Biorapport toont lichte groei van de Vlaamse biosector
Naar aanleiding van EU Organic Day publiceerde de Vlaamse overheid gisteren het nieuwe Biorapport. Dat rapport verzamelt cijfers over de productie en consumptie van biologische voeding in Vlaanderen voor 2025.
Eind 2025 stonden er in Vlaanderen 639 landbouwers onder biocontrole, 5 meer dan in 2024. 3 procent van alle landbouwbedrijven in Vlaanderen werken biologisch. Er waren 48 nieuwe aanmeldingen voor biolandbouw, terwijl 47 landbouwers hun bioproductie beëindigd hebben.
Het biologische areaal groeide naar 10.483 hectare, goed voor 1,7% van de totale oppervlakte cultuurgrond in Vlaanderen. Zo’n 83% van het bioareaal is volledig biologisch, de overige 17% is areaal in omschakeling naar bio. Bijna driekwart van de bio-oppervlakte wordt ingenomen door grasland en voedergewassen. West- en Oost-Vlaanderen hebben de grootste bioarealen, maar Limburg en Vlaams-Brabant hebben met 2,1% het hoogste bioaandeel in hun totale landbouwareaal.
Een kwart van de biologische landbouwbedrijven houdt dieren op het bedrijf die onder biocontrole staan. Het aantal biologische varkens-, pluimvee- en geitenhouders neemt licht toe, terwijl het aantal rundvee- en schapenhouders stabiliseert. De biologische veestapel groeit met 4%, wat in hoofdzaak te danken is aan een stijging bij het pluimvee. Ook de varkens onder biocontrole nemen in aantal toe, terwijl we bij de runderen, geiten en vooral schapen een terugval zien. Het biologische aandeel van de veestapel in Vlaanderen blijft voor de meeste diersoorten heel beperkt.
Bio in de keten
Naast de 639 biolandbouwers telt Vlaanderen nog 1.388 andere bedrijven die actief zijn in de biologische keten. Samen maakt dat 2.027 unieke bedrijven, een daling met 1%. Distributie van bioproducten blijft de vaakst voorkomende activiteit, gevolgd door bereiding. Het aantal bedrijven in de bioketen die meerdere gecertificeerde biologische activiteiten combineren, neemt gestaag toe.
De Vlaamse bestedingen aan bioproducten stijgen in 2025 met 8% tot 655 miljoen euro. Daarmee groeit bio sneller dan de totale voedingsmarkt en stijgt het marktaandeel van bioproducten naar 3,3%. Verse voeding vertegenwoordigt met 323 miljoen euro de helft van alle biobestedingen. Binnen verse voeding halen fruit, groenten en eieren de hoogste bioaandelen.
Grotere supermarkten blijven het belangrijkste aankoopkanaal voor bio, maar gespecialiseerde kanalen zoals biowinkels, speciaalzaken, markten en korte keten winnen terrein. Welgestelde gepensioneerden en kleinere huishoudens kopen relatief vaker bio, terwijl gezinnen met kinderen uit lagere sociale groepen het laagste bioaandeel hebben. Gezondheid, gekoppeld aan natuurlijkheid, blijft de belangrijkste motivatie om bio te kopen, gevolgd door smaak en milieuoverwegingen. Tegelijk is de hogere prijs de grootste drempel om vaker bio te kopen, gekoppeld aan twijfel over de echtheid en meerwaarde. Bovendien blijkt de kennis over bio voor verbetering vatbaar.
De overheidssteun specifiek gericht op de biosector bedraagt in 2025 7,20 miljoen euro, een gelijkaardig niveau als in 2023. 44% wordt aangewend voor onderzoek en kennisopbouw, 43% gaat naar de stimulering van de biologische productie. Biolandbouwers ontvangen gemiddeld minder inkomenssteun, maar hogere steunbedragen voor ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen dan bedrijven in de totale landbouw.