëntie te verbeteren en of meer holistische landbouwpraktijken zullen gaan domineren waarbij over sectoren heen gewerkt wordt.

Meer info: Exploratieve studie naar het concept duurzame ontwikkeling in landbouw

Bron: Vilt