BIOBIG presenteert eindrapport voor optimaal speenmanagement bij biobiggen

08 september 2021

Het project Biobig ging op zoek naar een optimaal speenmanagement voor biologische biggen. Onlangs publiceerden ze hun eindrapport. Ook BioForum was bij dit project betrokken. 

Afbeelding

Waarom eten biologische biggen, ondanks hun hogere speenleeftijd, vaak minder goed rond het spenen? En hoe kunnen we een smakelijker speenvoeder formuleren rekening houdend met de nutriëntenbehoeften van de biologische biggen en binnen een bepaalde prijsvork. Binnen de operationele groep, die tot stand kwam door een concrete vraag van een varkenshouder aan het Varkensloket, focusten de partners (vier biologische varkenshouders, ILVO, Varkensloket, Universiteit Gent, CCBT, Bioforum en een voederfirma) op het uitwisselen van kennis en ervaringen over het optimaliseren van de voederstrategie, de speenvoedersamenstelling en het speenmanagement.

De relevante (praktijk)kennis en resultaten uit internationaal (bio-)onderzoek over de voederstrategie werden hiervoor gebundeld. Biologische varkenshouders werden bevraagd om inzicht te krijgen in de succesfactoren en knelpunten betreffende het speenmanagement in de biologische productie. Een paar alternatieve voeders werden in praktijkproeven bij biologische varkenshouders en een voederproef bij ILVO uitgetest. 

Tijdens het project bleek al snel dat naast de voedersamenstelling ook andere aspecten van belang waren bij het vlot verlopen van het speenproces, zoals huisvesting, hygiëne, gezondheidsstatus en management. Mogelijke praktische oplossingen om de speenvoedersamenstelling en het -management te verbeteren werden met elkaar gedeeld. In eindbrochure worden concrete verbeterpaden aangereikt om het speenproces van biologische en gangbare biggen vlotter te laten verlopen. 

Met de eindbrochure krijgen geïnteresseerden de nodige handvatten om het speenproces van biologische biggen vlotter te laten verlopen. Aangezien de beschikbare literatuur over het optimaliseren van de speenvoedersamenstelling en de nutriëntenbehoefte in de biologische productie beperkt is, worden ook ervaringen uit de gangbare productie meegenomen.