Opinie: alleen systeemdenken zal tot innovatie leiden

01 juli 2026

Vlaanderen verkoopt zichzelf graag als een regio waar innovatie en circulariteit de motor zijn van het succes. Tegelijkertijd remt Vlaanderen die innovatie zelf af door in hokjes te blijven denken. Het dossier rond boerderijcompostering is daar een treffend voorbeeld van. 

Al sinds 2001 wordt er aan een wetgevend kader rond boerderijcompostering gewerkt. Voortrekkers zijn onder andere An Jamart (BioForum vzw) en Koen Willekens (ILVO). Boeren zouden zo extern organisch materiaal (plantaardige reststromen, maaisel, houtig materiaal) en  eventueel stalmest op hun bedrijven kunnen omzetten naar compost die ze op hun landbouwgrond kunnen gebruiken. Vandaag mag dat niet omwille van de status van afvalstof dat deze materialen hebben. 

In die 25 jaar zijn we niet veel stappen vooruitgekomen. Vlaanderen heeft het principe van boerderijcompostering in samenwerkingsverband dan wel gedeeltelijk erkend via de mestwetgeving, maar een echt werkbaar kader is er nog altijd niet. Daarom gaf Vlaams Minister van landbouw en Omgeving Jo Brouns aan VITO de opdracht om een Best Beschikbare Techniek (BBT) uit te werken voor Boerderijcomposteren. Die BBT zijn de referentie voor algemene, sectorale en bijzondere vergunningsvoorwaarden. Landbouworganisaties, natuur en milieuorganisaties, ILVO en de praktijkcentra (de praktijk)  zitten samen met de verschillende ambtenaren die vanuit diverse instanties vergunningen verlenen en handhaving daar.

Het Departement Omgeving blijft daar samen met VLM op de rem drukken, en dat terwijl Agentschap Natuur&Bos, ILVO, de landbouworganisaties én de milieuorganisaties voorstander zijn van een soepeler kader. Het probleem? Ze leggen overdreven veel focus op de risico’s op het vlak van vervuiling voor bodem, water en omgeving. Die zijn er, maar ze zijn minimaal en niet onoplosbaar. Bovendien wegen ze niet op tegen de voordelen die boerderijcompostering biedt: bodemopbouw, koolstofopslag, minder reststromen, meer samenwerking tussen landbouw en natuur. Maar het Departement Omgeving en VLM willen waterdichte en wetenschappelijke bewijzen dat er nul risico’s zijn voor het milieu. Deze rigide houding zorgt voor een vicieuze cirkel. Net omdat er maar geen opening komt, is het onderzoek naar boerderijcompostering summier en worden boeren afgeschrikt.

Nood aan systeemdenken

Dit dossier is een mooi voorbeeld van hoe innovatie wordt afgeremd omdat er niet in systemen wordt gedacht. Datzelfde zien we ook bij de discussie over de PAS-maatregelen. Het is een muur waarop we in de toekomst zullen blijven botsen, zolang men niet aanvaardt dat er voor complexe problemen en nieuwe technieken geen one-size-fits-all-aanpak bestaat. Zo staat het beleid dus zelf innovatie in de weg.  

In Nederland hebben ze dat intussen begrepen. Het Nederlandse Nationaal Innovatieloket veehouderij werkt daar aan een juridische routekaart. Dat instrument moet adviseurs, beleidsmakers, vergunningverleners en innovatoren helpen om sneller en effectiever tot beslissingen te komen. De routekaart beschrijft drie stappen die nodig zijn bij het beoordelen van innovatie: 

  • Complexiteit vereist systeemdenken: de realiteit is niet lineair en niet binair (ja/nee). We erkennen meerdere afhankelijkheden en routes in plaats van simplificaties.
     
  • Van angst naar risicomanagement: Vage beren op de weg verlammen het proces. Wij maken obstakels expliciet en labelen ze als beheersbare risico’s.
     
  • Leren in netwerken: een gemeenschap leert sneller dan een individu. We delen successen en mislukkingen en creëren een gedeelde woordenschat. 
    Door zo’n strategie te hanteren, ontstaat er ruimte voor echte innovatieve oplossingen. 

De vraag is niet of er regels nodig zijn. De vraag is of die regels voldoende systemisch, proportioneel en uitvoerbaar zijn. 

Hoe kan het ook in Vlaanderen anders?

Terug naar het dossier rond boerderijcompostering. De vraag die niet gesteld wordt door het Departement Omgeving en VLM is: “is boerderijcompostering zoveel slechter dan het alternatief?” Zonder die vergelijking blijft de focus heel erg liggen op de risico’s. 

Dat is voor alle duidelijkheid geen pleidooi om het voorzorgsprincipe volledig overboord te gooien. We pleiten voor duidelijke voorwaarden en controles in verhouding tot dat risico. Alleen is het belangrijk om de juiste verhoudingen te blijven zien. Die zijn in het geval van boerderijcompostering relatief laag en bovendien ook niet onomkeerbaar. Heel anders is het bijvoorbeeld bij ggo-technieken, die eens ze toegepast wordt niet meer ongedaan kan worden. 

Na meer dan vijfentwintig jaar discussie over de regelgeving van boerderijcompostering is het echt wel tijd voor een bredere kijk. Dit dossier wordt stilaan een test voor de manier waarop Vlaanderen met landbouwinnovatie, regelgeving en ondernemerschap omgaat.

De vraag is niet of er regels nodig zijn. De vraag is of die regels voldoende systemisch, proportioneel en uitvoerbaar zijn. Regelgeving moet beschermen waar nodig, maar ze moet ook mogelijk maken waar het kan. Vandaag is dat evenwicht zoek. Precies daarom is dit dossier zo belangrijk. Vlaanderen zet naar eigen zeggen in op innovatie, ondernemerschap en minder administratieve lasten, maar dan moet het ook durven kijken naar de manier waarop regelgeving en de instrumenten om tot regelgeving te komen, vandaag net die innovatie blokkeert.