Studie bewijst nut van beheersovereenkomst voor herstel biodiversiteit

22 mei 2012

Een studie in het kader van SOLABIO (Soorten en Landschappen als dragers van Biodiversiteit) wijst uit dat insecten in grasstroken, zoals perceelsranden en erosiestroken, de landbouw kunnen helpen bij de bestrijding van sommige plagen.

Een studie in het kader van SOLABIO (Soorten en Landschappen als dragers van Biodiversiteit) wijst uit dat insecten in grasstroken, zoals perceelsranden en erosiestroken, de landbouw kunnen helpen bij de bestrijding van sommige plagen. Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege: “Beheersovereenkomsten met landbouwers blijken een geschikt middel om het verlies aan biodiversiteit terug te dringen. Deze studie aan de vooravond van de Internationale Dag van de Biodiversiteit toont aan hoe ecosysteemdiensten zowel voor de mens als de natuur van belang kunnen zijn.”

SOLABIO is een Vlaams-Nederlands interregionaal project dat met Europees steun probeert de biodiversiteit op het platteland te herstellen en te verhogen. De inzet van landbouwers via het instrument van de beheersovereenkomst hoort daarin thuis. Bijna 3.100 Vlaamse landbouwers hebben vandaag een beheerovereenkomst bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) die invloed heeft op de biodiversiteit en de gehele leefmilieukwaliteit van het platteland. 

Het resultaat van die beheerovereenkomsten op de biodiversiteit werd tot nu toe slechts sporadisch wetenschappelijk onderzocht. Een element daarin is de rol van perceelsranden, erosiestroken en bloemenstroken, en van nuttige insecten, akker-en weidevogels en vlinders.

De VLM liet in het kader van het SOLABIO-project (SOorten en LAndschappen als dragers van BIOdiversiteit, INTERREG IVA project) in de periode 2009-2011 een onderzoek uitvoeren naar de rol van loopkevers in grasstroken, zoals perceelsranden en erosiestroken, als plaagbestrijders in de landbouw. Loopkevers zijn belangrijk om het natuurlijk evenwicht op de akker in stand te houden. Bepaalde loopkevers poetsen als het ware het gewas schoon door schadelijke insecten zoals bladluizen op te eten. De resultaten werden vandaag in Sint-Jan-in-Eremo voorgesteld.

Grasstroken blijken volgens de studie belangrijk voor de biodiversiteit van nuttige loopkevers en de bodemfauna in het algemeen. De aantallen lagen vaak hoger dan in andere natuurlijke biotopen zoals bossen, duingraslanden, duinen, rietkragen of heidegebied. Er is ook vastgesteld dat 23 bedreigde Rode Lijstsoorten in de stroken een tijdelijk onderkomen vinden. 

De VLM werkte voor dit onderzoek o.a. samen met INAGRO (Innovatief en duurzaam Agrarisch Ondernemen) dat op zijn beurt onderzocht welk effect bloemenranden hebben om op een natuurlijke manier bladluizen te beheersen. Bloemenranden, die bestaan uit een juiste samenstelling aan soorten, blijken een belangrijk leefgebied voor nuttige vliegende insecten zoals lieveheersbeestjes, larven van zweefvliegen of gaasvliegen en bloemenwantsen. Deze soorten kunnen o.m. bladluizen in graan onderdrukken. Als er genoeg aanwezig zijn, blijkt de inzet van bestrijdingsmiddelen zelfs overbodig. De telers in het project hebben ervaren dat dit geen invloed had op de opbrengst van de tarwe. Per hectare brachten de onbehandelde percelen zelfs meer op omdat bespaard werd op het middelengebruik. 

Bloemenranden bieden dus kansen om de inzet van bestrijdingsmiddelen in de graanteelt te reduceren en te evolueren naar een geïntegreerde bestrijding die chemische bestrijding en schade aan milieu kan terugbrengen. Hiervoor moet wel geïnvesteerd worden in kennis en in een regelmatige opvolging van plagen en nuttige insecten in het gewas. Zonder veldwaarnemingen wordt vaak te snel gespoten tegen bladluizen. Een bespuiting kan dan contraproductief werken omdat ze ook de natuurlijke vijanden uitschakelt waardoor de bladluizen nadien nog sterker toenemen. Bloemenranden maken momenteel nog geen deel uit van de maatregelen die landbouwers via beheerovereenkomsten kunnen nemen op hun akkers. 

Vlaams minister Schauvliege: “Via beheerovereenkomsten krijgen land- en tuinbouwers die grasstroken zoals perceelsranden en erosiestroken aanleggen van de overheid een billijke vergoeding. De studie bevestigt dat dit instrument een slimme investering is in het platteland die zowel de mens als de natuur ten goede komt, en een brug kan slaan tussen economie en ecologie.” 

Meer info:
Bert Van Wambeke
Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel
Tel.: 02 543 72 00
Fax: 02 543 73 99

Bron: VLM